donderdag 31 december 2015

Best Wishes


Beste Wensen


zaterdag 26 december 2015

Requiem: Hoofdstuk 38 (1e deel)









38



            De senator had speciaal bezoek. Generaal Douglas Porter, een kranige vijftiger en een typische militair met zijn gemillimeterde haardos, harde trekken en een vierkante kop die waarschijnlijk de hardste keien klein kon krijgen, zat in de zak van de senator. De generaal was volgens de gevestigde autoriteiten en de voornaamste nieuwsmedia een kerel uit een stuk, een man die van corruptie een broertje dood had. Toch was er iets dat hij angstvallig geheim probeerde te houden. Iets dat hem in een heel ander daglicht zou stellen. Feiten die door niemand bekend waren. De senator maakte echter haar werk om zo’n dingen te achterhalen en in haar voordeel te gebruiken. Generaal Douglas Porter had heimelijk een voorkeur voor kleine jongetjes en dat hield hij angstvallig verdoken voor de buitenwereld en in de eerste plaats voor zijn vrouw. De senator had hem ermee geconfronteerd bij zijn benoeming als hoofd van de strijdkrachten van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Niet alleen met woorden. Een veteraan als Douglas Porter zou dit weggelachen hebben. Maar ze had hem de bewijzen, foto na foto voor zijn voeten gegooid met de mededeling dat zij deze informatie op een veilige plaats had opgeborgen en dat ze die zou bovenhalen als hij niet meewerkte. Douglas Porter wist hoe de wereld draaide, hij zou het nooit zo ver gebracht hebben. Ze had hem in zijn macht en hij wist het. Zijn eerste vraag was een normale gevolgtrekking uit de handelingen van de senator.
            ‘Wat vraagt u van mij omdat u dit niet in de openbaarheid zou brengen, senator?’ Hij kende haar reputatie. Porter had nochtans bij de gelegenheden dat hij zijn onbedwingbare lust had kunnen bevredigen altijd goed opgelet. Hij nam steeds de nodige veiligheidsmaatregelen om ontdekking te vermijden. Iemand van zijn slachtoffers moest hem verraden hebben. Men had een val uitgezet en hij was er in zijn blootje ingelopen. Er was geen andere mogelijkheid. De senator had waarschijnlijk met pakken geld gezwaaid, de hoofdprijs gewonnen en de onweerlegbare feiten vastgelegd op foto en film. Het onbetwistbare bewijs dat hem nu onder haar invloed plaatste. Aan de andere kant als man van de harde lijn en het doel dat zij voor ogen had - al waren de middelen om hem voor haar karretje te spannen niet echt katholiek te noemen - sprak hem wel aan.
            ‘Is dit in enig opzicht een gevaar voor de gezondheid van de mannen die onder mijn bevel komen? Zullen zij na inplanting van deze CB-chip lichamelijk nadelige invloeden ondervinden?’
            Soldaten van alle rang, die voor de natie en voor hem hun leven waagden, waren boven alles toch iets waar hij veel belang aan hechtte. De gevaren van het slagveld kende hij net zoals een andere militair, maar als zij met haar chip enigszins kwade bedoelingen had dan…! Als zij hem daarvan niet kon overtuigen zou hij haar van achter haar bureau sleuren en eigenhandig haar nek breken. De gevolgen zou hij dan erbij nemen als haar veiligheidsmensen hem al levend vast zouden krijgen. Op zo’n moment zou een geladen pistool in zijn mond vlugger zijn dan elk van haar veiligheidsmensen.
            ‘Je mannen zullen sterker, slimmer en moediger zijn dan ooit tevoren. Ze zullen beschikken over bovenmenselijke krachten. Ze zullen via satellieten hun vijanden tot op de meter kunnen situeren. Ieder van hen zal een supermens zijn. Hun lichamelijke functies zullen via de chip zo gecontroleerd worden dat ze bij het minste lichamelijke falen de nodige seinen uit de hersenen krijgen om dit bij te sturen. Indien het euvel te erg is zal men veel vlugger weten waar men ze kan situeren, ophalen om ze zo vlug mogelijk weer strijdvaardig te maken. Door de CB-chip krijg je van mij een onoverwinnelijk leger, Generaal Porter. En ik veeg hiermee je verleden…je seksuele escapades onder de mat. Let wel op, ik wil ook dat je met die dingen stopt. Zoek hulp bij gespecialiseerde mensen! Ik zal hen een attest van geheimhouding doen tekenen, zodanig dat alles binnen de onze muren blijft. Buiten je onvoorwaardelijke steun aan mij win je op alle gebieden. De chips zijn klaar, getest en binnen een korte tijd zijn je elitetroepen volledig gechipt. Ik heb dit goed voorbereid, niets kan er nog verkeerd gaan. We zullen, zoals hoort, de meester van de hele Wereld zijn. Niet alleen over de Oude Wereld, neen, ik bedoel over de planeet Aarde. Voor minder wil ik geen nodeloze inspanningen leveren, generaal Porter!’
