maandag 29 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 16










16.

            Het was nog vroeg in de morgen toen Jean-Pierre gewekt werd door Katarina die haar naakte lijf tegen het zijne duwde. Nog half slapend keek hij haar even van opzij aan. Ze duwde hem terug op zijn zij en lepelde zich tegen hem aan. Haar warme lichaam schurkte zich tegen zijn rug en achterwerk. Met haar vingers streelde ze hem, eerst in zijn nek, dan zijn schouders en armen. Ze reikte wat verder en speelde wat met zijn borsthaar. Haar hand deed verder zijn verkenning en daalde nog meer af.
            Jean-Pierre wilde zich omdraaien, maar ze duwde hem steeds terug op zijn zij. Haar hand was in zijn kruis beland en ontdekte daar dat Jean-Pierre nu volledig wakker was. Met geroutineerde bewegingen speelde Katarina met zijn mannelijkheid, waarbij ze af en toe ophield. Ze wou zijn plezier niet te gauw beëindigen. Ze kuste hem in de nek en op zijn schouders en haar lippen gingen dezelfde weg als haar handen. Tot ze met haar hoofd in zijn schoot hem uiteindelijk tot een climax bracht.
            ‘Goede morgen, Jean-Pierre. Hoe kan je een dag het best beginnen, dacht ik zo? Heb ik de juiste manier gevonden? Ik heb anders nog een paar varianten op dit thema. Het is nog wel een uurtje voor het ontbijt. Misschien kunnen we die tijd aangenaam doorbrengen.’ Ze lachte ondeugend naar hem vanuit een kikkerperspectief.
            Jean-Pierre trok haar omhoog en keek haar even diep en serieus in de ogen. ‘Ik denk dat ik het doe! Ik bedoel, wat we gisteren hebben besproken, ik ben ermee akkoord. Maar ik heb één voorwaarde.’
            Katarina keek hem verbaasd aan en dacht dat hij nog meer geld zou vragen. Hoe zou ze hem vriendelijk en beleefd moeten laten weten, dat er niet meer in zat. Haar moeder vond het al een exorbitant bedrag, laat staan dat hij nog meer durfde vragen.
            ‘Ik zou willen…dat jij mijn lerares wordt in de liefde. Kan dat geregeld worden of moet ik vragen aan de Barones of je daarvoor bevoegd bent? Ik heb geen idee hoe dit allemaal in zijn werk gaat, geef me wat krediet…in mijn voordeel kan ik zeggen dat ik altijd wel een snelle leerling ben geweest.
            ‘Geen probleem, schat. Ik ga van jou de beste minnaar maken die hier ooit over de vloer is geweest en dat wil wat zeggen.’ Katarina sloeg haar armen rond hem en gaf hem een innige zoen, waarbij haar tong wedijverde met de zijne. Van het een kwam het andere. Katarina voelde dat haar nieuwe gigolo blijkbaar nog niet vermoeid was. Hij drukte zich dicht tegen haar en greep haar stevig vast bij haar strakke blote kontje. Katarina fluisterde Jean-Pierre iets in zijn oor.
            Hij knikte en draaide haar voorzichtig om en legde haar op haar buik over de bedrand. Als een ros besteeg hij haar en ze spoorde hem met korte kreten aan. Hij liet zich niet onbetuigd en het duurde dan ook niet lang of beiden bereikten hun hoogtepunt.
            ‘Laten we dit maar als een eerste les beschouwen,’ zei Katarina achteraf, ‘een soort van initiatie van de riten. Welkom, Jean-Pierre.’
            Jean-Pierre voelde zich goed. Hij had gekozen voor het avontuur. Gedaan met de sleur van het debet en het credit, voorbij het cijferen en geld verdienen voor een ander. Vanaf vandaag was het enkel nog plezier beleven en er geld voor verdienen. Hij zou zijn centjes goed beleggen zodat hij na zijn tien jaar een aardige rente op het riante bedrag zou verdiend hebben. Het was aardig meegenomen als je ooit boekhouder was in een vorig leven.

© Rudi J.P. Lejaeghere

24/09/2014

vrijdag 26 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 15










15.

            ‘Hoe is het met je pupil, Katarina.’ De barones keek van uit de hoogte, een gewoonte die ze zelfs bij haar dochter niet kon weerstaan. Ze had zich een pose aangeleerd die bij de meeste mensen indruk maakte. Haar strenge blik en het zure gezicht die ze erbij trok, gaven haar het uitzicht van een knorrige oude dame. Iemand die gewoon was om gelijk te krijgen.
            Katarina dronk even van haar glas rode wijn vooraleer ze antwoordde. ‘Hij moet erover denken, Maman. Wat nu natuurlijk niet vreemd is. Ik denk wel dat hij over de brug komt. Het is een riante vergoeding die hij gevraagd heeft en dat zal wel de doorslag geven.’
            ‘Het zou jammer zijn van de tijd, we hebben dringend nieuw bloed nodig. Onze klandizie wil op tijd en stond iets anders. Ik vertrouw op je inzicht en je expertise in dit geval. Mag ik veronderstellen dat hij klaargestoomd wordt tegen het Grote Feest. Je hebt amper nog twee maanden en die zijn zo voorbij.’ De barones duwde op een knop van de videospeler, terwijl ze teken deed naar Katarina, dat ze op de sofa kon zitten. Met de afstandbediening startte ze het filmpje dat haar dochter in het geheim had gemaakt.
            Het scherm vulde zich met de naakte lichamen van Katarina en Jean-Pierre. Hun liefdesspel, een opgewonden reactie op het creatieve muziekkwartet, werd in kleuren en klanken aan hen voorgesteld.
‘Mmm, mooi lichaam,’ was de eerste reactie van de barones. Ze spoelde wat door tot het moment dat Jean-Pierre goed in beeld kwam. ‘Groot geschapen,’ vervolgde ze de keuring.
Katarina dronk gewoon verder van haar wijntje. Ze was het wel gewoon dat haar moeder de nieuwelingen nog even keurde vooraleer ze toegelaten werden. Maar ze vond het vreemd dat ze vandaag een lichte wrevel voelde bij de vaste opmerkingen van haar moeder.
‘Heb ik je ooit al teleurgesteld. Ik ken mijn taak en heb me ook deze keer keurig aan gehouden. Of niet?
‘Zeg ik dat dan?’ De barones voelde op een of andere manier het ongenoegen van haar dochter. ‘Katarina, je kent de regels, geen gevoelens voor het werkvolk. Hoe goed ze ook zijn. Is dat begrepen!’ Ze wachtte duidelijk op een bevestiging van haar dochter.
Katarina fronste haar wenkbrauwen. ‘Natuurlijk weet ik dat.’
Op dat moment kwam Madame Thérese Dupont binnen. ‘Ik zie dat jullie onze jonge hengst aan het bewonderen zijn.’ Het was een frivole opmerking van de wereldse dame, die dan misschien niet in goede aarde viel bij de barones, maar wegens de geldelijke inbreng van de vrouw, geslikt werd.
‘Ik denk dat die veel geld in het laatje zal brengen, een natuurlijk talent. Zie eens hoe hij….’ Haar zin kon ze niet afmaken. Katarina duwde op de eject-toets waardoor het filmpje abrupt werd afgebroken.
Katarina nam de cassette uit het videoapparaat en snelde zonder nog om te kijken of iets te zeggen de kamer uit.




            Jean- Pierre kon zich niet ontspannen. Zijn gedachten maakten bokkensprongen. Hij dacht aan zijn eerste kennismaking met Katarina. Was dit allemaal toeval geweest of had zij hem reeds in de gaten gehad, nog voor hij haar had gespot? Hij zocht naar zijn mobieltje, maar vond dit niet. Vreemd, hij kon zweren dat hij het in zijn vest had gestoken, toen hij zijn huis had verlaten.
            Een paar minuten later was hij weer aan het rekenen en tellen. Hij had wel eens een film gezien waar de hoofdrolspeler een kans werd geboden om op korte tijd rijk te worden. Maar er zat altijd wel een addertje onder het gras. Was dit hier ook het geval? Hij kon het niet weten, nu toch nog niet. Aan de andere kant, hij wist wat er te koop was in de wereld. Het zou voor de verandering wel eens goed zijn, dat hij daarvan iets kon verdienen.
            Hij keek door het venster. Waar was hij? Hoe was hij hier beland? Het was allemaal onder de mom van de liefde en de verrassing waar Katarina hem op wou trakteren. Maar was dit wel zo? Zoveel vragen en weinig of geen antwoorden. Het intrigeerde hem, zonder dat hij het wilde. Welke wereld was dit? Dit was nu niet het eerste het beste bordeel uit de havenbuurten. Een kasteel met een barones, met alles erop en eraan. De chic van de wereld die gul betaalde voor zijn pleziertjes. Waarom zou hij een gegeven paard in de bek kijken?
            Jean-Pierre maakte zich klaar om te gaan slapen. Het was voor hem een lange dag geweest met veel emoties. Hij besloot zijn beslissing uit te stellen tot de volgende morgen. Misschien dat hij dan wat klaarder zag. Het duurde niet lang voor hij wegzonk in verwarde dromen. Nachtmerries over rode vrouwen en edele dames getooid in lange stola’s, die op een zeker moment veranderden in meterslange slangen die rond hun naakte lijven slingerden en hen penetreerden op de meest onmogelijke manieren.

