zondag 20 november 2016

Requiem: Hoofdstuk 50 (1e Deel)




50



            Goro Fukamizu had het resultaat in zijn handen en toch kon hij het bijna niet geloven. Daarom had hij het nog dubbel gecheckt. Hij was verrast, alle puzzelstukjes vielen samen en vormden een duidelijk beeld. De eerste stap die hij vervolgens zette, toen hij overtuigd was van zijn analyse, was de transponder van zijn verdachte opsporen. Hij lokaliseerde zijn prooi en ging dan over naar het volgende onderdeel van de procedure.
            Met de opmerking ‘DRINGEND’ die hij aan zijn bericht voegde, riep hij alle mensen samen die met de zaak te maken hadden. De nieuwe adjuncten, alle inspecteurs en veiligheidsagenten die hadden meegewerkt in de zaak van de Akai-moorden – al was die titel nu achterhaald- verzamelden zich in de kortste tijd in de vergaderruimte. Met de nauwkeurigheid die hem eigen was, legde hij zijn vaststellingen voor. Er was geen ruimte voor twijfel, iedereen las zelf nog eens het rapport door, dat hij in zeven haasten had doorgezonden naar hun memoblok. Nu wist iedereen van hen wie de seriemoordenaar was! Hoe hadden ze zo blind kunnen zijn? De stemming werd grimmig in de zaal, men sloeg zich voor het hoofd omdat de oplossing zo voor het grijpen lag. Een eenvoudige query, een onderdeel van een database had hen de uitkomst gegeven. De grimmigheid van de veiligheidsmensen was te wijten aan de naam die in het daderprofiel voorkwam. Een smet op hun blazoen. Nu had Goro net zoals Norino Vastai in eigen boezem gekeken en de slang gevonden die hen allen had misleid.
De opdrachten werden gegeven. Goro wist waar de moordenaar zich op dit moment bevond. Hij was niet van plan om op dit punt zijn superieuren op de hoogte te brengen. Dit was niet alleen tijdverlies, maar het was een ingecalculeerd risico. Hoe ver was deze kanker verspreid in de Veiligheidsdienst? Onder wiens beschermende vleugels kon dit alles gebeurd zijn? Iemand had de hand boven de schuldige gehouden en de andere kant opgekeken. Goro Fukamizu had al een paar ideetjes die hij nog even wou testen. Maar die zouden moeten wachten, dit waren  problemen voor later. Eerst moest de moordenaar, de dader waar zij zo lang naar gezocht hadden op heterdaad worden betrapt. Dan zou Goro en zijn team hem eens goed de duimschroeven aandraaien. Zo hard, dat hij zou kraaien als een haan alsof het nooit morgen zou worden!
Verschillende tot de tanden gewapende mensen vertrokken met hun zwarte geblindeerde autobots. Goro regelde een filelijn voor zijn rekening. In zijn functie kon hij dit met een simpel gecodeerd bericht naar de verkeerscentrale bekomen. Geen enkele vreemde autobot zou op deze weg hun voertuigen belemmeren. Hoe had hij zich zo voor de gek kunnen houden?
Shi Udesama, nu hoofdinspecteur in vervanging van de overleden Norino Vastai, was op ieder moment van alle moorden niet alleen afwezig geweest op het hoofdkantoor, maar de historiek van zijn transponder bewees dat hij steeds aanwezig was op de plaats delicten. Je zou op het eerste gezicht dit maar normaal vinden. Een adjunct-inspecteur op een plaats delict is nu eenmaal geen uitzondering Het interessante aan de tijdsnotaties was dat hij er zich al bevond nog vóór men de moorden had doorgegeven aan de Veiligheidsdienst. Er was geen enkele twijfel mogelijk. Zijn collega, zijn overste nu, was de man waar ze al zo’n lange tijd op jaagden. Het spook in het witte laken had een gezicht gekregen. Goro hoopte enkel dat hij op tijd kwam. De transponder van Shi’s autobot gaf aan dat hij zich bij het huis van Arturo Mitsukai en Sachiko Matai bevond. Dit huis was nu de eigendom van Yukiko Mitsukai. Was zij z’n volgende slachtoffer?




……..



            Ze sprongen alle twee door de geopende schuifdeur van de opgedreven bolide van Edmond Foster. Iléna kwam even later doodgemoedereerd op haar hoge hakken aangewandeld en zette zich naast Edmond terwijl ze met een zwaai haar kepie het raam uitwierp. Edmond keek naar haar. ‘Kunnen we?’
‘Da!’ was het enige woord die ze zei, al was het met een zalige glimlach op haar mond. Edmond liet dit zich geen twee keer zeggen. Zoveel Russisch kende hij wel. Hij tikte op een aantal punten op zijn console waarmee hij zijn voertuig bestuurde en Iléna en de gebroeders Volkov voelden de kracht van de versnelling. Ze werden alle drie in hun zetels achterover gedrukt toen het voertuig in een zevental seconden reeds de honderd kilometer per uur overschreed. Edmond voelde zich in zijn nopjes. Niettegenstaande de halsbrekende snelheid zorgde de ontwijkingunit ervoor dat ze op niets botsten. Mits een paar ingenieuze ingrepen en een sterk staaltje van de racekunsten van Edmond  Foster waren ze in een mum van tijd een heel eind verwijderd van The Old World Highest.
Op het moment dat ze de toren hadden verlaten, waren hun oortjes actief. Joeri had een dringende boodschap voor iemand waarvoor hij in de vorige weken een speciale genegenheid was gaan ontwikkelen. ‘Hoi, hier Joeri, we zijn heelhuids buiten geraakt Lucy, maar ik weet niet of de software zijn werk heeft kunnen doen. Toen de hulptroepen bijna door de deur waren geraakt, zijn we zoals afgesproken via de luchtkoker en dankzij de plannen die jij op de kop hebt weten te tikken tot bij Iléna geraakt. Laat ons zoals overeengekomen te samen komen in de oefenruimte, daar kunnen we dan de rest vertellen…Ya tebya lyublyu, Lucy.’ Nikolaj grijnsde naar Joeri en kreeg prompt een broederlijke por in zijn ribben. De lach op Joeri’s gezicht was niet weg  te krijgen nu hij veilig en wel terug met Lucy kon spreken.
Lucy weende van opluchting. Ze had gevreesd dat haar lieve Joeri waar ze zo op gesteld was geraakt, niet meer terug zou zien. Lucy had een paar kleine woordjes Russisch geleerd en had begrepen dat Joeri zei dat hij van haar hield. ‘Ya tebya lyublyu, Joeri,’ zei ze in zijn taal terug, tussen een paar snikken door. Toen Joeri aan Lucy vertelde dat hij nog nooit in zo’n snelle glider had gezeten, fronste ze even haar wenkbrauwen.
‘Zeg Edmond dat hij het voorzichtig aan doet. Ik wil nu geen ongelukken meer op het laatste moment! Niettemin, een grote proficiat aan iedereen, als ik eerlijk moet zijn had ik het niet durven dromen dat het allemaal goed zou aflopen. Tot straks, Joeri.’ Ze drukte af en droogde haar tranen van geluk.
Direct werd ze weer de pragmatische Lucy, de vrouw die niet zozeer voorrang gaf aan emoties maar aan procedures en veiligheidsmaatregelen. Ze dacht aan het doel van hun opdracht. Wanneer zouden ze weten of het virus werkte? Feliciano zou hiermee wel raad weten, vermoedde ze. Samen met Gerekko Dai in Sanctuary zouden ze hun groep daarover wel iets meer kunnen vertellen. Ze hoopte maar dat al die moeite niet voor niets was geweest. Maar nu moest ze voortmaken wilde ze op tijd bij haar vrienden zijn. Haar autobot was niet zo snel als die van Edmond maar zij bevond zich dichter bij de plaats waar ze hadden afgesproken.