            De generaal wreef even door zijn korte grijze haar. ‘Hoe praat je dat onze soldaten aan?’ Hij wist wel dat dit geen probleem zou zijn, maar hij wou toch de uitleg horen. Als hij in de put sprong, wou hij weten waarom en hoe hij eruit kon komen zonder kleerscheuren.
            ‘De zogenaamde inentingen zijn ondertussen al een tijdje bezig. Zeker drie vierden van de  elitegroepen is al met de chip geïnjecteerd. Deze is heel wat kleiner dan de gewone chip die we  voordien gebruikten tegen de fall-out en die nog een paar andere mogelijkheden extra bevatte. Dit nieuwe kleinood zal van iedere soldaat een vechtmachine maken die elke vechttechniek beheerst als een meester. Een soldaat die elk wapen zonder opleiding kan gebruiken, die elk terrein zonder voorafgaande kennis zal herkennen en in zijn voordeel zal kunnen gebruiken. Je zal geschiedenis schrijven zoals nooit voorheen. De bataljons die ingeënt zijn blijven onder quarantaine. We hebben de familie van de soldaten een leugentje om bestwil voorgeschoteld zodanig dat ze hun man of vrouw zonder wantrouwen een paar maandjes zullen moeten missen. Onder de mom van een brede opleiding voor een geheime missie kan veel verklaard worden aan ouders, broer of zuster. En, mijn beste Douglas…als alles achter de rug is, heb ik een vicepresident nodig waarop ik kan bouwen. Iemand met een brede rug die ik kan vertrouwen. Zegt die post je iets?’
            De generaal zette nu pas grote ogen op. Hij wist dat de senator tot veel in staat was, maar dat had hij niet verwacht. Het zou voor hem een bekroning zijn van zijn militaire loopbaan. Hij zag een toekomst na zijn legercarrière die financieel heel rooskleurig zou zijn en daar kon hij moeilijk neen tegen zeggen. Alleen wist hij niet dat de senator deze post ook al zeker aan een tiental andere mensen had beloofd. Sowieso wist ze wel dat het één van hen zou worden, maar dat besluit zou ze nemen als het zover was. Ze verkocht het vel van de beer niet voor hij geschoten was. Ze had dan misschien de generaal wel nodig om haar militaire coup te coördineren, maar het vel van die perverse beer die Douglas Porter heette, zou ze niet aan haar zijde in het ‘Oval Office’ willen zien.
            ‘We gaan dus verder met de inentingen. Die zijn veel gemakkelijker dan de vroegere operaties. De chip is een nanotechnologisch wonder dat ons ras een stap hoger op de evolutieladder zal plaatsen, Generaal! Men zal uw naam in de geschiedenisboeken schrijven als een van de grondleggers van de Nieuwe Orde. Een beweging die de wereld zal veroveren.’ Wat de generaal niet wist, was dat zijn soldaten nooit meer naar hun familie zouden kunnen teruggaan. Maar dat was iets wat zij gemakshalve in haar uitleg achterwege had gelaten.
            Generaal Douglas Porter was eerst onaangenaam verrast geweest met de chantage van de senator. Uiteindelijk was hij al altijd een pragmatisch mens geweest als militair. Hij handelde altijd als militair uitgaande van de harde feiten. Het feit was dat de dame voor hem in kwestie zijn zwakheid kende, dat ze daar ook de bewijzen voor had en die ook zou gebruiken. Aan de andere kant zou hij zijn toekomst veilig stellen als hij achter haar banier zou stappen. Ze was een vrouw met ballen aan haar lijf, meer dan dat van haar andere mannelijke collega’s kon  gezegd worden. Neen, spijt zou hij hierover niet hebben en daarom stak hij zijn ruwe behaarde hand uit naar de vrouw. Ze lachte, ‘Ik denk, Generaal, dat een glaasje champagne hier wel op zijn plaats is om deze overeenkomst te bezegelen, denk je ook niet? Het mindere leuke papierwerk zullen we dan straks maar voor onze rekening nemen.’
            Alsof het afgesproken was, ging de deur van haar kantoor open en kwam Rick Stanton binnen met een dienbord met daarop een fles Moët & Chandon en twee kleurige champagneglazen.
            De senator wist zelfs wat zijn lievelingsdrankje was. De Generaal kon dit ten zeerste waarderen.