© Rudi J.P. Lejaeghere

22/09/2014

donderdag 25 september 2014

Requiem: Hoofdstuk 4 (2e deel)












          ‘Je weet dat daar nogal erge straffen op staan. Zo van die straffen waar je soms wel eens in de gevangenis kunt voor belanden. Een plaats waar je meestal door iedereen vergeten doodgaat en mag ik je er ook aan herinneren dat ze daar niet mijn favoriete pizza hebben hé…’, hij keek me uitdrukkingsloos over zijn brilletje aan en er bleef even een vervelende stilte tussen ons hangen.
‘Geen probleem,’ klonk het plots uit zijn mond, waar een geniepige grijns op verscheen. Hij schoof zijn brilletje wat hoger over zijn neus en draaide zich weer naar zijn apparatuur, ‘waar kan ik je vandaag mee van dienst zijn, een boete kwijtschelden of er iemand een geven die je als vergelding een lange neus wil maken?’
Toen ik niet direct antwoordde en hij mij terug vragend aankeek, kon ik niet op tijd de tranen wegvegen. Neen, dit wilde ik niet, zwakte tonen was voor mietjes. Ik vloekte binnensmonds maar luid genoeg om een geheven wenkbrauw te krijgen van Gekko, een zwart horizontaal vraagteken zonder het puntje dan, net te zien boven zijn flashy groen designbrilletje.
‘Toen ik de verantwoordelijke van de veiligheidsdienst vroeg of ze een spoor hadden van de moordenaar of moordenaars van mijn ouders, kreeg ik heel wat ontwijkende antwoorden. We zijn verschillende sporen aan het volgen en we kunnen u helaas nog niets concreets voorleggen. Blablabla... Je kent het wel, veel geblaat maar weinig wol…en toch had ik het gevoel dat ze meer wisten dan ze vertelden, iets belangrijks misschien. Daarom dacht ik aan jou, Gekko, als er iemand hun geheimen boven water kan halen, dat ben jij het wel.’
Gekko’s brede grimas op de lippen getuigde dat hij zich duidelijk gevleid voelde, wat natuurlijk een ingecalculeerde bedoeling was van mijn compliment. Hij hield zijn hoofd wat schuin terwijl hij een onherkenbaar deuntje neuriede.’ Oké, laten we een achterdeurtje zoeken.’ Bij mijn vragende blik verklaarde hij zich nader. ‘Ieder programma heeft een of andere ‘backdoor’, een soort van achterdeurtje waar de ontwerper of programmeur gebruik van kan maken om zich toegang te verschaffen tot het programma via een wat minder orthodoxe wijze… waarmee ik bedoel zonder het gebruikelijke paswoord van de user te gebruiken om het programma te openen.’
Zijn handen waren druk in de weer. Hij schoof schermen open, sloot weer andere, goochelde met zijn hardware en  tientallen programma’s en na een kwartier keek hij mij aan met een voldane blik op zijn gezicht:’Bingo. Mama, I’m home!’ Dit klonk nu weer als een minder geslaagde imitatie van een of andere vergeten Amerikaanse filmster uit vorige eeuw.
Niettegenstaande er sinds enige weken zelfs geen lach op mijn gezicht was verschenen, moest ik nu toch eventjes glimlachen. Gekko, gekker kon niet, maar hij was ‘The Man’. De persoon die dingen kon verwezenlijken waar een ander nog niet de eerste letter van begreep. ‘Sugoi, gaaf’. Ik zag het logo van de binnenlandse veiligheidsdienst op een van zijn schermen met daaronder één regel: Opvragen Dossier:…’.
We keken elkaar aan, ik slikte even wat speeksel weg van de spanning, en Gekko toetste volgende lettercombinatie op zijn touchscreen: ‘Mitsukai’. Geen resultaat! Arturo en Sachiko waren eveneens niet het juiste paswoord.
‘Verkeerde dossiernaam, u hebt nog 2 beurten vooraleer uw sessie automatisch wordt afgesloten’, was het laatste teleurstellende antwoord. Ik leunde ontgoocheld achteruit en probeerde mijn gedachten te ordenen. Hoe zou de veiligheidsdienst dit dossier gecatalogeerd hebben.
Honderden alarmbellen en duizenden toeters zouden wellicht bij de veiligheidsdienst afgaan bij het ingeven van een vijfde verkeerde input. Dan waren de inspanningen van Gekko volledig nutteloos, misschien zelfs gevaarlijk voor zijn persoon als ze de hacker op het spoor kwamen. Zo achterlijk waren ze bij de veiligheidsdienst nu ook weer niet. Het antwoord lag nochtans op mijn lippen, maar Gekko was net even rapper dan mijn antwoord en het woord stond er al voor ik het nog maar had uitgesproken: ‘Akai’.
Strike!’ riep Gekko triomfantelijk. Het klonk meer als ‘Striek’ maar het resultaat was er. Een waslijst van gegevens scrolde over het scherm en links van mij trad een apparaat in werking, een licht gezoem vergezelde een aantal bladeren die uit een schuif onderaan de printer tevoorschijn kwamen, naar ik hoopte, met antwoorden op mijn talloze vragen rond de dood van mijn ouders. Mijn computervriend liet mij de documenten nemen. Hij was dan misschien soms een buitenbeentje, wat hij zelf altijd met trots en met zelfspot beaamde, maar hij liet me mijn privacy…voor zover hij zijn nieuwsgierigheid voor een tijdje kon bedwingen.
‘En…?’ vroeg Gekko na één minuut.
Voor zover de grens van zijn geduld. Ik zag dat hij de gegevens afgedrukt had op interactieve slides die op dezelfde manier werkten als zijn touchscreen. Je zag bovenaan een dossiertitel met volgnummer en datum van aanmaak en daaronder bevonden zich een aantal drukpunten in het vetjes en ook een korte omschrijving van de feiten. Ik las luidop.

Paswoord: AKAI

Dossier 190756 NVNW/SA

Betreft: Arturo Mitsukai -  Sachiko Matai

Datum: 28-12-2111

Verantwoordelijken veiligheidsdienst :          Hoofdinspecteur Norino Vastai
                                                                       Adjunct-inspecteur Shi Udesama
                                                                       Adjunct-inspecteur Goro Fukamizu


Verantwoordelijke patholoog-anatoom: Kim Huang , mortuarium Sanctuary

Korte samenvatting vastgelegd op  28-12-2111:

Op maandag 28 december 2111 werden de stoffelijke overschotten van Arturo Mitsukai en Sachiko Matai, zijn echtgenote, na een anoniem telefoontje, gevonden in de tuin op het adres van  hun domicilie:  10 Chome ChiYoda-Ku, Tokio.
Blijkens de autopsie werden de slachtoffers door verschillende slagen met een scherp voorwerp diverse wonden toegebracht die tot hun uiteindelijke dood hebben geleid. Het moordwapen kan zowel een scherp mes, een soort van machete of zwaard zijn. Onderzoek naar de aard van het wapen wordt op dit moment door de onze diensten verder nagezocht.
Gezien het feit dat op hun domicilie geen bloedsporen zijn gevonden wordt verondersteld dat de moorden hebben plaatsgevonden op een andere locatie en dat de lijken na hun dood terug naar hun domicilie werden verplaatst door de moordenaar(s).
Volgens het verslag van de patholoog-anatoom moet de dood zijn ingetreden op 27 december 2111 tussen 19h00 en 20h00, dit steunende op de graad van rigor mortis op het moment van de identificatie op 28 december 2111 om 09h25. Na de gebruikelijke chemische analyses werd vastgesteld dat er sporen waren van verdovende middelen in hun bloedbanen (zie bloedanalyse). Uit deze vaststelling en uit analyse van dezelfde substantie, gevonden in het vernevelingmechanisme van de serre van de slachtoffers, kunnen we besluiten dat zij eerst verdoofd werden en daarna verplaatst werden naar de plaats delict  waar de moordenaar hen heeft gedood om hen daarna terug te brengen naar hun domicilie..

Mijn hart bonkte in mijn keel, ik had me al beter gevoeld. De verwijzingen naar foto’s van de plaats delict sloeg ik maar over en drukte op het veld van ‘modus operandi’.

De feiten klasseren zich onder de noemer van de ‘Akai-moorden’ die zich sinds een aantal maanden in de regio voordoen. De modus operandi van de dader is gelijkaardig bij alle gevallen. De slachtoffers worden eerst op een of andere manier verdoofd, daarna tot bloedens toe verwond en dan uiteindelijk met het moordwapen onthoofd wat …

Ik vluchtte kokhalzend weg naar de badkamer van Gekko, waar mijn protesterende maag zijn inhoud  nog juist op tijd in de wc-pot kon deponeren.
Anata wa daijoubu desu ka? Hoe gaat het, alles goed? Yu, alles oké?’vroeg een bezorgde Gekko aan de andere kant van de badkamerdeur.
‘Laat me even… een paar  minuutjes om mij even op te frissen,’ antwoordde het getrokken gezicht dat ik in de spiegel naar me zag kijken.  Ik zag donkere schaduwen, kleine walletjes van vermoeidheid en verdriet en met rode adertjes doorlopen ogen die me beschuldigend aankeken. Een vermoeide stem fluisterde in mijn hoofd. Waar was jij, toen je ouders je nodig hadden. Je had een verschil kunnen maken.
Ik wendde mij van de spiegel af en spoelde door. Ik had het mezelf al duizend keer voorgehouden dat ik er geen schuld aan had, maar in mijn hoofd spookte en kwelde mij de gedachte dat ik hen ergens in de steek had gelaten. Het was mijn verbeelding en ik wist dat het niet waar was, maar soms dacht ik dat men mij beschuldigend aankeek, dat er achter mijn rug om gebabbeld werd. ‘Kijk daar, Yukiko Mitsukai, zij was er niet om haar ouders te redden.’ Het deed pijn, God wat deed het pijn!
            Gekko keek me even verontrust aan toen ik weer binnenkwam. Ik rechtte met alle kracht die ik op dat moment kon opbrengen mijn kin. Het was een weerbarstig gebaar en dat droeg zijn voldoening weg. Ik nam het dossier weer op waar ik het in allerijl had achtergelaten en mijn ogen vlogen over de rest van het dossier. Twee namen waren mij opgevallen. Er waren een aantal slachtoffers gevallen onder bendeleden van de ‘Skeelers’. Toevallig kende ik iemand van die straatboefjes. De andere naam deed wel een belletje rinkelen maar ik kon hem niet direct thuiswijzen.
‘Stephen March, wat zegt me dat,’ vroeg ik me af.
‘Je moet op zijn naam drukken, Yu, als er informatie aan verbonden is, zal die waarschijnlijk wel aan zijn naam gekoppeld zijn.’ Ik schrok even. Had ik mijn gedachten luidop uitgesproken? Ik moest dringend slaap inhalen of er zouden ongelukken gebeuren. Ongeduldig tikte ik op de naam Stephen March die in tekst op de interactieve slide in het vetjes was gedrukt.


woensdag 24 september 2014

Berthed












I’m riding the wind
see flows in the air
it’s harbouring ships
and shear foam of the waves
while shouting over the jetty

beside the fisherman lays
embedded in ice
the catch on its last gasps
in silent staring

I dive and I float
the warmth of the haven
the fish are berthed
stripped of their sea
and intestines.

