zaterdag 31 januari 2015

Requiem: Hoofdstuk 13








13


           
            Hij stond aan de overkant van Sutimoto Bank & Insurance Company. Verborgen in de schaduw van een deurportaal keek hij recht voor zich uit. Iemand die hem per toeval zou zien, zou denken dat hij voor de druilerige zure regen schuilde. Het hoofd wat gebogen, de kap van zijn regenvest omhoog gezet zodanig dat zijn gezicht in de schaduw van de regenkap ook minder duidelijk te herkennen was. Gelukkig was hij ingeënt en nam hij regelmatig zijn dosis medicatie. Gezien hij zich volgens de normen tweemaal per jaar liet checken op de dienst ‘Radiologie’ voelde hij zich betrekkelijk veilig in de naoorlogse buitenlucht en de sluimerende gevaren die daaraan gekoppeld waren. Er waren mensen die afstotingsverschijnselen kregen door de medicijnen en die hadden minder geluk. Zij waren voor de rest van hun dagen gekluisterd aan hun huis, want de inentingen zonder de medicijnen gaven een vijftig op vijftig kans op kanker. Het was de samenwerking van de beide behandelingen die het deed. Ja, deze mensen waren afhankelijk van de goedheid van een ander. Goedheid, pfff! Zondaars waren het, die goed van kwaad niet konden onderscheiden. Neen,…hij moest zich bedwingen!
            Inderdaad. Kalmte is je beste raadgever. Er komt wel weer een moment dat je de vloed van je wraak in woede mag omzetten. Maar een Engel luistert naar zijn Meester! Luister naar mij. We zijn met velen en je zult bij ons aanzitten als je je taak op deze aarde hebt volbracht.
            De stemmen leidden hem door dag en nacht. Hij voelde zich veilig maar niet stom. Daarom ook wist hij dat Stephen March een bedreiging was. De stemmen hadden het hem al verschillende keren verteld. Stephen March moest afgeschrikt worden en als hij niet luisterde zou hij verdwijnen. men telde hem niet onder de zondaren. Stephen March was geen onreine, maar wie niet horen wil….! Hij lachte stilletjes in zijn vuist toen hij zich voorstelde hoe de heer March zou reageren in de bank.
            Hij had geduld en veronderstelde dat de formaliteiten om de kluis te overhandigen wel een tijdje kon duren en hij kraakte nog een Japanse walnoot uit het zakje dat hij uit zijn vest haalde. Een harde noot om te kraken. Hij glimlachte om de gedachte. Voor hem zou Stephen geen harde noot zijn om te kraken. Hij zou hem om te beginnen al de noten van de toonladder van pijn laten zingen. Een voorsmaakje voor wat kon volgen als hij goede raad niet kon waarderen.
            Luister goed! Volg de man naar zijn appartement. Daar mag je hem onze boodschap doorgeven. Pas daar, niet vroeger. Volg onze bevelen op want jij bent onze Wrekende Engel, de begeleider van de zielen. Wij zorgen voor jou, jij zorgt voor ons.



 ……..