……..



            Joeri en Nikolaj Volkov waren klaar voor hun missie. Ze hadden in de loods al zoveel geoefend dat het hun neus uitkwam. Gekko was nooit tevreden en al zagen ze hem via een groot scherm en niet in de levende lijve, ze hadden beide al een hartgrondige hekel aan die nerd met zijn brilletje gekregen. Aan de andere kant beseften ze dat dit een levensbelangrijke zaak was, waarbij losse eindjes het verschil kon betekenen tussen slagen en totale mislukking.
            Daarnaast was het wel zo dat ze afhankelijk waren van de technische mogelijkheden van dat enerverende mannetje aan de andere kant van de wereld. Hij zou op de gepaste momenten alle vallen en veiligheidsmaatregelen moeten uitschakelen of omzeilen. Het was niet evident om je leven in de schaal te leggen en onvoorwaardelijk te rekenen op een volslagen onbekende. Dit waren ze niet gewoon. Maar hier speelde Iléna Federova een grote rol. Beiden hadden op zijn minst een groot respect voor Iléna. Nikolaj had zelfs een boontje voor Iléna en bracht menig vrij uurtje door met haar het hof te maken. Iléna hield voorlopig afstand, de missie ging voor.
            Daarentegen was de romance tussen Lucy Nicholson en Joeri een feit. Joeri had dan toch op een bepaald moment het uiteindelijk doorgekregen dat Lucy Nicholson op de meest gepaste en ongepaste momenten ter plaatse was om hem bij zijn oefeningen te ‘steunen’. Joeri had deze steun met zijn Slavische temperament beantwoord en Lucy Nicholson was een andere vrouw geworden. Iemand waarmee Iléna heel wat beter mee opschoot. Wat liefde allemaal niet kon verwezenlijken.
            Feliciano Díaz en Edmond Foster keken steeds weer met bewonderende blikken naar de lenige Russische acrobaten en hun halsbrekende stunts. Feliciano was misschien dan handig op een ander gebied, maar zoiets zou hij nooit proberen.
            Edmond Foster stond ook het liefst met zijn voeten op de grond. Het gedacht hoe ze soms als vliegen tegen de muur geplakt naar boven klommen deed zijn hoofd al tollen. Hoger dan op een stoel staan - en dat vond hij al een risico - wou hij niet wagen.
            Gisteren had Gekko Feliciano laten weten dat hij dacht het middel te hebben gevonden om niet alleen de CCD plat te leggen en daarmee de gewone chips onklaar te maken maar dat hij geloofde dat hetzelfde zou gebeuren met de Cyborg-chip. Feliciano had Gekko verteld dat deze chips op heel wat kleiner schaal waren gebouwd zodanig dat ze die gewoon konden injecteren. De vooruitgang in de nanotechnologie die eigenlijk zijn start had genomen in de Nieuwe Wereld had ervoor gezorgd dat de miniaturisering van de chips plots weer een boost had gekregen. Door het delen van deze wetenschap met de Oude Wereld had de senator in haar Kelder een tijd geleden het prototype van de CB-chip ontworpen die intraveneus kon ingebracht worden.
           Gekko had zijn stukje software heel toepasselijk het ‘Requiemvirus’ genoemd. Dit naar de teksten van het Requiem die de seriemoordenaar Michael schreef – volgens de info die de politie vrijgegeven had aan de media - als hij zich aan zijn slachtoffers verminkte en tenslotte doodde. Het was een computerprogramma die eenmaal in het netwerk van de CCD was geüpload, zichzelf zou reproduceren in alle systemen die hieraan verbonden waren. Volgens Gekko zou het virus, als alles werkte naar behoren, de firewalls omzeilen gezien het door de hoofdcomputer, de CCD met name zelf zou worden doorgezonden naar alle andere systemen. Een sneeuwbaleffect! Het zou hem ook in staat stellen om de computer even over te nemen en nog wat hocus pocus met het apparaat te verrichten. Het zou voor Gekko een koud kunstje zijn om dat apparaat van op afstand voorgoed onklaar te maken eenmaal het zijn zaadjes had geplant.

........

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


zaterdag 19 december 2015

My quest










I’ve looked for it everywhere,
in the furthest corners of the world
between strange peoples
and at the most desolate places.

I’ve turned stones upside down,
dragging down buildings
and fruitlessly looked into mysteries.

To no avail, I’ve questioned scientists,
analyzed the point of view of philosophers,
used the dowsing-rod and pendulum,

nothing brought me closer to the truth.

I’ve read a thousand books,
surfed on countless websites of the internet,
even yoga and meditation I’ve tried,
unfortunately without result.

If I would be able to travel back in time,
I would have asked the Delphi Oracle
for its wise advice.

Nothing could bring me nearer
the purpose of my quest
and eventually, I came home again,
not a step closer of my goal.

So I thought but at that moment,
I saw my lovely wife,
my beautiful children
and a home and shelter and I found
what I was looking for:

Happiness!

© Rudi Lejaeghere

19/12/2015


Mijn zoektocht










Ik heb het overal gezocht,
in de verste uithoeken,
tussen vreemde volkeren
en in ontoegankelijke streken.

Stenen heb ik omgekeerd,
gebouwen gesloopt
en vruchteloos mysteries onderzocht.

Tevergeefs heb ik wetenschappers ondervraagd,
de meningen van filosofen geanalyseerd,
naar waarzeggers en waterwichelaars gependeld,

niets bracht me dichter bij de waarheid.

Ik heb duizenden boeken gelezen,
internet en zijn ontelbare websites af gesurft,
zelfs yoga en meditatie geprobeerd,
helaas zonder resultaat.

Had ik in de tijd kunnen reizen,
ik had het orakel van Delphi
om wijze raad gevraagd.

Niets kon me dichter brengen
bij datgene wat ik zocht
en uiteindelijk kwam ik weer thuis,
geen enkele stap dichter bij mijn doel.

Dat dacht ik maar wat blijkt,
toen zag ik mijn lieve vrouw,
mijn prachtige kinderen
en een thuis en ik vond wat ik zocht:

Geluk!

© Rudi J.P. Lejaeghere

19/12/2015


vrijdag 18 december 2015

Requiem: Hoofdstuk 37 (2e deel)














……..