© Rudi J.P. Lejaeghere
21/09/2014

De vrouw in het rood: Deel 14










14.
            ‘Excuseer?’ Jean-Pierre was uit bed gesprongen, nam zijn broek en wurmde zich in zijn kleren. Het was de eerste keer dat hij zo bewust was van het feit dat hij naakt was. Zijn gedachten sprongen van het ene feit naar het andere. Was het dat wat hij gezien had bij Frau Bertha Hofmeister? Een veredelde gigolo die rijke dames plezierde? Wat voor een kasteel was dit eigenlijk? Nu hij alles op een rijtje zette, begon hij te beseffen dat hij niet eens wist waar dit kasteel zich bevond. Frankrijk ja…of zelfs dat niet. Hij had in de limousine geslapen, wat hij ook al vreemd vond. Er klopte iets niet!
            ‘Katarina, neem je me in de maling, is dit een soort van practical joke?’ Hij keek haar met vragende ogen aan, verwachtte dat ze hem meer uitleg zou geven of dat ze plots zou zeggen dat hij het slachtoffer was van een programma met een verborgen camera.
            Ze knikte ontkennend. ‘Neen, mijn schat, ik ben nog nooit zo serieus geweest in mijn leven. Alles wat ik je heb aangeboden is pure realiteit. Denk er nog eens goed over na. Je kan in relatief korte tijd heel rijk worden. Je hebt een prachtig lichaam dat je goed weet te gebruiken. Het is aan jou om je toekomst te kiezen. Een saai werkleven tot je pensioen en dan uitgeblust nog wat luttele jaartjes genieten vooraleer je dood gaat of geld verdienen al genietend en verder nog een gevuld en luxueus leven leiden.’
Ze begon zich nu ook aan te kleden. Blijkbaar had ze haar punt gemaakt en wou ze hem tijd laten om alles te laten bezinken. Jean-Pierre wou eerst direct weigeren maar kon niet nalaten te cijferen zoals hij gewoon was. Het was veel, heel veel geld. Maar was alles met Katarina dan toneel geweest? ‘Heb je me met dit doel verleidt, Katarina?’ Hij moest de waarheid weten.
‘Het was allemaal echt, Jean-Pierre. Ik heb nooit gezegd dat ik van je hield. We hebben goede seks gehad. Dat kan je moeilijk ontkennen. Het klikte gewoon. Maar je bent meer dan dat, je …hebt gewoon een aanleg om een vrouw te laten genieten. Er zal je niet veel moeten aangeleerd worden.’
Jean-Pierre trok grote ogen. ‘Aangeleerd? Is er daar dan een school voor?’ Hij zag in zijn verbeelding al een aantal studenten in een klas zitten en de juffrouw die vooraan op het bureau standje negenenzestig met een vrijwilliger aan het voor tonen was. Zonder dat hij het kon voorkomen gleed een glimlach over zijn lippen.
‘Is dat een ja?’ vroeg Katarina die dit niet ontgaan was. Ze zou diep in haar portemonnee moeten gaan, als hij zou toestemmen. Het was het waard en het zou toch doorgerekend worden aan de klanten. Jean-Pierre besefte niet wat de dames van de high society wilden betalen om wat kleur te brengen in hun saaie leventje. Er zat sowieso nog een mooie winst voor haar aan.
‘Ik zeg niet neen maar ook geen ja. Katarina, kom, je beseft toch wel dat dit gewoon te gek is voor woorden. Het is een andere wereld. Ik ben een simpele boekhouder, geen…hoer!’ Het woord was eruit. Hij had het eerst niet willen zeggen, maar het was gewoon wat het was. Toch bleef het rekensommetje voor zijn ogen hangen. Wat wou hij van zijn leven maken? Moest hij zich met iemand rekening houden? Hij was alleen, zijn ouders waren gestorven en de enige zus die hij had, woonde in Amerika en had hij al jaren niet meer gezien. Met de rest van zijn familie had hij hoegenaamd geen contact. Neen, hij moest met niemand rekening houden.
‘Ik…ik moet er langer over denken, Katarina. Weet je moeder van dit alles? Kan je dat wel maken als dochter van een barones?’
Katarina lachte. ‘Mijn moeder is voorzitster van de Raad van Bestuur van onze onderneming. Alle mensen die je vanavond hebt ontmoet zetelen daarin. Het is de gewoonte dat we bij de eventuele werving van een nieuw lid voor onze ploeg, elk bestuurslid uitnodigen en zijn goedkeuring  vragen. Natuurlijk moet het lid ook toestemmen, dat spreekt voor zichzelf.’
‘En wat was het oordeel van de Raad van Bestuur?’ wilde Jean-Pierre toch weten.
‘Ik zou je het voorstel nooit gedaan hebben als zij niet akkoord waren. De stemming was unaniem in je voordeel, Jean-Pierre.’ Katarina wandelde naar de  deur van zijn kamer. ‘Denk er dus nog even over na. Morgenochtend laat je me dan maar weten, wat je beslissing is. Akkoord?’ Ze wachtte nog even met de klink van de geopende deur in haar handen.
‘Akkoord,’ zei Jean-Pierre zacht, reeds verzonken in gedachten. Gedachten over naakte baronessen, blote ministervrouwen en veel geld.

© Rudi J.P. Lejaeghere

20/09/2014

dinsdag 23 september 2014

Captivating










I want to be the seed and the fruit
your cross pollination,
a hummingbird
the turmeric in your mustard

at least the lines
on the leave
my rosemary

where I shall write
some words between
eternally green
eternally captivating

anointed with the blue
of lavender
sky of the heaven
squeezed

out of two rainbows
I want to live in you.

© Rudi J.P. Lejaeghere

21/09/2014

De vrouw in het rood: Deel 13










13.

