zaterdag 28 februari 2015

The Woman in Red: Chapter 16
















16. The decision

         It was still early in the morning when Jean-Pierre woke up because Katarina pushed her naked body against his. Still half sleeping, he wanted to look at her. She pushed him back on his side and was spooning him. Her warm body rubbed against his back and behind. With her fingers, she caressed him, first in his neck, then his shoulders and arms. She reached a bit further and played with the hair on his chest. Her hand continued his exploration and descended still more.
            Jean-Pierre wanted to turn himself, but she pushed him every time back on his side. Her hand was in his lap and discovered Jean-Pierre was fully awake now. With experienced movements, Katarina played with his masculinity, but now and then she stopped a moment. She wouldn’t like to end his pleasure too soon. She kissed him on the neck and on his shoulders and her lips followed the same way as her hands. Eventually, with her head in his lap, she gave him satisfaction.
            ‘Good morning, Jean-Pierre. I thought, what’s the best way to start a day? Have I found the right manner? I’ve got some variations on the same theme if you want. It’s still an hour before breakfast. Maybe we could spend the time to enjoy.’ She laughed a bit naughty from her frog’s eye view.
            Jean-Pierre pulled her up and looked deep and serious in her eyes. ‘I think I’ll do it! I mean, what we discussed yesterday, I agree. But I have one condition.’
            Katarina looked surprised at him, thought he would ask more money. How could she let him know in a friendly and polite manner, that it was the best that was available? Her mother thought it was already a very exorbitant amount of money, let alone he would ask for more.
            ‘I would like… you to become my teacher in the art of love. Can that be arranged or do I personally have to ask the Baroness if you are qualified? I’ve no idea how this works, give me some credit… in my advantage I can say I was always a fast learner.
            ‘No problem, honey. I’m going to make you the best lover of all who has come to this castle and that counts, you know.’ Katarina put her arms around him and gave him a passionate kiss while their tongues competed with each other. One thing led to another. Katarina felt her new gigolo wasn’t tired yet. He pushed himself very close to her and grabbed her in a firm hold by her buttocks. Katarina whispered Jean-Pierre something in his ear.
            He nodded and turned her carefully and laid her on her belly over the rim of the bed. From behind he mounted her, and she stimulated him with short arousing cries. He wasn’t inactive, and it lasted not long and both of them reached their climax.
            ‘Let’s consider this as your first lesson,’ Katarina said afterward, ‘a sort of initiation into the rites. Welcome, Jean-Pierre.’
            Jean-Pierre felt good. He had chosen for the adventure. Finished the daily grind of debt and credit, done with calculations and earn money for someone else. From this day on there will only be having some pleasure and making money by doing it. He would invest his earning in a sensible way and would have after his ten year term a nice income on surplus of his wage. It was a really nice future, he saw, certainly if you were an accountant in a former life.

© Rudi J.P. Lejaeghere
11/02/2015

donderdag 26 februari 2015

De vrouw in het rood: Deel 42
















42.

            De volgende morgen was Katarina lusteloos. Ze had verschrikkelijk gedroomd. Ze hadden de drie tapes verloren en hoe ze ook zochten, ze vonden ze niet terug. In haar nachtmerrie werd haar moeder vermoord door haar ontvoerders en ze was telkens weer uit haar diepe slaap wakker geschrokken. Onbewust herviel ze telkens weer in dezelfde situatie wanneer ze wegdoezelde. Het werd een koortsige nacht waaruit ze vermoeid wakker werd.
            Jean-Pierre probeerde haar op te beuren en vertelde haar dat dromen bedrog zijn. Hij toonde haar de tapes en verzekerde haar dat hij ze met zijn leven zou beschermen. Katarina opperde met een zwakke glimlach dat ze uit haar hart hoopte dat het niet zover zou komen.
            Het bezoek van de Sacré Coeur was ondanks de stemming van Katarina een succes. Wegens de vermoeidheid van Katarina namen ze de Funiculaire de Montmartre, de bekende kabelbaan in plaats van de 222 treden op te gaan naar de helwitte basiliek. Ze hoorden van hun gids dat de bouw van de basiliek 6 miljoen euro had gekost, toen nog 40 miljoen Franse Frank. Ze keken hun ogen uit naar de architecturale hoogstandjes van de basiliek in Romaanse en Byzantijnse bouwstijl. Ze hoorden dat voor de fundering 83 putten werden gegraven van ongeveer 45 meter diep. De luidklok van de Sacré Coeur, vertelde hun gids, was een van de zwaarste luidklokken in de wereld. Er waren 28 paarden nodig om de 19 ton zware klok boven op de Montmartreheuvel te trekken. Het duizelde fantastische cijfers door hun hoofd. Een prachtige verwezenlijking van de architecten Abadie en Magne.
            Na het bezoek van de Sacré Coeur deden ze ook nog Place du Tertre aan, met de bekende stalletjes met schilderijen speciaal gemaakt voor de toeristen. De wijk Montmartre stond al heel lang bekend om zijn kunstenaars die het aantrok en vooral dan schilders. Ze hoorden daar van een van de schilders dat de naam van de Montmartre eigenlijk afgeleid werd van ‘Mons Martis’ of de ‘Marsberg’ omdat blijkbaar in de Romeinse tijd daar een tempel stond die gewijd was aan de god Mars. Een andere man vertelde hen dan dat de oorsprong van Montmartre kwam van de ‘Mont du Martyr’, de ‘Martelaarsberg’ omdat Dionysus, de eerste bisschop van Parijs, hier onthoofd werd. Ze kochten een mooie aquarel van de Sacré Coeur en vertrokken daarna weer naar hun kamer in de Carlton.
            Katarina had graag nog wat slaap ingehaald, gezien ze de vorige nacht niet goed had geslapen. Jean-Pierre vond dit een goed idee en ging naast haar liggen en nam haar beschermend in zijn armen. Het duurde geen vijf minuten of Katarina’s ogen vielen toe. Jean-Pierre voelde aan haar lichaam dat ze nu wat rustiger was. Hij hoopte dat alles goed verliep. Het was gewoon te veel geweest voor haar zenuwen de laatste tijd. Het was normaal dat een gewoon mens zou breken onder de spanning. Hij had veel respect voor Katarina dat ze met al de problemen rond de ontvoering van haar moeder nog zo normaal reageerde. Hij doezelde wat weg, maar kon niet echt slapen.
            Nadat ze een paar uur geslapen had, kwam Katarina weer wakker en het scheen of dat deze tijd haar goed had gedaan. Ze keek veel klaarder uit haar ogen en haar glimlach was terug. Ze kleedden zich op voor hun bezoek aan de Moulin Rouge. Katarina had nog nooit deze bekende plaats bezocht. Ze had er al veel van gehoord en wou altijd al wel dit eens gezien te hebben. Ze vond het jammer dat het in deze omstandigheden was.