            Ik had mij met Ji Lang naar het huis van Eagle Eye begeven dat zich aan de randstad van Sanctuary bevond. Het was tevens het kantoor van het importexportbedrijfje ‘Afro-Art’ dat Eagle Eye en Ji samen uitbaatten. Na telefonisch mijn wedervaren te hebben verhaald over mijn nachtelijke bezoeker hadden we bij Eagle Eye afgesproken. Jérome’s optrekje was een ruim verlaten pand dat hij volgens mij gekraakt had en naar zijn eigen smaak had ingericht. Hier ontdekte ik de Afrikaanse roots van Jérome Shumbwa, nadat we via een krakkemikkige lift naar de derde verdieping waren geschokt. Ik had ieder moment gedacht dat de kabels of wat dan ook waar de lift aan vast hing zou knappen en we de dieperik in zouden vallen, maar blijkbaar scheen het apparaat toch nog sterker dan ik dacht.
            Gekko was, niettegenstaande onze overtuigende argumenten, niet meegekomen. Hij voelde zich nergens veiliger dan tussen zijn vier beveiligde muren. Hij zou in verbinding blijven door middel van een oortje die wij allen van hem hadden ontvangen. Via een verbinding met het bionisch oog van Eagle dat hij in een mum van tijd had bedacht en in de praktijk had uitgedokterd, met instemming van de eigenaar natuurlijk,  kon hij ons ook visueel volgen waar wij ons ook maar begaven. Tegen zo’n argumenten  en technische hoogstandjes konden wij als leken in het vak niet op. Daarom was Gekko hier op zijn eigen eigenzinnige manier toch aanwezig.
            Toen we de lift uitstapten kwamen we direct in een grote ruimte die hier en daar door een steunpilaar was onderbroken. Deze pilaren waren beschilderd met kleurrijke Afrikaanse motieven en er hing een grote verzameling aan houten maskers en beelden aan deze betonnen pijlers. Op de grond had Eagle Eye op diverse plaatsen dierenhuiden opengespreid. Enkel waren zelfs afkomstig van  uitgestorven diersoorten. Hij vertelde ons dat hij geen enkel van deze dieren, waarvan hij de huiden op de grond had liggen, zelf had gedood. Vele van de dieren waren gestorven als gevolg of zelf uitgeroeid tijdens of na de Grote Oorlog. Het was eerder een tribuut aan een stukje natuurlijke Afrikaanse schoonheid die voorgoed verdwenen was. Ji zette zich neer op een van de zachte kussens die verspreid lagen over een mooie zebrahuid. Hij voelde zich hier schijnbaar thuis. Ik kuierde nog wat rond om alles in me op te nemen. Het was teveel om op te noemen. Een gans andere cultuur die zuiderse warmte uitstraalde, omringde me en veroverde me tegelijkertijd. Eagle Eye gaf met plezier wat meer uitleg bij de ornamenten die hij verzameld had en die zijn leefruimte die typische look gaven.
            Hij wees me op een van zijn laatste aanwinsten, een Dogon Horseman beeld uit Mali, uiterst zeldzaam. Het was een paard bereden door twee ruiters, maar gezien paarden zeldzaam waren in Afrika was hij fier dat hij deze aan zijn verzameling had kunnen toevoegen. Er waren ook diverse maskers die allemaal een andere naam hadden waaronder een Punu- gezichtsmasker met een kap op uit Gabon en uit hetzelfde land een oud Afrikaans Fang-masker met een soort verentooi rond de bovenkant van het ornament. Er stond in een van de hoeken van de leefruimte een groot stuk hout waarvan ik aan Eagle Eye vroeg of dit ook een masker was of een of ander soort ceremonieel kleed. Hij vertelde met zijn gekende hartelijkheid en geestdrift dat het hier ging over een Baga Nimba schoudermasker uit Guinea en dat dit uit één stuk hout gesneden sierstuk op de schouders gedragen werd. De vrouw die het voorstelde en de grote borsten verbeelden of symboliseerden de grote vruchtbaarheid en werd meestal gedragen bij oogstfeesten of geboortes. Aangezien de Bagastam een kleine stam was in Guinea beschouwde men dit stuk als uiterst zeldzaam en was hij er apetrots op dat hij dat kunstwerk op de kop had kunnen tikken. Hij had ook nog een Dogon aapmaskertje uit Mali. Dat zag er heel grappig uit met het kleine aapje dat bovenop op het masker zat en blijkbaar iets aan het eten was.
            Er stonden ook een paar uitzonderlijke beelden die de leefruimte afbakenden waar hij ook graag wat meer uitleg over gaf. Eenmaal Eagle Eye over zijn roots vertelde, was hij blijkbaar niet meer te stoppen. Een van die uitzonderlijke beelden was een Dogon-beeld uit Mali. Het stelde de eerste voorouders van een volk voor. Het was een beeldje dat men meestal in een nis zette en waarvoor de stam of volk een diepgewortelde eerbied had. Bij gebrek aan een nis had Jérome het op een houten driepoot gezet om het meer tot zijn recht te laten komen. Het stelde twee gelijke personen voor, uitgesneden in hout en met beide armen hoog in de lucht geheven. Mijn aandacht ging daarna naar een kunstig in hout uitgesneden beeld dat een combinatie was van een antiloop, aardvarken en een gordeldier. Jérome vertelde met de nodige details en ruime gebaren dat dit beeld symbool stond voor de agrarische voorspoed en dat het afkomstig was van de Bambarastam uit Mali. Daar heette men het een Chiwara.
            Eagle Eye was een kleurrijk persoon. Dat wisten we allen maar nu bemerkten we dat ook in zijn verzamelde kunstwerken en in de kleuren die hij in zijn leefruimte had gebruikt. Zelfs die waren niet zomaar lukraak gebruikt. ‘Bijvoorbeeld in Congo,’ legde hij uit, ‘ was een masker ‘kifwebe’. Deze term doelde op de geest die het voorstelde. Afhankelijk van de streek was het voorzien van witte of zwarte strepen. Het masker belichaamde de bovennatuurlijke kracht. De kifwebe-gemeenschappen gebruikten die maskers om rampen en  bedreigingen te bezweren. Ze werden gebruikt samen met een lang geweven soort kostuum en een grote baard gemaakt van bewerkte raffia.
            Maskers, kleuren en kostuums, alles had een symbolische waarde bij de Afrikaanse stammen. De kleuren op de maskers waren ook van belang. Het gebruik van witte kleuren duidde op positieve krachten als de maan en het licht, zuiverheid en vrede, rood daarentegen werd geassocieerd met de kleur van het bloed en vuur, kracht en moed maar ook met gevaar en het kwaad.
            Gelukkig voor ons overheerste het wit en andere kleuren dan rood, met name geel, oker en andere bruintinten in deze ruimte. Er was teveel om op te noemen. Ik ontdekte bij iedere stap die ik deed iets nieuws en begon de goedlachse en ietwat buitenissige verschijning van Eagle Eye met een gans ander oog te bekijken. Ik glimlachte binnensmonds om de woordspeling.
            Eagle Eye vertelde ons ook dat in hun bedrijf Ji voor de contacten zorgde waar hij de Afrikaanse kunst aan de juiste prijs kwijt kon. Hijzelf had contacten in vele Afrikaanse landen waar hij zijn koopwaar op de kop kon tikken. De mooiste en zeldzaamste stukken hield hij wel voor zichzelf. We waren hier allemaal getuige van zijn goede smaak.
            ‘Hoe staat het met ons onderzoek, Ji,’ vroeg ik, niettegenstaande ik nog graag wat meer had gehoord over de kunstwerken en de voorouders van Eagle Eye. Een andere keer misschien? We waren allemaal onder de indruk van het verschil in cultuur niettegenstaande we er een positief gevoel aan overhielden. Afrika was een warme streek, waar de inwoners, als zij maar enigszins op Jérome Shumbwa geleken, even hartverwarmend waren als hun levensstijl en cultuur.
            ‘Nou ja, veel hebben we niet kunnen opsteken van de commentaren of reacties van de familieleden van Myo en Dakai. Het verhaal heeft altijd hetzelfde stramien. Het slachtoffer of hier in dit geval de slachtoffers worden ontvoerd, op een of andere manier bij de ontvoering of via een list tijdens het vervoer verdoofd en daarna in diverse stukken teruggevonden, meestal op de plaats waar ze ontvoerd werden,’ legde Ji Lang uit. Hij was teleurgesteld, Ji had er meer van verwacht naar de uitdrukking op zijn gezicht.
            ‘Myo en Dakai waren mensen met een brede culturele bagage,’ legde hij uit, ‘niet zomaar boefjes uit een of andere straatbende. Ze waren ook Akai, en als de moordenaar het voorzien heeft op de Akai, dan weet ik niet wat er bij hem stoort in de leer van de vredelievende Akai. Myo en Dakai hadden vorig jaar met een wedstrijd nog een reis gewonnen naar de Oude Wereld. Ze hadden een maand lang op kosten van een verbroederingsorganisatie  de belangrijkste steden van de Oude Wereld bezocht. Ze werden vergezeld door een overheidsfunctionaris die er goed op lette dat alles in goede banen liep en dat de belangen van de Oude Wereld op geen enkel moment werd geschonden. Myo en Dakai vertelden achteraf aan hun familie dat die man gelukkig erg meeviel. Hij ging eerder mee voor de vorm en genoot evenveel van de reis als henzelf. Het was een gebeuren waar ze bij iedere gelegenheid nog graag over spraken.’
            Er klonk een hese klank door in Ji’s stem, zijn verdriet stond in zijn ogen geschreven en ze zag een gelijkaardige uitdrukking in het gezicht van Eagle Eye. Het waarom ontsnapte hen steeds. Ergens bleef er in mijn achterhoofd iets hangen waar ik niet direct de vinger kon op leggen. Of het belangrijk was of niet, ik kon met de beste wil niet zeggen wat mij aan deze gevallen opviel. Ik veronderstelde dat het ten gepaste tijde boven zou komen te drijven. Maar tijd was iets kostbaars en in deze optiek was het belangrijk om zo vlug mogelijk een goede link naar de moordenaar te vinden. Ieder slachtoffer was er een te veel.
            ‘Helaas is de delegatie van Stephen March vertrokken,’ deelde ik hen mee. ‘Ik had graag nog even met meneer March gesproken over zijn halfzus Suzy Chang. Misschien dat hij nog andere elementen naar voor had kunnen brengen waar wij geen weet van hebben. Hij is een invloedrijk persoon in beide Werelden en weet misschien iets meer uit eerste hand of kon hij in ieder geval onze informatie over de moorden aanvullen.’ Ik ging met mijn hand in een gefrustreerd gebaar door mijn haar. ‘Net iets voor die westerlingen, om de plaat te poetsen, wanneer het te heet onder hun voeten word.’ Dat was misschien niet eerlijk dacht ik direct, Stephen March had ook iemand verloren. Ik voelde het schaamrood op mijn gezicht. Ja, je zou voor minder van de kook geraken en de verkeerde woorden uitspreken.
            Een luide stem in mijn linkeroor deed mij opschrikken. ‘Gekko, iets stiller’ riep ik, ‘kan je het volume wat aanpassen, ‘ik weet dat we op dit moment voor dovemansoren spreken maar dat wil niet zeggen dat je ons met dit apparaatje het oorsmeer uit onze oren moet doen springen van de schrik. ‘Oké, zo is het beter,’ voegde ik eraan toe. Gekko had waarschijnlijk een of andere instelling aangepast en nu was zijn stem heel wat minder lawaaierig.
            ‘Mijn beste Yu, je stelt steevast de verkeerde vragen,’ begon hij. Dat was nu niet direct hetgeen ik wou horen.
            ‘Luister, mijn beste Gerekko,’ zijn officiële naam gebruikende om te duiden dat ik mijn geduld aan het verliezen was, ‘Onegai, alsjeblieft, als je iets te zeggen hebt, zeg het dan zonder beschuldigingen of misplaatste arrogantie, we weten allemaal dat we niet kunnen tippen aan je superbrein en je geniale invallen, dus kom op, wat ben je te weten gekomen?’
            ‘Oké, oké Yu. Sumimasen, sorry! Wat ik bedoel met de verkeerde vraag is, je hebt mij verteld dat je vroeg of de Westerse delegatie vertrokken was en dat is ook zo. Maar….Stephen March is niet mee vertrokken. Die is achtergebleven en ik denk om dezelfde redenen waarvoor wij ons groepje hebben gevormd.’
            Van verbazing zette ik mij bijna neer op het Dogon-beeld uit Mali dat op de driepoot stond tentoongesteld. Een kreet van Eagle Eye kon mij nog net verhinderen dat ik het stuk omstootte. ‘Hoe bedoel je, hoe weet jij….?’ Ik hoorde Gekko op de achtergrond geamuseerd lachen. ‘Oké, Gekko, moet ik het uit je mond trekken of wil je het zo ook vertellen’. Mijn geduld was echt op!
            ‘Ik had, als voorzorg,’ vertelde men in mijn oor, ‘een zoekertje op de persoon Stephen March geplaatst, zoals op nog een aantal andere personen,…hm…van de veiligheidsdienst bijvoorbeeld. Iedere persoon heeft een bepaald gezichtspatroon. Als die personen zich verplaatsen dan geven bepaalde databanken  en ook de vaste camera’s mij een seintje dat de personen in kwestie bijvoorbeeld hun huis verlaten of bijvoorbeeld dat een zekere Stephen March zijn appartement, waar hij nog altijd huur voor betaald, had verlaten en op dit moment bij de Sutimoto Bank & Insurance Company op bezoek is. Ik heb geprobeerd om het intern cameranet van de bank te hacken, maar dat is me onmogelijk op zo’n korte tijd.’
            Dat was nu toch iets positiefs. Ik moest die westerling uit de Oude Wereld vanavond maar eens een bezoekje brengen. ‘Bedankt, Gekko, ik hoef het niet te zeggen, maar je bent de beste’. Ik hoorde een bevestigend gesnuif in mijn linkeroor.
           


……..



            Stephen staarde naar de inhoud van de box. Een rode videostick lag eenzaam en alleen in de box. Wat betekende dit? Had Suzy hem een simpele videostick achtergelaten. Hij had eerder specifieke documenten of iets concreets verwacht met aanwijzingen naar haar zus of misschien in het beste geval een spoor naar haar moordenaar. Stephen voelde zich enigszins teleurgesteld maar nam de stick uit de doos en stak die in zijn binnenzak. Hij hield de doos nog even ondersteboven om zeker te zijn dat hij niets had gemist, porde met half zijn arm in de doos om te voelen of er geen zaken aan de binnenkant waren gekleefd. Maar allemaal tevergeefs. Die stick was het enige dat Suzy hem als aanwijzing had nagelaten. Hij sloot terug de kluisdoos en legde zijn hand op de sculptuur met de naam ‘Veiligheid’ in de tokonoma. Het duurde amper een aantal minuten of de heer Ayumu kwam groetend binnen en Stephen overhandigde hem terug de doos, bedankte hem waarna hij met dubieuze gevoelens over hetgeen Suzy hem had achtergelaten, de bank verliet.



 ……..




            Daar was hij! Blijkbaar oordelend naar de blik op het gezicht van de heer March was hij niet echt tevreden. Niet gevonden wat je verwachtte, dacht hij terwijl hij zich nog verder in het portaal terugtrok? Hij wachtte nog een moment en daarna volgde hij Stephen March aan de overkant van de straat ervoor zorgend dat hij op een veilige afstand bleef. Toen Stephen een taxibot opriep aan de gele standaardpaal, riep hij op zijn beurt zijn vervoersmiddel op door een paar toetsen op zijn touchpad aan te tikken. Een muisgrijze autobot kwam van om de hoek en nadat hij was ingestapt en in het trajectprogramma een beeld van Stephens taxi had ingescand zorgde de instelling volgmodus voor de rest. Hij leunde met een zelfzekere glimlach achteruit in zijn zetel en ging in de achtervolging van zijn prooi.

donderdag 29 januari 2015

De vrouw in het rood: Deel 38















38.