            Jean-Pierre keek zijn bedpartner lachend aan. ‘Hoe persoonlijker kan je worden als je ziet dat ik hier naakt lig te bekomen van de beste seks die ik ooit heb gehad? Vraag maar raak.’ Hij kuste haar zacht op de lippen. Een tedere kus die in niets geleek op de harde zoenen van hun voorspel.
            Ze streelde even zijn wang. ‘Ik weet het, heden ten dage is men zo vrijgevochten dat seks heel wat meer bespreekbaar is dan vroeger. Men is losser over zijn seksleven dan over zijn portemonnee. En mijn vraag heeft uiteindelijk te maken met geld.’
            Zijn bevestigend hoofdknikje liet Katarina weten dat hij het er volledig mee eens was. Er waren veel taboes geslecht over de laatste twintig jaar, maar het blootleggen van iemands persoonlijk financiële toestand was er zeker geen van. ‘Oké, dus als je maar niet om geld vraagt, zit het wel snor denk ik.’
            ‘Neen, Jean-Pierre, dat zou ik nooit doen, integendeel. Ik wil je eigenlijk vragen hoeveel je als bediende verdiend? Wat je netto in je handen overhoudt.’ Katarina observeerde zijn gelaatstrekken. Was ze te ver gegaan? Als hij nu daarop zou afknappen, was al haar moeite voor niets.
            ‘Ik weet het, Katarina, ik ben niet van zo’n goede komaf als jij. Ik kan me geen limousines veroorloven of verblijven in een Frans Château. Maar ik schaam me daar ook niet om. Als dat een struikelblok voor je is, zeg het me het rechtuit. Dan zetten we er direct een punt achter.’ Het klonk iets harder dan hij bedoeld had, maar hij wilde niet hebben dat er een misverstand ontstond over deze zaken.
            ‘Absoluut niet,’ haastte Katarina zich, ‘nee, Jean-Pierre, als je me antwoord geeft op mijn vraag, wil ik je een voorstel doen. Dus…hoeveel betaalt men je?’
            Jean-Pierre dacht even na. ‘Ongeveer 2.500 euro netto, maar ik heb ook een bedrijfswagen.’
            ‘Hou je van je werk, zou je als je hetzelfde loon kreeg, iets anders willen doen. Sommigen hebben van hun hobby hun werk gemaakt en dat zijn meestal heel gelukkige mensen. Hoe denk jij daarover?’
            Achterovergeleund tegen het hoofdeinde van het bed, wikte Jean-Pierre even zijn woorden. ‘Nou ja, boekhouden is nu niet meteen het spannendste beroep, dat besef ik wel. Ik ben wel graag met cijfers bezig, maar als men mij evenveel zou betalen voor…laat ons zeggen wijn proeven, zou ik direct overstappen. Ja, dat wel.’
            Katarina toverde een glimlach op haar gezicht. ‘Als ik je nu het dubbele zou krijgen voor…een ietwat speciale job. Hoe zou ik het omschrijven? Wanneer je geld zou krijgen om plezier te hebben en tegelijkertijd iemand anders te plezieren, wat dan, Jean-Pierre?’
            ‘En ik zou er zelf ook plezier aan beleven? Waarom niet, ik zou heel gek moeten zijn om dit te weigeren. Is die job dan van beperkte duur of niet? Je kan dan misschien wel meer verdienen, maar als je na een paar jaar op de straat staat, dan ben je ook nergens.’
            ‘Je hebt natuurlijk gelijk,’beaamde Katarina, ‘ laten we zeggen dat je die job toch een tiental jaar kan doen.’ Ze zag dat Jean-Pierre fronste. ‘Maar daar kunnen we rekening mee houden. Als je normaal gezien een loopbaan van 35 jaar rekent en je kan maar tien jaar werken, moet je zorgen dat je op zijn minst vier maal zo veel verdient. Ben je akkoord?’
            Jean-Pierre vond het allemaal wat vreemd. Katarina sprak in raadsels en als er iets was, wat hij verfoeide was het juist dat. Hij wou haar echter niet tegen het hoofd stoten, ze had hem verrast met dit mooi verblijf op het kasteel van haar moeder en hij wou niet ondankbaar lijken. ‘Natuurlijk, het moet de moeite waard zijn.’
            ‘Dus als je 10.000 netto per maand zou verdienen en laat ons zeggen op het einde van het jaar nog een premie van hetzelfde bedrag, zou je dan van job veranderen?’ Ze keek hem geconcentreerd aan. Nu was het van het allergrootste belang wat hij zou antwoorden.
            Het duurde even voor Jean-Pierre antwoordde. Hij rekende en telde zoals hij gewoon was in zijn beroep. ‘Het is te weinig en ik zal je zeggen waarom. Als je na die tien jaar, met weliswaar een mooie spaarpot, stopt met werken dan heb je nog een half leven over. Dan heb je niet genoeg als je goed wil leven. Vijftienduizend per maand en een premie van 50.000 op het einde van het jaar zou het heel wat leuker maken, vind ik.’ Nu ze toch theoretisch met geld aan het smijten waren, kon het geen kwaad om het helemaal interessant te maken.
            Katarina slikte even. ‘Je geeft er meteen een goeie klap op, maar oké, het moet dan ook de moeite waard zijn. Heb nog even geduld met mij, schat. Zeg me nu eens wat je echt leuk vindt in het leven? Ik weet het, ik ben een echte vraagal. Maar mijn nieuwsgierigheid heeft een doel, dat verzeker ik je.’
            Nu moest Jean-Pierre niet echt lang denken. ‘Dat is een gemakkelijke…goed eten, lekker drinken, mooie reizen maken…,’ nu lachte hij, ‘af en toe eens lekker vrijen en natuurlijk verschrikkelijk veel geld verdienen. Maar het leven, mijn leven is zo niet. Dus waarom die veronderstellingen, kom Katarina, wat voer je in het schild. Vertel het me nu maar!’ Zijn stem klonk wat harder, zijn geduld werd nu wel op de proef gesteld.
            ‘Jean-Pierre, als je nu al die leuke dingen kon doen en er…verschrikkelijk veel geld mee kon verdienen zoals je zei, als ik je nu een job kon aan de hand doen die dit allemaal mogelijk zou maken…zou je het doen?’
            ‘Is dit nu hypothetisch of heb je echt een job voor mij?’ Jean-Pierre wou nu eindelijk antwoorden. Rond de pot draaien maakte hem nerveus.
            Katarina knikte langzaam. ‘Inderdaad, ik heb een droom van een job voor je, met al de voordelen die je hebt opgenoemd. Je krijgt er zelf nog een luxewagen bovenop, die je iedere twee jaar mag vernieuwen.’
            Dit was te gek voor woorden. Hij wist natuurlijk dat zij tot een andere klasse van de maatschappij behoorde, maar zo’n voorstel was gewoon ongelofelijk. Had ze een financieel expert nodig voor haar geldelijke zaken? Wat had hij anders te bieden?
            ‘Wat houdt de job dan in, alsjeblieft, Katarina, klare taal nu!
            Ze hield nog even haar adem in. Ze wist dat het nu was of nooit. Het zou jammer zijn als hij neen zou zeggen en ze zou het spijtig vinden, moest ze hem moeten doorsturen naar de generaal. Die wist wat te doen met zo’n gevallen.
            Katarina schraapte even haar keel. ‘Jean-Pierre, als je de vrouwelijke crème de la crème, de allerrijkste vrouwen ter wereld zou mogen…bevredigen in bed voor het loon dat je zopas vroeg, zou je dan ja zeggen tegen die job?’

© Rudi J.P. Lejaeghere

18/09/2014

maandag 22 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 12










12.
            Jean-Pierre had met groeiende verbazing gekeken naar de lenige muzikanten. Op een bepaald moment had hij niet meer gezien welke ledematen bij wie hoorden. Het was onvoorstelbaar dat men op die manier de wil kon opleggen bij een menselijk wezen. Monsieur Charles moest een crack zijn in zijn vak. Als hij evengoed kon tekenen, zingen of een instrument bespelen dan vond Jean-Pierre dat de artiest wereldberoemd zou worden. Hij voelde zich in een euforische bui komen en juist op dat moment klapte Charles tweemaal in zijn handen. De leden van het kwartet, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, begonnen zich terug aan te kleden. Daarna namen ze hun instrument terug van de grond en speelden verder alsof er niets gebeurd was.
            Zowel Frau Hofmeister, Madame Thérèse, generaal Tavernier en Jean-Pierre keken elkaar verbaasd aan. Ze zaten allemaal nog te stomen van de uitwerking van het schouwspel dat ze hadden aanschouwd. Het zweet stond op hun voorhoofd en hun hart klopte harder en rapper dan normaal.
Frau Bertha veegde haar klamme handen af aan haar servetje, terwijl Jean-Pierre tot zijn verbazing merkte dat er op de voorkant van zijn broek een natte plek zat. Toen hij zijn tafeldame uit Duitsland bezig zag met haar handen, herinnerde hij zich plots wat er gebeurd was. Jean-Pierre voelde zich bijlange niet zo beschaamd als hij had moeten zijn. Had Monsieur Charles iedereen dan gehypnotiseerd? Met zijn eigen servet voor de bewuste plaats, verontschuldigde hij zich en keerde terug naar zijn kamer.
Net toen hij een andere onderbroek en pantalon had aangetrokken, hoorde hij een zacht geklop op de deur. Even dacht hij dat het Frau Hofmeister kon zijn, die haar ontdekkingstocht verder wou zetten, maar een zachte stem riep zijn naam. Het was Katarina. Hij opende de deur op een kier, maar zij duwde die helemaal open en sloot ze terug achter haar, terwijl ze er zacht tegenaan leunde. Haar haren zaten iets in de war en haar bloes was nogal ver open geknoopt. Jean-Pierre keek in haar ogen en zonder een woord te spreken, wist hij wat ze wou. Opgefokt door de voorstelling van zo-even, was Katarina zo geil als boter. Haar boezem  ging vlug op en neer op het ritme van haar adem. Ze opende verder  haar blouse en een witte kanten beha kwam tevoorschijn.
Jean-Pierre kwam nader, maar zij gaf een teken met haar arm dat hij moest blijven staan. Ze wierp de blouse op de grond en langzaam liet ze het ene schouderbandje van het mooie stukje lingerie van haar schouder vallen. Met een zwoele blik op Jean-Pierre gericht, ontblootte ze een borst, terwijl ze hem streelde en kneedde. Haar blik vastgeklonken aan die van Jean-Pierre deed ze nu hetzelfde met het andere schouderbandje en haar tweede borst.
Nu duwde ze haar kamergenoot verder de ruimte in tot voor zijn bed. Daar, terwijl ze zijn grijpgrage handen telkens wegduwde, opende ze de riem van zijn broek en trok die samen met zijn onderbroek tot op zijn enkels. Ze duwde hem met een lichte por op het bed en ging nadat zij haar andere kledingstukken had uitgedaan, schrijlings op hem zitten. Ze nam zijn steigerende krijger, trillend van begeerte, in haar hand en leidde hem bij haar binnen. Hij voelde de warmte die van onder haar liefdesdriehoek straalde. Waarom wist hij niet, maar hij dacht aan een warme perzik in de zomer, die zo sappig was dat het sap je over de lippen liep.
Het beeld had hem ideeën gegeven en hij wierp Katarina van zich en nestelde zijn hoofd en mond tegen die zacht fluwelen, natte vrucht. Katarina krulde haar rug en kreunde. Ze duwde zijn hoofd nog harder tegen zich aan, nog dieper als dat ook maar mogelijk was. Jean-Pierre proefde de hele vrucht en nog meer. Hij likte zijn lippen alsof hij nog nooit zoiets lekker had gesmaakt. Hij voelde haar onderlichaam schokken en werd bijna gewurgd in haar houdgreep toen het met een dierlijke kreet in haar schoot ontplofte. Maar het duurde niet lang, ze was onverzadigbaar. Ze trok hem omhoog en kuste hem hard en diep met haar tong. Ze likte zijn natte lippen en proefde zichzelf.
Toen hadden ze beiden geen geduld meer. In een wilde omhelzing bestegen ze elkaar om beurten, wrongen zich in bochten, kromden hun ruggen. Het duurde niet lang tot ze, beiden schreeuwend van lust en extase, hun hoogtepunt bereikten. Hijgend en zwetend, bleven ze in elkaar gestrengeld liggen op het doorwoelde bed. Geen van beiden wou het eerst bewegen. Ieder van hen voelde het genot door hun lichaam trekken, een zindering als een golf die hen telkens weer overspoelde.
Uiteindelijk lagen ze stil naast elkaar, naakt en bevredigd tot in de toppen van hun tenen. Het duurde nog lang voor hun adem weer kalm werd, tot hun hart weer een normaal ritme aannam.
Katarina kuchte even vooraleer ze aarzelend sprak. ‘Jean-Pierre, mag ik je iets heel persoonlijks vragen?’