            Toen ze naar hun plaats begeleid werden, zagen ze dat het inderdaad vol geboekt was. Ze moesten Frau Hofmeister wel dankbaar zijn, maar dat kwam later wel. Toen het gordijn openging begon de show meteen. Ze zagen een wervelend spektakel gevuld met kleurrijk geklede dames met waaierende pluimen op hun kostuums en flonkerende strass. Prachtige decors en een professionele dansers, de bekende Doriss Girls en de Doriss Dancers. Jean-Pierre’s mond viel open toen er circusartiesten op het toneel kwamen met echte clowns, acrobaten, jongleurs, Siamese zusters en 6 kleine paardjes. Een echt kleurenpalet onder de tonen van geregistreerde muziek van een groot orkest.
          Toen de Doriss Girls de French Cancan dansten was het hek van de dam. De toeschouwers waren wild van dit gebeuren. Jean-Pierre keek naar Katarina en zag juist dat een man naast haar iets in haar oor fluisterde waarop de glimlach van haar lippen verdween en ze verstarde. De man keek even in de ogen van Jean-Pierre en ondanks dat de man in smoking was, herkende Jean-Pierre hem bijna direct. Jacques, de vroegere vriend van Katarina, knikte hem beleefd maar koel toe. Jacques bewoog even zijn rechterhand, die verborgen was door een grote witte servet. Hij zag de top van de loop van een pistool, dat direct weer op de onderrug van Katarina werd gericht. Hij fluisterde terug iets in het oor van Katarina en zij stond direct recht terwijl Jacques teken deed met zijn hoofd naar Jean-Pierre dat hij moest volgen.
            Jean-Pierre durfde niets proberen. Ze waren hier wel tussen de mensen, maar hij wist niet of Katarina’s vroegere vriend aan het bluffen was of dat hij zijn dreiging met het pistool zou durven uitvoeren. Een zenuwachtige vinger aan de trekker was genoeg om een drama te veroorzaken.
            ‘Hier instappen.’ Jacques was kort van stof en wees op zwarte limousine. Jean-Pierre begon genoeg te krijgen van het kleur zwart en vooral van limousines. Ze konden niet anders dan het bevel gehoorzamen en stapten in de halfdonkere wagen.
            ‘Dag Katarina, gegroet Jean-Pierre.’ Een mannenstem die ze herkenden groette hen in de wagen. Generaal Jules de Tavernier was aan het nippen van een glaasje champagne en keek hen van boven zijn glas onderzoekend aan.

© Rudi J.P. Lejaeghere
19/02/2015
                        

woensdag 25 februari 2015

Requiem: Hoofdstuk 15 (1e deel)









15



            Norino Vastai stond voor de zoveelste keer voor een raadsel. Hij was ’s morgens opgeroepen door de centrale. Nog een slachtoffer van de Akai-moordenaar, zelfde MO of toch niet! Dit was nu al de tweede in het rijtje die géén Akai was. De gemeenschappelijke noemer bij alle gevallen was steeds het feit geweest dat het slachtoffer een lid van de Akai-gemeenschap was. Het was de leidraad geweest waar ze zich bijna met wanhoop aan vast hadden gehouden. Gewoon een vendetta van een seriemoordenaar tegen een vredelievende groep van mensen. En nu,…hijzelf en zijn mensen stonden met de handen in de haren. De som klopte niet meer!
            Hij was zelf al van kindsbeen Akai. Hij zou geen mensenleven nemen als het niet anders kon. Door de jaren heen echter was hij met zoveel zinloos geweld in contact gekomen dat beetje bij beetje zijn geloof in de leer van de Akai aan het wankelen werd gebracht. Er was een kern van kwaad in de wereld, iets dat niet uitgeroeid kon worden met vredelievendheid of een of ander soort rehabilitatie.
            Norino had het gezien in de ogen van moordenaars die hij ondervroeg. Hij had menige keer getwijfeld bij de invrijheidstelling van een gerehabiliteerde misdadiger. Ze waren door een twijfelachtige comité zogenaamd genezen verklaard. De medische verantwoordelijken hadden hen volgespoten met voor hem onbekende genetische middelen die de moorddrift, de aangeboren woede tegen de mensheid die in hun DNA verscholen zat, zou moeten onderdrukken of zelfs vernietigen. Hij geloofde er niet veel van.
            Dikwijls had hij gelijk gekregen en waren de ‘genezen verklaarde gevallen’ hervallen. Recidivisten, daar had hij een hekel aan, maar ook evenveel aan de mensen die deze moordenaars de vrije hand hadden gegeven. Hij had een aantal keren voor de Hoge Raad van de Akai moeten verschijnen omdat hij een paar van deze mensen bij de arrestatie zonder pardon had neergeknald. Het waren steeds gevallen van zelfverdediging geweest, maar de spijt die een Akai zou moeten voelen, het gevoel dat men een stuk leven had vernietigd, had hij niet gevoeld. Wel een lichte voldoening dat er een psychoot minder op de wereld rondliep.
            Nu ook had hij gemengde gevoelens. Als hij ooit dit wezen, dat hij geen mens meer noemde, tegen zou komen en als hij maar één seconde de kans kreeg, hij zou waarschijnlijk geen genade kennen. Genade was voor mensen. Akai of niet, een beenhouwer die zonder scrupules personen in stukjes hakten zag hij niet meer als een mens, zelf niet als een beest. Zo’n wezens moesten met man en macht uitgeroeid worden. Voor zo iemand was er geen plaats op de wereld.
            Zijn tweede adjunct-inspecteur, Goro Fukamizu, was op dit moment het rapport aan het uitschrijven in de databank. Shi, zijn andere adjunct was door de directie tijdelijk op een andere zaak was gezet. Goro was bezig met het dossier te koppelen met de gegevens van de technische dienst en met de verslagen van de patholoog-anatoom Kim Huang.
            Het was jammer, maar de kwaliteiten van Shi waren door de directie ook opgemerkt en Norino dacht dat er gauw een promotie voor zijn pupil in het verschiet lag, misschien wel dat hij de jongste hoofdinspecteur van de veiligheidsdienst werd. Hij gunde het hem van harte al had hij graag gehad dat hij de zaak van de Akai-moorden verder met hem had kunnen opvolgen.
            Goro was een even goede adjunct, alhoewel dan misschien op een andere manier. We waren allen op onze eigen manier uniek en waardevol, dacht Norino. Het was een van de eerste leefregels van de Akai. Hij grijnsde terwijl hij in die context aan de moordenaar dacht. Aan die grijns waren moorddadige gedachten aan verbonden,. Was dit verkeerd?  Hij wist het niet, maar zo voelde hij zich nu eenmaal.    
            ‘Wanneer je klaar bent, Goro, zend de link door naar mijn memoblok, dat die up-to-date is en doe ook nog eens een kruisreferentie naar niet-Akaimoorden maar voor de rest met een gelijkaardige MO van de laatste maanden in de buurt van Tokio en Sanctuary. Oké?’ vroeg de hoofdinspecteur.
            Goro Fukamizu knikte. Hij was een stille kracht, geen grote prater, maar iemand die veel administratief werk in korte tijd kon verzetten. Zijn rapporten waren analytisch van hoogstaande kwaliteit en ontdaan van alle opsmuk die tot niets diende. Als hij dan iets te zeggen had, luisterde je best goed, want meestal was het to the point en het was niet de eerste keer dat hij in een zaak ‘de’ tip had gegeven waarmee ze de zaak tot een goed einde hadden gebracht.
            Norino was geschrokken van het resultaat, toen na enige minuten Goro een sein gaf dat hij de bestanden had bijgewerkt. Goro was heel wat verder teruggegaan dan de laatste maanden, een prijzenswaardig initiatief gezien het resultaat. In de laatste maanden zou hij trouwens geen enkel geval hebben gevonden. In de laatste vijf jaar waren er nog tien andere gevallen van verhakkelde lijken die geen Akai waren, uit de databanken opgedoken. Dat ze niet op hun vorige lijsten voorkwamen was omdat ze buiten de perimeter Tokio/Sanctuary waren gepleegd. Dat zette de hele zaak op zijn kop. Terug naar af! Norino Vastai zuchtte en dacht aan de enkele jaren die hij nog verwijderd was van zijn pensioen. Dat was geen goed teken.



