maandag 27 juli 2015

The Woman in Red: Chapter 38















38. What about the last tape?

            ‘But that’s awful,’ Katarina cried out. Not that she was Charles’s best friend. But such a death, she wouldn’t wish on anyone. ‘Do they know who has done it? Have they captured the killer?’
            Frau Bertha shook her head. ‘No, my contact in France says that they even have no suspect in mind. It’s all very mysterious. It has to be a burglar who had set his mind on the content of the locker because it stood wide open.’
            Jean-Pierre and Katarina looked at each other. ‘What has disappeared out of the locker?’ Jean-Pierre asked with a trembling voice. Both he and his girlfriend thought the same thing and he feared that their German hostess would confirm their suspicion.
            ‘I’ve asked my contact if there was a tape in the locker. He had to deny. There were some paper bonds and a little bundle of money inside of it, but the burglar didn’t pick them. We can assume with reasonable doubt he wanted the tape Charles had in his possession. The original tape of which you had taken a copy as you have told me today.’
            Jean-Pierre started to pace up and down the room. ‘It has to be that parvenu with his two men. He waved rather easy with his gun. But how did he know that Charles still had a tape? After all, we had the mission to get hold of them? I do not understand it anymore.’
            Frau Bertha gave him a sign that he and Katarina had to listen for a moment. ‘Have you seen something abnormal in your sister’s house when you came home from Charles’s party? The only explanation is that they were eavesdropping. My bodyguard always has to scan all the rooms I stay in for electronic listening devices. Orders of my husband. He won’t take the risk that I, unconsciously, gave some secret information away. You can’t go there anymore.’
            ‘All the more reason to suppose that it was that arrogant guy that has abducted Beatrice,’ Katarina reacted. ‘If they will act in that way, nobody is safe anymore.’
            ‘We still are, Kat. They have given us this assignment. He expects us to come up with the tapes. It’s our job to deliver them. Anyone who has another copy, that’s the one who’s in jeopardy. They have to be sure that after the delivery of the tapes, nobody has another copy of them. My God, but to kill for that…’
            ‘Maybe they wanted to set an example.’ Frau Bertha looked very worried. ‘The message is… sorry, that I have to put it so blunt, Katarina… that they will kill if you don’t fulfil their wishes.’
            In the meanwhile, Jean-Pierre had dropped himself on a chair. ‘We are warned, but that makes it not easier to catch the last tape. As you have told us, Thérèse Dupont won’t give it off to so easy.’
            ‘Maybe not if we simply ask it, but…’ Katarina proposed very mysteriously.
            Both Jean-Pierre as the German minister’s wife looked surprised at her. ‘What do you mean?’ they asked at the same time.
            ‘If I’m correct, Thérèse will also have heard about the murder upon Charles. Agreed?’
            Both nodded. That seemed obvious to them, it would appear in just any morning paper, but maybe Thérèse Dupont would discover it even sooner if she had a good relation with Charles. ‘Yes, alright, but how do we have to ask her?’ Frau Bertha asked.
            ‘I don’t know how to bring it into practice, but if we could talk to her and let her believe that we’re behind the murder of Charles then…’
            ‘What? That will be a one-way trip to jail, Katarina. What are you saying? Do you feel alright?’ Jean-Pierre had jumped up and started to pace up and down the room again.
            ‘Hey, I think I understand what Katarina wants to explain, Jean-Pierre,’ Frau Bertha quickly added.
            ‘Then I’m the only one with some common sense. How can you avoid that she won’t instantly run to the police and gets us arrested immediately.’ Jean-Pierre didn’t understand it anymore. Those women had become crazy because they were frightened.
            Frau Bertha stood in front of a nervous Jean-Pierre and took him by the arm. ‘Do sit down, young man, you make me jittery with your pacing up and down. Let me explain myself.’
            Jean-Pierre took a deep breath, but obediently let him lead to his chair. ‘Okay, I’ll listen to you, but I don’t promise anything. If it starts to rain bodies I definitely can’t laugh at it and I surely don’t want to pay the price.’
            Frau Bertha joined her hands together. ‘If I just took care of it that Thérèse Dupont would be kidnapped and delivered to us on a silver platter. We let her believe that we’re behind the murder and that we need the tape or otherwise, she would end up suffering the same fate.
            ‘You see, that’s what I want to say,’ Jean-Pierre shouted, ‘we’ll all go to jail with your proposals.’
            ‘Not if she doesn’t see us,’ Frau Bertha promptly responded. ‘If she’s blindfolded and we change our voice, be assured there are gadgets for that, she won’t attribute her kidnapping at us. What do you think of that?’
            Jean-Pierre looked at Frau Bertha with his mouth wide-open. He hadn’t expected this from this lady he had seen made love to a young gigolo not so long ago.
            Katarina glanced at him. ‘It could work.’
            The opened mouth closed to reply. ‘It HAS to work otherwise we’re screwed.’
                                                          