            ‘Maar dat is vreselijk,’ riep Katarina uit. Niet dat ze nu de beste vriend was van Monsieur Charles. Maar zo’n dood wens je niemand toe. ‘Weten ze wie het gedaan heeft? Is de moordenaar gevangen genomen?’
            Frau Bertha schudde ontkennend het hoofd. ‘Neen, mijn contact in Frankrijk zegt dat men zelfs geen verdachte op het oog heeft. Het is allemaal heel mysterieus. Het moet een inbreker geweest zijn, die het op de inhoud van zijn kluis had voorzien, want die stond open.’
            Jean-Pierre en Katarina keken naar elkaar. ‘Wat was er dan verdwenen uit die kluis,’ vroeg Jean-Pierre met een trillende stem. Zowel hij als zijn vriendin dachten hetzelfde en hij vreesde dat hun Duitse gastvrouw hun vermoeden zou bevestigen.
            ‘Ik heb mijn mannetje gevraag of er een tape in de kluis lag. Hij moest dit echter ontkennen. Er lagen wat waardepapieren in en een bundeltje geld, maar die moest de inbreker blijkbaar niet hebben. We mogen dus met alle zekerheid veronderstellen dat hij op de tape is afgekomen die Charles nog in zijn bezit had. De originele tape waarvan jullie een kopie hebben genomen, zoals je mij vandaag hebt verteld.’
            Jean-Pierre begon te ijsberen door de kamer. ‘Het moet die parvenu geweest zijn met zijn twee mannetjes. Die zwaaide nogal gemakkelijk met zijn pistool. Maar hoe wist hij dat Charles nog een tape had? Wij hadden toch de opdracht om die te bemachtigen? Ik begrijp er niets meer van.’
            Frau Bertha deed hem een teken dat hij en Katarina even moest luisteren. ‘Hebben jullie iets abnormaals gezien in je zusters huis toen je van Charles party thuis kwamen? Het kan niet anders of je moet zijn afgeluisterd. Ik weet waarover ik praat. Mijn bodygard moet altijd alle kamers waar ik verblijf scannen naar afluisterapparatuur. Opdracht van mijn man. Hij neemt het risico niet, dat ik onbewust geheime informatie zou prijsgeven. Jullie kunnen zeker daar niet meer naar toe.’
            ‘Een reden te meer om te veronderstellen dat het die arrogante kerel was die Beatrice heeft ontvoerd,’ reageerde Katarina. ‘Als zij op die manier gaan reageren, is niemand meer veilig.’
            ‘Wij wel, Kat. Wij hebben de opdracht gekregen. Hij verwacht dat wij met de tapes afkomen. Het is aan ons om hem die te leveren. Iedereen die nog een ander exemplaar heeft, die is pas in gevaar. Ze willen er zich van verzekeren dat na de levering van de tapes, niemand nog een exemplaar in handen heeft. Maar mijn God, daarom moorden.’
            ‘Misschien wilden ze een voorbeeld stellen.’ Frau Bertha zag er zeer ongerust uit. ‘Hiermee willen ze zeggen dat…sorry dat ik het zo cru moet zeggen Katarina…dat zij haar zullen doden als je niet voldoet aan hun wensen.’
            Jean-Pierre had zich ondertussen op een stoel neergezet. ‘We zijn gewaarschuwd, maar dat maakt het niet gemakkelijker om de laatste tape te bemachtigen. Zoals je ons verteld hebt, zal Thérèse Dupont die niet zo maar aan ons afgeven.
            ‘Misschien niet als we het gewoon zouden vragen, maar…’ stelde Katarina geheimzinnig voor.
            Zowel Jean-Pierre als de Duitse minister vrouw keken haar verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’ zeiden ze bijna tegelijk.
            ‘Als ik het goed voorheb, dan zal Thérèse ook gehoord hebben van de moord op Charles. Akkoord?’
            Beiden knikten. Dat lag voor de hand, het zou waarschijnlijk in de eerste beste morgenkrant verschijnen, maar Thérèse Dupont zou het misschien zelf nog vroeger te weten komen als zij goede contacten met Charles had. ‘Ja, oké, maar hoe moeten we het dan vragen?’ vroeg Frau Bertha.
            ‘Ik weet niet hoe we dit juist praktisch moeten aanpakken, maar als wij haar nu zouden kunnen spreken en haar laten geloven dat wij achter de moord op Charles zitten dan…’
            ‘Ja, dan zal het enkele reis naar het gevang worden, Katarina. Wat zeg je nu allemaal? Voel je je wel goed?’ Jean-Pierre was opgesprongen en begon weer over en weer te lopen in de kamer.
            ‘Hé, ik denk dat ik begrijp wat Katarina wil zeggen, Jean-Pierre,’ liet Frau Bertha vlug horen.
            ‘Dan ben ik de enige nog met gezond verstand. Hoe kan je nu vermijden dat zij niet direct naar de politie loopt en dat we op staande voet gearresteerd worden?’ Jean-Pierre begreep er niets meer van. Die vrouwen waren van de angst waarschijnlijk gek geworden.
            Frau Bertha ging voor de nerveuse Jean-Pierre gaan staan en nam hem bij de arm. ‘Zet je even stil, jongeman, je maakt me zenuwachtig met dat weg en weer geloop. Laat mij het even uitleggen.’
            Jean-Pierre zuchtte maar liet zich gedwee naar zijn stoel leiden. ‘Akkoord, ik zal naar je luisteren, maar ik beloof niets. Als er lijken beginnen te vallen, dan kan ik daar absoluut niet mee lachen en ik wil er ook niet voor opdraaien.’
            Frau Bertha kruiste haar handen in elkaar. ‘Als ik er nu eens voor zorgde dat Thérese Dupont ontvoerd wordt en ons hier op een presenteerblaadje wordt afgeleverd. We laten haar geloven dat wij achter de moord zitten en dat we haar tape nodig hebben of dat haar hetzelfde lot is beschoren.’
            ‘Zie je, dat is wat ik wilde zeggen,’ riep Jean-Pierre, ‘we gaan allemaal de gevangenis in, met jullie voorstellen.’
            ‘Niet als ze ons niet ziet,’ reageerde Frau Bertha prompt. ‘Als zij geblinddoekt wordt en wij vervormen onze stem, wees gerust daarvoor zijn er speeltjes op de markt, dan zal zij haar ontvoering niet kunnen toewijzen aan ons. Wat dacht je daarvan?’
            Jean-Pierre zat met open mond naar Frau Bertha te kijken. Hij had dit niet verwacht van het dametje die hij stiekem nog niet zo lang geleden had zien vrijen met een jonge gigolo.
            Katarina keek naar hem. ‘Het zou kunnen werken.’
            De open mond sloot zich om direct te reageren. ‘Het MOET werken, anders zijn we de pineut.’

© Rudi J.P. Lejaeghere

22/01/2015

woensdag 28 januari 2015

The Woman in Red: Chapter 14
















14. To do or not to do

       ‘Excuse me?’ Jean-Pierre had jumped out of the bed, took his pants and wriggled himself into his clothes. It was the first time he was so aware he was naked. His thoughts jumped from one thought to another. Was it that sort of man he had seen with Frau Bertha Hofmeister? A refined gigolo who pleased rich ladies? What sort of a castle was this really? Now that he drew together all the points, he realized he didn’t even know where the castle was situated. France, yes… but even that was not for sure. He had slept in the limousine what was odd. Something wasn’t quite right here.
            ‘Katarina, you’re kidding, is this some sort of practical joke?’ He looked at her with questioning eyes, expected she would give him some explanation or that she would say he was a victim of candid camera.
            She shook her head. ‘No, my dear. I’ve never been so serious in my life. The things I’ve proposed to you are a pure reality. Think about it. You can be rich in a relatively short time. You have a beautiful body, and you know to use it. It’s your call to choose your future. A dull working life till you get retired and then, jaded, still enjoy a few years before you die or otherwise owning money, enjoying everything and further on lead a filled and luxurious life?’
            She also began to dress. Obviously she had made her point, and she would give him the time to think it over. Jean-Pierre’s first reaction was to turn this down, but couldn’t prevent himself to do the math. It was a lot of money. Has all this with Katarina been a play? ‘Have you seduced me with this objective, Katarina?’ He had to know the truth.
            ‘It was all real, Jean-Pierre. I’ve never said I loved you. We have had good sex. You can’t deny that. We got along very well. However, you are more than that; you… just have the talent to let a woman enjoy. There will be not many things to teach you.’
            Jean-Pierre eyes widened. ‘Teach? Is there a school for that?’ In his imagination, he saw a few students in a class and the mistress in front of them showing them position sixty-nine with a volunteer. He couldn’t prevent a smile slid on his lips.
            ‘Is that a yes?’ Katarina asked because she saw his reaction. Financially she would have to go deep if he accepted. But it was worth it and after all it would be calculated to the customers. Jean-Pierre didn’t realize what the ladies of the high society would pay to bring some color into their dull lives. Anyhow, there was still a beautiful profit on it for her.
            ‘I don’t say no, but neither am I saying yes. Katarina, come on, you do realize this is just crazy. That’s a whole other world. I’m only a simple accountant, not some… hustler!’ The word has been said. First, he hadn’t wanted to say it, but after all it was what it was. Still the sign of euro’s hung before his eyes. What would he make of his life? Had he to take account of someone? He was alone; his parents were dead and the only sister that he had, he hadn’t seen for years and lived in America. With the rest of his relatives, he had absolutely no contact. No, he had to consider no one.
            ‘I… I have to think this over a bit longer, Katarina. Does your mother know about this? Can you do this as a daughter of a Baroness?
            Katarina smiled. ‘My mother is president of the Board of Trustees of our enterprise. All the people, you’ve met this evening, are members of it. It’s custom with a new recruit for our team that every member is invited to give his opinion and approval. Of course, the recruit has also to approve, that’s obvious.’
            ‘What was the opinion of the Board of Trustees?’ Jean-Pierre liked to know.
            ‘I would never make the proposition if they hadn’t agreed. The vote was unanimous in your favor, Jean-Pierre.’ Katarina walked to the door of his room. ‘Just think about it for a while. Tomorrow morning you let me know your decision. Agreed?’ She waited for a moment with the door knob of the opened door in her hands.
            ‘Agreed,’ Jean-Pierre answered softly, already away in thoughts. They were thoughts about naked baronesses, nude minister wives and a lot of money.