……..



            Gelukkig had ik net op tijd het huisvideosysteem op  pauze kunnen zetten. Stephen March zat met handen voor zijn ogen te trillen als een espenblad. Hij snakte naar adem en zweette als een otter. Toen hij zijn handen van zijn ogen wegnam, zag ik dat hij met wijd opengetrokken ogen angstig en bevend naar het bevroren beeld op het scherm zat te kijken. Ik herkende een paniekaanval wanneer zich die voordeed. Als je ooit zelf in zo’n situatie was geweest, wist je hoe laat het was. Gelukkig had Arturo’s jongere broer de identificatie voor zijn rekening genomen van zijn broer en zijn vrouw Sachiko Matai. Ikzelf had het niet over mijn hart kunnen krijgen. Stephen had niet alleen deze week zijn halfzus verloren, daarbij was hij nog geconfronteerd geweest bij de identificatie met de onvoorstelbare wreedheid van haar doder en daarna kregen we hier van die persoon een bericht door uit het verleden. Een gestoorde boodschap van de moordenaar van Suzy Chang en mijn ouders.
            Stephen March was een vreemde voor mij, maar ik voelde mij een zielsgenoot omdat we beiden slachtoffers, nabestaanden door toedoen van dat moordend beest waren. Daarom zag ik hier geen vreemde voor mij, maar een gekwetste medemens. Mijn Akai-roots vertelden me dat hij op dit moment nood had aan een vriend of vriendin. Iemand waarop hij kon steunen. Gezien ik niet wist wie zijn vrienden waren en ik de enige aanwezige was, nam ik die grote blok schokkend verdriet in mijn armen en begon hem te wiegen en sussende woorden toe te fluisteren. Ik voelde hem trillen als een riet en plots schokte hij een paar keer geluidloos in mijn armen. Ik voelde mijn mouw nat worden van de tranen die hij waarschijnlijk zo lang had ingehouden. Die misplaatste trots van die mannen toch! Het duurde zeker een twintigtal minuten vooraleer hij iets rustiger werd.
            Kort na de moord op mijn ouders had ik een tijd tranquillizers moeten nemen. Ik wist door wat een hel hij ging. Gelukkig had ik deze pilletjes, niettegenstaande ik ze niet meer gebruikte toch nog bij mij, enkel voor noodgevallen. Als dit geen noodgeval was, dan wist ik het ook niet meer? Ik fluisterde hem verder troostende woorden toe, waarschijnlijk af en toe gemengd met woorden in mijn eigen moedertaal, maar het was de klank die ertoe deed. Ik duwde hem het kleine pilletje in de palm en hij slikte het gelukkig gehoorzaam en zonder tegenspraak in. Na een kwartiertje voelde ik reeds verandering.
            De divan was de perfecte plaats waar hij wat tot zijn positieven kon komen. Hij sliep zelf even in. Ondertussen belde ik Ji Lang en Eagle Eye op en vroeg hen om hulp. Eagle Eye zei dat hij misschien wel een oplossing voor mijn probleem had. Enkel en alleen als Stephen mee wou werken en dat was in zijn toestand niet zeker.
            Het scherm van het huisvideosysteem toonde een persoon die een wijd gewaad over zich had. Twee gaten in het witte doek toonden koelbloedige ogen. Misschien was het inbeelding maar het leek of die ogen wreedaardig tegen de camera lachten. Zijn witte kleed was hier en daar rood gekleurd. Rechts achter de man op de achtergrond zag men een stoel staan waarop een vrouw was vastgebonden. Een Japanse vrouw met zwart lang haar en een massa bloederige snijwonden. Een vrouw die gekneveld in paniek met uitpuilende ogen de waarheid wist. Zij zou niet lang meer leven. De vrouw, Suzy Chang, Stephens halfzus was naakt en het bloed vloeide uit tientallen wonden in stroompjes over haar lichaam. Ze was ten dode opgeschreven en Stephen had dit nooit mogen zien!
            Arme drommel, dacht ik, terwijl mijn woede en haat ten opzichte van de moordenaar exponentieel groeide. Bij alle Goden, als jullie bestaan, laat mij deze persoon zo vlug mogelijk naar de hel zenden…als die bestaat. Eigenlijk is de hel nog te goed voor hem! Hoe kon een mens een medemens zo’n wreedheden aandoen? Het was niet te begrijpen. Toch hoopte ik dat dit filmpje ons dichter bij dat beest zou brengen, hoe hard en hoe moeilijk het ook zou zijn om deze beelden te bekijken. Ik hoopte dat Eagle Eye Stephen zo zou kunnen helpen en dat hij met ons zou kunnen meewerken. We zouden zeker zijn diplomatieke connecties nodig hebben om meer te weten te komen.