© Rudi J.P. Lejaeghere
19/07/2015

            

woensdag 22 juli 2015

Requiem: Hoofdstuk 27









27



            Jack had de ingang gevonden. Hij controleerde het toestelletje aan zijn pols. De radioactiviteit was gestegen op weg naar het hol in de rots waarvoor hij zich nu bevond. Voorlopig was hij veilig door de voorbereidende medische maatregelen die hij had getroffen. De gps-signalen van Michael hadden hem naar deze plaats geleid. Hij deed zijn nachtkijker niet op maar gebruikte een kleine potloodlamp die hij aanklikte en stapte de gang binnen. Hij keek na een twintigtal meter terug op zijn stralingsmeter en tikte verbaasd op het scherm maar de waarden bleven juist nog in de veilige zone, dus een stuk minder dan bij de ingang. Hoe verder hij vorderde in de gang die naar beneden leidde, hoe meer de straling daalde.
Hij nam zijn mes uit het foedraal aan zijn been en tikte eerst met het heft op de wanden en schraapte vervolgens een staal met het mes van de muur. Via een toestelletje dat werkte op basis van massaspectometrie en dat tot de standaarduitrusting van een moderne spion op veldmissie hoorde, controleerde hij de samenstelling van het staal. Pb las hij op het lcd-scherm van het kleinood. Lood! Dat was natuurlijk de verklaring van de metingen. Wie had hier al het werk verricht om deze meterslange gangen te bekleden met dit straling werende metaal? Het moest jaren gekost hebben en vooral heel wat mensenlevens. Of waren er mensen voorzienig geweest en deze ruimte gebouwd vóór de Grote Oorlog, in het geval dat er iets misliep? Had Michael gebruik gemaakt van deze bestaande faciliteiten, had hij contacten met de Kannibalen en op welke voet stond hij met deze vleesetende mensen? Allemaal vragen die door het hoofd van Jack schoten en waarop hij op dit moment het antwoord schuldig moest blijven.
            De voor de hand liggende oplossing was dat dit het werk was van de Kannibalen en dat Michael er gebruik had van gemaakt. Die vleesetende monsters waren dus op zijn minst slim genoeg om te weten wat hen kon beschermen tegen de gevolgen van de fall-out. De gang daalde nog steeds en geleidelijk hoe verder hij kwam, hoe lager de straling werd. De meter stond nu veilig in het groen, hij moest zich op deze plaats zeker geen zorgen maken voor zijn gezondheid.
Maar het gevaar rondom hem was daarom niet minder. De Kannibalen enerzijds en Michael anderzijds konden op ieder moment voor een ongewenste verrassing zorgen. Hij had bemerkt dat zijn gps-signaal was uitgevallen. Dat kon te maken hebben met het lood ofwel was Michael alweer bovengronds en had hij via een andere uitgang de met lood beklede tunnels verlaten. Het kon natuurlijk ook zijn dat Jack zonder het te weten een trigger had aangeraakt waardoor Michael wist dat hij achtervolgd werd. Jack besloot uiteindelijk toch om verder de omgeving te verkennen. Het kon nooit kwaad het nest van de vijand wat beter te leren kennen. Bij een eventuele confrontatie kon dit stukje kennis juist datgene zijn wat de strijd in zijn voordeel kon ombuigen.