© Rudi J.P. Lejaeghere
16/09/2014


zaterdag 20 september 2014

Requiem: Hoofdstuk 4 (1e deel)







4



‘Ik ben het, Yukiko. Komaan. Onegai! Alsjeblieft! Doe open en zet al je wolfsklemmen uit, dat ik mezelf niet per ongeluk opblaas.’ Ik wachtte min of meer geduldig, Gekko nam zoals altijd zijn tijd om alles te checken, maar ja, wie kon je in deze onzekere tijden nog vertrouwen.
De intercom kraakte: ‘Sorry, Yu. Je kent de procedure. Voor hetzelfde geld ben je een gekloonde versie en sta je straks met een laserpistool mijn sublieme en unieke hersenen te roosteren’.
Ik zuchtte even en duwde mijn duim in de uitsparing op het beveiligingspaneel in de deurpost. Tegelijkertijd hield ik mijn oog voor het spionnetje terwijl ik duidelijk mijn naam zei: ‘Yukiko Mitsukai.’ Gekko hield niet van verrassingen. De deur klikte uit het slot en ik glipte gehaast binnen.
De gang was een luchtsluis waar ik een douche kreeg met een vernevelde mist die na  een paar minuten via een rooster weer in het plafond werd weggezogen. Een voorzichtig man zorgde dat hij zo min mogelijk aan radioactieve deeltjes die men op zich meedroeg werd blootgesteld. Ik was nu naar de strenge normen van mijn vriend Gekko, steriel genoeg om hem te ontmoeten. Niettegenstaande hij wel degelijk wist dat ik uiterst voorzichtig was en mij niet in de fall-outzones begaf,  wou hij geen enkel risico nemen. Ergens in zijn toestand kon ik het begrijpen en daarbij, Gekko was nu eenmaal Gekko!
‘Gekko, dit is wel dringend!’ Geduld was niet meer een van mijn betere eigenschappen. Dit was veranderd sedert het overlijden van mijn ouders. Ik wist dat mijn vader mij zou berispen, mocht hij nog leven. Dat was totaal niet ‘Akai’.
Entrez, ma chère,’ verwelkomde hij met een lachwekkend Frans accent en de tussendeur schoof bijna zonder geluid open en weer achter mij dicht toen ik een paar stappen binnen had gezet. Zijn voorkeur voor zinsneden in vreemde talen en zijn gebrekkige uitspraak was soms hilarisch, maar het bracht meestal wel leven in de brouwerij.
Konnichiwa, Gekko-San.’groette ik de ict-goeroe terwijl ik mijn hand met gestrekte wijsvinger even als een informele groet omhoog bracht.
Smetteloos was een eufemisme voor de kamer waar Gerekko Dai, Gekko voor de vrienden en Gekke Gekko voor zij die dit niet waren, zijn meeste tijd in doorbracht. Zelden zou hij de veilige haven van zijn kamer die hij zelf had ontworpen, verlaten. Per uitzondering misschien in noodgevallen en dan nog zou zijn superbrein er iets op vinden om de eventuele noodsituatie  in een mum van tijd op te lossen.
Bij een toevallig brandalarm zou hij geen centimeter bewegen buiten zijn beschutte ruimte. Van uit zijn ultramoderne rolstoel waar hij met artistieke finesse door zijn afgelijnde rijk mee laveerde, toverde hij met zijn handen over een langwerpig horizontaal liggend touchscreen. Hij raakte hier en daar een spot op deze hardware aan en regelde daarmee de zuurstoftoevoer, airco en wandkoeling, de volledige energievoorziening van zijn leefruimte en indien nodig hackte hij ook de veiligheidssystemen van het totale gebouw en al zijn toestellen. De bewoners hadden zonder dat ze het wisten een excentrieke engelbewaarder onder hun midden.
Natuurlijk werd via dit systeem ook zijn dagelijkse bestelling doorgegeven van een pizza ‘quattro formaggi’. Volgens mij kon hij echt niet zonder. Zijn handicap, een misvorming aan het onderlichaam van bij zijn geboorte, een gevolg van stralingsziekte bij zijn moeder, belette hem niet om uiterst mobiel te zijn. Al was het dan wel binnen de vier muren van zijn rijk. Het verklaarde ook zijn smetvrees ten opzichte van eventuele bezoekers.
Ik nestelde me in een van zijn gemakkelijke ligzetels, een combinatie van futon en tatami met het snufje moderne techniek die bij Gekko eigen was. Het meubel zette zich direct naar mijn voorkeurstand, een stukje info in het elektronisch geheugen van de ligzetel dat reageerde op mijn opgeslagen afdrukken, gewicht en bewegingspatroon. Ik zuchtte! Het was iets wat ik de laatste tijd wel meer deed.
‘Weet je…,’ zei Gekko terwijl hij mij door zijn design uilenbrilletje monsterde, ‘ de soep word nooit zo heet gegeten….of zoiets. Nankurunaisa, het komt allemaal weer goed ….je weet wel, trouwens,’ hij voelde zich duidelijk verveeld met de situatie. ‘Goshuushou! Gecondoleerd.’ Daarna keerde hij zijn vehikel honderdtachtig graden met een beweging van zijn rechterhand over een sensor en verdiepte zich terug in de gegevens op zijn touchscreen en de verschillende beeldschermen die aan- en uit floepten.
            Met zijn bontgekleurde hawaïhemd en zijn brilletje dat ‘NERD’ in hoofdletters schreeuwde was hij een ‘speciale’. Ik had een soort haat-liefdeverhouding met deze man. Gekko kon mij soms met zijn nietszeggende of juist overdadig specifieke informatie de muren doen oprijden. Daarentegen had ik nog nooit kunnen beweren dat het mij zuur had opgebroken om naar zijn raad te luisteren. Op andere momenten kon hij me doen lachen met één enkel woord maar het tegenovergestelde was helaas ook waar. Hij was een puzzel die ik nog aan het maken was. Maar die zou moeten wachten tot andere vraagstukken opgelost waren. Ik had nog wat verlof opgenomen, ik had heel wat overuren die ik anders nooit zou opgenomen hebben. Zodanig had ik hopelijk nu ruim de tijd om te doen waarvoor ik naar Gekko was gekomen.
‘Ik wil je iets vragen…?’ begon ik aarzelend.
‘Dat ruikt verdacht. Iets dat neigt naar illegaliteit’, was de bijdehante opmerking van de bezige bij, die als een tovenaar lichtjes her en der aan en uit deed gaan. ‘Oké Yu, ik sta nog voor een honderdtal jaar bij jou in het krijt, dus laat maar komen, waarmee kan ik je vandaag wat blijer maken? Een virtuele uitstap naar Yosemite National Park of een gratis weekendje wellness spa in een trendy vijfsterren hotel of gewoon je wat plezieren met mijn altijd zeer gewaardeerde aangename aanwezigheid! Allemaal ervaringen waarvan je tenen zullen krullen van genot, Gekko kan het je allemaal leveren, …natuurlijk voor een zacht én rechtvaardig prijsje.’
‘Ik wil dat je de site van de veiligheidsdienst hackt!’

De handen van Tovenaar Gekko bleven een paar seconden in de lucht zweven na mijn vraag. Langzaam liet hij die zakken en keerde zich om. Op zijn gezicht was een ernstige blik verschenen. 