……..



            Goro had uiteindelijk iedereen opgetrommeld die vrij was om aan de actie deel te nemen. Hij had de transponder van Shi Udesama in het oog gehouden. Die bleef  op de coördinaten van 10 Chome ChiYoda-Ku, Tokio als een neonlicht aan en uit blinken. Heel in het kort beschreef hij de situatie. Met hun neus op de feiten gedrukt stond iedereen voor schut. Zelfs Goro voelde zich beschaamd dat hij dit niet opgemerkt had.
            Ondertussen had hij via een collega die beter wegwijs was met de computerprogramma’s ontdekt dat Shi ook bij zijn opdracht voor het andere bureau regelmatig grote afstanden had afgelegd om slachtoffers te maken. Steeds met hetzelfde MO. Ze hadden de historiek van zijn transponder nageplozen en gezien dat hij zich regelmatig naar een huis in Sanctuary begaf. Goro deed beroep op een bevriende rechter om de documenten te verkrijgen om een huiszoeking te doen op deze plaats.
Wat een andere ploeg die daar naartoe gezonden werd vond in de kelder was overweldigend. Een echte martelkamer ingericht om zijn slachtoffers langzaam te doden was niet het minste van de bewijzen. Naast de bloedsporen in deze ruimte waar een groentje die mee was al over zijn nek van ging, vonden ze nog een aantal andere aanwijzingen die bewees dat ze op het goede spoor zaten. Ze vonden ook nog een muziekinstallatie die het Requiem van Mozart speelde toen ze die aanzetten. De originele teksten van die melodie en de vertaling lag er zomaar gratis bij. Er zouden nog wel zaken worden gevonden die men als bewijs in deze zaak zou klasseren. DNA-sporen van slachtoffers die hem officieel zouden aanwijzen als moordenaar van deze onfortuinlijke mensen. Maar dit was het werk van de technische ploeg om deze te verzamelen en het labo zou ze dan verder onderzoeken, analyseren en een rapport indienen. 
            Het waren allemaal elementen die verantwoordden wat Goro nu deed. Zijn collega’s waren bedrukt. Ja, zelfs geschokt door de feiten, maar op hun gezicht lag een vastberaden uitdrukking.
‘We gaan deze kanker in ons midden uitsnijden. En we gaan tot op het bot, tot er niets meer overblijft van die smerigheid,’ had Goro Fukamizu hen met luide stem toegesproken. De orders die hij hen gaf waren simpel. ‘Jullie hebben het adres waar hij zich nu bevindt. Bescherm in eerste geval het slachtoffer dat hij nu wil maken. Ik hoop dat we nog niet te laat zijn en breng de heer Udesama binnen dood of levend. Neem geen risico’s. Ik zou hem liefst levend arresteren, maar hij is jullie leven niet waard. Als het niet anders kan, is dood in dat geval een heel aanvaardbare optie.’ Een boze Goro Fukamizu gaf het sein. Zo had het team hem nog nooit gezien.
            Een groep van twintig man vertrokken naar het adres dat Goro hen had doorgegeven. Ze hadden de opdracht om de plaats delict in stilte te benaderen, te omsingelen en de omgeving te barricaderen zodanig dat Shi geen mogelijkheid had om weg te vluchten. Eindelijk, een overduidelijk spoor naar de moordenaar! Maar Goro had nooit gedacht dat zijn collega en nu zelf zijn overste verantwoordelijk was voor de moorden. Soms lag de waarheid voor te grijpen, net voor je neus en toch zag je het niet. Goro dacht eraan dat hijzelf nog had voorgesteld om een aantal mensen zoals Shi uit de lijst te weren, mensen die zogenaamd boven alle verdenking stonden. Gelukkig dat hij de query voor het tijdsgebruik niet had gestart op de selectieve lijst maar dat hij de volledige personeelslijst erdoor had gedraaid. Een toevalstreffer waarvoor hij nu alle goden dankte.
            Zouden ze nog op tijd zijn? Was Yukiko Mitsukai wel het volgende slachtoffer? Ze was de laatste tijd veel gezien met Stephen March die ook een familielid had verloren aan Shi Udesama. Een diplomaat die Norino Vastai nog op het bureau had laten komen en die hem een videostick had overhandigd met verschrikkelijke beelden van de moord op zijn halfzuster Suzy Chang. Hij kon het niet geloven dat hij zoveel jaar met een psychopaat had te samen gewerkt. Weerzinwekkend was een term die hem nog te sympathiek leek om als etiket op zijn collega te plakken. Goro had nu wel al de hogere echelons overgeslagen om tot de actie over te gaan. Hij vermoedde dat er mensen waren die de hand boven het hoofd van zijn collega hadden gehouden. Daarom, als het kon, wou hij Shi levend te pakken krijgen. Goro zou het uit hem persen, desnoods met geweld. Deze zaak zou men uitspitten tot ze alle lijken uit de kast hadden gehaald. Tot ze iedereen die hier maar mee in de verste verte te maken had aan de schandpaal hadden genageld.



……..