            Na een kwartiertje kwam hij aan een dikke deur. Ze was gelukkig niet gesloten, stond zelf half open. Hij constateerde dat die waarschijnlijk vervaardigd was uit beton met lood erin verwerkt. Jack kwam in een ruimte die iets hoger en groter was dan de tunnels, een soort cirkelvormige uitsparing en waar hij de mogelijkheid had uit een viertal gangen om verder te gaan. Dat maakte het hem wat moeilijker. Hij probeerde elke gang een tiental meter uit en er waren er twee waarbij de straling het verst beneden het veilige niveau bleef. Wetende dat Michaels gezondheid niet aangetast was door de stralingsziekte koos hij voor één van deze met de laagste waarde. De monitoring in de Kelder kon via de verbinding met de CB-chip en een satelliet de lichaamsfuncties nauwkeurig aflezen. Voor zover de laatste metingen aangaven, verkeerde Michael in blakende gezondheid! Daaruit kon Jack besluiten dat Michael zich niet zou wagen in een plaats waar men binnen de kortste tijd onherroepelijk ziek zou worden met de dood als gevolg, zelf met de medische voorzorgen die nu voorhanden waren. Na een tijde laveren kwam hij weer in een grotere ruimte.
Jack had geluk, hij had de juiste gang gekozen! Dit was het geheim nest van Michael. Er stond een bureau en een kast. Zelfs een computer die via een verbinding die in het plafond verdween en waarschijnlijk ergens boven de grond verbinding kreeg met het internet. Jack kreeg de computer echter niet opgestart. Het ding vroeg hem om een wachtwoord, iris- en vingerafdrukcontrole. Het was voor hem al met al een grote verrassing. Michael had veel geheimen voor zijn scheppers gehad. De mensen van De Kelder en zelfs de senator wisten niets van deze faciliteiten. Men had wel geconstateerd dat op bepaalde periodes Michael niet detecteerbaar was, maar dat had men enerzijds toegeschreven aan een kortstondige storing van de satellieten of aan het gebruik van een antidetector in de vorm van een kraag die Michael soms gebruikte op plaatsen waar de Nieuwe Wereld hardware had die chips kon detecteren. Jack was niet de enige die zo’n kraag gebruikte maar tot nu toe hadden ze steeds weer hem zien oplichten op hun scherm. De diagnose was overduidelijk: er ging iets verkeerd met het project Michael. Hadden ze toen de verkeerde keuze gemaakt? Was hij ‘te’ verknipt geweest om als proefkonijn te dienen voor de CB-chip? Veel vragen, weinig antwoorden! Jack vervolgde, nog meer op zijn hoede, zijn weg door een deel van de Catacomben.
Er was nog een andere opening waarachter zich weer een gang bevond. Hij besloot deze ook te verkennen, gezien het stralingsniveau verder in het groen bleef. Na een vijftal minuten kwam hij in een kamer terecht die zijn haren ten berge deden rijzen.