De vrouw in het rood: Deel 11










11.
            Het was een ronde tafel en hij was gedekt met het mooiste tafelservies dat Jean-Pierre ooit had gezien. De glazen waren van het klaarste kristal dat flikkerde in het licht van de kaarsen die overal in kandelaars stonden te branden. Het tafellinnen was smetteloos wit en het zilveren bestek was zodanig opgepoetst, dat je jezelf erin kon spiegelen.
            Katarina had er zo voor gezorgd dat zij en Jean-Pierre het eerst in de eetzaal arriveerden. Net zoals alle kamers was de ruimte hier gevuld met antieken meubels die zo goed gerestaureerd waren, dat je nauwelijks zou vermoeden dat ze zo oud waren. Hier ook was de zitting en de rug van de stoelen in rood fluweel. Een kleur die op Château Dauphin heel erg geliefd was, dacht Jean-Pierre.
            Ondertussen had Jean-Pierre gevraagd wat de naam was van de barones. Katarina had hem op het hart gedrukt om haar moeder altijd aan te spreken met ‘Madame de Barones’. Toch had ze hem de naam in zijn oor gefluisterd. Beatrice…maar de familienaam kwam hij niet te weten.
            In een van de hoeken van de zaal zat een strijkkwartet fleurige klassieke muziek aan het spelen. Twee jeugdige dames en evenveel mannelijke tegenpolen zorgden voor een professionele muzikale omlijsting van de avond.
Even later kwam de barones binnen met Madame Thérèse Dupont. Zij waren in een druk gesprek verwikkeld over politiek, iets waar Jean-Pierre geen kaas van had gegeten. Trouwen het interesseerde hem hoegenaamd niet. Wie aan de macht was, vulde zijn zakken. Dat was al eeuwen zo en het zou zo nog eeuwen doorgaan.
De beide dames groeten Katarina en Jean-Pierre, terwijl een jongeman de lange fluitglazen vulde met parelende champagne. De barones wachtte blijkbaar op de rest van de gasten, want ze liet haar glas nog even onberoerd. Het duurde  echter nauwelijks een paar minuten of de rest van het gezelschap voegde zich bij de reeds gezeten gasten. Na de voorstelling van de barones van de groep, werd er met de glazen geklonken.
‘Dat jullie verblijf hier aangenaam, interessant en feestelijk mag zijn. Ik weet dat de habitués dat zeker zullen beamen, maar onze jonge gast Jean-Pierre moet dit nog aan den lijve ondervinden. Santé, gezondheid.’
Frau Bertha Hofmeister had zich links van Jean-Pierre gestoeld en vroeg hem direct wanneer hij aangekomen was en of hij het kasteel mooi vond. ‘Welke kamer heb je,’ tutoyeerde de lijvige Duitse dame. ‘Ik heb de Chambre Verte, een ruime kamer met een heel groot bed,’ voegde ze  er lonkend aan toe.
Jean-Pierre hield zich van de domme en antwoordde dat hij in de rode kamer gelogeerd was en dat hij vooral blij was met het uitzicht. Hij probeerde haar niet al te lang aan te kijken, want telkens herinnerde hij haar voorstelling in evakostuum. Jean-Pierre vroeg zich wel af wie haar jonge minnaar was.
Jules Tavernier, een nogal potige vijftiger, had meer aandacht voor zijn tafeldame, Madame Thérèse. Terwijl hij met brede gebaren zijn wedervaren van zijn reis naar Mozambique verhaalde, legde hij af en toe zijn hand op de arm van de welstellende douairière. Ze liet het toe, schoof zelf wat nader naar hem toe, waarschijnlijk onder de indruk van de uitstraling van de generaal. Jean- Pierre vermoedde dat Madame Thérèse haar knietje onder tafel tegen het gespierde been van de militair aan het wrijven was. De generaal kleurde rood, alhoewel hij nog niet zoveel had gedronken.
‘Monsieur Charles,’ begon de barones, ‘ik heb horen vertellen dat iemand onder hypnose niet kan gedwongen worden om iets oneerbaars te doen. Ben je het daarmee eens als…ingewijde zal ik het maar formuleren?’
De man keek haar met zijn donkere ogen een moment aan, wreef even in zijn korte baard en knikte onbestemd. ‘Misschien moet je het wat preciseren, Madame.’ Met zijn wilde haarbos en zijn baard was hij bijna een karikatuur voor een kunstenaar, die hij dan ook was. Maar met zijn donkere ogen, die onnatuurlijk fel blonken in zijn oogkassen, had hij iets mysterieus.
‘Je kan iemand niet iets laten doen, dat hij in het dagelijkse leven niet zou doen. Een hypnotiseur kan bijvoorbeeld iemand geen moord laten begaan…of iemand moedwillig kwetsen…maar.’ Monsieur Charles hield even zijn adem in en trok nog even aan zijn baard. Een tic waarschijnlijk.
‘Maar…?’ vroeg de barones, zijn laatste woord herhalend in de bedoeling dat hij wat meer uitleg zou geven. Iedereen in het gezelschap, Jean- Pierre inbegrepen, leek nu aan de lippen van de flamboyante kunstenaar te hangen.
‘Misschien zijn er andere dingen, die je anders ook niet zou doen, maar die nu niet echt misdadig zijn, waarvoor een hypnotiseur een suggestie kan inplanten. De vraag is me niet vreemd en ik was zo vrij om met onze muzikale gasten een experimentje te doen.’ Nu sprak hij bijna op fluistertoon.  ‘Ik babbelde even met hen toen ze hier juist waren gearriveerd. Let nu goed op.’
Iedereen was stil en keek naar het kwartet en dan weer naar Monsieur Charles.
‘Bravissimo,’ riep hij plots in de richting van de vier mensen. Ze hielden prompt op met spelen en bleven als het ware verdoofd, stil zitten. Charles stond op en spoedde zich naar de muziekhoek. Hij fluisterde hen alle vier iets in het oor. Niemand kon horen wat hij zei. Toen verwijderde hij zich van het viertal.
De jongemannen begonnen rapper te ademen en de dames stonden recht, nadat ze hun muziekinstrument op de grond hadden gelegd. Ze gingen allebei op de schoot van hun partner zitten. De eerste streelde de jongedame over haar blote armen, maar het duurde geen minuut of de schouderbandjes van haar kleed vielen van de schouders en ontblootten een weelderige boezem. De andere man liet zich niet onbetuigd en zijn hand verdween onder de reeds opgeschoven rok van zijn meisje.
Jean-Pierre dacht eerst dat het allemaal geënsceneerd was, maar toen hij hun ogen zag, wist hij dat dit gebeurde onder invloed van de hypnotiserende suggestie van Monsieur Charles. Hij voelde plotseling een hand in zijn schoot en dacht een heel kort ogenblik dat het Katarina was. Maar het was zijn linkse tafeldame, Frau Bertha, die met een dromerige blik op haar gezicht, met haar kleine dikke vingertjes wreef over zijn opgewonden mannelijkheid. Hij liet gewoon begaan en keek naar het spelende kwartet.

© Rudi J.P. Lejaeghere

15/09/2014

vrijdag 19 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 10










10.
            Het kasteel was enorm met vele kamers die wedijverden met elkaar in schoonheid. Ze waren allemaal ingericht in de stijl van de achttiende eeuw. Veel sier en praal, wandtapijten met jachttaferelen, harnassen en oude wapens, prachtige meubels met prachtig uitgesneden panelen. Jean-Pierre keek zijn ogen uit. Dit had hij nog nooit gezien.
            Katarina had bij elk van de kamers een korte uitleg gegeven. Ze kregen elk de naam van een kleur, net zoals zijn eigen gastkamer. Door een van de vensters kon hij een grote tuin zien die afgelijnd was door keurig gesneden hagen. Even verder na een grasvlakte lag een groot bos die het kasteel omringde.
            ‘Straks gaan we dineren, Jean-Pierre,’ vertelde Katarina hem op een bepaald moment. Hij keek haar aan omdat ze niet verder liep. ‘Je zal de andere gasten ontmoeten. Het is misschien belangrijk dat ik je wat vertel over hen.’ Het was alsof ze moest zoeken naar haar woorden en niet zeker was wat ze hem zou zeggen.
            ‘Er zijn twee dames en twee heren, naast jou natuurlijk, hier op bezoek. De oudste van de dames, Frau Hofmeister is Duits en is een van onze beste klanten. Ze is de echtgenote van een belangrijke Duitse minister. Ze is nogal frivool als het gaat om mannen en ze zal waarschijnlijk met je flirten aan tafel. Het is sterker dan haarzelf. Ik zou graag hebben dat je haar niet tegen het hoofd stoot met een ongepaste opmerking daarover. Ze is een vriendin van mijn moeder en het zou Maman verdriet aandoen als Bertha Hofmeister zich aan iemand zou storen.’
            Jean-Pierre knikte. ‘Ja, dat kan ik begrijpen. Wees gerust, ik ken mijn wereld. Als jij het niet erg vind natuurlijk, Schatz,’ voegde hij er ondeugend in het Duits aan toe. ‘Ik ga niet dood van wat onschuldig gesjans hoor.’
            Katarina glimlachte. ‘Onze tweede vrouwelijke gast is Madame Thérèse Dupont, een steenrijke douairière die kortelings weduwe is geworden. In vergelijking met Frau Bertha is ze…,’ze zocht naar de juiste woorden, ‘…iets jonger en aangenamer om naar te kijken. Zij is een van de mildste donateurs van het Chatêau Dauphin. Zonder haar zouden we het verblijf van de gasten heel wat minder luxueus moeten maken.’
            Op dat moment legde Jean-Pierre de connectie met wat hij in de geheime gang had gezien. Hij besefte wie Frau Hofmeister was. Als Madame Dupont de mooiste van de twee vrouwelijke gasten was, kon de gewichtige naakte dame die hij had gezien niemand minder zijn dan Frau Bertha. Wat had hij daar zojuist gezegd…dat je niet dood gaat van wat onschuldig geflirt. Nou ja, dacht hij, nu is het toch te laat en we zien straks wel. Blijkbaar zou hij beide dames met fluwelen handschoenen moeten behandelen als hij Katarina geloofde. Roodfluwelen handschoenen dan als zij de keus zou hebben.
            ‘Dan hebben we natuurlijk de heren. De nestor van de twee is generaal Jules Tavernier. Belg van origine, maar woont sinds een tijdje in de streek. Hij is bij een of andere politiemacht, waarvan ik de naam vergeten ben, maar in alle geval houdt hij ons een handje boven het hoofd. Allemaal legaal natuurlijk, maar het is altijd goed om invloedrijke personen in je vriendenkring te hebben.’
            Wat een vreemd allegaartje van gasten, dacht Jean-Pierre terwijl Katarina haar uitleg aan het geven was. Allemaal mensen die hij niet tot zijn gewone sociale kring mocht rekenen. Kon nog interessant worden. Zoals Katarina beweerde, het is altijd goed om met de grote koppen aan tafel te mogen zitten.’
            Zijn gezellin wreef even aan haar oorlelletje en likte haar lippen. ‘Monsieur Charles, ik moet zeggen dat ik zijn familienaam niet ken, is de vreemde eend in de bijt. Hij is kunstenaar in…verschillende dingen. Ja, ik kan het ook niet beter uitleggen,’ verontschuldigde ze zich toen Jean-Pierre vragend opkeek.
            ‘Hij is een talentvol musicus en bespeelt verschillende instrumenten. Daarbij heeft hij een prachtige tenorstem die je doet zwijmelen als hij zingt. Ik weet dat hij ook goed kan tekenen. Hij heeft mij eens een pentekening van ons kasteel cadeau gedaan en het was …subliem, zo gelijkend. Maar wat hem volgens mij zo speciaal maakt, is dat hij een verschrikkelijk goede hypnotiseur is. Ik heb staaltjes gezien van zijn kunnen en er zijn er niet veel die hem dit kunnen nadoen.’
            Ongemerkt hield Katarina hem goed in de gaten. Tot nu toe was alles goed verlopen. Jean-Pierre had niet in de gaten dat hij op weg naar het Château verdoofd was geweest. Hij wist zelfs niet waar hij gelogeerd was, buiten de naam van het kasteel en dat klopte toch niet. Katarina beet op haar lip. Hoe zou ze hem kunnen overhalen? Iedereen had zijn prijs. Maar voor welke prijs zou Jean-Pierre over de brug komen?