            Ik had het videosysteem uitgezet en de videostick op het tafeltje gelegd dat voor de divan stond waar Stephen op lag. Hij was terug wakker en wat verward. Met momenten keek hij naar het zwarte scherm en naar de videostick op het tafeltje, maar hij was gelukkig heel wat kalmer.

dinsdag 24 februari 2015

Bloodrage: Chapter 8


8

  

            Epimetheus might be considered as the stupid brother of Prometheus and it was true, he sometimes first acted and thought afterwards, still he knew that the love of his life was a poisonous gift of the gods. A woman who was so pretty, so clever and courteous, it was all too good to be true. He had given her three daughters, Phrophasis, Metamelea and Pyrrha. It was his way to bind Pandora to his house. The family relation would be strong in this way, he thought, to keep her away from other men.
            But Pandora made many men’s hearts beat faster. Still, she was loyal to her man until the day Epimetheus left home for a longer time. It was a warm night and there was a full moon. Pandora had dressed herself in only a silk transparent robe, more clothes she couldn’t stand because of the heat. She lay on her bed and had dozed off for a moment. Pandora came awake from a sound she couldn’t place at the first moment. When she heard it again she knew what it was. A wolf howling at the moon.
            She felt too warm and removed the silk robe. Under the roof of her house, she felt safe. That’s why didn’t last long before she fell asleep and dreamt. She knew it was a forbidden dream, thought her man Epimetheus wouldn’t approve. But in dreams everything is allowed. Her fantasy created a lover who suddenly stood before her bed and took her in his arms. They made love as animals, so wild. Afterwards, when she asked what his name was, he answered with a smile on his face: ‘Lycaon’. With the taste of the last kiss still on her lips, she awoke and saw a black wolf that jumped out of the window.
            The name of this man in her dream kept on ringing in Pandora’s thoughts. She remembered only one person who carried this name. Her heart jumped into her throat with fear when she realized that Lycaon and the wolf were the same. Lycaon was punished by Zeus because he had offered Zeus’ child Arcos as a meal to him. Zeus had changed him into a wolf. How was it possible she had seen a man in her dreams and a wolf when she was awake? Was this just a coincidence or a product of her fantasy?
            Days and weeks went by and Pandora realized that her dream had been all but a dream. In the absence of her man, Epimetheus, Lycaon had made her pregnant. She could conceal her pregnancy for her immediate environment by wearing wide clothing. Nobody noticed she was pregnant with a child, her fourth. Luckily, her man was absent and she needed not to share the bed with him. After nine months, she gave birth to a healthy daughter she gave to a wet nurse to nurture her and bring her up. Shortly after that Epimetheus returned home and didn’t suspect a thing of what had happened.
            Pandora visited her fourth daughter as much as was possible, mostly at the time that her husband wasn’t home. In this manner, she could see her child grow up. When the girl was twelve, it happened, what Pandora had feared for so long. On the first night of the full moon, when her daughter had become twelve, she turned into a wolf. Despite the fact, Pandora was very sad by these events, she kept on loving her daughter. She would never ask the gods and Zeus in particular for a favor because her child was also the child of Lycaon. After a few days, an idea ripened in her mind, but she didn’t know if she would have the courage to implement it into reality.
            At the moment of their wedding, they had received from Zeus a kind of box, a wedding gift. Her husband still hadn’t opened the box. Maybe there was something in it that could help her daughter, something that would break the curse and would let her grow up as a normal woman. Her intellect said that there would be consequences to a gift from Zeus. If one of the consequences would mean that her daughter would be free, she would do anything.
            Pandora’s curiosity was too strong for her and one day after a last doubt, holding her breath, she opened the gift. With a loud howling like a hurricane and with all sorts of cries and whispering of tormented souls the content of the box escaped. Dozens of ailments escaped their chains and at that moment Pandora realized she had acted wrongly. She shook the box and heard there was still something in it. Not all the evils had escaped, but the damage had been done.
            During her next visit to her daughter, she told her everything. Her conception and birth, the curse and also about the box she had opened. The girl had reassured her mother and told her that after the last full moon she could manage her transformation. Pandora had looked surprised and had listened to her with open mouth. Would there still become something good about the fact she hadn’t controlled her curiosity?
            Her daughter witnessed there in her case there was certainly something changed. It was as if an unknown force penetrated me and filled me to the deepest of my soul. I knew of the Beginning of Times and how all live had evolved. I felt connected to the earth, the sun and the moon. The next days I heard strange voices, but soon I recognized them. It was the wind, fire and water that talked to me and I understood them and could ask things from them. When I asked them if they knew me everyone responded with the same answer. They repeated my name again and again and I knew what I was. A new force was born inside of me, a force that was typical of what they called me… Witch!
            Pandora didn’t know if this was good or bad. She only knew her daughter could dictate her own metamorphosis when she wanted and for how long and that was far more than before. Only on the first night of the full moon she had no power upon her transformation. The moon on that day was too strong for her and that were the only days she didn’t have the power of her own destination. In her heart, Pandora found peace. She knew she couldn’t ask for more. That day, she had asked her child, her fourth daughter, under which name she would walk through her further life. The young girl had glanced away as if she was looking into the future and had whispered a strange sounding name to her mother. ‘Mercedes!’



……….



            Vladimir Sango, once Daniël Ainsworth in a former life, gazed through the window of his penthouse. In the distance, he saw the skyline of Horseville. Here on the
Quay, he had a beautiful panorama over the water and the city. Luckily, one of his victims was the owner of different apartments including this penthouse. For the moment, he had made it his operating base.
            In his travels around the world, he had gathered some information he would like to put in practice. But for that matter, he needed more explanation. Leads he only could get from one person: The Oracle. His information told him it resided in Horseville, the pool of destruction that drew everything to his center. Also himself. He felt the power that pulled on him.
            The name Pitja had turned up in several documents as a predictor of disasters and other immemorial announcements. She was an old Greek woman and nobody knew how old she was. She lived in hiding in the suburbs of the city, in a slum somewhere in one of the dark alleys. Somebody would take him there for a lot of money. This man wasn’t aware who he was dealing with and that he had signed his own death sentence.
            Vladimir had to smile a little, but this smile didn’t reach his eyes. Pitja, it was too obvious. He had known someone else with this name, however, it was written differently. Pythia, the Oracle of Delphi, was world famous because of her cryptic predictions. Hopefully her nowadays successor was a bit clearer in her descriptions of the future.
            He knew of the second box, so much he had learned already. Zeus had owned two boxes. One he had given as a wedding present to Epimetheus and Pandora, with the result that all the evil was unleashed upon the world. The second, however, was also here somewhere on this vale of tears they called earth. That’s when Pitja came into the picture. She should say where he had to look.
            There was not a lot of info about this second box. Only a few initiated knew of the prophecy. The most of them, after he had heard them out for as far this was possible, he had killed. What was in the box, nobody knew for sure. One told it contained a whole new bunch of new plagues. Another one said it was a trap for evil with the capital letter E. With every explanation there was given, there had been assumed the box contained the force that would be the end for every creature of the night. Nightwalkers, witches, black wizards, demons and devils, they all would disappear when the second box would be opened. How this would occur he didn’t know, but that didn’t matter. There was one sentence in the old prophecy he liked a lot. He or she, who opened the box would be spared, whoever he was.
            With the force he already possessed, the disappearance of all these old plagues which swept the world for centuries, he would be Lord and Master. Nobody would try to dare him. As long as these creatures of the Dark Side walked around it was necessary to change bodies from time to time. The prophecy told that the handler of this second box would receive all the powers of what he could trap into the box. He would be immortal, indestructible and as powerful as a god. Zeus had meant it this way and so it would be.