© Rudi J.P. Lejaeghere
17/01/2015
             


  

maandag 26 januari 2015

Bloodrage: Chapter 6




6


            Her long chestnut hair flowed like rolling waves along her face and over her shoulders. She was very ordinary dressed, a sober ensemble in blue and gray, topped off with a white raincoat. Despite her effort not to stand out, she was like a lighthouse between all the people who populated the streets of Horseville on this rainy day of the week. Her eyes had a light green shade, but in the proper light you could swear you saw a trace of sky blue in them. The auburn hair color gave her something wild and dangerous, a woman who didn’t fear difficulties and who could change from one moment at the other in a fierce animal.
            Mercedes wasn’t aware of the looks many men had focused on her. Not even of the scornful glances from the wives of some of them. She wasn’t there to pay attention in the sudden interest some persons had in her appearance in the street scene of Horseville. At another moment, she would have taken the time to make them aware of their inferiority.
            She was unique in her kind. Magic was second nature to her, but at night she only felt free after a painful but liberating transformation when she could run through the untamed nature. Among the wolves, she was more complete, happier. A Wolf Witch was not only rare, but it was also a dangerous crossbreeding. She was respected but sometimes also feared both by her human witch equivalent as by the hairy four-footers.
            Her vision had brought her here to Horseville. First of all it had been unclear. Fragments of information, she hardly could put together. A broken mirror through which she got a distorted image from what was and what had yet to come. The future was written already, nobody knew it better than Mercedes. She also knew that she had the ability to change this. To let anything derail on some place or to let something succeed where normally it had to fail. Her influence could change the fate of the world. It was a truth she had learned from her mother Pandora, the greatest wolf-witch in history.
            There wasn’t much that should go wrong. She wasn’t the great puppet-master. So many realities, so many outcomes, but such a low success rate. She had seen the world drown in blood and fire in her vision. It started with the nightwalkers, these vampires who didn’t belong to her circle of friends. Normally she wouldn’t feel sorry for their extinction. It was a race as old as hers, but as a witch, she had the power over her transformation. Vampires were slaves of their impulse for blood, their uncontrollable thirst. However, she had respect for their strength and their urge to survive over the centuries. Nobody could exist during such a long time without possessing extreme characteristics.
            Mercedes couldn’t have prevented the slaughter of this nest of vampires in Horseville. But she had seen it. They were the ghosts of different victims who disturbed her sleep with horrifying images. A man who was more than his appearance should let believe, a man whose body was the home of a force that was older than the earth itself, had let her leave her protecting cocoon. Her house protected by multiple spells was her castle, her fortified rampart. She could do a lot from there. This, however, was an exception. She had to be on the spot, to see, to feel and to smell how it had been. Mercedes had to establish herself that she was right. Normally she even was a bit arrogant if someone would deny she was right. Today she would be humble even happy if someone could prove her wrong.
            It was not long before she felt the atmosphere changing. She approached the place of the disaster. The force of the slaughter was still in the air. Many spirits hadn’t left yet to the Other Side. A common fact, after a bloody massacre. It was a tension she almost could taste on her lips, close to metallic, a feeling that slowly dripped through her brain. A perception of fear, panic in front of the destructive force of this enemy.
            She opened the door to the uninhabited lot in a state of repulsion. A smolder of evil passed along her, through her body and let her stop a few moments as if she touching the doorknob had frozen her whole body. It was her sense of direction that drew her further to the cellar. In her vision, she had seen ripped apart bodies, blood that flew in abundance, spattered on the walls she saw in her dreams. She had heard cries, felt the anger of him who called himself Vladimir Sango, but also the screams and the shrieks of the agonizing night creatures. She got goose bumps from it. Static electricity made her chestnut colored hair blow open as a crown of red flames. Her eyes focused another dimension viewed the horrible scenes, as in a movie that was playing before her eyes. However, she could turn the knob. Even when she closed her eyes, she saw and heard the death in all his gruesome aspects.
            Mercedes stood still on the bottom of the stairs and looked at the cellar vault where everything had happened. The space in all his atoms, even the most little particles that were floating around in this dark location, were still trembling with the immeasurable violence that was unleashed by it. Slowly she lifted her arms till they were parallel with the floor, opened her hands with her fingers wide open. They served as her antennas which captured everything of that creature that was still left in the cellar. She discovered a piece of black matter that was stronger than the most dangerous bomb man had ever made.
            This was only a foretaste and Mercedes knew it. She had read it in the signs. It was written in the tea leaves, the stars and even in the cards she had questioned or the number of the dice she had counted. Everything foretold the same outcome. The world would cease to exist as we knew it today if she could stop this in one or another way.   
            It harassed her that she should act against her principles. Nothing was more difficult than what she had to do now. Vampires weren’t her archenemies, but something in them was very repellent. They were just like fire and water. They avoid meeting because both of them knew none of them would prevail in a possible battle. Still, she would have to cooperate with these night creatures. Every other scenario would lead to the destruction of all life. Her life also!


……….


            ‘Julius, you can’t protect everybody or to take into account any possible threat.’ Diana saw that her friend was tensed. More than other days. They had warned everybody, to do more was impossible. Horseville went down Julius’ throat the wrong way. The leader had put aside the alarming messages about the new enemy. With disastrous consequences.
            ‘I know, but that doesn’t make it less terrible. If this had been the work of a human hunter I wouldn’t care so much. Eventually, he would not be able to cope with our superiority. History has proven it, they can’t wipe us out. But this, this is another case, Diana. If someone can kill dozens of ours in a short time, he has to possess an enormous strength.’
            Diana could say nothing against this. Julius was right all along the line. ‘We have to map the incidents. To look where he or she strikes and if there’s a logic in it the order. We shall have to think as policemen. Do we know someone who in a former life has worked in such a service?’
            ‘Hey, that’s right. Good idea. I ask Markus. He will have no difficulty finding this in his files. This only proves we’ve also entered the 21st century. Nightwalkers on the internet. If they had told me this two centuries ago, I would have treated them as witches.’
            He moved from statement to action and typed an e-mail at the attention of the Secretary of Dragosj. ‘We cannot permit ourselves to do nothing. Every attack makes a pack of victims and till now we haven’t a clue who or what’s attacking us. We don’t even know the reason for these massacres. They have written about us in history as bloodthirsty monsters, but we only kill to stay alive. Not for the killing alone. It seems to me that this thing only wants the extinction of our race.’
            Markus probably sat before his computer. After a few minutes, they already received the answer that he would look into it. Julius knew he could count on him. He wasn’t one of the strongest of their organization, but he certainly was one of the smartest. The persons he would recommend would be the best in their profession. That was a given fact.
            ‘I feel restless, Diana. Maybe it’s all in my head, but I think I’m being watched since these attacks occurred. I don’t feel safe in the dark and on the street, still I’m forced to go into the night. Searching for this butcher.’
            Diana looked at him. His brown hair was a mess and his eyes showed fatigue. ‘Let us hunt together tonight. It’s already a while we’ve done this. Besides, maybe it’s also safer, we can give each other cover in a possibly dangerous situation. What do you think, isn’t that a good idea?’
            Julius nodded absently. ‘Of course. You’re right, it’ll distract my thoughts a bit and now that you say it, I’m feeling hungry again. If we want to fight this creature, we have to be strong. We mustn’t forget to feed ourselves. I know you’re only saying this to reassure myself, but I’m grateful.’ He gave her a tender kiss on her blood-red lips. Nonetheless, she felt the tension in his body when she leant against him.


……….


            Damietta, 6 June 1249


            ‘They are infidel people. We have to fight  for our God and his Church. Let faith guide you, let us be strong for our Church and our Pope. These dogs have invaded our Christian cities and have forced their values upon their inhabitants. Weird rituals, they are servants of the devil. Your sins will be forgiven, your debts paid off for every infidel soul you cling to your sword.’
            Louis IX of France delivered an engaging speech at his man before they would go ashore on the beach of Damietta to attack the Egyptian soldiers. Hugo wasn’t himself. His natural reactions and proceedings had changed in one day. When he heard his leader speaking, it almost became too much for him. A red mist came before his eyes. He wanted to see blood, blood of the infidels.
            When the ships arrived at the beach, it was as if he was controlled by this anger that rose from the very center of his being. A scorching hate against these foreign warriors who had made their camp on the beach op Damietta. He was one of the first attackers who beat into the infidels. His sword cut as through soft butter and brought death and destruction.
            The force that flew out of his arms was not describable. His friends in his company followed in the breach he was making. His courage and nerve was a stimulant for them to set the first step in regaining Jerusalem in the name of His Holiness the Pope and the Lord Jesus Christ.
            Hugo didn’t discriminate during his slaughter. Young fellows, hardly old enough to grow a beard were deprived of their life with one strike or a sting of the sword. Mercy was not accepted or even thought about. Blood was flowing over the blades that pierced through many Egyptian soldiers.
            It was not for long before troops entered the city. Hugo even had forgotten his name, didn’t know anymore that he had gone to the Holy Land in the Seventh Crusade led by Louis IX of France. He killed without distinction. Children, women and old harmless city inhabitants were put to the sword. Hugo hadn’t time to attend to their pleas.
            One of his friends tried to stop him when, after killing the mother of suckling, he turned against this innocent soul. Hugo made no discrimination. With a loud scream, he pushed his sword through the stomach of his friend who fell on the ground, looking surprised at the bloody wound. With a growl, he shoved the sword out of his belly with bulgy bowels coming out of his belly and let his sword cleave the head of the crying child.
            One of the Egyptians had fought himself free and beat with his saber in Hugo’s neck. The scimitar slashed through the shoulder and cut his carotid artery.
            Even still before Hugo hit the ground, the change had already been made. The red of the blood rage had loosened himself from the entity who had served as a shell for it. The eyes of Hugo’s opponent lighted up. A fierce glance glittered in his fierce look. The foam on his lips was witness of the rage that led him.
            The battle was lost. Even the most powerful enemy couldn’t cope with the numbers of the army of Louis IX. Without someone could prevent it, the Egyptian searched a way to the backfield and disappeared. His day would come yet!  