© Rudi J.P. Lejaeghere
13/09/2014

            

donderdag 18 september 2014

Requiem: Hoofdstuk 3 (3e Deel)












Laatste deel van de historische achtergrond in het verhaal REQUIEM. Dan gaan we weer verder met de verhaallijn en met onze hoofdpersonen Yukiko Mitsukai en Stephen March.

Daarnaast werd in de Oude Wereld in de naoorlogse periode  een techniek ontwikkeld waarbij bij iedereen een minuscule identificatiechip werd ingeplant. Eveneens een toepassing van de nanotechnologie. Een kleine routineoperatie met grote gevolgen. Men bracht de chip onderhuids in ter hoogte van de hersenstam. Deze nanochip koppelde zich met de Medulla Oblongata. De verbinding met het verlengde merg van de hersenstam bestond uit enerzijds microscopisch klein halfgeleidermateriaal en natuurlijke nanoweefsels om de afstotingsprocessen tegen te gaan.
In de eerste dagen na de inplanting ontwikkelden zich uit deze minuscule weefsels fijne vezels die verbinding zochten en maakten met heel specifieke delen van de hersenen zoals de amygdala, de hypothalamus en nog een paar andere belangrijke delen van het brein. Deze delen gaven toegang tot diverse gegevens die in de hersenen werden opgeslagen tijdens een menselijk leven.
Een baanbrekende ontdekking op het gebied van de wetenschap van de nanotechnologie en de neurologie. Dit ministukje hardware kapselde zich na een paar dagen in door de aanhechting van de natuurlijke weefsels aan de hersenstam en via de talloze vezels vormden ze een soort neuronale verbinding tussen diverse delen van de hersenen en de nanochip. De inplanting van de nanochip in het verlengde merg maakte het praktisch onmogelijk om die achteraf te verwijderen zonder onherstelbare schade te berokkenen aan de hersenen. De inkapseling en de verweving met de diverse delen van het brein van de persoon in kwestie na de aanhechtingstijd zou zo’n poging tot verwijderen als een chirurgische moord catalogeren.
Op die manier kon iedereen als een lichtje tussen ieder ander identificatiepunt op een kaart gevolgd worden. Onder de noemer van ‘veiligheid voor iedereen’ werd privacy een achterhaald en archaïsch begrip . Wat de identificatiechip aan diverse andere mogelijkheden nog meer kon bevatten was een goed bewaard geheim, enkel bekend bij enkele ingewijden en niet te vergeten natuurlijk de ontwerpers zelf. ‘Zij’ hadden de echte macht  in handen.
Natuurlijk kwam er verzet tegen zo’n maatregel. Dat protest werd echter vlug in de kiem gesmoord met overtuigende argumenten en soms ook met wat wapenvertoon. Na het nucleaire avontuur kon men de mensen gemakkelijk op de noodzakelijkheid wijzen dat iedereen detecteerbaar moest zijn. Dit om te vermijden dat iemand zich zonder het te weten in de nabijheid een fall-outzone bevond, met alle gezondheidsgevaren van dien. Maatregelen in het voordeel van de gezondheid werden door de meesten met dankbaarheid aanvaard. Daarbij, de ingreep was gratis!
Niemand van de overlevenden wou sterven aan een of andere soort kanker als men het op die manier kon vermijden. Iemand met de nanochip kreeg namelijk in de hersenen een gevaarsein doorgestuurd bij benadering van een fall-outzone. De dood waarde nog steeds onzichtbaar rond en diegenen die niet direct overtuigd waren, werden door een meerderheid van overtuigde mensen na een tijdje overgehaald en gechipt. En de chip werkte! De overheid deed ook controles en wie visueel gespot werd en niet op de radar verscheen, zat in slechte papieren. Binnen de kortste tijd werd die ook een breinchip ingeplant. De controle naar en behandeling van chipvrije personen in de landen van de Verenigde Staten van de westerse Gemeenschap lag in de handen van de International Chip Scanning Agency, kortweg ICSA genoemd. Met de chip en de medicijnen en inentingen was het leven in de Oude Wereld ook wat veiliger geworden. Het stuk privacy dat men daarvoor moest inleveren was ondergeschikt aan het resultaat. Althans toch volgens de bewoners van de Oude Wereld.
Het probleem zat echter in de totale en onvoorwaardelijke afwijzing van het chippen door de Nieuwe Wereld. Na de laatste Revolutie in China en Korea waarbij de wetenschappers en vooraanstaande vertegenwoordigers uit het onderwijs, zowel professoren als studenten, deze keer unaniem gesteund door het leger, de macht had gegrepen, werden in deze gebieden nieuwe waarden ingevoerd. Het partijbestuur was in de naweeën van de nucleaire winter op een paar enkelingen na gestorven of tijdens de onlusten van de revolutie gedood. Zij werden vervangen door een comité van vooraanstaande wetenschappers, studenten en professoren. Zij waren, gezien de uitdunning van de Chinese bevolking en een groot deel van de Deeplands die China doorploegde na de Grote Oorlog, hoofdzakelijk afhankelijk van wat Japan besliste in de Raadkamer waarin weliswaar ook verantwoordelijken van Korea en China zetelden. De dwerg was een reus geworden en vice versa.
Waar men vroeger opgesloten werd om voor zijn mening op te komen werd nu zonder schroom of angst voor represailles, vrije meningsuiting gepropagandeerd. De belangrijke beslissingen werden niet meer genomen door enkelingen die het vroeger alleen voor het zeggen hadden, maar door die Raadkamer die samengesteld was uit individuen uit alle standen van de bevolking van landen van de Nieuwe Wereld. Democratie was nooit eerder zo gesmaakt geweest in de Nieuwe Wereld.

Daarom ook was de toenadering tussen de twee Werelden met de natuurlijke muur van de fall-outzones tussen beide, een proces van lange adem. Deze zones bevond zich ter hoogte van Oost-Europese landen, de voormalige Russische Staten en een groot stuk van China die nu in desolaat maanlandschap waren veranderd. Een grote nucleaire ruïne!