……….



            Julius and Diana have continued their nightly excursion in the bedroom. Both were so wired up by the hunt, their love game was fast and wild. Their hunger for each other was fed through the tension of the last days, but also through the blood they had drunk. Their muscles were extremely tensed and their movements were super-fast and rhythmical. The unloading was in proportion and afterwards they lay panting, but satisfied in each other’s arms.
            ‘Diana,’ Jules broke the silence as the first, ‘if I would still agree if they propose to me to be the successor of Dragosj, would this change things between us?’
            ‘Why would things change? For me, you know, I don’t care about titles or decorations. If that’s your motive, it’s the fundament of misplaced arrogance. A bad virtue that could signify the end for you at any moment. We live a dangerous life, Julius, we don’t have to beat around the bush. What’s important to me, is to take responsibility and to make the best of it. If you keep that in mind, then there would be no changes in our relation.
            ‘But… if I understand you correctly, if I refuse the proposition, then… there would change something because then I don’t take my responsibility? Am I wrong?
            Diana turned on her side and looked thoughtfully at him with her dark eyes. ‘I don’t know you like that, Julius. You’re a man who takes responsibility. You’ve always done this, as long as I know you. So, there’s a reason why you refuse. That’s as clear as a day. But as long as you don’t tell it to me, I have to decide with the information I have. Then, indeed, there would change something between us.’
            Julius sighed. ‘Alright, Diana. It’s difficult for me to talk about. Maybe it’s because I attached much importance to that responsibility in my former life.’ He rubbed through his hair before continuing his explanation. ‘Maybe it’s better to talk about it, maybe it has become such a monster in my head that I can’t see clearly anymore.’
            Diana knew she had to keep silent now. Julius was about to tell her something very personal, an old secret he carried with him and it something about their lord and master Dragosj. She saw that one big wrinkle appearing on his forehead and that happened not a lot. The only time it happened to Julius, it meant something very bad had happened.
            ‘I know that we, nightwalkers, have cut all our relations with our former life. We also live longer than the average human, a lot longer. I also know that since the beginning of our existence, we can shut off these inferior feelings. A built-in protection that is typical for our species. I don't know how this works with someone else, but I had it very difficult in the beginning.’
            His female companion listened and nodded seriously at him. A sign he could go on. She only gave a little nod of confidence, a sign between two lovers, but she didn’t speak a word. Julius had to find his own way in this. She couldn’t lay words in his mouth.
            ‘At first when Dragosj had changed me, I was too busy with myself to think of something else. My body felt different, my senses and my perceptions I had to come used to. It took time, I guess that’s normal. It probably was for you this way and it was the same for me. Dragosj taught me how to survive. How I had to search my prey, how I had to hunt them or conquer them, how I could compel them with my eyes. Especially how I had to restrain myself, he was very stern and strict about this. Dragosj didn’t kill for his pleasure, only out of necessity. When he had satisfied his thirst, he didn’t drink more than was necessary. That also he taught me.’
            Diana didn’t understand exactly where this was leading, but she was patient. She knew what he was talking about, she had experienced it herself and knew the ecstasy of the blood could pull you over the edge. There wasn’t much difference between killing to feed yourself or the killing for the pleasure of the hunt. The pleasure could be there, but only functionally, otherwise you never knew when to stop killing and that Julius understood very well.
            ‘I only thought about it after a few weeks. I believe I was a bit ashamed, a feeling I hadn’t felt since my short and new existence. It was only after three weeks I wondered what… what had happened to my mother Martine? Would she miss me? Or had she expected this? I mean, would she have thought that I as a human good-for-nothing eventually would disappear out of her life? It was a seed I planted in my brain, but after a few days it grew like a weed that overshadowed everything. I liked to know what has become of her.
            Now it was quiet as a mouse in the room. Diana had put her legs under her and with her head in one of her hands she listened hypnotically to the confession from Julius. Because so it sounded. A confession of something that had tortured him for a long time.
            ‘One evening after dark, I went to my old house and saw no light. On that hour, my mother wouldn’t be asleep yet. I slipped into the house, but didn’t find anything. My home was abandoned and neglected. No traces of my mother. I searched everywhere and eventually I found her… on the cemetery.’
            Diana had held her breath when he said this. This was a very strange concurrence of events when his mother would have died at the same moment he was turned into a nightwalker.
            ‘I cried and then I saw what I really had become. Red from the blood, my tears flowed along my face. Was I the reason of this? Was my disappearance too much for this old person? Had I pushed her into death? All these questions haunted my thoughts. I liked an answer to them and there was only one person I could go to. Dragosj.’
            It was a common use to turn to your maker when you had troubles. The bond between maker and his blood was strong and that’s why Diana wasn’t surprised Julius had reacted that way. She also knew his strong feelings about his deceased mother came because of the responsibility he felt about her. She now understood what he had insinuated about this feeling.
            ‘I told my master what had happened. He said I had to push away my humanity, I had to shut down my feelings. It would make me feel a lot better. But I couldn’t. How I was willing to do, I couldn’t. My mother was very special to me and I know I wasn’t the perfect son she wished. I also knew that every day I wasn’t up to par, but in my way I provided for her, so that she should have something in her old day and now she was dead. I told all of this to Dragosj.’
            Diana spoke for the first time since he was talking and asked him with an awful premonition: ‘What did he say?’
            The wrinkle in his forehead became still a bit deeper. ‘He laughed at me and told me he had, the same night he had made me and out of love for me, killed her. She had felt nothing, he still added.’