            Het zweet liep me over het voorhoofd. Ik had dan weliswaar geen groene vingers maar ik had wel handen die ik uit de mouwen kon steken. De hoeveelste kruiwagen ik al uit de serre had gevoerd en op de composthoop had uit gekieperd, wist ik niet. Het moesten er al vele zijn. Mijn spieren deden pijn en mijn rug roerde zich ook al. Niet gewoon om te werken meisje, dacht ik bij mezelf. Je bent echt een watje, dacht ik ook nog!
            Eigenlijk voelde ik me al bij al goed. Het was een fijne gewaarwording iets te doen. Iets men mijn eigen handen te verwezenlijken. Misschien was het daarbij ook een symbolische daad. Ik maakte schoon schip in mijn hoofd en in de serre. Men zou me voor gek verklaren als ik mijn gevoelens zou uitspreken, maar ik voelde dat mijn ouders meekeken. Ze zouden het welletjes gevonden hebben dat ik zolang hun planten en bloemen waar zij zoveel tijd hadden ingestoken, had laten verkommeren. Ik had mij schuldig gevoeld, maar vandaag was het een soort verlossing en daarom wierp ik mij er voor honderd procent tegenaan. Al deed het pijn, het voelde verschrikkelijk goed!
            Mijn gedachten sprongen heen en weer tussen herinneringen aan mijn ouders en mijn recentere belevenissen met Stephen. Zou hij slagen in hetgeen hij van plan was? Een diplomaat had vele connecties en kon aan vele touwtjes trekken. Relaties die hij gedurende zijn loopbaan had opgebouwd en mensen die hem iets schuldig waren. Maar in een potje roeren die al van op een afstand stonk, was uitermate gevaarlijk. Het was voldoende om één iemand wakker te maken die aan de verkeerde kant stond en het zou voor Stephen verkeerd kunnen aflopen. Neen, geen negatieve gedachtes, Stephen zou de taak klaren als het enigszins mogelijk was. Ik had het volste vertrouwen in hem.
            Van de serre zou ik terug iets maken waar mijn ouders trots op zouden zijn. Eerst wilde ik beginnen met een deftige schoonmaak en dan zorgen voor nieuwe plantaarde en de nodige meststoffen. Mijn vader had ook een soort logboek waarin hij vele zaken in neerschreef. Handige tips voor het kweken van die of die bloem. Ik moest dat boek vinden! Het zou mijn handleiding zijn om er weer iets moois van te maken en het te doen op de manier zoals het voorheen gebeurde door de handen van mijn vader.
            Zou ik Stephen vanavond opbellen? Het was een non-stopvlucht en duurde ongeveer dertien uur. Normaal gezien was hij nog voor de middag vertrokken, dus zou nog voor middernacht in New York zijn. Hij zou wel moe zijn, misschien wat jetlag, misschien was het beter dat ik wachtte tot hij uitgerust was. Hij zou eerst wat contacten in New York aanspreken over die senatorhistorie en proberen uit te vissen over wie die Jack Sterlington het had. Dan zou hij naar Detroit reizen en kijken of hij met zijn referenties aan het kluisje van Jack kon geraken. Hoe hij dat zou klaarspelen was voor mij ook een raadsel?
            Mijn eerste taak na het uitmesten van de serre zouden de ramen zijn. Mijn vader had mij ooit verteld dat de ramen zuiver moesten zijn en vrij van schimmels. Daarvoor had hij een middel dat verneveld werd zowel buiten als binnen op het glas van de serre. Dat moest dan een aantal dagen intrekken. Omdat dit product nogal agressief was als reinigingsmiddel, gebruikte het men best als  de serre leeg was. Het kon dus geen beter moment zijn om dit nu te doen. Op de bijsluiter las ik trouwens dat het tevens de schimmels doodde die in alle hoekjes en kantjes tijdens het jaar waren gevormd. Ik veronderstelde dat gezien mijn inactiviteit in deze branche dit wel nodig zou zijn!
            Vader Arturo had verteld dat er drie belangrijke punten waren die men goed in het oog moest houden in een serre. Eerst en vooral de ph-waarde van de grond, het humusgehalte en de bijmesting. Dat zat er nog wel ingebakken maar de juiste getallen en de verhoudingen zou ik toch maar best even opzoeken en zelf misschien wat raad vragen in de winkels waar ik deze benodigdheden zou kopen. Misschien lagen er nog restjes in het bijgebouwtje en kon ik de merken opschrijven. Ik besefte dat ik, niettegenstaande een grote bewonderaar was van de creaties op dit gebied, daar zelf niet veel kaas van had gegeten. Maar het zou me wel lukken, mijn vader had ook ooit alles moeten leren. Voor alles is een begin.
            Na een tijdje kon ik wel een pauze gebruiken en besloot om wat te verpozen met een kopje thee. De jasmijnthee van mijn moeder stond nog altijd op zijn vaste plaats. Ik besefte dat ik bezig was met mijn eigen soort ceremonieën, oude gebruiken die ik me eigen maakte. Ik liep letterlijk en figuurlijk in de voetsporen van mijn ouders. Na een tijdje geurde het naar jasmijn in de keuken en ik dacht automatisch aan mijn moeder. Sachiko Matai was een zachte en opgewekte vrouw geweest. “Sachiko” wat trouwens geluk of gezegend kind betekende was een gepaste naam voor mijn ma. Ik had haar nooit haar stem horen verheffen en ze hield verschrikkelijk veel van mijn vader. Ik miste haar, het was een stuk die men uit mijn leven had gerukt en die nooit meer ingevuld zou raken.
            In de keuken had zij altijd haar stempel gedrukt. Sachiko was een goede kokkin en had gedurende haar vele levensjaren zich daarin beetje per beetje nog meer bekwaamd. Ik herinnerde me de vele uitzonderlijke gerechten die zij hier had klaargemaakt. Japanners probeerden van ieder eetmaal iets speciaals te maken en ook aan te passen aan het seizoen. Dit wortelde in hun bijzondere band met de natuur en de seizoenswisselingen. Naast de typische gerechten als sushi, had ik hier ook sashimi gegeten met de verste en fijnste vis en schelpdieren. Ook langoest en Sint-Jakobsvruchten gegrild in de schil van cederappel stonden op Sachiko’s lijstje van geliefde gerechten. Mijn favoriet was een flan van lauwe oesters met King Crab en heerlijk ruikende paddenstoelen. Mijn vader had het nogal voor de ingewanden van de pijlinktvis die zij af en toe klaarmaakte maar dat gerecht kon mij minder bekoren. Het is nu eenmaal zo, dat over smaken en kleuren je moeilijk kan discussiëren. ‘De gustibus et coloribus non est disputandum’. Het was een Latijnse spreuk die ik ooit eens had gelezen en die hier meer dan anders waarheid bevatte.
            Mijn moeder had een keuken waar men zoveel dingen terugvond die men gebruikte in de Japanse kookkunst. De Japanse gekookte rijst, de gohan of de meshi die de geest van Japan vertegenwoordigde, mocht natuurlijk niet ontbreken in de landelijke keuken, maar ook sojasaus en mirin, een soort sake maar minder sterk van alcohol was van de partij. Wasabi, de Japanse specerij die wat op mierikswortel lijkt en tofu en nori respectievelijk gemaakt van sojabonen en vellen zeewier kon je hier ook terugvinden. De gari, een soort ingemaakte gember moest men in de gerechten met mate gebruiken, gezien de sterke smaak. Dit had ik allemaal geleerd van mijn ma.  Soms mocht ik mijn moeder helpen maar meestal was het haar privédomein waar ze met zachte hand de plak zwaaide en me met vriendelijke maar onverbiddelijke gebaren de keuken uit weerde. Ik was nu eenmaal geen kokkin zoals Sachiko ooit was geweest, maar ik nam me voor om op zijn minst eens een van haar gerechten proberen te maken voor Stephen. Er was nog zoveel dat ik hem te vertellen had, zoveel dat ik met hem wou delen.
            Het was vreemd maar steeds kwam ik weer uit bij Stephen. Misschien zou ik even stout zijn en Gekko laten kijken via de satelliet waar Stephen zich juist bevond. Neen, dat zou hij absoluut niet kunnen waarderen. Trouwens waarom deden we nu al die moeite? Het was om die verregaande inbreuk op de privacy tegen te gaan. George Orwell met zijn boek ‘1984’ uit de 20e eeuw was een visionair geweest. Hij had niet kunnen vermoeden dat nu we nu in 2112, meer dan een eeuw later op een punt stonden die zijn visie ruim zou overschrijden. Deze keer was het geen fictie.
            Mijn pauze zat er bijna op. Ik had me zelf een uurtje gegeven om wat te bekomen en weer met nieuwe moed aan te vallen op de serre. Ik dronk het laatste slokje jasmijnthee op en trok weer naar buiten met vernieuwde moed. Gesterkt door de kracht van het verleden en de positieve gedachten die door mijn hoofd vloeiden, ging ik er weer tegenaan. Ik zou niet alleen hun respect verdienen maar ze zouden ook trots op me zijn als ik hier gedaan had wat ik van plan was!