© Rudi J.P. Lejaeghere
26/01/2015


Bloeddorst: Hoofdstuk 6




6


            Haar lange bruinrode haar viel als warrelende golven langs haar gezicht en over haar schouders. Ze was heel gewoon gekleed, een sober ensemble in blauw en grijs met daarboven een witte regenmantel. Niettegenstaande haar poging om niet op te vallen, stak ze als een vuurtoren uit tussen al de mensen die de straten van Roskam bevolkten op deze regenachtige dag tijdens de week. Haar ogen hadden een lichtgroene tint maar in het juiste licht zou men zweren dat er een zweem van azuurblauw in te bemerken was. Het kastanjebruine kapsel gaf haar iets wilds en gevaarlijks, een vrouw die moeilijkheden niet uit de weg ging en die van het ene op het andere moment als een wild dier uit de hoek kon komen.
            Mercedes was zich niet bewust van de blikken van menige man, die haar bewonderend nakeek. Zelfs niet van de minachtende en jaloerse blikken van de echtgenoten van sommige onder hen. Haar hoofd stond niet naar die plotselinge interesse in haar verschijning in het straatbeeld van Roskam. Op een ander moment zou ze hen in een paar tellen bewust gemaakt hebben van hun inferioriteit.
            Ze was zeldzaam in haar soort. Magie was haar tweede natuur, maar ’s nacht voelde ze zich pas vrij als ze na een pijnlijke maar verlossende transformatie door de ongetemde natuur kon rennen. Tussen de wolven voelde ze zich volmaakter, gelukkiger. Een wolfheks was niet alleen zeldzaam, het was ook een gevaarlijke kruising. Ze werd geacht maar soms ook gevreesd bij zowel haar menselijke heks equivalent als door de harige viervoeters.
            Haar visioen had haar naar Roskam gebracht. Het was eerst heel onduidelijk geweest. Scherven informatie die ze moeilijk aan elkaar kon lijmen. Een gebroken spiegel waardoor ze een vertekend beeld kreeg van wat er was en wat er nog moest komen. De toekomst was reeds geschreven, niemand wist dit beter dan Mercedes. Zij wist ook dat niemand minder dan zij die toekomst kon herschrijven. Op een of andere plaats iets doen ontsporen of op een ander moment wat laten lukken wat volgens iedereen moest falen. Haar invloed kon het lot van de wereld doen veranderen. Het was een waarheid die zij geleerd had van haar moeder Pandora, de machtigste wolfheks uit de geschiedenis.
            Er mocht echter niet veel verkeerd gaan. Ze had niet alles in handen. Zoveel werkelijkheden, zoveel uitkomsten en zo weinig slaagkans. Het was een wereld verdronken in het bloed en in het vuur geweest, die ze in haar visioen had  gezien. Het was begonnen met de nachtwandelaars, deze vampiers die niet echt tot haar vriendenkring hoorden. Normaal gezien zou ze geen medelijden hebben met hun uitroeiing. Het was een ras die even oud was als het hare, maar zij had als heks macht over haar transformatie. De vampiers waren slaven van hun drang naar bloed, hun oncontroleerbare dorst. Ze had wel respect voor hun kracht en hun overlevingsdrang door de eeuwen heen. Niemand kon zolang bestaan zonder dat hij beschikte over uitzonderlijke eigenschappen.
            Mercedes had de slachting in Roskam van het nest vampiers niet kunnen voorkomen. Ze had het wel gezien. Maar het waren de geesten van verschillende slachtoffers die haar slaap verstoorden met schrikwekkende beelden. Een man die meer was dan zijn verschijning mocht doen geloven, een man waarin een kracht huisde die ouder was dan de aarde, had haar uit haar beschuttende cocon laten komen. Haar huis die onder verschillende spreuken beschermd werd, was haar burcht, een versterkte veste. Van daaruit kon ze veel doen. Maar dit was een uitzondering. Ze moest ter plaatse zien, voelen, ruiken hoe het geweest was. Mercedes moest kunnen constateren dat ze gelijk had. Normaal gezien was ze zelfs wat arrogant als iemand haar gelijk ontkende. Vandaag zou ze nederig en zelfs blij zijn als iemand met zekerheid zou kunnen zeggen dat ze zich vergiste.
            Het duurde niet lang vooraleer ze voelde dat de atmosfeer veranderde. Ze naderde de plek van het onheil. De kracht van de slachting hing nog in de lucht. Vele geesten waren nog niet vertrokken naar de Andere Kant. Zo was het dikwijls bij een bloedige moordpartij. Het was een spanning die ze kon proeven, bijna metaalachtig van smaak, maar dan als een gevoel die haar brein binnensijpelde. Een gewaarwording van angst, vrees voor de vernietigende kracht van deze vijand.
            Ze opende bijna met walging de deur naar het onbewoonde pand. Een walm van kwaad gleed langs haar heen, trok door haar lichaam en deed haar een paar tellen stilstaan alsof de aanraking met de klink haar hele lichaam had doen bevriezen. Haar richtingsgevoel trok haar verder naar de kelder. In haar visioen had ze uiteengescheurde lichamen gezien, bloed dat overdadig vloeide, op de muren open spatte die ze zag in haar dromen. Ze had de schreeuwen gehoord, ze had de woede gevoeld van hij die zich vandaag Vladimir Sango noemde, maar ook de gillen en de kreten van de zieltogende nachtschepsels. Het kleine haartjes op haar armen stonden pijlrecht. Statische elektriciteit deed haar vlammenrode haar uiteenwapperen. Haar ogen gericht op een andere dimensie zagen de schrikwekkende taferelen terug, als een film die zich voor haar ogen afspeelde. Ze kon echter de knop niet omdraaien. Zelfs als ze haar ogen sloot, zag en hoorde ze de dood in al zijn gruwelijke aspecten.
            Mercedes bleef onderaan de trap stil staan en keek uit op het gewelf waar het allemaal gebeurd was. De ruimte in al zijn atomen, in zijn kleinste partikels die rondzweefden in dit duistere oord, trilde nog na van het onmeetbare geweld die er losgelaten was. Voorzichtig hief ze haar armen horizontaal, haar handen open met haar vingers wijd open  gespreid. Het waren twee antennes die alles opvingen wat er nog van het schepsel aanwezig was in de ruimte. Ze ontdekte een stuk zwarte materie die sterker was dan de gevaarlijkste bom die de mens ooit had uitgevonden.
Dit was nog maar een voorproefje en Mercedes wist het. Ze had het voor alle zekerheid nog eens nagekeken in de tekenen. Ze had de theebladeren gelezen en de sterren geraadpleegd, ze had de kaarten gelegd en de dobbelstenen geworpen. Maar alles gaf dezelfde uitkomst. De wereld zou vergaan zoals ze die nu kende, als ze dit op een of andere manier niet kon stoppen.
Het stoorde haar dat ze tegen haar principes zou moeten handelen. Niets was moeilijker dan wat ze nu zou moeten doen. Vampiers waren niet haar aartsvijanden, maar iets in hen stond haar verschrikkelijk tegen. Het was vuur en water. Ze bleven uit elkaars nabijheid omdat ze wisten dat geen van hen beiden goed uit een eventuele strijd zouden komen. Toch zou ze met deze schepsels moeten samenwerken. Ieder ander scenario leidde tot de destructie van alle leven. Ook haar leven!


..........