© Rudi J.P. Lejaeghere
23/02/2015
           



Bloeddorst: Hoofdstuk 8


8


            Epimetheus mocht dan de domme broer van Prometheus genoemd worden en het was waar dat hij soms eerst handelde en daarna nadacht, toch wist hij dat de liefde van zijn leven een vergiftigd geschenk was van de goden. Een vrouw die zo bevallig, zo slim en wel gemanierd was, was te mooi om waar te zijn. Hij had haar drie dochters gegeven, Phrophasis, Metamelea en Pyrrha. Het was zijn manier om Pandora aan hem te binden. De familieband zou op die manier sterk genoeg zijn, dacht hij, om haar bij andere mannen weg te houden
            Maar Pandora deed het hart van vele mannen sneller slaan. Toch bleef ze haar man trouw tot de dag dat Epimetheus voor een langere tijd weg van huis was. Het was een warme nacht en het was volle maan. Pandora had zich gekleed in een doorzichtig zijden gewaad, meer kon ze niet op haar lichaam verdragen wegens de hitte. Ze had zich op haar bed gelegd en was even ingeslapen. Pandora was wakker gekomen van een geluid dat ze eerst niet kon plaatsen. Toen ze het terug hoorde wist ze wat ze gehoord had. Het huilen van een wolf naar de maan.
            Ze had het nog veel te warm gehad en had zich ontdaan van het zijden gewaad. Onder het dak van haar woonst voelde ze zich echter veilig. Het duurde daarom niet lang of ze sliep terug in en droomde. Ze wist dat het een verboden droom was, gedachten die haar man, Epimetheus niet zou goedkeuren. In dromen echter mag alles. Haar fantasie creëerde voor haar een minnaar die plotseling aan haar bed stond en haar in zijn armen nam. Ze bedreven een bijna dierlijke liefde. Toen ze achteraf vroeg hoe hij heette antwoordde hij met een glimlach op zijn gezicht: ‘Lycaon’. Met de smaak van de laatste kus op haar lippen, werd ze wakker en zag nog juist een zwarte wolf die snel door het raam sprong.
            De naam van de man in haar droom bleef in Pandora’s gedachten naklinken. Ze herinnerde zich maar een persoon die deze naam droeg. Haar hart sloeg in haar keel van angst toen ze besefte dat Lycaon en de wolf een en dezelfde waren. Lycaon was door Zeus gestraft omdat hij Zeus’ kind Arcos aan hem als eten had aangeboden. Zeus had hem veranderd in een wolf. Hoe kon het dat zij een man in haar dromen had gezien en een wolf toen ze wakker werd? Was dit alles toeval of een product van haar fantasie?
            De dagen en weken volgden elkaar op en Pandora kon niet anders besluiten dat haar droom geen droom was geweest. In de afwezigheid van haar man, Epimetheus had Lycaon haar zwanger gemaakt. Ze kon haar omgeving in de waan laten, door wijde klederen te dragen. Niemand besefte dat ze een kind droeg, haar vierde kind. Gelukkig was er man niet aanwezig en moest ze het bed niet met hem delen. Na negen maanden baarde ze een gezonde dochter die ze in het geheim deed voeden en opvoeden door een min. Kort daarop keerde Epimetheus terug en vermoedde niets van wat er gebeurd was.
            Pandora bezocht haar vierde dochter zo veel ze kon, meestal wanneer haar man afwezig was. Op die manier zag ze het kind opgroeien. Toen het meisje twaalf jaar werd gebeurde het wat Pandora zo lang gevreesd had. Op de eerste avond van de volle maan, toen haar dochter twaalf werd, gebeurde het dat ze veranderde in een wolf. Ondanks dat Pandora heel verdrietig was om deze gebeurtenissen, bleef ze van haar dochter houden. Ze wou de goden en Zeus in het bijzonder niet om een gunst vragen omdat haar dochter ook het kind van Lycaon was. Ze liep de laatste dagen met een idee in haar hoofd maar wist niet of ze het zou durven om het uit te voeren.
            Bij hun huwelijk hadden ze van Zeus een klein vat, een soort doos gekregen, als geschenk. Haar man had nog altijd de doos niet geopend. Misschien zat er in dat vat iets dat haar dochter kon helpen, iets die de vloek teniet zou doen en haar verder zou laten opgroeien als een gewone vrouw. Haar verstand zei dat een geschenk van Zeus niet zonder gevolgen zou zijn. Maar als een van de gevolgen zou betekenen dat haar dochter vrij zou zijn, dat had ze er veel voor over.
            De nieuwsgierigheid van Pandora was te sterk en op een zekere dag na nog een laatste keer getwijfeld te hebben, opende ze met ingehouden adem het geschenk. Met een luid geraas als van een orkaanwind en gepaard gaande met kreten en gefluister van gekwelde zielen ontsnapte de inhoud aan de doos. Tientallen kwalen ontsnapten hun ketenen en in hetzelfde moment besefte Pandora dat ze verkeerd had gehandeld. Ze sloeg            zo vlug ze kon de doos toe, maar het kwaad was geschied. Even schudde ze nog aan de doos en ze hoorde dat er toch nog iets in zat. Niet alles was ontsnapt, maar het kwaad was geschied.
            Bij haar volgende bezoek aan haar dochter vertelde ze het meisje alles. Haar conceptie en geboorte, de vloek en ook over de doos die ze geopend had. Het meisje had haar moeder gerustgesteld en gezegd dat ze sinds de laatste volle maan haar metamorfose beter in handen had. Pandora had verbaasd en onbegrijpend naar haar geluisterd. Zou er dan toch nog iets goeds gekomen zijn het feit dat ze haar nieuwsgierigheid niet had kunnen bedwingen?
            Haar dochter getuigde dat in haar geval er zeker wat veranderd was. ‘Het was alsof een onbekende kracht in mij binnendrong en mij vulde tot in het diepste van mijn ziel. Ik wist van het Begin der Tijden en hoe alle leven was geëvolueerd. Ik voelde me verbonden met de aarde, de zon en de maan. De volgende dagen hoorde ik vreemde stemmen die me snel bekend voor kwamen. Het was de wind, het vuur en het water die tegen me spraken en ik verstond ze en kon dingen van hen vragen. Ik verstond de dieren en de bomen, ik hoorde de doden net als de levenden. Toen ik hen vraagde of ze me kenden antwoordde iedereen hetzelfde. Toen ze mijn naam opnieuw en opnieuw herhaalden, wist ik wat ik was. Een nieuwe kracht was in mij geboren, een kracht die eigen was aan mijn naam…Heks!’
            Pandora wist niet of dit goed of slecht was. Ze wist enkel dat haar dochter nu zelf kon bepalen wanneer ze veranderde en dat was meer dan voordien. Enkel op de eerste nacht van de volle maan had ze geen kracht over haar metamorfose. De maan was op die dag te sterk voor haar en dat waren de enige dagen dat ze haar eigen lot niet in handen had. In haar hart had Pandora vrede met deze situatie. Ze wist dat ze niet om meer kon vragen. Op die dag had ze aan haar kind, haar vierde dochter gevraagd welke naam ze wou dragen in haar verdere leven. Het jonge meisje had even weg gekeken, met een blik alsof ze in de toekomst keek en had haar moeder een vreemd klinkende naam toegefluisterd. ‘Mercedes!’