copyright Rudi J.P. Lejaeghere



zondag 13 december 2015

To melt together











Years which trickling melt together
as a tap, that’s never closed
I write the words through the pipe,
flowing or faltering they babble down
and tell of things when I was little,

driving on a bicycle to big,
falling and ripping my knees open,
hiding silently under the table
letting myself disappear,
seeing my mother getting desperate
when she fruitless searches for me,

time rides like a train,
with the highest velocity he glides
my seasons nearer to me,

of setting steps as a child, entering puberty
and making love in the spring,
experiencing myself what I never
believed from my parents,
the rain and the drip of getting older,
and later, as I hope with some delay,
coming to the last station,

images are sliding, words melt together,
years are growing grey, behind me are the fields
that are ploughed, some of them still undeveloped,
I’m rather happy, but also a little sad
for what I, later on, will have to leave behind.

© Rudi J.P. Lejaeghere

11/12/2015


Versmelting











Jaren die druppelend versmelten,
als een kraan die nooit op toe staat
schrijf ik woorden door de leiding,
vloeiend of haperend kletsen ze neer
van dingen toen ik klein was,

rijden op een fiets te groot,
vallen en mijn knieën openrijten,
onder de tafel stilletjes
mezelf doen verdwijnen,
mijn moeder de krul zien krijgen
wanneer ze me vruchteloos zoekt,

de tijd die rijdt als een trein,
met grote snelheid glijdt hij
mijn seizoenen dichterbij,

van kinderstappen zetten, puberen
en vrijen in de lente,
nu zelf ervaren wat ik
van mijn ouders nooit geloofde,
de regen en de drop van ouder worden,
en later, naar ik hoop met wat vertraging,
het laatste station binnen rijden,

beelden verglijden, woorden versmelten
jaren vergrijzen, achter mij liggen velden
bewerkt, sommige reeds een tijdje braak,
ik ben tevreden, maar ook iets triest
om wat ik straks moet achterlaten.

© Rudi J.P. Lejaeghere
11/12/2015



  

vrijdag 11 december 2015

Requiem: Hoofdstuk 37 (1e deel)