woensdag 17 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 9










9.
            Katarina, een dochter van een barones! Zijn Frans was wat roestig, maar dat had hij toch begrepen. Zo moeilijk was dat nu ook weer niet. Een ander dienstmeisje die plots van achter de oude dame was verschenen, was hem op de linkertrap voorgegaan, terwijl Katarina achter gebleven was bij haar moeder. Boven sloegen ze links af en na een tiental meter las hij op een pancarte op een van de deuren ‘Chambre Rouge’. Zijn toegewezen kamer.
            Zijn bagage lag reeds uitgepakt op het bed. Een reuzegroot hemelbed, met een rode sprei bedekt, dat wel wat oubollig aandeed. Het was bovenaan de vier stijlen op elke hoek van het bed bekleed met stof in een rood bloemenmotief, brede lappen stof die wat doorgingen in het midden. Stijlvolle meubels die waarschijnlijk nog dateerden uit de tijd van Louis XV stonden hier en daar verspreid in de kamer. Toen hij ze nader bekeek, zag hij dat ze heel goed onderhouden waren, waarschijnlijk opnieuw geschilderd en vernist. De zitting en de rug van de stoelen waren overtrokken met een helder bordeaux fluwelen stof.  Het venster bestond uit enkel glas, dat zou wel koud zijn ’s nachts. Dubbele beglazing hadden ze hier in dit Franse kasteel nog niet uitgevonden.
Nadat hij alles die op het bed lag in de grote kast aan de zijkant van het bed had weggestopt, bekeek hij alles wat nader in de kamer. Er was een antieken schouwgarnituur, twee bronzen kandelaars en een zware klok, verguld en versierd met jachttaferelen. Een pareltje die waarschijnlijk veel geld zou opbrengen, moest men die ten gelde willen maken.
Toen hij een van de zware kandelaars wou opnemen om wat nader te bekijken, bemerkte hij dat die vastgemaakt was aan de balk van de schouw. Vreemd, alhoewel misschien was dit een maatregel omdat de gasten er niet vandoor zouden gaan met zo’n kostbaar item. Toevallig duwde hij tegen een van de armen van de kandelaar en hoorde hij een droge klik.
            Rechts van hem was een houten paneel in de muur open geklikt. Interessant, dacht Jean-Pierre. Een kasteel met een geheime ruimte! Nou ja, hij had nog gelezen dat bepaalde versterkte burchten een sluipgang  hadden waarlangs de edelen konden ontsnappen buiten de muren, wanneer het slot belegerd werd. Waarom zou een Frans kasteel dat niet kunnen of mogen hebben. Hij kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en piepte even achter het luik.
            Hij zag in het licht van de kamer dat er zich een gang achter het luik bevond die verder rechtdoor liep. Die zou waarschijnlijk evenwijdig met de kamers lopen, maar hij kon niet zo ver zien om uit te maken hoe ver. In een van de schuiven van een prachtige eikenhouten secretaire vond hij wat hij zocht. Een grote zaklamp. Als die nu nog licht gaf dan was Jean-Pierre tevreden. Ja, hij had geluk, de lamp deed het. Met het ding als een wapen voor hem gericht, ging hij de gang in.
            Er gingen hier en daar wel wat spinnenwebben, maar al bij al was het redelijk proper in deze ruimte. Misschien gebruikten de dienstmeisjes deze gang om het vuil beddengoed af te voeren naar een of andere ruimte. Toen hij geluiden hoorde, bleef hij direct stil staan. Zijn hart klopte in zijn keel. Kwam het uit zijn kamer, zou hij betrapt worden? Neen, het kwam van voor hem, door de wanden heen.
            Voorzichtig stapte hij muisstil verder. Een drietal meter voor  hem zag hij de inval van een lichtstraal. Daar was een gaatje in de wand en daaruit kwam het geluid. Hij doofde de zaklamp. Jean-Pierre hoorde nu een hees gelach en wat woorden, maar kon niet uitmaken wat ze juist betekenden. Toen hij aan het luchtgaatje kwam, vroeg hij zich af of het wel betaamde om mensen af te luisteren, laat staan om door het gaatje te kijken. Maar zijn nieuwsgierigheid won het van zijn ethische bezwaren.
            Hij hield zijn adem in, alsof die hem zou verraden en piepte door het holletje. Wat hij zag, tartte alle verbeelding. Een matrone, waarvan de heupen bijna tweemaal haar borstomvang waren, en geweldig grote borsten die bijna tot op haar buik hingen, zat geknield op een rood fluwelen kleed…gans in haar blootje. Ze was vol bewondering voor de man, een echte Adonis, die in adamskostuum in al zijn pracht en praal voor de vrouw stond.
            De vrouw lachte en hij herkende het hese geluid van even voordien. Jean-Pierre wist niet hoe hij zich moest voelen. Enerzijds werd hij gewaar dat hij begon te blozen van schaamte, maar anderzijds keek hij bijna gretig naar de vrouw die de man zonder enige schroom streelde op de meest intieme plaatsen. Haar dikke worstenvingertjes namen de kerel bij zijn mannelijkheid vast, terwijl ze recht stond en hem naar het bed leidde. Daar viel ze neer en toonde de jonge hengst, hoezeer zij naar hem verlangde. De jongeman bleek geen vooroordelen te hebben en besteeg haar, zonder tegen te stribbelen.
            Jean-Pierre kon zijn ogen niet geloven. Die gasten waren hier midden in de dag aan het seksen dat het geen naam had. De dame spoorde met haar korte benen op de rug van haar berijder aan om het tempo op te drijven. Hij hoorde tot op de plaats waar hij stond, achter de wand, de beide lijven tegen elkaar kletsen, hun lichamen bedekt met het zweet van de passie. De vrouw bleef hees lachen, zelf toen ze haar climax bereikte…en toen werd het stil. Zowel in de kamer als achter de wand. Even stil als hij gekomen was, verdween Jean-Pierre nu weer in tegenovergestelde richting.
            Toen hij in zijn kamer terug was en het paneel weer toe had toe geduwd, bleef hij even stil staan. Hij besefte dat hij iets gezien had, wat zijn beeld over lust en sensualiteit volledig op zijn kop zette. De beide begrippen had hij voordien gekoppeld aan leeftijd en schoonheid, maar wat hij zojuist meegemaakt had, sprak dit op alle punten tegen. Beide personen hadden genoten van hun acties en Jean-Pierre moest het toegeven, op een bepaald punt had het hem zelf ook seksueel opgewonden. Dat had hij vroeger nooit voor mogelijk gehouden.
            Hij hoorde een korte roffel op de deur en Katarina kwam direct daarna binnen zonder dat hij ook maar iets gezegd had. ‘Klaar om alle hoekjes en kantjes van het kasteel te bezoeken, mon chéri?’ Hij probeerde zijn emoties weg te stoppen en lachte haar bevestigend toe.  Ze had zich ook omgekleed en had nu een halflange zwarte rok aan met een rode bloes en bijpassende rode pumps. Katarina hield duidelijk van rood. Zou ze dit geërfd hebben van haar moeder? Hoe sprak je trouwens de dochter van een barones aan? Hij zocht in zijn geheugen en vond vrij vlug het antwoord.
Volgens de Salische lijn mocht de eerstgeborene van een barones zich dezelfde titel toe-eigenen, in alle andere gevallen werd een vrouwelijke erfgename met jonkvrouw aangesproken. Zo had hij het vroeger toch op school geleerd. Als Katarina enig kind was, dan was ze met name barones…maar zoveel van de vrouw in het rood wist hij nog niet, besefte hij plots. Wie was zij eigenlijk?

© Rudi J.P. Lejaeghere

11/09/2014

dinsdag 16 september 2014

De vrouw in het rood: Deel 8










8.
Vier uur later kwam een verdwaasde Jean-Pierre terug wakker. ‘Wat is er…heb ik geslapen? Ik voel me zo…suf!’ Hij wreef even in zijn ogen en keek naar een glimlachende Katarina.
            ‘Je hebt iets teveel champagne gedronken, maar vrees niet, ik heb geen misbruik van je gemaakt.’ Ze nam een zwarte doek in haar hand en stak die uit naar Jean-Pierre. ‘Om de verrassing compleet te maken. We zijn zo goed als aangekomen en je zal zien, het zal de moeite waard zijn.’
            Hij keek nog even verbaasd naar Katarina en dan naar de zwarte doek. Even twijfelde hij, maar toen hij het gemaakte pruilende mondje van zijn gezellin zag, glimlachte hij en nam het ding van haar over. Jean-Pierre bond het zwarte stuk stof rond zijn hoofd, zodanig dat hij niets meer zag. Op dat moment stopte de auto.
            Katarina stapte eerst uit en hij hoorde het knarsen van een soort kiezel. Vreemd dat je beter op geluiden let, als je niet kan zien, dacht hij. Ze nam hem bij de hand en leidde hem als een blindengeleidehond over een kronkelend pad.
            ‘Opgelet, hier zijn een vijftal treden,’ waarschuwde ze hem. Dank zij Katarina struikelde hij niet en nam deze hindernissen zonder moeite. Hij hoorde haar een deur opendoen en toen ze hem piepend weer dichtdeed, dacht hij dat het huis waar hij binnenkwam nogal oud moest zijn. Hij rook bloemen maar kon niet juist zeggen welke, waarschijnlijk verschillende soorten.
            Katarina ging achter hem staan en draaide hem ietwat naar links. ‘Nog een paar tellen geduld, ik doe nu je doek af.’ Het woord bij de daad voegend, knoopte ze de blinddoek open.
            De mond van Jean-Pierre viel letterlijk open van verbazing. Hij stond in een grote hal waar links en rechts van hem een brede trap naar de eerste verdieping leidde. Boven het midden van deze ruimte bevond zich een luster om ‘U’ tegen te zeggen. De vele lichtjes schitterden in het stras van de luchter als fonkelende sterren. Op de marmeren vloer waarin hij zich kon spiegelen stond middenin een fontein met een dolfijn in het midden. Uit de mond van het dier stroomde water. Hij wist niet waar eerst kijken. Midden op de trappen lag een metersbrede traploper die prachtig kleurde bij het warme bruin van het hout. Op verschillende tafeltjes links en rechts, aan de zijkant van de trap, stonden verschillende ruikers met bloemen. Rozen, anjers, lelies…noem maar op, zelfs soorten die Jean-Pierre niet herkende.
            ‘Mag ik je welkom heten op Le Château Dauphin, Jean-Pierre.’ Er kwam een meisje via een deur aan de rechterkant en maakte voor hem en Katarina een klein knikje. ‘Geef haar maar je bagage, dan zal ze die wel op je kamer bezorgen. Je hebt de Chambre Rouge, de rode kamer voor hen die geen Frans begrijpen. Maar ik vind dat alles veel sexyer klinkt in het de taal van Molière.’ Ze lachte haar klokkende lachje die hij overal zou herkennen. Het kwam van diep in haar keel, heel sensueel.
            ‘Katarina, je hebt gelijk, dat had ik met de beste wil, niet kunnen bedenken. Een echt kasteel…een hotel?’ Hij keek rond en zag niets die op een receptie leek. De dolfijn die zijn naam had gegeven aan het kasteel bleef goedwillig water spuiten.
            Zijn gezelschapsdame stapte iets dichter bij hem en kuste hem licht op de wang. ‘Voor jou, Jean-Pierre, niets dan het beste. Je kan wel zeggen dat dit een soort hotel is, maar dan voor heel voorname gasten. Straks misschien meer daarover.’
            Uit een van de deuren voor hen kwam nu een statige oudere dame. Zij was gekleed in een lange rok en een bloes met kant rond de armopeningen en hals. Boven op de bloes droeg ze een broche die een dolfijn voorstelde. Terug een verwijzing naar de naam van het kasteel waarschijnlijk. Toen hij naast zich naar Katarina keek, zag hij dat ze nu niet meer lachte. Misschien was het zijn inbeelding, maar haar gezicht verstrakte toen de vrouw het vertrek had betreden.
            ‘Bonjour, Madame la Baronesse,’ groette Katarina met een kleine buiging in haar richting. ‘Mag ik u onze nieuwe gast voorstellen.’ Ze wees op Jean-Pierre die zijn hand uitstak. De barones had ofwel smetvrees of voelde zich wellicht te goed om daarop in te gaan. Ze knikte gewoon even met haar hoofd.
            ‘Ah, u bent dan Jean-Pierre, als ik het goed voorheb. Ik veronderstel dat u een goede reis hierheen hebt gehad.’ Zonder zijn antwoord af te wachten vervolgde ze: ‘Mag ik voorstellen dat u zich even wat opfrist in uw kamer en dat Katarina u dan even rondleid in het Château. Ik zou graag hebben dat u enkel in de daartoe voorzien ruimtes gaat, sommige delen zijn privé en dat houden we graag zo. Nietwaar Katarina?’
            Katarina knikte even. ‘Ja, Maman!’

© Rudi J.P. Lejaeghere
11/09/2014