……….



            Vladimir Sango, ooit in een vroeger leven Daniël Ainsworth, staarde door het raam van zijn penthouse. Hij zag in de verte de skyline van Roskam. Hier aan de kaai had hij een mooi vergezicht over het water en de stad. Gelukkig was een van zijn slachtoffers eigenaar van verschillende appartementen, waaronder ook dit penthouse. Hij had voorlopig van deze woonst zijn uitvalsbasis gemaakt.
            Hij had in zijn omzwervingen over de aarde informatie verzameld die hij graag in de praktijk wou omzetten. Daarvoor had hij nog meer inlichtingen nodig. Inlichtingen die hij maar kon verkrijgen van één persoon: Het Orakel. Zijn informatie vertelde hem dat die hier in Roskam huisde, de poel van verderf waar iedereen naar toe getrokken werd. Ook hijzelf. Hij voelde de kracht die aan hem trok.
            De naam Pitja was verschillende keren in documenten opgedoken als voorspelster van rampen en andere onheuglijke tijdingen. Ze was een Griekse oude vrouw en niemand kende haar leeftijd. Ze leefde ondergedoken aan de rand van de stad, in een krot ergens in een van de gure zijstraatjes. Iemand zou hem er brengen tegen een fikse vergoeding. Deze man wist niet eens met wie hij te maken had en dat hij zijn doodsvonnis reeds had ondertekend.
            Vladimir moest even glimlachen, al bereikte deze lach zijn ogen niet. Pitja, het kon niet meer voor de hand liggen. Hij had iemand anders gekend die deze naam droeg, al was hij dan niet hetzelfde geschreven. Pythia, het Orakel van Delphi, was wereldberoemd om haar cryptische voorspellingen. Hopelijk was haar hedendaagse opvolger wat klaarder in haar toekomstomschrijvingen.
            Hij wist van de tweede doos, zoveel had hij ondertussen al geleerd. Zeus had twee dozen gehad. Een had hij aan Epimetheus en Pandora als huwelijksgeschenk gegeven, met als resultaat dat alle kwaad op de wereld werd losgelaten. De tweede echter was hier ook ergens op dit tranendal die men de aarde noemt. Hier kwam Pitja van doen. Die zou hem moeten laten weten waar hij zou moeten zoeken.
            Er was niet zoveel te vinden over deze tweede doos. Er waren maar een aantal ingewijden die van de profetie afwisten. De meeste had hij, na hen uitgehoord te hebben voor zover dit mogelijk was, gedood. Wat er in de doos zat wist niemand juist precies. De een vertelde over een geheel aantal nieuwe hedendaagse plagen. Een ander verhaalde dat het een val was voor het kwaad met de hoofdletter K. Maar bij iedere uitleg werd er van uit gegaan dat de kracht die de doos herbergde noodlottig zou worden voor ieder wezen van de nacht. Nachtwandelaars, heksen, zwarte tovenaars, demonen en duivels, ze zouden allemaal verdwijnen wanneer dit tweede doosje zou geopend worden. Op welke manier dit zou gebeuren wist hij niet, maar dat maakte niet veel uit. Er was vooral één regel in de oude profetie die hem vooral beviel. Diegene die de doos zou openen zou gespaard blijven, wat hij ook was.
            Met de kracht die hij nu bezat, zou hij bij de verdwijning van deze oude kwalen die de wereld al eeuwen teisterde, Heer en Meester zijn. Niemand zou hem nog iets in de weg kunnen leggen. Zolang die wezens van de Donkere Kant rondliepen was het nodig om regelmatig van lichaam te verspringen. De profetie vertelde dat de opener van de doos, alle kracht zou krijgen van datgene wat hij allemaal opsloot. Hij zou onsterfelijk worden, onverwoestbaar en machtig als een god. Zo had Zeus het bedoeld met deze tweed doos en zo zou het ook zijn.



……….