37



            Norino Vastai, Shi Udesama en Goro Fukamizu hadden afgesproken om na de werkuren eens gezellig te tafelen in een restaurant in de beurt van hun hoofdkwartier. Het was er niet duur, je mocht natuurlijk geen kristal en zilver verwachten, maar het eten was er goed en je kreeg meestal een ruimte portie. Norino Vastai had net zoals zijn adjuncten de visschotel gekozen. Die was licht verteerbaar en men serveerde er een heel goede betaalbare witte huiswijn bij. Norino had hen uitgenodigd en gezegd dat het zijn traktatie was. Even wat uitblazen, een paar uren weg uit de stress van het bureau en het whiteboard dat steeds maar met meer foto’s van slachtoffers werd opgevuld. Ze hadden bij verschillende slachtoffers teksten gevonden die verwezen naar het Requiem van Mozart. Het was de rode draad die de onfortuinlijke doden verbond in hun lot. De componist had het zeker niet zo bedoeld en zou zich in zijn graf omkeren moest hij dit weten.
            Ze waren alle drie nogal gespannen. Goro spartelde eerst wat tegen omdat hij zijn vrouw beloofd had om samen naar een bepaalde uitzending op TV te kijken, maar Norino had hem ten langen leste toch kunnen overtuigen. Shi leek ook blij dat zijn baas hem eens op een etentje uitnodigde. Hij verontschuldigde zich wel vijf maal omdat hij iets te laat op de afspraak was gearriveerd. Shi vond dit onvergefelijk van zichzelf, want een uitnodiging moest als een daad van respect behandeld worden. Een meerdere die verbroederde met zijn ondergeschikten was geen alledaags feit. Zeker niet bij de Veiligheidsdienst van de Nieuwe Wereld. Men was in het kader van hun beroep eerder wantrouwig tegenover sociaal contact met collega’s en men kreeg algauw vragen van de interne controledienst als men na de uren teveel met iemand op stap ging. Norino Vastai was van de oude stempel en vaagde al die vooroordelen aan zijn broek. Hij vond het juist gepast om te verbroederen met zijn mannen die elke dag hun hachje in de schaal wierpen om misdadigers op te sporen. Daarom maakte hij er ook geen punt van dat Shi iets later was. Hij had de tijd gevuld met wat lekkere sake en voelde zich wat los komen van alle beslommeringen van de laatste tijd. Misschien nog een glaasje en het kon nog een goede avond worden.
            ‘Wist je dat dit waarschijnlijk het enigste restaurant uit de beurt is waar nu eens géén kogelvis op het menu staat,’ stelde Norino vast. ‘Trouwens, met mijn hongerloon kan ik me dat gerecht maar een paar keer per jaar veroorloven. Maar ik beloof als we deze zaak tot een goed einde brengen dat deze lekkernij zeker op het menu zal staan.’
             Kogelvis wordt namelijk als een echte delicatesse aanzien in Japan. De vissen bevatten een gif, die de mens verlamt tot de dood erop volgt. Tetrodotoxine, het gif waarvan hier sprake is, is bekend als een verlammend neurotoxine. Japanse koks moeten hiervoor speciale lessen volgen en examens afleggen. Iedereen beseft natuurlijk dat de verwijdering van de ingewanden die het gif bevatten van primordiaal belang is, zeker als men de gastronoom in kwestie levend wil houden. Het gif van één kogelvis kan minimum dertig mensen doden en is dodelijker dan het pijlpuntvergif curare die de indianen toentertijd gebruikten. Toch gebeurt er af en toe eens een ongelukje en valt een toerist of zelf een Japanner neer die het niet meer kan navertellen hoe lekker kogelvis wel is. Het is tevens voor een Japanner ook een teken van grote moed om kogelvis te eten. You never know! En goedkoop is het dan ook weer niet. Nou, ja, je kan zowel duur betaald je einde tegemoet gaan! Norino Vastai glimlachte om zijn binnenpretje. Ja, de avond begon wat kleur te krijgen en zijn wangen nog meer terwijl hij aan zijn glaasje sake nipte.
            ‘Hoe is het met de vrouw, Goro, hopelijk zal ze mij het niet te kwalijk nemen dat ik je vanavond van haar weghoud.’ Goro toastte naar zijn chef. ‘Geen probleem, ik heb twee tickets voor het supermoderne bioscoopcomplex in Sanctuary op het hoofd kunnen tikken. Mijn vrouw zal er met haar vriendin een paar uurtjes kunnen genieten van een 3DV-film. Je weet wel, een film waar je virtueel in de film zelf alles meemaakt, tot de geuren en de gevoelswaarnemingen incluis. Ik vraag me soms af wat ze nog meer gaan uitvinden? De prijs van de bioscoopkaartjes zijn er natuurlijk wel naar, maar mijn vrouwtje is het dubbel en dik waard.’
            Shi lachte, ‘Goro, je kan het gewoon niet laten en je weet het. Je vrouwtje draait je rond je vinger en je vindt het nog leuk ook. Maar als jij er gelukkig mee bent, waarom zouden wij er iets op tegen hebben.’ Shi nipte nauwelijks van zijn sake. Hij dronk wel alcohol, maar probeerde dit tot een minimum te beperken. Hij wist dat dit de concentratie beperkte of op zijn minst die in de war stuurde.          
            ‘Ik heb ook nog een mededeling te doen,’ straalde Goro.
            Hoofdinspecteur Norino Vastai had bij Goro in de laatste maand iets van verandering gezien. Iets in de gedragingen van Goro was gewijzigd en Norino had daarover zijn eigen ideetje. Hij wachtte echter tot Goro klaar was om het zelf te vertellen. Het was er eigenlijk wel de gelegenheid voor. Even rustig te samen met de werkmakkers, een lekker sfeertje en zachte muziek.
            Toen brak Goro’s gezicht open in een brede lach, net als een zon door het wolkendek brak. ‘Mijn vrouw is drie maand zwanger, Ik word straks vader! We zijn enorm gelukkig. Het was niet evident om…die beslissing te nemen.’ Norino en Shi wisten wat hij bedoelde. Hun vak en ouderschap waren nu niet direct compatibele zaken. Maar zowel Shi als Norino beseften als het ‘iemand’ zou lukken om zijn politietaak met het ouderschap te kunnen combineren, Goro de beste kansen had.
            ‘Daarop moeten we toastten,’ zei een al door de sake benevelde Norino met luide stem. ‘Kanpai, santé, op de geboorte van je kind, Goro, dat hij of zij een lang en gezond leven mag weggelegd zijn.
            Goro voelde zich als een koning.
            Shi zat er echter wat bedremmeld bij.
            Goro had dit opgemerkt. ‘Niet wanhopen Shi, je bent nog jong en ik heb ook maar op oudere leeftijd mijn vrouw leren kennen. Er zit zeker ook wel ergens een lieve jongedame op je te wachten.’
            Shi knikte instemmend en toastte nu ook met Goro.
            Zo gebeurde het dat die avond een aantal van de beste leden van de Veiligheidsdienst bij het sluitingsuur van het restaurant hoog boven hun theewater waren en een taxibot moesten bestellen om hen veilig thuis te brengen. Ze hadden zich vermaakt en even de stress kunnen opzij zetten. Zo’n momenten in het leven van leden van de Veiligheidsdienst waren zo zeldzaam dat men ze moest koesteren als zeldzame juweeltjes.
            Jammer van mijn houten kop morgenochtend, dacht Norino toen hij zich in zijn bed plofte.