            ‘Julius, je kan niet iedereen beschermen of rekening houden met elke mogelijke dreiging.’ Diana zag dat haar vriend gespannen was. Nog meer dan anders. Ze hadden iedereen gewaarschuwd, meer konden ze niet doen. Maar Roskam was bij Julius in het verkeerde keelgat geschoten. De leider van deze gemeenschap had de onrustwekkende berichten over de nieuwe vijand naast zich neergelegd. Met alle gevolgen van dien.
            ‘Ik weet het, maar daarom is het niet minder erg. Indien dit het werk was geweest van een menselijke jager zou ik me niet zoveel zorgen maken. Uiteindelijk moeten zij toch altijd het onderspit delven tegen onze superioriteit. De geschiedenis heeft bewezen, dat zij ons niet kunnen uitroeien. Dit is echter een ander geval, Diana. Als iemand tientallen van onze mensen kan doden op een korte tijd, moet hij beschikken over een enorme kracht.’
            Diana kon hier niets tegen in brengen. Julius had gelijk over de ganse lijn. ‘We moeten de voorvallen in kaart brengen. Kijken waar hij of zij toeslaat en of er een logica in de volgorde zit. We zullen moeten denken als de politie. Hebben we iemand die in een vroeger leven bij deze diensten heeft gewerkt?’
            ‘Daar zeg je wat. Goed idee. Ik vraag het Markus. Die moet dit op korte tijd in onze bestanden kunnen vinden. Het bewijst enkel dat ook wij in de 21e eeuw zijn gestapt. Nachtwandelaars die surfen op het internet. Men zou mij dit vroeger, pakweg een eeuw of  twee geleden hebben verteld, ik zou hen voor heksen hebben versleten.’
            Hij voegde de daad bij het woord en maakte een e-mail ter attentie van de secretaris van Dragosj. ‘We kunnen niet bij de pakken blijven zitten. Iedere aanval kost ons een pak slachtoffers en tot nu toe hebben we geen enkel idee wie of wat er ons aanvalt. Laat staan de reden voor deze slachtpartijen. Men heeft ons door de geschiedenis als bloeddorstige monsters beschreven, maar wij doden enkel om te kunnen leven. Niet om het doden alleen. Het lijkt me dat dit wezen niets anders wil dan de verdwijning van onze soort.’
            Markus moet aan zijn computer hebben gezeten. Zij kregen na een paar minuten al een antwoord dat hij er direct werk zou van maken. Julius wist dat hij op hem kon rekenen. Hij was nu niet een van de sterkste mensen in hun organisatie, maar wel een van de slimste. De personen die hij zou voordragen, zouden de beste in hun vak zijn. Zoveel was zeker.
            ‘Ik voel me onrustig, Diana. Misschien zit het allemaal in mijn hoofd, maar het is alsof ik mij bespied voel, sinds die aanslagen gebeuren. Ik voel me niet meer veilig, ’s avonds op straat en toch voel ik mij gedwongen om telkens weer de nacht in te gaan. Op zoek naar die slachter.’
            Diana keek hem aan. Zijn bruine haar zat in de war en zijn ogen zagen er vermoeid uit. ‘Laat ons vanavond samen jagen. Het is al weer een tijdje geleden dat we dit gedaan hebben. Daarbij is het misschien ook veiliger, we kunnen elkaar rugdekking geven bij eventueel gevaar. Wat denk je, is dat geen goed idee?’
            Julius knikte afwezig. ‘Misschien wel. Je hebt gelijk, het zal mijn gedachten wat afleiden en langzaamaan krijg ik toch weer honger. Als we dit creatuur willen bevechten, zullen we sterk moeten staan. We mogen niet vergeten van ons te voeden. Ik weet dat je mij op mijn gemak wilt stellen en ik ben er je dankbaar voor.’ Hij gaf haar een tedere kus op haar bloedrode lippen. Ze voelde echter de spanning in zijn lichaam terwijl ze dicht tegen hem aan leunde.


……….


            Damietta, 6 juni 1249


‘Het zijn ongelovigen. We moeten vechten voor onze God en onze Kerk. Laat jullie leiden door je geloof, laat ons sterk zijn in dienst van de Kerk en onze Paus. Deze honden zijn onze Christelijke steden binnengetrokken en hebben hun waarden opgedrongen. Vreemde gebruiken, het zijn dienaars van de duivel. Jullie zonden zullen je vergeven worden, jullie schulden afgelost voor elke ziel die jullie aan het zwaard rijgen.’
Lodewijk IX van Frankrijk hield een begeesterde toespraak aan zijn mannen vooraleer ze het strand van Damietta zouden betreden om de Egyptische soldaten aan te vallen. Hugo was zichzelf niet. Zijn natuurlijke reacties en handelingen waren sinds de dag voordien veranderd. Toen hij zijn leider hoorde spreken, werd het hem bijna te machtig. Hij zag een rood waas voor zijn ogen. Hij wou bloed zien. Bloed van de ongelovigen.
Toen de schepen de stranden aandeden, was het alsof hij beheerst werd door een woede die uit het diepste van zijn wezen kwam. Een verzengende haat ten opzichte van deze vreemde soldaten die een kamp hadden opgetrokken op het strand van Damietta. Hij was een van de eerste aanvallers die op de ongelovigen in sloeg. Zijn zwaard kliefde als door boter en bracht dood en vernieling met zich mee.
De kracht die uit zijn armen vloeide was niet te beschrijven. Zijn vrienden onder zijn compagnie volgden in de bres die hij om zich heen sloeg. Zijn moed en durf was een aansporing voor hen om in naam van Zijne Heiligheid de Paus en de Heer Jezus Christus de eerste stap te zetten om Jeruzalem te heroveren.
Hugo kende geen onderscheid in zijn slachtpartij. Jonge kerels, amper oud genoeg om een baard te dragen werden met een slag of een stoot van het leven beroofd. Genade werd niet aanvaard of zelfs overwogen. Het bloed vloeide over de kling die menig Egyptische soldaat doorboorde.
Het duurde niet lang vooraleer de troepen de stad verder introkken. Hugo kende zijn eigen naam niet meer, wist niet dat hij onder leiding van Lodewijk IX naar het Heilige land was getrokken voor de zevende kruistocht. Hij doodde zonder onderscheid. Kinderen, vrouwen en oude ongevaarlijke stadsbewoners werden over de kling gejaagd. Hugo had geen tijd om zich te bekommeren om hun smeekbedes.
Een van zijn vrienden probeerde hem tegen te houden toen hij, na de moeder van een zuigeling te hebben gedood, zich richtte op het onschuldige wezentje. Hugo maakte geen onderscheid. Met een luide schreeuw duwde hij zijn zwaard door de buik van zijn vriend die verbaasd kijkend naar de bloedende wonde, op de grond neerstortte. Met een grom schoof hij het zwaard uit de reeds uitpuilend darmen om het met een zwaai te laten neerkomen op het hoofd van het wenende kind.
Een van de Egyptenaren had zich echter weten vrij te vechten en sloeg met zijn kromzwaard in op de nek van Hugo. Het zwaard drong zich door de schouder en sneed de halsslagader van Hugo door.
Nog voor hij zieltogend op neerviel op de grond, was de overgang reeds gebeurd. Het rood van de bloeddorst had zich losgemaakt van de entiteit die zo kort voor omhulsel had gediend. De ogen van de tegenstander van Hugo lichtten op. Een razende blik schitterde in zijn furieuze blik. Het schuim op zijn lippen getuigde van de razernij die hem leidde.
Het was echter een verloren slag. Zelfs de krachtigste tegenstander kon niet op tegen de getallen van de legers van Lodewijk IX. Zonder dat iemand  er iets tegen kon beginnen, baande de Egyptenaar zich een weg naar de achterhoedde, waar hij verdween. Zijn dag zou nog wel komen!

© Rudi J.P. Lejaeghere
26/01/2015


zaterdag 24 januari 2015

Requiem: Hoofdstuk 12 (2e deel)
















          Na een paar minuten stilte die mij veel langer leken, kwam zijn reactie. ‘Nog zo’n onverstandig antwoord op mijn vragen, Juffrouw Mitsukai en ik snij je mooie keeltje open van hier tot hier,’ terwijl hij zijn knie hardhandig in mijn rug drukte, maakte hij met de duim van zijn hand onder mijn hoofd een niet verkeerd te verstane beweging. Een standbeeld zou vast nog wat kunnen leren van mijn plotselinge onbeweeglijkheid. Ik wilde beleefd vragen wat hij van me wilde, maar ik hoorde mezelf mompelen: ‘mmm, hmmmm,mmmmrm’. Blijkbaar scheen ik toch verstaanbare universele geluiden voor te brengen, een taal die geknevelde personen meestal spreken veronderstel ik, want hij beantwoordde direct mijn vraag. Evenwel juist nadat hij nog een extra pijnlijke por met zijn knie in mijn rug had gegeven.
            ‘Ik wil dat jullie je privéonderzoekje staken. Leg het stil, ga verder zonder om te kijken. Ken je het verhaal van Sodom en Gomorra en de vrouw van Lot, mijn beste Yukiko? Probeer je best te doen om aan de verleiding te weerstaan. Ga door en kijk niet om. Een zoutpilaar worden is nauwelijks benijdbaar. De naam van de vrouw van Lot word nergens genoemd in de bijbel, laat ze niet de geschiedenis ingaan onder de naam Yukiko Mitsukai. Ik ben zeker dat je begrijpt wat ik bedoel. Een lijk of een zoutpilaar, er is voor mij niet veel verschil, ze zijn even dood!’
Ik voelde de druk in mijn rug wegvallen en een verraderlijke stilte bleef in de ruimte hangen. Nog zeker een kwartier bleef ik bewegingloos liggen, tot ik kramp in mijn kuiten begon te krijgen. Toen wist ik zeker dat de man mijn kamer had verlaten. Het duurde op zijn minst nog een half uur voor ik mezelf van mijn boeien had bevrijd. Ik veronderstelde dat ik van geluk mocht spreken, ik zou het kunnen navertellen. Maar aan wie? Was het de moordenaar van mijn ouders geweest of was het iemand die er belang in had dat de moordenaar gewoon zijn gang kon gaan en verder de toestand in de stad en omstreken destabiliseerde?
Hoe was hij in hemelsnaam binnengeraakt? Ik controleerde de deur en zag dat die niet geforceerd was. Daarna volgden de logbestanden van mijn veiligheidssysteem en toen constateerde ik dat de indringer mijn code had gebruikt om binnen te geraken en bepaalde bestanden had gewist! Ik kon hem niet identificeren. Hoe kon….?
Op hetzelfde moment schoot me een herinnering door het hoofd van een of andere actiefilm die ik ooit eens had gezien in de Megaskoop. Gangsters in die film gebruikten een soort lampje om de meest aangedrukte toetsencombinatie te ontdekken. Een soort van infraroodlamp of  had het nu weer te maken met fluorescentie of de slijtage van de toetsen? Gekko zou het antwoord wel weten, maar dat maakte nu geen verschil meer uit. Als die kerel dacht dat deze stunt mij zou tegenhouden en mijn onderzoek zou staken, dan kende hij Yukiko Mitsukai nog niet.



……..
                       