            Julius en Diana hadden hun nachtelijke uitstap vervolgd in de slaapkamer. Beiden waren door de jacht zo opgefokt dat hun liefdesdaad snel en onstuimig was. Hun honger naar elkaar was gevoed door de spanning van de laatste dagen, maar ook door het bloed dat ze gedronken hadden. Hun spieren stonden tot het uiterste gespannen en hun bewegingen waren super snel en ritmisch. De ontlading was navenant en nadien lagen ze hijgend maar voldaan in elkaars armen.
            ‘Diana,’ verbrak Julius als eerste de stilte, ‘als ik dan toch akkoord zou gaan, indien men mij voorstelt om Dragosj op te volgen, zou dat iets veranderen tussen ons?’
            ‘Waarom zou er iets veranderen? Van mijn kant, weet je dat ik niet geef om titels of onderscheidingen. Als dat je drijfveer is, dan is dat het fundament van misplaatste arrogantie. Een slechte eigenschap die op een bepaald moment je einde kan betekenen. We leven een gevaarlijk leven, Julius, laten we er niet om heen draaien. Wat voor mij van belangrijk is, is verantwoordelijkheid nemen en op die manier het beste ervan te maken. Als je dat voor ogen houdt, zal er voor mijn nooit iets in onze relatie veranderen.’
            ‘Maar…als ik je goed begrijp, als ik de opvolging weiger dan…zou er tussen ons wel iets kunnen veranderen, want dan neem ik volgens jou mijn verantwoordelijkheid niet op? Of zie ik het verkeerd?’
            Diana draaide zich op haar zijde en keek hem met haar donkere ogen peinzend aan. ‘Ik ken je zo niet, Julius. Je bent een man die zijn verantwoordelijkheid opneemt. Dat heb je altijd al gedaan, zo lang ik je ken. Dus is er een reden waarom je weigert. Dat is zo klaar als een klontje. Maar zolang je het me niet vertelt dan zal ik moeten mijn besluit trekken met de informatie die ik beschik. Dan kan er inderdaad iets veranderen tussen ons.’
            Julius zuchtte. ‘Goed, Diana. Het is iets waar ik niet gemakkelijk over praat. Misschien juist omdat ik in mijn vorig leven heel veel belang hechtte aan die verantwoordelijkheid.’ Hij wreef even door zijn haar vooraleer verder te gaan met zijn uitleg. ‘Misschien is het beter dat ik erover praat, misschien is het zo’n monster in mijn hoofd geworden dat ik niet meer klaar zie.’
            Diana wist dat ze nu niets meer moest zeggen. Julius stond op het punt om haar iets heel persoonlijks te vertellen, een oud geheim die hij meesleurde en die te maken had met hun heer en meester Dragosj. Ze zag die ene grote rimpel in zijn voorhoofd verschijnen en dat gebeurde niet zo veel. De keren dat dit voorkwam bij Julius was er steeds iets heel ergs voorgevallen.
            ‘Ik weet dat wij, nachtwandelaars, alle banden hebben doorgesneden met ons vorige leven. Wij leven ook heel wat langer dan de gemiddelde mens, heel wat langer. Ik weet ook dat we die in het begin van ons bestaan, we die menselijke gevoelens minderwaardige gevoelens kunnen uitschakelen. Een ingebouwde bescherming die eigen is aan onze soort. Ik weet niet hoe het bij een ander is, maar ik had het er heel moeilijk mee in het begin.’
            Zijn vrouwelijke metgezel luisterde en knikte hem ernstig toe. Een teken dat hij verder moest gaan. Een knik van vertrouwen die ze hem gaf tussen twee geliefden, maar ze sprak geen woord. Julius zou zelf zijn weg hierin moeten vinden. Ze kon de woorden niet in zijn mond leggen.
            ‘De eerste tijd nadat Dragosj mij had veranderd, had ik het veel te druk met mezelf om aan iets anders te denken. Mijn lichaam die anders voelde, mijn zintuigen en mijn gewaarwordingen die ik gewoon moest worden. Daar moet een tijd over gaan, dat zal voor iedereen zo zijn. Zo was het voor jou waarschijnlijk en zo was het ook voor mij. Dragosj leerde me overleven. Hoe ik mijn prooien moest zoeken, hoe ik hen moest opjagen of veroveren, hoe ik hen kon betoveren met mijn blik. Vooral hoe ik mezelf in toom moest houden, daar was hij heel streng en strikt in. Dragosj doodde niet voor zijn plezier maar enkel uit noodzaak. Wanneer zijn dorst gelest was, dronk hij niet meer dan nodig was. Dit leerde hij ook aan mij.’
            Diana wist niet direct waar dit naartoe zou gaan, maar ze was geduldig. Ze wist waarvan hij sprak, ze had het ook allemaal zelf mee gemaakt en wist dat de roes van het bloed je over een grens kon trekken. Er was niet veel verschil tussen doden om te drinken en doden om het plezier van de jacht. Het genot van de jacht mocht er zijn, maar dan enkel functioneel anders wist je gewoon niet wanneer je zou stoppen met moorden en dat wist Julius ook heel goed.
            ‘Ik dacht er pas na enkele weken aan. Ik geloof dat ik me er zelf ietwat over schaamde, een gevoel dat ik sinds mijn korte en nieuwe bestaan dan niet meer had gevoeld. Ik vroeg me pas na een drietal weken af…hoe het met mijn moeder Martine zou zijn? Zou ze me erg missen? Of zou ze het verwacht hebben? Ik bedoel, zou ze het gedacht hebben dat ik als menselijke nietsnut uiteindelijk uit haar leven zou verdwijnen? Het was een zaadje die ik in mijn hersenen plantte, maar die na een aantal dagen woekerde als een onkruid dat alles overschaduwde. Ik wou weten hoe het met haar was.’
            Het was nu muisstil in de kamer. Diana had haar benen onder zich geplooide en met haar hoofd in een van haar handen luisterde ze geboeid naar de biecht van Julius. Want zo klonk het toch. Een belijdenis van iets dat hem al lang parten speelde.
            ‘Toen ik op een avond na het donker, langs mijn oude huis kwam, zag ik geen licht. Op dat uur zou mijn moeder nog niet gaan slapen zijn. Ik sloop de woning binnen maar vond niets. Het huis was verlaten en verwaarloosd. Geen spoor van mijn moeder. Ik zocht overal en vond haar uiteindelijk terug…op het kerkhof.’
            Diana had werktuigelijk haar adem ingehouden toen hij dit zei. Dit was een eigenaardige samenloop van omstandigheden als zijn moeder zou zijn gestorven op het moment dat Julius een nachtwandelaar was geworden.
            ‘Ik weende en zag toen voor het eerst wat ik werkelijk was geworden. Rood van het bloed, liepen de tranen van mijn gezicht. Had ik dit veroorzaakt bij mijn moeder? Was mijn verdwijning te veel voor het oude mens? Had ik ze de dood ingejaagd? Het waren allemaal vragen die door mijn hoofd joegen. Ik wou een antwoord en ik had maar een persoon naar wie ik me kon wenden. Dragosj.’
            Het was normaal dat men zich tot zijn maker wendde als men met iets zat. De band tussen de maker en zijn bloed was sterk en daarom verwonderde het Diana niet dat Julius op die manier reageerde. Ze wist ook dat zijn sterke gevoelens tegenover zijn overleden moeder juist kwamen door zijn verantwoordelijkheid die hij gedurende zijn leven tegenover haar had. Ze begreep nu wat hij eerder wou insinueren omtrent dit gevoel.
            ‘Ik vertelde mijn meester wat er gebeurd was. Hij zei dat ik mijn menselijkheid moest wegduwen, mijn gevoelens moest uitschakelen. Dat ik me heel wat beter zou voelen. Maar ik kon het niet. Hoe graag ik het ook had willen doen. Mijn moeder was heel speciaal voor mij en ik weet dat ik niet de zoon was die ze gewenst had. Ik weet dat ik elke dag tekort schoot, maar op mijn manier wou ik geld voor haar verdienen. Voor haar oude dag, zodanig dat ze niets tekort zou hebben en nu was ze dood. Dat vertelde ik ook allemaal aan Dragosj.’
            Diana verbrak voor het eerst haar stilzwijgen en vroeg met een akelig voorgevoel: ‘Wat zei hij?’
            De rimpel in het voorhoofd van Julius vergrootte nog wat. ‘Hij lachte met mij en vertelde dat hij uit liefde voor mij, haar dezelfde nacht dat hij mij had gemaakt, haar had gedood. Hij voegde eraan toe dat ze niets had gevoeld.’

© Rudi J.P. Lejaeghere

23/02/2015