© Rudi J.P. Lejaeghere


dinsdag 8 november 2016






Nu bij LULU uitgeverij te koop voor 5 USD in plaats van 10 USD, Engelse poëzie in solden!!! 

Drink je tipsy met Engelse poëzie van Rudi J.P. Lejaeghere
'Really a bargain'
(geen verplichting natuurlijk)
http://www.lulu.com/shop/rudi-jp-lejaeghere/a-glass-of-poetry/ebook/product-22437672.html

Hier een paar uittreksels:

A flight full of words

...sentences taken
from my lips
by the wind,
swirling through each other,
stringed together in a meaning...

A look inside

...I don’t know if it was
just a coincidence
or less than intention,
but without willing
I looked inside and saw...

 

Amen

...in pain, drawn on his distorted face
signed by shades on his hollow cheeks
the blessing of the cross,
his final placein the living world,
with his eyes he seeks...

Aromatic spell

...Frankincense, patchouli and wild, wild sage,
I taste the heaven, the sea and the stage...

As the song


...Can I sing a blackbird
or a lark in the air
do I want to butterfly a flower...

Autumn siege


...A blanket full of hues of grey
glides hazy in quiet past
sad clouds of fall that trave...


maandag 7 november 2016

woensdag 26 oktober 2016

Requiem: Hoofdstuk 49 (2e deel)














....


            De autobot waarin ze zaten was geen gewone doordeweekse autobot die men gebruikte om naar het werk te gaan of om te gaan shoppen in het weekend. Het was een kunstwerkje van Edmond Foster.  Van buitenaf zou je misschien als enige opmerking kunnen geven dat hij iets groter uitviel dan vele van de voertuigen die men heden ten dage tegenkwam. Hij had een perfecte verhouding lengte ten opzichte van zijn gewicht en stroomlijn, waardoor hij al heel wat sneller bewoog dan het gewone vervoermiddel. Onder de motorkap had onze fysicus ook wat kleine veranderingen aangebracht die het vermogen van zijn vervoermiddel verdubbelde. Het was zijn enige hobby. Het pimpen van auto’s en opdrijven van hun mogelijkheden. Hij had binnenin de cabine allerlei snufjes ingebouwd. Van stereo-installatie tot een bar met koeling voor de champagne. Zelfs een systeem die alle camera’s en radars kon opsporen en probeerde te ontwijken. Edmond Foster had nog nooit een snelheidsboete gekregen, niettegenstaande hij wel hield van de kick van het testen van de kracht en de snelheid van de voertuigen die hij persoonlijk onder handen had genomen.
            ‘Ik hoop dat Gekko het juist geeft met het virus en dat het zich doorzet naar de soldaten die de Nieuwe Wereld gaan aanvallen. Jammer, heel jammer voor de gevolgen voor die mensen, ik krijg er soms nachtmerries van,’ sprak een bezorgde vrouwelijke stem.
            ‘Dat heb ik gehoord, Lucy!’ klonk het streng in haar oortje. ‘Maar je hebt volkomen gelijk. Iedereen maakt ooit eens een fout…ik hoop enkel niet dat ik de mijne juist nu heb gemaakt.’ Dat was Gekko weer, verwaand en toch anders. Alles wat hij zij kon zo verkeerd begrepen worden, maar wie hem kende, wist dat hij een gouden hart had en het allemaal goed bedoelde.
            Gekko had via de satelliet en Edmond vanuit zijn bolide geen bedrijvigheid gezien rond de toren. Enkel de komst van die Philip Collins, maar blijkbaar had Iléna daar komaf mee gemaakt. Waarschijnlijk was er meer commotie in de ondergrondse parking ter hoogte van de lift naar De Kelder.      
            ‘Klaar,’ zei Iléna. ‘Nu kan ik enkel nog wachtten, Gekko?...Gekko, ik hoor je niet meer.’ Iléna probeerde nog een aantal maal Gekko op te roepen maar er kwam geen reactie meer.
            Edmond en Lucy hadden enkel nog haar eerste woord gehoord. ‘Klaar?’ en dan viel alles uit. Ze kregen ook geen verbinding meer met Gekko, nog met Joeri en Volkov als ze op een andere frequentie probeerden die Gekko voor hen had voorzien.
‘Problemen?’ vroeg een angstige Edmond.
Lucy beet het laatste restje nagel van haar pinkje af. Ze had er voor gekozen om thuis te blijven, maar achteraf gezien was dit misschien een verkeerde keuze geweest. Nu moest ze alles van zo ver meemaken, enkel verbonden via het oortje. Maar nu hoorde ze niets meer. Ze moest zich bedwingen om niet in haar eigen wagen springen en zich naar de ‘Old World Highest’ begeven.



……..