……..



            Stephen was met gemengde gevoelens vertrokken. Het was met pijn in het hart dat hij Yukiko achterliet. Hij was verwonderd en ook wat overdonderd door de gevoelens die de laatste tijd op hem waren afgestormd. Eerst de gewelddadige dood van zijn halfzus Suzy en nu Yu die zijn hart had gestolen. Het klikte gewoon, ze deed hem denken aan Suzy, maar dan meer qua uiterlijk. Haar karakter was heel anders, ze was een echte vechter. Letterlijk en figuurlijk. Misschien was het daardoor dat hij de taxichauffeur die hem naar de luchthaven moest brengen, weinig aandacht had geschonken. Hij had zonder nadenken vlug zijn bestemming doorgegeven aan de bestuurder en zijn creditcard in de daartoe bestemde lezer gestoken. Pas nadat ze op weg waren en hij zag dat de chauffeur niet de stadsring nam, maar dieper de stad inreed, bemerkte hij het litteken in de nek van de man. Toen was het al te laat want de man spoot iets in zijn gezicht en het licht ging uit!
            Michael draaide zich weer naar de console en glimlachte. Hij zou Stephen March beetje per beetje laten sterven. De Witte Engel had niet gezegd ‘hoe’ Stephen March moest verdwijnen. Het stond hem vrij de middelen naar eigen keuze te gebruiken als het doel maar bereikt werd. Michael verheugde zich reeds in het vooruitzicht van de volgende dagen.
            Hij keek nog even achterom. Die zou het eerste uur niet meer bijkomen en ondertussen zou hij in verzekerde bewaring gesteld worden. Jammer dat hij zijn hoofdkwartier naar een huis in de binnenstad had moeten verplaatsen. Het was er minder veilig, maar hij had jaren geleden al voorbereid geweest op zo’n beslissing. Hij had met alles rekening gehouden. Naast zijn appartement waar hij zijn publiekelijk leven leidde, had hij nog een huis met een grote kelder op een andere naam. Een valse identiteit creëren was voor hem een akkefietje. Hij had de nodige contacten in de onderwereld. Niemand uit zijn omgeving en zijn kennissenkring  wist dit. Simpelweg omdat hij hen dit nooit verteld had en omdat hij af en toe al eens een van zijn slachtoffers naar deze plaats had moeten brengen. Een geval van overmacht, zoals dit er nu ook een was. Een ruime kelder waar de muren en deur gecapitonneerd waren. Het zou de kreten van Stephen March in alle intimiteit binnenshuis houden. Toch was het altijd mogelijk dat men bij een minutieus onderzoek op zijn schuilplaats zou stuiten, alhoewel de kans betrekkelijk klein was. Hij had zelfs nog één grote verrassing in gedachten voor de ontvoerde man. Zou hij het Stephen vertellen vooraleer hij hem doodde? Misschien!



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


donderdag 10 december 2015

Drowning















How I set my sails
tight with feelings
in the storm being
the foam on the waves
and irrevocable

drowning

in the whirlpool
to be dragged further
and torn apart
I feel myself being flooded
spread in droplets

drowning

in a sea of thoughts
I’m gripping
my parts together
to blow a whole new me
on the beach

someone is picking me up
as a shell
I listen to the morning.


© Rudi J.P. Lejaeghere


Verdrinken















Hoe ik mijn zeilen bol
stijf sta van gevoelens
in de storm het schuim
op de golven ben
en onherroepelijk

verdrink

in de draaikolk
verder gesleurd
en uiteengetrokken
weet ik me gevloeid
in druppels verspreid

verdrink

in een zee van gedachten
klem me vast
in mijn delen
spoel me samen
als een nieuw geheel
op het strand

raapt iemand me op
als een schelp
luister ik naar de morgen.