……..



            Toen zijn mobieltje trilde in zijn zak en hij een nummer zag verschijnen op het led-schermpje wist Michael dat hij gevolgd werd. Hij tikte een aantal letters in en er verscheen een beeld van een man met een lampje die op weg was naar de ingang aan de rots. Hij herkende hem als een van de zwarte mannen uit zijn verleden. Iemand die hij niet meer vertrouwde. In hoeverre was deze man gevaarlijk voor hem? Hij had op dit moment niet de beschikking over zijn Nihonto en hij zag hoe de man als een kat door de gangen sloop.
Het was iemand die ervaring had in zo’n situatie, dat zag hij nadat hij hem een aantal minuten had gevolgd op het scherm. Iemand die hij dus niet mocht onderschatten. Michael haastte zich voor de man uit om nog voor hem aan de ingang te komen en eenmaal in de gang toetste hij een ander nummer in op zijn mobieltje. Een luik opende zich in het plafond en hij hees zich behendig in de ruimte en toetste de code in waarmee het luik zich sloot. Via zijn mobieltje kon Michael de zwarte man voortdurend volgen op het camerasysteem dat hij zelf had geïnstalleerd en dat hij heel ingenieus verborgen had in de omgeving van het hol en ook in de gangen van zijn schuilplaats. Hij had ervoor gezorgd dat de hightechapparaatjes verstopt zaten in holtes van rotsen en in de hoeken van de gangen van zijn schuilplaats zo geplaatst dat ze opgingen in de structuur van de loden muren. En als hij er dan nog één ontdekte, er waren er teveel om ze allemaal te vinden en vernietigen.
Michael had de ruimte ontdekt op een van zijn zwerftochten in het begin van zijn tijd in de Nieuwe Wereld. Ze werd bewoond door een tweetal families die waarschijnlijk de ruimte hadden gebouwd, het was heel slim van hen om lood te gebruiken tegen de straling, jammer voor hen dat de gevolgen voor hen duidelijk zichtbaar waren, zowel bij de volwassenen als de kinderen onder hen. Het waren lelijke misbaksels, vervormd door de gevolgen van hun werk om een stralingsvrije omgeving te creëren. Ze praatten een vreemd taaltje dat bestond uit keelklanken die hij niet verstond. Ze waren duidelijk heel agressief bij zijn eerste contact met hem. Enkelen probeerden hem zelf met hun vlijmscherpe tanden te bijten. Dat was natuurlijk buiten de waard gerekend. Zijn Nihonto had korte metten gemaakt met de tegenstand. Hij had hen allen in een mum van tijd gedood…ook de kinderen. Het was een prachtige dans geweest, een Meester waardig. De ene beweging was uit de andere gevloeid en hij had er zo’n voldoening aan gehad, zo een bevrediging van zijn opgekropte woede dat als hij er nu aan dacht, zijn gevoelens onder controle moest houden anders zou zijn achtervolger hem misschien nog horen.
Toen de zwarte man hem een tijdje was gepasseerd en hij het moment veilig achtte, verliet hij in stilte de schuilplaats waarvan hij er nog verschillende andere bezat in het doolhof. Hij had de ondergrondse ruimte door de jaren heen met verschillende elektronische snufjes voorzien en gemoderniseerd voor zijn doel. In een mum van tijd was hij weer bovengronds en haastte zich naar appartement waar hij zijn Nihonto had achtergelaten. Als het geluk hem wat hielp, kon hij nog op tijd terug zijn om zijn achtervolger een lesje te geven in Kenjutsu.



……..