            Het was een vervelende taak. En tot nu toe had het geen oplossing op hun problemen gegeven. Goro Fukamizu was aan de zoveelste persoon bezig op zijn lijst. Iedereen die hij tot nu gecheckt had, was met een luizenkam geanalyseerd. Er was niets belangrijks uitgekomen. Een paar jeugdzondes die een aantal mensen hadden achtergehouden bij hun sollicitatie bij de Veiligheidsdienst. Goro was zijn tijd aan het verliezen en hij wist het. Aan de andere kant was het zo afgesproken. Hij zou de uitgedunde lijst één voor één afgaan en zijn commentaar bij iedere naam schrijven. Misschien diende het later nog voor iets, hij zou het niet weten. De tijd zou het uitwijzen.
            De tijd! Zijn gedachten werden plots in een bepaalde richting gestuurd. Hoe hersenen werkten wist hij niet, hij was geen wetenschapper. Een inspecteur of adjunct-inspecteur moest naast de harde kille feiten soms ook vertrouwen op de ideeën die door zijn hoofd flitsten,. Hij moest de grillen van zijn voorgevoelens, zijn zesde zintuig als het ware, op een zeker moment volgen en de feiten naast zich neerleggen. De stille stemmen die hem leidden in een onderzoek waren even belangrijk. Goro had een volledige lijst  van slachtoffers met een korte beschrijving waar en hoe ze om het leven waren gekomen. Maar wat vooral van belang was in dat wat hem nu door het hoofd spookte was de dimensie ‘tijd’. Tijd kon hem hier iets leren.
            Aan de ene kant had hij een lijst met eventuele mogelijke tipgevers of een mol binnen de Veiligheidsdienst en aan de andere kant had hij de gegevens over de slachtoffers van de seriemoordenaar. Hij verwerkte in zijn analyse een aantal parameters die zouden checken waar de personen van de lijst zich bevonden ten tijde van de moorden. Waren ze thuis, waren ze op hun werk of hadden ze op dat moment geen alibi. Zijn vinger hing boven de knop om de query te starten. Plots schoot hem iets door het hoofd. Hij had vertrouwen in de snelheid en de kunde van de hedendaagse software. Hij maakte daarom nog een aantal aanpassingen en liet zijn query los op de databanken die ter zijner beschikking stonden.
            Nu was het wachten op het resultaat van zijn vraag. Gans het werkje begon hem op de duur tegen te staan. Shi, nu leider van het onderzoek, had de bevoegdheden overgedragen gekregen van de overleden hoofdinspecteur. De laatste dagen had dit aan de kwaliteit van hun samenwerking geknaagd. Ze meden elkaar als het enigszins mogelijk was. Elk op zich, verantwoordelijk voor een aantal mensen, hadden ze hun orders doorgegeven. Het apparaat werkte…soms traag…maar uiteindelijk met de middelen die zij ter beschikking kregen, werden er resultaten geboekt.
            Hij nam nog een thee in afwachting dat zijn query klaar zou zijn en uitgeprint werd. Na deze zaak zou hij andere katten te geselen hebben. Zijn toekomst zou een andere weg inslaan. Zijn verantwoordelijkheid, als vader, zou even belangrijk worden als zijn functie op het werk. Het zou moeilijk te combineren zijn, dat hadden hij en zijn vrouw al besproken. Nu hij de hoofdpost had mislopen met de daarbij horend financiële beloning was dit niet evident.
            Hij hoorde het geklik van de printer die zijn resultaten aan het uitspuwen was. Goro haastte zich en nam scheurde de eerste bladeren af. Met zijn vinger liep hij de commentaar en de crossreferenties na die hij in de query ingebouwd had. Een naam kwam steeds naar voor. Een persoon die bewonderenswaardig altijd dicht bij de plaats van de misdaad aanwezig was. Zijn tijdsgebruik was de rode lijn die evenwijdig liep met de tijdlijn van de moorden. Hoe kon dit? Hij begon de antecedenten van deze persoon dieper te onderzoeken. In dit geval moest hij zeker zijn van zijn zaak!



……..



            Michael stapte langzaam buiten de serre met zijn Nihonto in de aanslag. Ik was ongewapend. Nou ja, niet helemaal. Een Kami Akai’s wapen was zijn lichaam. Ik wist dat het heel link zou worden. Iedere kans die ik kreeg zou ik moeten benutten. Het zwaard weerkaatste het licht van de zon. Ik moest hem buiten de serre houden, weg van Stephen. Ik schoof een paar passen achteruit en Michael volgde gedwee, zeker van zijn overwinning. Tussen de serre en het theehuisje was er ruimte genoeg om tot actie te komen. Ik regelde mijn ademhaling, zodanig dat ik vanbinnen alle gedachten uitsloot. Ik moest onbevooroordeeld beginnen aan het gevecht, wat de man ook had gedaan. Ik nam een verdedigende houding aan, probeerde de wind te voelen, de geuren rond mij te scheiden en te definiëren. Ik liet de kracht van de aarde door mijn voeten vloeien en nam in mijn vuist de kracht van het licht…en sloot even mijn ogen!
            Ik voelde de luchtverplaatsing van zijn lichaam nog voor Michael mij bereikte en de zwaai van zijn armen had ik voorzien. Terwijl ik reeds een uitwijkende beweging naar rechts maakte en mijn lichaam naar de grond bewoog, zoefde het zwaard boven mijn hoofd en sneed de lucht in stukken waar ik juist had gestaan. Mijn benen maakten een zwiepende beweging, met de bedoeling Michael te vloeren. Maar die had hij ook zien aankomen. Hij sprong in een zwierige salto over mij heen en ik stond nu dichter bij de serre dan hem. Wat juist mijn bedoeling was geweest. Ik liet geen tel verloren en in een paar tellen was ik bij de  deur van de serre en keerde me juist op tijd om. Ik deed een pas vooruit en kon met gekruiste armen, de hoge slag voordat hij toekwam opvangen bij het handvat van de Nihonto. Met al mijn kracht die ik in me had, gaf ik Michael een knietje. Het is en blijft een dooddoener, maar de knie van een vrouw is een gevaarlijk wapen voor de edele delen van de man. Michael blies in een keer al zijn adem uit en trok zich met een pijnlijk gezicht achteruit, maar niet vooraleer ik toesprong en hem nog een schop toediende tegen zijn schouder. Ik had op zijn hoofd gemikt, maar hij struikelde half over een lage struik zodanig dat mijn stomp zijn doel voor een deel miste.
            De Nihonto was de sterkte van Michael had ik ontdekt. Hij miste het doorzicht van de dans van het gevecht. In de bewegingen van het zwaard was hij waarschijnlijk honderd procent een meester, maar zonder zijn zwaard zou hij gecastreerd zijn. Dat was mijn doel, hem ontmannen, zijn zwaard ontnemen als ik de kans kreeg en dan hem de kracht van de Kami Akai laten voelen. Een wezen zoals hij verdiende niet minder. Met alle voorbehoud voor de opdrachtgevers, maar ‘hij’ was de man die mijn ouders had vermoord. Voor de rest zou Jack zorgen, schoot me even door het hoofd. Ik liet Michael de tijd om zich te hernemen, weer adem te krijgen en zijn woede aan te wakkeren door een glimlach op mijn gezicht te toveren. Een lach die mijn oog nooit zou bereiken. Niet omdat hij direct weer in de aanval ging, maar ik kon niet vrolijk zijn om de beul die mijn ouders doodde.
            Hij was letterlijk en figuurlijk geraakt in zijn mannelijkheid. In zijn ogen gloeide een waanzinnige blik toen hij toesloeg, een uitdrukking van woede en weerzin, een vat vol kwaad dat hij op mij wou neer laten komen. Ik had hem de weg naar Stephen ontzegd. De deur van de serre was door mij versperd en voorlopig was Stephen veilig.
            Michael had het deze keer op mijn benen voorzien, misschien om mij eerst immobiel te maken en dan het werk met een genadeslag af te maken, maar wat ‘hij’ kon, was voor mij een peulenschil. Ik ontweek keer op keer zijn zwaard, voelde zijn aanvallen al voor hij ze inzette. Zijn ogen verraden hem telkens bij elke aanval. Het zweet liep over zijn voorhoofd  en in zijn ogen. Hij veegde af en toe met zijn mouw over zijn voorhoofd.
            Ik nam een risico en liet de deur van de serre onbeschermd en cirkelde rond hem. Ik nam positie met de zon in mijn rug. Michael dacht niet meer aan Stephen wist ik. Hij wou mij eerst verslaan en kleineren. Genoeg, ging het door mijn hoofd! Ik spande al mijn spieren en bleef in een afwachtende houding staan. De sprong van de tijger was een van de moeilijkste bewegingen in de Kami Akai. Je moest snelheid, kracht en accuratesse combineren. Bij een mislukking zou ik gewond  geraken, want ik moest rapper dan zijn zwaard zijn.
            Hij begon zijn beweging met een achterwaartse zwaai om zijn zwaard kracht te geven, maar dan was ik al vertrokken en op het moment dat hij halverwege zijn bedoelde slag was, had de tijger hem geveld. Mijn lichaam kwam als een kogel tegen hem terecht. Mijn duimmuis die niet zo zacht was als de naam zou vermoeden, kwam tegen zijn kin terecht, een klein foutje want die was bedoeld voor zijn neus. Mijn andere hand maakte een fractie van een seconde later contact met zijn borstbeen. Het resultaat was dat hij als een blok neerging en zijn Nihonto losliet!
            Ik snelde naar zijn wapen, nam het vast en slingerde het ver weg in de tuin. Michael lag als een vis op het droge te happen naar lucht en zijn ogen draaiden in zijn hoofd van de slag tegen zijn kin. Ik liet geen seconde verloren gaan en sprong op hem, pinde hem met mijn knie tegen de grond en gaf hem een paar rake klappen. Ik trok mijn linkerarm achteruit en spande mijn spieren voor de genadeslag. Nu zou ik zijn neus niet missen en het neusbeen in zijn hersenen slaan. Ik zag het gezicht van mijn ouders voor mijn ogen flitsen en alle kracht werd in die ene slag voorbereid!