© Rudi J.P. Lejaeghere


The Woman in Red: Chapter 55
















55. An intimate dance

A month later…

            It was hard for Katarina in the weeks after she had visited the General. Her anger against this man who had pushed her mother to her death had kept her on her feet. Neither Cecile nor Katarina had wanted to visit their mother while she laid out in the morgue. The twin sisters wanted to keep the image they had of their mother while she was alive. At the advice of the General they also had refused visits of acquaintances because the investigation was still ongoing.
            Jean-Pierre, in the meantime, had recovered very well. Every day he gained a bit of strength and with the help of a recognized physiotherapist, he could use his body again as before the bullet wound. He tried to cheer up his girlfriend and searched different things to distract her. He tried to indulge her with a good glass of wine and a delicious meal and nonetheless Katarina appreciated his attempts, she couldn’t enjoy it really. Mourning needed time, Jean-Pierre thought and he didn’t criticize her for that.
            After a few weeks, Katarina started to smile again when he was with her. He knew this was a good sign, but didn’t try to hurry things. Their love for each other in these weeks was limited to tender kisses and some cuddling. Jean-Pierre knew what it was to lose a mother. He had lost his parents when he was very young. His mother always had occupied a special place in his life and that’s why he could so much relate to Katarina’s grief.
            In the meantime, he also had gotten his share of bad luck. He discovered a registered letter and a subpoena in his mailbox that was sent to him while he was with Katarina. The registered letter was his resignation as an accountant. He couldn’t blame his employers. Anyway, he had chosen for his new life and about that he had no remorse. The subpoena, however, was a cold shower. His employer had engaged a lawyer and had accused him of breach of contract. The amount of money he asked would cost him a great part of his savings. For a moment, he started to sweat when he made the calculation. But that was nothing compared to what Katarina had to endure.
            Katarina started slowly to enjoy life again. After a few weeks, she had taken the management of the castle upon her shoulders. She didn’t know if she would be a good businesswoman. At least she would try, even if she just did it in memory of her late mother, Baroness Beatrice.
            Jean-Pierre liked the changes with his girlfriend. He asked her how business was going and if she wanted he loved to help her with his accountant knowledge, but she always refused his help. She had promised him he would have a better life and she wanted him not to worry about money matters and profit.
            Cecile had taken care that Jean-Pierre after the unfortunate death of the Baroness was housed in one of the houses the Baroness owned not far from the castle. From the moment he could drive a car, he hired a rental car to travel between his domicile and the Chateau Dauphin.
            A month after the meeting with the General, Jean-Pierre wanted to take his car to drive back to the castle. His surprise was great when he saw a black limousine before his door. The chauffeur of the castle invited him to take place in the empty automobile. In a quarter of an hour, he drove him to the place he had visited so many times in the past weeks.
            When the limousine stopped and he got out of the car, he saw Katarina, dressed in fabulous red evening dress, standing on the stairs of the castle. Her face shone with a beautiful smile and in her eyes he noticed a naughty glance. This was the woman in red he had fallen in love with and suddenly his heart started to beat faster.
            ‘Hello, my darling, welcome to the Chateau. I wasn’t able lately to show you how much I love you.’ Katarina took his arm and led him up the stairs, through the door into the entrance hall. ‘I’ll try to make it up to you a bit today.’
            She led him through the hall, up the stairs which took them to the rooms. Jean-Pierre looked at her on his side, but she only smiled without telling him what she was up to.
            Katarina led him to the ‘Chambre Rouge’, the Red Room he had learned to know one of the first days of his stay at the castle. ‘I’ve given the room a new nameplate in honor of his new owner.’
            ‘What, Katarina, you have sold the castle, is that a good decision now, you have done this thoughtfully?’ Jean-Pierre knew she had a lot of emotional bindings here, to cut them would maybe not a very good decision.
            ‘Sorry, darling, I thought the castle needed a new approach. I hope the new owner likes it as much as I do.’ She pointed on the nameplate on the door. Jean-Pierre read it with surprise.
            ‘Chambre Jean-Pierre!’ He turned to Katarina who pushed herself against him and kissed him passionately. He was too astonished to react properly. His brain had tilted. ‘What do you mean by that, is it still your castle or…?’ That was the only question he could ask between two burning kisses.
            ‘No, my precious darling. Obviously my mother had already put the castle in my name a while ago, I didn’t know myself either. But with the settlement of the inheritance, everything had come out. You almost lost your life to be out with me. That was the least I could do. But I’ve still got one thing to ask you?’
            ‘Eh… okay, thank you, Kat. I’m just topsy-turvy. What a surprise! Ask away. I can’t refuse you anything, you know that, do you?’
            Katarina was happy. She knew that she had done the right thing. ‘I’ve only to give the castle a new name but since you’re the new owner, I let you choose. Jean-Pierre, how do you want to name your castle? Maybe you want some time to think about it, no need to hurry?’
            He looked at her and his face started to have color again after the first scare. ‘That’s not hard at all, I don’t have to think about that a long time. If I look at you there’s only one name possible: Chateau Rouge, the Red Castle.’
            ‘Hey, that’s a good name, honey, you know I love the color red, but I still love you more. And that’s why I want you now… all for myself.’ She pulled him through the door opening of the room and closed the door behind her. ‘Let me serve you, my Lord.’ She opened his shirt and kissed him on the healing scar of the bullet wound.
            This was the beginning of a passionate dance. They were two tango dancers who knew every movement of each other and danced it with love. Jean-Pierre already was hankering after this intimate dance and was leading the first steps. He stripped her of her beautiful red dress and noticed that she, supposedly for the opportunity, had clothed herself in red lingerie. He caressed her body through this clothing.
            Katarina didn’t sit idly because a tango takes two. A few seconds later she stood naked before him while he answered with his own nakedness. In a passionate duel, they kissed and caressed each other. Both couldn’t get enough of it. Jean-Pierre took Katarina’s arm and led her to the poster bed where they lay themselves upon together. He rediscovered known places and danced further on with his lips and fingers, while she, groaning with pleasure, followed the melody of the dance.
            Nothing was still of importance around them. Only their love and passion counted. Soon they came in a whirlpool of movements to the grand finale of their dance that underlined their oneness. Both Katarina and Jean-Pierre knew that if they had to choose, this should last forever.

© Rudi J.P. Lejaeghere
16/10/2015   
THE END


Just a little pause, my dear readers.

‘The Woman in Red’, Katarina eventually has found her real love and soul partner after 55 chapters in the person of Jean-Pierre.

Thank you for all the interest.

Maybe there are amongst you who are asking if you still will hear from Katarina and Jean-Pierre? Or is this really the end of their adventures?
The answer is yes, they’ll come back and no it has not ended yet.
I’ve got some ideas for a sequel and even a name for this next part. I’m counting on your interest again with the continuation of the adventures of ‘The Woman in Red’ in the new story:

‘Chateau Rouge’

Rudi J.P. Lejaeghere