           

            Bij de Sutimoto Bank & Insurance Company werd Stephen March onthaald door de adjunct-directeur. De heer Ayumu was klaarblijkelijk gebrieft door Ayaka Sato van de Fijutso Building Company. Zodoende gingen gesloten deuren voor Stephen open als in het sprookje uit ‘Duizend-en-één-nacht’.  Sesam open u, dacht Stephen terwijl hij tegelijkertijd dacht aan het kluisje en de sleutel die hij aan de heer Ayumu toonde.
            ‘Hajimemashite! Aangename kennismaking! Meneer March, wilt u mij volgen. We gaan met de lift naar de benedenverdieping waar de kluizenzaal is. Daar zal ik u de beschikking geven over het kluisje die bij uw sleutel past.’
            Ze stapten in een lift die zo groot was, dat men minstens met een tiental mensen in die ruimte een feestje kon bouwen. Een licht muziekje maakte onze afdaling ‘iets’ aangenamer. Niettegenstaande de heer Ayumu de ganse tijd een quasi beleefde glimlach op zijn gezicht toverde, twijfelde Stephen aan de oprechtheid van deze man.
            Nou ja, bankiers, een volkje apart, ook in de Oude Wereld. Ze lagen aan de oorsprong van de destabilisatie van de economie in de 21e eeuw waarvan de ‘Grote Oorlog’ een van de voornaamste gevolgen was. Ze maakten de armen armer en naaiden de rijkelui met net zo’n glimlach op hun gezicht. Ze hadden veel meer gezichten dan de God Janus uit de Romeinse mythologie.
            De lift stopte en Stephen kreeg even een wee gevoel in zijn maag en ingewanden. Wat zou hij ontdekken? Hij volgde de nog steeds glimlachende bankier door de gang. De Heer Ayumu schoof een deur open en duidde op een ruimte aan zijn rechterkant.
De ruimte contrasteerde met het moderne design in de inkom van de bank. Hij zag een klassiek Japans ingerichte kamer in Sukiyastijl met uitschuifbare fusamadeuren die aan beide zijden beplakt waren met niet- transparant papier. Binnenin was de ruimte ingericht met tatamimatten van geperst rijststro en een tokonoma, een belangrijk focuspunt in een Japanse kamer. Vroeger, vele eeuwen terug, werden in de Japanse huizen, in zo’n tokonoma, een altaartje opgericht. In de 21e eeuw was dit geëvolueerd naar een ingebouwde nis, waar men er een speciaal voorwerp in plaatste, een weloverwogen uitgekozen object. Hier was het een sculptuur van aardewerk dat de naam ‘Veiligheid’ droeg. Een toepasselijke naam voor het gevoel dat een goede bank aan de belegger moest geven.
            Gewoonlijk werden zo’n ruimtes afgesloten door shojideuren die enkel het licht filterden. Zo’n deuren waren hier minder geschikt, omdat die voor minder privacy zorgden dan de fusamadeuren. Shojideuren bestonden immers uit een soort houten rasterwerk die enkelzijdig beplakt was met transparant papier. De Heer Ayumu vroeg mij hier even te wachten en ik zette mij neer aan de lage teburu, de traditionele Japanse lage tafel. Het deed Stephen ergens denken aan de Japanse ceremoniële theeceremonie. Straks kwam de glimlachende man met een dienblad met twee kopjes en een kannetje thee in plaats van met de kluisbox zoals hij hoopte.
            Het duurde amper een tiental minuten en de Heer Ayumu verscheen terug met een langwerpige metalen doos in de vorm van een balk met een lengte van ongeveer veertig centimeter en een hoogte en breedte van vijftiental centimeter. Aan de voorkant bevonden zich twee kleine ronde glazen oogjes ter grote van het topje van een sleutel met de RFID-tag. Stephen haalde zijn sleutel boven en richtte die naar de linkse uitsparing waarboven het woord ‘huurder’ stond gedrukt. De Heer Ayumu gebruikte een gelijkaardige sleutel voor de tweede holte. Of het zo moest of niet, Stephen hoorde een klikje en het voorste paneel kwam los.
            ‘Ik laat u hierbij in uw privacy, Meneer March, als u mij terug verwacht gelieve uw hand op de sculptuur te leggen. Die zal een elektronisch signaal doorgeven zodanig dat ik weet dat u klaar bent.’ Met die eeuwige glimlach op  zijn Aziatisch gezicht verwijderde de man zich in buigend in een groet de kamer.
            Stephen aarzelde een moment. Zou hij uiteindelijk een antwoord krijgen op zijn vragen. Wie was de zus van Suzy? Waardoor was zij zo in moeilijkheden gekomen dat het haar het leven koste? Zijn hand trok de binnenkant van de doos uit.


Requiem: Chapter 10

I want to add this paragraph as a warning for the explicit and descriptive scenes in the first part of this chapter. These scenes describe  an abnormal behaviour between a mother and her son. The sadistic, masochistic actions of mother and son in this incestual relation will be the base of a distorted main character in the chapters to come.
If you, as a reader or as a parent, would take offence in such description, please jump to the second part of this chapter, knowing that one of the main characters from his youth will flourish under the influence of violence and wrong sexual behaviour.














 10


   

            His mother glided between the sheets like she had done already a few weeks since his fourteenth birthday. He knew what to do. On that day, the day of his birthday, his mother had come into his bedroom. She sat beside him on the bed and had looked at him with an inscrutable glance. Her eyes glinted in the light of his reading lamp.
            ‘Congratulations on your fourteenth birthday. You’re slowly becoming a real man… my dear boy.’ She smiled, took his head in her fleshy hands and gave him a sound kiss right on his lips. He sensed a weak smell of alcohol mingled with a trace of perfumed soap and some other odor he couldn’t place. It had to do with the smile in her eyes. ‘I’ve got you a present. Do you want to open it or must I do it myself?’ He directed his gaze suspiciously at her empty hands. He shrugged his shoulders. ‘Well, okay, I see I’ll have to learn you a lot,’ she reacted secretly.
            She stood upright and pulled her nightgown over her head. Like this, his mother stood there stark naked before him. With her heavy breasts and big brown areola’s she provocatively paraded beside his bed; a few moments to gauge his reaction. His eyes wandered over her breasts and nipples, slowly descending and looking at her abundant bushy hair of her pubis. He knew all the names out of his little books. He had even looked in a dictionary to find the right words. His breathing became heavy and fast.
            His mother slid between the sheets and took one of his hands and laid it on her breast. ‘Don’t be afraid, they’re not fragile. Pinch them good.’ He looked at her and felt the tension in his loins. ‘They’ll not fall off, you know, yes… that way… harder now,’ she panted. Suddenly she took his masculinity in her hands and began to satisfy him, demanding him to inflict her pain. He came to his climax faster than an excited stallion in the summer. It made her mad and a hard box on the ear was his reward.
            Yes, it did hurt. But his hands, freely wandering over her body gave him a new hard-on. It was a strange feeling, nonetheless the pain he liked the sensation. These new feelings awakening in his puberty. The knowledge, that his mother needed him in one or another way, made him feel good. The manner she needed him, still more.
            The ritual repeated itself with intervals. He learned to restrain his lust and to give her a longer period of pain, a thing she wanted from him. She even asked him to bite on her nipples or to slap her on her meaty behind or pinch it. However, she warned him, not to hurt her. Otherwise, he would feel her reaction. His mother was insatiable and could take a lot of pain. But now and then he didn’t meet her standards and he received a painful encore. The beating stimulated him to do better the next time or to play it harder. He stoically accepted the punishments by his mother. He tried to be the man she expected him to become.
            Invariably he tried to work out his hidden anger against his mother upon something else. His body, his mind asked for it, it was a real relief in the beginning. The first time it happened, his victim was one of the neighbor’s kittens he had abducted and caressed with mixed feelings. Afterwards, he had, with a short snap, broken the neck of the mewing kitten. He was always so smart in erasing his tracks. He buried his little victims on a backwater and was watching for it so that nobody saw him busy with his macabre digging works. The neighbors were puzzled. At many places in town, small animals disappeared in those days, mostly kittens or one time a little dog when he became stronger.
            Sometimes he processed his angry feelings by bullying younger boys he was waiting for and terrorized them. He knew to pick them. They would never tell, they feared him too much. He didn’t touch them, but he knew their weaknesses and ridiculed his little victims. He pulled their pants on their ankles, just as his mother had done with him, so they couldn’t escape him. Humiliated them with words. He just carved wounds in their mind. Besides a feeling of relief and satisfaction he experienced with snapping the neck of young animals, he also felt the power he possessed by seeing the young bullied children in tears.
            One day, his mother being in a good mood, he asked her if he could join a local club. Members of this club learned all sorts of martial arts from old Japanese schools as there were Iaido, Koryu and Kenjutsu. Ways to defend oneself in a society that is full of violence. A society where only the strongest ones survive. He thought it was necessary to possess the skills to defend himself in a hostile environment, he explained to her. His mother understood his way of thinking and agreed without hesitating. He chose for an old Eastern fighting school Kenjutsu, a traditional Japanese martial art.
            Miyamoto Musashi, one of the best-known samurais who lived as well in the fifteenth as in the sixteenth century was the developer of this teaching. He was the underlying force of Kenjutsu and this samurai had explained this teaching at the end of his life in the ‘Go Rin No Sho’ or ‘A Book of Five Rings’.
            The five rings represented the five chapters of this book, each talking about one of the elements that are water, the wind, fire, the earth and emptiness. It was of the utmost importance that the pupil memorized these writings by heart and also to persevere in his training… for years. This rule made him still more impatient and it was also the reason he often got some reproaches from his master.
            Sometimes he had to perform for his mother the movements he had studied during the training or Keiko. Preferably in the nude, before they moved to their daily sexual ritual his mother called ‘her nightcap’. After all, what’s in a name?
            And so, he grew up and felt stronger than ever. He became a good student in Kenjutsu. The pain during this training was nothing compared that he was used to. The dominant position of the boy and his mother shifted in the advantage of her son. Pain was a known fact for him, a way to obtain something, to become something. Mother and son were a match for each other. Till the day he ordered ‘her’ what would happen and she servile obeyed him. He had just become sixteen.