copyright Rudi J.P. Lejaeghere




donderdag 20 oktober 2016

Nominatie van Kurt Lejaeghere de meest beloftevolle jonge wetenschapper, EOS-pipet 2016

Ria en ik zijn blij om te laten weten dat onze oudste zoon, Kurt, genomineerd is voor de EOS-pipet 2016, de bekroning voor de meest beloftevolle jonge wetenschapper.

Met de link hieronder kan je het artikel van EOS (partner van Scientific American) lezen en kan je voor hem stemmen. Alvast bedankt ook in naam van Kurt

Nominatie van Kurt Lejaeghere de meest beloftevolle jonge wetenschapper, EOS-pipet 2016

Ria en ik zijn blij om te laten weten dat onze oudste zoon, Kurt, genomineerd is voor de EOS-pipet 2016, de bekroning voor de meest beloftevolle jonge wetenschapper.

Met de link hieronder kan je het artikel van EOS (partner van Scientific American) lezen en kan je voor hem stemmen. Alvast bedankt ook in naam van Kurt

vrijdag 14 oktober 2016

Requiem: Hoofdstuk 49 (1e deel)














49



            ‘Jack! Wat een verrassing. Mijn God, ik dacht dat je dood was. Men vertelde me dat je aan je verwondingen bezweken was. Schat, wat ben ik blij…’ haar stem stokte toen hij zijn Glock 22 op haar richtte. ‘Wat doe je nu, Jack?’ Ze was verwonderd dat hij bij haar was geraakt. Ze had ondertussen al drie maal op de alarmknop onder haar bureau geduwd om haar veiligheidsmensen op te  roepen. Normaal gezien konden ze ieder moment de deur platlopen en Jack overmeesteren. Maar ze wachtte tevergeefs! Niemand kwam en het bleef stil.
            Jack zag haar verbleken en glimlachte. ‘Senator Angela White… “De Witte Engel”, geef toe, niet echt origineel. Mag ik je uitnodigen, Senator White voor een glaasje,’ en hij wees met zijn pistool naar de bar in haar bureau. ‘Voor mij een Chivas…een Original, als je dat hebt, ik denk dat ik iets te vieren heb. Moest ik een drankje kiezen voor jou zou ik het bij iets heel sterks houden, je zou het straks nog nodig kunnen hebben.’
            ‘Ik begrijp het niet, Jack,’ haar ogen schoten vuur en zochten naar een weg om uit deze impasse te komen, ‘waarom die vijandelijkheid? Wat heb ik je misdaan, ik dacht gewoon dat je gestorven was aan je verwondingen en dokter Yiu Sing gaf geen teken van leven meer. Ik ben er tot op de dag van vandaag nog niet goed van. Dan verschijn je voor mijn neus, gezond en wel en ik ben formidabel blij je te zien, blij dat je leeft en ik weet niet wat of hoe dit allemaal kan? Maar je bedreigt me hier, in mijn eigen huis met een wapen? Wat in hemelsnaam denk je dat ik je misdaan heb, is alles goed met je? Moet ik medische hulp inroepen?’
            Jack lachte. ‘Roep zoveel heiligen en helpers als je wilt. Niemand zal je horen. Je bent door God en je vrienden verlaten. Maar blijf van je mobieltje af of ik schiet je recht in je hand. En…het knopje onder je bureau, als je nog eens wilt duwen voor mij moet je het niet laten, maar ik denk dat je ondertussen mag veronderstellen dat we niet direct zullen gestoord worden! Dan geeft ons wat tijd om te keuvelen over de goeie ouwe tijd en nog een paar zaken die ons aanbelangen.’
            Senator Angela White’s gezicht werd nog bleker dan het al was. Jack had haar Veiligheidsdienst uitgeschakeld. Ze besefte dat ze hem had onderschat. Zes getrainde mannen die de orders kregen eerst te schieten en dan pas vragen te stellen. Jack had wel schrammen, maar als ze goed keek waren deze al aan het genezen. ‘Jack, je moet iets verkeerd begrepen hebben, nogmaals wat heb ik verkeerd gedaan? Je vroeg om hulp en ik heb je een dokter gezonden. Ik weet dat dokter Sing je gevonden heeft in de grot waar Michael zich verschool. Om de liefde Gods, wat is er gebeurd, vertel het me?’ Ze moest haar toneeltje spelen, ze kon zich niet veroorloven om tegen een professioneel huurmoordenaar als Jack Sterlington iets toe te geven. Maar hij was haar minnaar geweest, kon dat niet meetellen? Ze bewoog haar rechterhand langzaam naar beneden. In een lade zat een geladen semiautomatische Baretta 9mm. Het was een oudere versie van een pistool die ooit nog door het Amerikaanse leger gebruikt werd. Ze kon ermee overweg en het wapen was goed onderhouden. Ze hield van het wapen omdat het een cadeau van haar vader was en het een prachtig exemplaar was, uitgevoerd in goudkleur en met een houten gepolierde kolf. Als ze maar één klein kansje kreeg…
            ‘Nee, Angie…probeer dat niet of ik schiet je vingers eraf. Je bent geen partij voor mij. En trouwens, ik wil je heel kort vertellen wat er gebeurd is.’
            Senator White keek hem met gespeelde verbazing aan. Haar hand trok ze terug alsof ze zich gebrand had. Op dit moment waren de troepen van Douglas Porter onderweg. De opdracht voor de aanslag op de president en de vice-president waren doorgegeven. Het was een sneeuwbal die aan het rollen was en Jack zou hem niet stoppen. Maar zou hij haar doden? Dan was alles voor niets geweest.
            ‘Een heel korte samenvatting in enkele woorden, Angie.’ Hij wist dat ze die vervorming van haar naam niet graag hoorde. Een reden te meer om hem te gebruiken. ’Code 99 ontvangen, antwoord Code 37, ik herhaal code 37,’ en hij keek haar onbewogen aan.
            ‘Ik begrijp die spionnentaal niet, Jack. Wat betekenen die codes, God, wat doe je me aan, ik word er niet goed van.’ Ze wuifde zich met haar hand wat lucht toe. Geen toneel zag Jack, want er begonnen zich kleine zweetdruppeltjes op haar voorhoofd en bovenlip te vormen. Ze deed het in haar broek van angst. Angela White wist wel degelijk wat er gaande was!
            ‘Als je denkt dat je te maken hebt met een onnozelaar, Angie, dan doe je me onrecht. Ik weet dat je die codes in je tweede linkerschuif liggen hebt, met nog vele andere, die allemaal iets betekenen. Code 99 is de opdracht om iemand te vermoorden en code 37 is die voor de aanvaarding van de job. Ik heb die zin met die codes horen uitspreken door dokter Sing. “Jij” hebt hem opdracht gegeven op me te vermoorden…Neen, ontken het niet, beledig mij niet nog meer dan je al hebt gedaan. Hij heeft het me trouwens onder wat lichte druk verteld.’
            Angela White zakte wat door, haar ogen vertoonden angst. Angst voor zichzelf. Angst om het proces wat ze in gang had gestoken niet zou overleven. Ze had geen medelijden met de families van de soldaten die hun man of vrouw voorgoed verloren waren omdat hun herinneringen aan hun geliefden waren gewist. Ze had geen medelijden met al die slachtoffers die Michael had gemaakt. Ook niet met de slachtoffers die het leger zou maken in de Nieuwe Wereld. Ze dacht enkel aan zichzelf, aan de tijd en de moeite die ze in de zaak had gestoken. De overtuigingskracht, die ze tegenover de mensen die ze aangetrokken had om de financiering van het project rond te krijgen, had moeten gebruiken. De overreding van een grote groep senatoren die ze aan haar kant had gekregen, mits hier en daar wat emotionele chantage. Al dat werk voor niets?
            Ook Jack besefte dit allemaal. Hij kon deze gedachten in de smekende uitdrukking in haar ogen lezen. Zelf voelde hij zich even schuldig dat hij een eind weg mee was gegaan op die weg, samen met dat egoïstisch kreng dat enkel maar aan zichzelf dacht.
‘Schenk ons dus iets in, Angie, we wachten even op het ochtendjournaal. Ik denk dat je trouwens sowieso nieuws verwacht, niet?



……..



            Joeri en Nikolaj hadden de CCD ontmanteld en hadden via de hardware die bloot kwam te liggen een verbinding kunnen leggen met de harde schijf - waarop er  wel een USB-aansluiting te vinden was – en hun stick met het Requiemvirus. Ze hadden de opdracht op het loshangend toetsenbord ingetikt en de software van de stick werd gedownload in de CCD. Hoelang dit zou duren, wisten ze niet. Gekko had geen kennis van de CCD. Hij had verondersteld dat hij zou werken als een gewone computer en daar had hij gelijk in. Maar de overdrachtsnelheid hangt af van het apparaat met de laagste snelheid. Het kon de stick zijn, maar ook de CCD. Ook Gekko wist niet hoelang de download zou duren.
            Ze hoorden al een tijdje lawaai aan de andere kant en ieder moment konden ze bezoek verwachten. Ze gaven een sein naar Gekko die op zijn beurt Iléna verwittigde. Zij wist wat ze moest doen. Iléna spoedde zich naar de afgesproken plaats op het gelijkvloers en begon aan een werkje wat ze niet gewoon was.

            Buiten de Old World Highest wachtte een donkerblauwe autobot met een lijvig persoon aan de console en ergens thuis zat een zenuwachtige vrouw die wenste dat ze met Edmond was meegegaan. Ze hadden beiden de operatie mee gevolgd en hoorden juist dat Gekko nog maar eens Iléna aanspoorde om haast te maken. Edmond Foster zweette, maar dat deed hij meestal. Nu was het echter van de spanning. Hij wou zijn deel doen in de operatie en zijn compagnon Lucy Nicholson zat op haar vingernagels te bijten van angst dat Joeri iets zou overkomen. Ze had ook zo’n ding in haar oor gestopt en kon op die manier ook de gesprekken volgen. Ze had wel sympathie voor Nikolaj, maar ondertussen was Joeri haar vriend en minnaar geworden. Op haar ouderdom had ze dit nooit meer verwacht  en dan nog met een Rus. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf. Hij was anti-Russisch geweest, oude ideeën en gevoelens die hij van zijn ouders had overgeërfd. Het was iets dat men niet uit zijn hoofd kon praten zolang hij leefde. En nu was ze smoor op Joeri Volkov. Liefde verlegt grenzen, zegt men. Er zou dan toch wat waarheid zitten in al die gezegden die ze vroeger als bijgeloof beschouwde!

.... (wordt vervolgd)

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


zaterdag 25 juni 2016

I fear
















To look behind over my shoulder,
To see the temporary in the pictures,
The flowers and the breakdowns,
Forgetting how beautiful, how bad,
Too far in the past,
The sight is losing ground,
The heart so sensitive and weary;

Love, the child on his way,
No seed the sower spills,
The breath hard and sultry,
The mouth embraces the lips
And scrutinizes and tastes,
Eating lips with a strawberry round.