……….



            Four keys. Who are you? Furious!!!
            Stephen March had a lot of time he could spent during his travels from the Old to the New World. Countless hours in trains, planes and helibots. To pass these dull moments and to do something else than reading diplomatic papers, he always had a digital word search book with him. His father, Thomas had told him his mother Maddy Silverstone was a fanatic word-searcher. At that moment, there was still the paper version of these puzzles in all variants and difficulty grades. Nowadays, to save on paper and to be busy with your hobby in a responsible way, ecology has put his stamp on these kind of puzzles. Digital was in, digital nature friendlier than excavate whole forests.
            FURIOUS!! FOUR IS U!! Four that is you! Using the U as the letter replacing the word ‘YOU’, a common use of acronyms. It was not immaculate School English, but according to his feelings it had to be right. Would it be so easy? He put on the viewer and loaded the saved game. He was again standing before the door with the name on. The voice asked him one more time: ‘Who are you?’ Unaware he was holding his breath and with a relieved sigh, his answer came: ‘Four, I am four.’ The door went open and his virtual character could enter the room. After him, the door closed with a metallic bang and he turned around very surprised. On the inside, there was an old fashion kind of handle, but when he tried to move it, he felt the door was locked. Stephen startled at the voice he heard. It was Suzy’s voice.
            ‘Hey, Stephen. To be sure, I want you to give the name and the number of your collection in the input field. You know what I mean… the number of items you confided in me during your last visit. An assurance that I have the right person before me. Fingerprints and eye scans can be counterfeited. Memories and personal secrets are a better way to check someone’s identity.
            Stephen speechless, but compliant typed the word ‘comics’ and the number of items he possessed. Meanwhile, he had ten more, but he could not count them in. It was a collection of immeasurable value because nowadays there were no more editions on paper. The number 1302 flared up above the input screen. Before him, a 3d virtual image of Suzy smiled at him. He had to swallow. Just as before, when he entered the apartment, he felt the sorrow and the feeling of absence and tears were stinging in his eyes. He had to pull himself together. There was a reason for all this. Suzy probably had a message for him.
            ‘You will ask yourself why all this secrecy. But I can’t be too careful. Like I said before, technology is wonderful, eye scans and fingerprints are counterfeited before or obtained by force from the owner. With all these booby traps, I know for sure it’s you. If you had given me the wrong answers, all the saved games would be erased and the player would have to begin from scratch.’
            Stephen watched with open mouth at the images he virtually got through upon his viewer. In what trouble Suzy had got herself, so she had to take such precautions to tell him something. It had led to her death, that’s for sure. She obviously had estimated the situation as dangerous and constructed something to warn Stephen or…
            Suzy went on after a short breathing space. ‘Stephen, you know I’ve always carefully kept mama’s things. Sometimes after I went to her last resting place I looked at those things and… got a bit sentimental.’ Her glance became unsure, she closed her eyes and he didn’t know if he had imagined it, but he saw lower lip trembling for a moment. She swallowed, coughed into her hand and went on.
            ‘Ma had a little music-box she nurtured very a lot during her life. Maybe you remember the little gem. One moment I had it in my hands and suddenly in my clumsiness I dropped it and it lay in pieces on the ground. I was aghast by it and also sad that I had broken a memory of her. But to my great surprise, I saw a rolled-up paper between the pieces. Not a thing that should be in a music box, you would say. If you hear what was on it, you will be just as baffled as me at that moment. I will read it for you.’
            Stephen was hypnotized by Suzy’s voice and image, but her appearance and her story were so lifelike he almost pulled her nearer to comfort her. However… it wasn’t really Suzy.
            ‘Here we go. Ma wrote the following text.’


My dear Suzy,


            I wrote you this letter because I’ve lied to you. It’ll be a surprise, but I’m bound to say this and I can’t just confront you with it. When you were young you wouldn’t have understood it and now… You just postpone something and at some point it’s too late. It became more and more difficult to explain. Beside that I feel terribly guilty for what I’ve done. In this way, putting my words on paper, it’s a start for me to get even with this situation. An encouragement to tell it at some moment or to hide my secret in this music box forever.
            Suzy, I’ve told you, you were my only daughter. Alas, this was a big lie. You have yet another sister, an older sister. Three years before you were born, I’ve got my first child, also a girl. I was far too young, too inexperienced. I have given her up for adoption. At that moment, I wasn’t a good mother. I was attracted to the wrong men. Your father also wasn’t one of my best choices, but you know that already. However, I wouldn’t let my second baby take away from me, not a second time. The father of your sister never knew I was pregnant. When it showed, he had already disappeared out of my life.
            Both my mother and father helped me tremendously during that time to take care of me and to look for a good family for my daughter. They have appealed to an organization that screened the adoptive parents in a professional way to be sure the child arrived in a good home. To protect the baby and the biological mother, the identity of the new parents had been kept secret to me and my parents. I only can hope from the bottom of my heart she’s fine. Every day I still think of her.
            The only thing, that I can tell you, is the name of the organization my parents used for the adoption of my child: LCR. I think it’s the abbreviation for ‘Lucky Child Relocation’. My parents didn’t tell me more and you know that the relation between me and my parents after your birth wasn’t so good anymore. Meanwhile, they have passed away. I’m so sorry. Your birth has me happy again and with Thomas and his son Stephen I found my little bit of luck. However, it’ll never be perfect and it is my own fault, my own punishment.
            I wish you knew this. I love you so much, my child. Forgive me!

Kathy Chang


            Stephen had followed her reading very attentively, but he didn’t understand why Suzy had kept all this as a secret behind closed doors and passing words. He assumed she would still elaborate on that matter.
            Suzy emotionally folded the letter and put him in her inside pocket of her coat. ‘You probably ask, why all this secrecy around this case? At first I was startled when I read my mother’s letter. We had no secrets from each other, I thought. All in all, I was a bit angry at my mother. However, after a few days, a little thought nestled itself in my mind and it grew to a big and pressing question: How is she, how is my half-sister? Could I trace her? Maybe just to say my mother always had regrets she gave her away for adoption. Or would it only make her unhappy? If her new parents never had told her she was adopted, I would be received as a spoilsport.’ Suzy stopped for a moment and then went on talking.
            ‘But my curiosity won it over my common sense and I began looking for this organization LCR. Meanwhile, they had already dissolved the company and I informed about the former management. From that moment on I got the feeling that strange things were happening. There were moments I thought I was being followed. I’ve never been able to discover someone, but my sixth sense told me I was right. When I saw the scratches on the security console of my apartment, I was definitely sure someone had tried to break in. Luckily they didn’t succeed. I made the calculation… the search for my older sister and my questions to find her, I suspected it was all about that. Therefore, this message as a precaution, if something had to happen to me. Maybe I’m just becoming paranoid. You cannot exclude that either, can you Furious?  Her insecure laughing could mean anything!
            Stephen listened with a surprised look to her explanation. He thought about the attack of the red autobot. Could this be looked at, in the same way? Was her death the consequence of her quest after her older sister? Instead of answers, he only got more question. Why had they aimed Suzy? Who was her half-sister?



……….    
  

            At the Bureau of the Security Service, it was very hectic. All the desks were fully occupied. The administration department had to do overtime to edit the info in the data banks so that the inspectors could use it as soon as possible. At regular intervals, arrested persons were brought forward and taken away afterwards. At this moment, all the interrogation rooms were used. Between the normal noises of telephone calls, you could hear a protesting prostitute shouting and the muttering of an aggressive drunk brought in by policemen.
            The press, principally the ‘Daily Sanctuary’ had written in block letters on the front page about the last murders. The Security Service and the police who are working together had to endure the worst. How was it possible that ‘one’ person could continue his reign of terror and that an organization that was in the possession of the most modern resources still was groping in the dark?
            There originated a concealed turmoil between the populations. People felt unsafe, especially in the evening and during the night. The police had proclaimed a curfew and had forbidden gatherings. In special cases, one could ask for an exception to these rules. The city police already were understaffed and possible evening escorts were impossible or you had to be a very influential person or have the right contacts. Everyone was under the spell of this serial killer who had until now abducted two persons at the same time. It was inconceivable that one person could take more than two people at once.
            So hoped Norino Vastai. He sighed. Obviously lately he did that a lot. He watched the oversight screen of the file with all the facts about the Akai-murders. The former whiteboard, where so many famous cases were displayed on, was replaced by his digital version. Norino thought the method of nowadays was far more efficient. Not alone because the data file itself found references to similar cases and sorted them out, but also because it was far more interactive with the user. Since the beginning, they had endured already eleven murders… and they hadn’t a clue yet. His adjunct Shi had just arrived and he waved at him to draw his attention.
            ‘What do you think, Shi, the last two cases were the last drop for the mayor? An hour ago I received a call from him with the emphatic wish to find as soon as possible a useful trace and preferably one that makes us pick up a potential suspect.’ Being tired, he rubbed his eyes. ‘The only similarity in all these cases is that the victims were all Akai and that they were slashed to pieces with a sword, a Nihonto so say our latest reports. Who can have a grudge against these people? They are the most peaceful persons on this earth. They adore the nature and talk more about peace and understanding than the Pope of the Old World. It’s not only words for them, their daily life is full of this intent!
            Shi shrugged his shoulders in a despaired gesture. ‘Maybe we have to take a closer look at all the cases… once again. Who knows, we have more luck today.’
            ‘Okay, okay…’ Chief Inspector Norino Vastai answered. ‘Case 1…’



© Rudi J.P. Lejaeghere 24/01/2015