How close the ground has come,
Days, nights too short,
All the roads and dreaming fields,
To reflect on, to muse
And missing things;

To bed down in an arch and curvature,
To blow on the little hairs around the bellybutton
And the small fluff within
Planted, a plan more or less
And never evermore so tender.

The regret about the impermanence of everything
Softly tucked in at night with an eiderdown
Of sleep and oblivion
Coming out of a little box of the pharmacist
Around the corner;

Without words and silently,
Looking only at the eyes,
Just now seeing the little crow’s-feet,
A smile is still slumbering on the face,
And it sleeps so beautiful, so peaceful:

I fear for that moment
It will be forever.

© Rudi J.P. Lejaeghere
25/06/2016


vrijdag 24 juni 2016

Ik vrees

















Over de schouder te kijken,
Het tijdelijke in de beelden zien,
De bloemen en het bezwijken,
Vergeten hoe mooi, hoe erg,
Te ver in het verleden,
Ook het zicht moet wijken,
Het hart zo week en moe;

De liefde, het kind op weg,
Geen zaad verspilt de zaaier,
De adem hard en zwoel,
De mond omvat de lippen
En doorgrond en proeft,
Eet lippen met aardbei rond.

Nader is de grond gekomen,
Dagen, nachten veel te kort,
Alle wegen, velden dromen,
Overpeinzen, mijmeren
En dingen missen;

In kromming en welving aanliggen,
De kleine haartjes rond de navel
Blazen en het pluisje binnenin
Geplant, gepland of min of meer
En nooit meer zo teder meegemaakt.

De spijt om vergankelijkheid
die ’s avonds met een deken dons
Van slaap en vergetelheid
Uit een doosje van de apotheker op de hoek
Wordt zachtjes toegedekt;

Zonder woorden stil,
Enkel maar kijken naar de ogen,
Nu pas de kraaienpootjes zien,
een lach sluimert nog op het gezicht,
en slaapt zo mooi, zo vredig:

Ik vrees voor het moment
Dat het is voorgoed.

© Rudi J.P. Lejaeghere

24/06/2016 

dinsdag 21 juni 2016

My Last Poem




This is the last and sixteenth poem in the collection 'Under the Wings of the Raven'

In rank the full collection of poems are:

1. Night
2. The Shadows
3. In the Dark
4. A Macabre Dance
5. An Hour Past Midnight
6. Field of Marble
7. The Horseman of the Night
8. A way out of the Night
9. One of the Walking Dead
10. Skeletons Skinned
11. But Sleep...not yet!!!
12. Camera Obscura
13. Werewolf
14. The Quiet after the Storm
15. Lost Soul
16. My last poem




This is my last poem,
A swan song of only black notes,
As always, I’m writing with poisonous thorns
And my dark, dark blood,
Now more than ever with the end so near.

There is no heaven, only a dooming hell,
Filled with the obligatory devils and demons,
Burning flames, with a consuming fire,
Eating away the leftovers of hope in me.

I’m crying too late the greedy tears of repentance,
Upon the road of my easy intentions,
I’m crying my words on a whirlpool of wind,
A grandiloquent cacophony of a Babel-like confusion.

A will about taking all the wrong turns,
About the loss of something I never had,
A guilt, heavier than gravity itself,
A millstone drowning me, even deeper.

Farewell, you who loved me unjustly,
Goodbye, heart eaters and soul breakers,
I’ll see you down there,
Because after all, make no mistake
Everyone deserves his own piece of hell.

Today, I’m looking for the last time at my mirror image,
I see the ugly duck, the one thought it would become a swan,
This is my irritating quacking,
Before I rest forever under the Wings of the Raven,
This is my last poem…

Or maybe not.



© Rudi J.P. Lejaeghere
21/06/2016

music: www.purple-planet.com




Mijn Laatste Gedicht




Dit is het laatste en zestiende gedicht in de reeks 'Onder de Vleugels van de Raaf'

In volgorde is de volledige verzameling van gedichten in deze reeks:

1. Nacht
2. De Schaduwen
3. In het Donker
4. Danse Macabre
5. An Hour Past Midnight (enkel in het Engels)
6. Veld van Marmer
7. De Ruiter van de Nacht
8. Een Weg uit de Nacht
9. Een van de Wandelende Doden
10. Het Klikken van Skeletten
11. But Sleep...not yet!!! (enkel in het Engels)
12. Camera Obscura
13. Weerwolf
14. De Stilte na de Storm
15. Verloren ziel
16. Mijn Laatste Gedicht



Dit is mijn laatste gedicht,
Een zwanenzang van enkel maar zwarte noten,
Zoals altijd schrijf ik met giftige doornen
En mijn donker, donker bloed,
Nu nog meer met het einde in zicht.

Er is geen hemel, alleen een verdoemende hel,
Gevuld met de obligate duivels en demonen,
Likkende vlammen met een vuur dat verteerd
Wat nog rest van de stukjes hoop in mezelf.

Ik ween te laat de gulzige tranen van berouw,
Op de weg van mijn gemakkelijke voornemens,
Ik ween mijn woorden op een wervelende wind,
Een grootsprakerige kakofonie van Babelse klanken.

Een testament over het inslaan van de verkeerde straten,
Het verliezen van wat ik nooit heb gehad,
Een schuldgevoel zwaarder dan de zwaartekracht zelf,
Dat mij als een molensteen nog dieper trekt.

Vaarwel, jullie die ten onrechte van mij hielden,
Tot ziens, hartenvreters en zielenbrekers,
Ik zie jullie daar straks beneden wel,
Want besef, ieder verdient zijn eigen stukje hel.

Vandaag kijk ik voor het laatst naar mijn spiegelbeeld,
Zie ik de lelijke eend die dacht dat hij ooit een zwaan zou worden,
Dit is mijn irriterend gekwaak,
Alvorens ik voor altijd rust onder de Vleugels van de Raaf,
Dit is mijn laatste gedicht…

Of misschien toch niet.



© Rudi J.P. Lejaeghere
21/06/2016

PS : De ingesproken versie in het Engels zal nog volgen.








zondag 19 juni 2016

Chateau Rouge: Chapter 15





















15. One for all, all for one

            Katarina was a bit shaken by the intervention of the mysterious shooter. In her ear, she still heard a sort of ringing. An effect caused by the shot that had wounded her enemy and fired just alongside her ear.
            She didn't know if she could call the marksman a foe or a friend. Had this person shot the man to rescue her from an unforgivable mistake or had he another agenda? She heard the wounded man moaning while he tried to drag himself further. He kept his leg meticulously stiff, afraid to bounce into something. She saw he had lost a reasonable amount of blood. The shooter had been right that this man was severely hurt, but he would have to give her some information before she would warn the emergency services. Jean-Pierre's live was a priority.
            With the Sig Sauer, she had fished out of the bushes she followed the blood trail that brought her to the man who saw it was useless that he was dragging himself further.
'Where's Jean-Pierre,' Katarina went straight to the point while she pushed the gun against the forehead of the gangster.
            A hideous smile appeared on the grim face of the wounded man. 'Shoot, do it Baroness Katarina. Just finish it. I'm not afraid to die. I would give everything for the Master, everything for my Lord and the Brothers and Sisters who serve him. Even my life.
            For a moment, Katarina was thrown out of balance. She thought the man would sing another song now that she hold the gun against his head, but there was no spark of fear that she could read in the man's eyes.
            'I promise to  do a good word with the police if you tell me where Jean-Pierre is.' An uncomfortable feeling started to nestle in her belly. It was as if her bowels turned into stone, and became stone cold. Maybe it was because he suspected she wouldn't hurt him. Was she prepared to go further and to pass that line from where she maybe couldn't return? How big was her love for Jean-Pierre?
            The man looked at her with a grin on his lips. 'You mustn't point with a weapon if you don't dare to use it. It doesn't fit a woman to act like a ruthless man. You'll never see your friend again, and you won't live long enough to complain about it. Your death already is written in the stars, and the Master will take care of it that it happens soon enough.
            Katarina felt the doubt slipping into her heart. Not because she was afraid of the bandit, but because of what he foretelling. This prediction of Jean-Pierre's impending death was the thing that pulled her over the line. Without asking something more, she shot the man in his other leg.
            A sudden cry witnessed of his pain but also of his surprise she eventually had fired. He cursed as a heretic between his gritted teeth while he twisted from the pain.  A short moment after that he started laughing like a madman.
            'My life for the Master,' he shouted, and he was bringing something to his mouth. Too late she realized what he had done. His eyes almost bulged out of his head, and his body started to shake spastically. Foam appeared upon his lips, and a moment later he fell backward, as dead as a doornail.
            Obviously, he had poisoned himself by taking a pill or capsule. Who was this enemy of her? She had gone from frying-pan into the fire.  It would be impossible now for her to still save Jean-Pierre.  
            A sound from the direction of the secret corridor made her startle. With her gun pointing to it, she saw two women she knew, appearing out of the opening. Cecile and Marie-Anne were looking with fear at the scene that laid out before them. A dead man with foam on his lips laying in a pool of his blood, while Katarina was swaying on her legs.
            'Katarina, is everything okay with you?' her twin sister asked as the first who came out of her astonishment. 'Are you hurt?'
            Marie-Anne looked with wide-open eyes at the gangster. Her pale face in the moonlight told that she couldn't cope with this a few seconds. The question marks were on her face, and her glances wandered from the dead man to Katarina and back.
            'No..., I mean I'm not wounded.' Cecile was just on time to capture her before she hit the ground as a result of the endured emotions. Cecile gave her the time to recover but then asked for some explication.
            After Katarina had told her story, Cecile comforting rubbed her on the back, telling her how they had landed here. Given the fact that nor Cecile, nor Marie-Anne found Katarina in the castle and that she didn't answer her mobile, they had questioned everybody and called around.
            It was Cecile that had suggested since nobody had seen her leaving, she might have crept out, using the secret corridor. When they were walking through the passageway, they had heard a shot. Eventually after the first fear they had decided to go further, so they discovered Katarina with the gun at the side of the dead gangster.
            When they talked about how to proceed from here on, Cecile got a call from François. While listening to her friend, her face changed color and became even paler. 'Alright, François, I'll wait for you on the road at the border of the forest, where the chapel is.'
            'What's that all about, Sis?' a worried Katarina asked. She had seen the fear gliding on her sister's face. She knew that face as if it was her own, and in fact, actually it was so.
            'François told me just now that he was suspended and taken off the investigation on the Chateau. They have appointed a new inspector, a certain Jean Demarets and it seems he's on his way to apprehend you for complicity in the murder at the castle. It's common knowledge that this man is a hardliner and a woman-hater. François told me his three failed marriages probably were a reason for this. He also told this man was a rival of General Tavernier.'
            'But what do we do now?' Marie-Anne asked, being rather silent till now. 'What will happen to Jean-Pierre, how...' She was very emotional. Her renewed friendship with her brother would end here abruptly before it had any chance to grow. Tears were standing in her eyes, and her lips were trembling.
            Suddenly Katarina got an ice-cold look inside her eyes while she bent to frisk the victim. She had seen him smoking. So, with a bit of luck... 'Ha,' it sounded. She got a little square packet out of the pocket of his pants and showed them the front of the box of matches. 'The New Lagoon' was a well-known nightclub from the neighborhood.
            'This doesn't concern you, but I know where to go now. You must go back to the castle, but don't tell a thing,' a grim Katarina said.
            'Out of the question,' Cecile answered immediately. 'I've asked François to pick us up at the chapel at the border of the forest. He's sure you're innocent and will help us. He's a valuable ally, Katarina. Trust me. He even wants to risk his career for you and me. That has to significate something after all.  
            Katarina hesitated but then nodded. 'We have to disappear from the radar. Marie-Anne, you stay as a guest of the Chateau Rouge, and you can stay as long as you want. You have to go back now and...'
            'Sorry, Katarina, I don't want to be impolite and forgive me I'm straightforward, but I'm not planning to stand on the sideline. Certainly not if the life of my brother depends on it. You'll have to knock me unconscious to stop me from going with you.'
            That was the other side of Jean-Pierre's sister, Katarina and Cecile suddenly started to know. A devilish smile appeared upon Katarina's face. 'Okay, then. Just like the three musketeers: one for all, all for one. Let's go the road and wait for François, our d'Artagnan. Maybe all hope is not lost yet.'
            That was the other side of Jean-Pierre's sister, Katarina and Cecile suddenly started to know. A devilish smile appeared upon Katarina's face. 'Okay, then. Just like the three musketeers: one for all, all for one. Let's go the road and wait for François, our d'Artagnan. Maybe all hope is not lost yet.'   
  
           
© Rudi J.P. Lejaeghere
15/05/2016


Back with new chapters half september. Till then!!