            Een altaar. Maar wat een altaar! Het was omringd door kaarsen en er lagen voorwerpen op die hij in het licht van zijn potloodlamp één voor één bescheen. Hij voelde de rillingen over zijn rug lopen. Een stuk gelooide huid met het Akai-teken op, een fles met een oor in, verschillende stukken mensenbeenderen, verschillende plastiekzakjes met plukjes haar in van verschillende kleur, tanden en bokalen organen op hard water. Hij bemerkte een hart, wat stukken long en nieren. Michael was een psychopaat en dat wisten ze, maar dat hij zo gestoord was, had niemand kunnen inschatten. Er stond een kader op het altaar waarrond al deze voorwerpen lagen uitgesteld, geflankeerd door de vuistdikke kaarsen. In het kader zat een foto. Neen, het was eerder een getrukeerd beeld van een mens met vleugels, een soort witte engel die op een rots stond. Met zijn voet hield hij een duivelswezen tegen de grond gedrukt en in zijn rechterhand hield hij een zwaard vast. Het stelde de aartsengel Michaël voor. God, wat een monster hadden ze gecreëerd!
            Jack liet enigszins ontdaan door zijn ontdekkingen, de straal van zijn lichtbron rond zich schijnen en onderzocht de wanden van de kamer. Hij ontdekte een deur in een van de muren en daarnaast hing aan een brede kapstok met haakjes een aantal witte gewaden. Hij controleerde zo’n kledingstuk. Gezien de twee openingen die waarschijnlijk dienden om door te kijken veronderstelde hij dat Michael zich hiermee vermomde voor zijn slachtoffers. Hij probeerde de deur te openen. Die was gelukkig niet gesloten en een mengeling van indringende geuren prikkelden zijn neus. Een metaalachtige geur die hem heel bekend was, kwam hem tegemoet. Jack nam uit zijn uitrusting een buisje met een spray en bespoot een stukje grond met de luminol oplossing. Na een dertigtal seconden zag hij de plaatsen die hij bespoten had blauw oplichten. Bloed! Dit was een gruwelkamer, een martelkamer. Hier waren mensen gestorven, gedood door Michael. Toen ontdekte hij de verankerde kettingen in de wand.
            Ze hadden Michael moordopdrachten meegegeven. Er was het project ‘Delete’ en er was hem ingeprent om de reden achter de moorden die hierin kaderden te verdoezelen door het doden van de uitgekozen slachtoffers met de Nihonto en met zijn gevechtstechnieken van de Kenjutsu waar Michael meesterlijk sterk in was. Maar dit hier was het werk van een gek. Een totaal losgeslagen mafkees! Hoe had hij dit allemaal zo goed kunnen verdoken houden voor hen? Ze hadden normaal gezien via de CB-chip een totale controle moeten hebben op zijn handelingen, zelfs op zijn gedachten. Ja, het bleek nu natuurlijk wel door het feit hij niet op de afbreekcode reageerde dat er iets fout ging, maar dit hier was linke soep. Binnenin Michaels hoofd was de opdracht die hij had gekregen omgevormd in een soort heilige missie.
            De lichtstraal van zijn lamp bescheen verder de muren en hij zag naast de deur een uitsparing die hij wat dichter bekeek. Jack zag een knop. Het kon een alarmsysteem zijn, een soort van boobytrap? Jack vroeg zich af of hij het zou wagen erop te drukken? Hij keek op zijn gps en zag geen enkel signaal. Dat betekende dat Michael niet in de omgeving was, alhoewel hij misschien zijn kraag gebruikte. Zijn vinger bleef aarzelend een paar seconden boven de knop hangen in een laatste moment van twijfel maar toen duwde hij toch de knop in.
            De ruimte vulde zich met muziek. Jack herkende het niet. Het was een koor dat een indrukwekkend lied zong. Het klonk als een dodenlied en het was in het Latijn. Zover reikte zijn kennis.

Requiem aeternam dona eis, Domine,
et lux perpetua luceat eis.
Te decet hymnus, Deus, in Sion,

et tibi reddetur votum in Jerusalem.
Exaudi orationem meam,
ad te omnis caro veniet.

De eerste zin had hij nog ergens gehoord op een begrafenis en het betekende iets zoals: Heer, geef hen de eeuwige rust. Maar voor de rest begreep hij er geen letter van. Wat een gekkenhuistoestand. Doodde hij hier zijn slachtoffers op de klanken van zo’n muziek en met dat vreemde doodslied op de achtergrond? Jack kon zich goed voorstellen dat de mensen in kwestie alleen al gek kwamen van de sfeer die hier heerste en als ze dat nog niet waren het wel werden in het vooruitzicht van een man die in een spookachtig gewaad met een zwaard hen kwam fileren.
            Jack hoorde door de aanzwellende muziek niet het bliepgeluid maar gelukkig trilde er iets in zijn broekzak zodanig dat hij toch op tijd gealarmeerd werd. Zijn gps gaf aan dat er een gechipte in de nabijheid kwam. Met een wee gevoel in zijn buik zag hij code van de CB-chip van Michael aan de rand van het led-schermpje verschijnen. Jack zat in de val!


copyright Rudi J.P. Lejaeghere

zaterdag 18 juli 2015

The Woman in Red: Chapter 37















37. A warm and cold shower

            ‘Let me contact Charles first. I explain the situation in my own way. With the right approach, I surely get him on our side.’
            After these last emphasized words, Katarina knew they had found a strong ally. The situation literally had overtaken her and she really didn’t know what to do now.
            ‘Thank you, Frau Bertha. I won’t forget this. You’re a genuine friend of my mother… and of us too, isn’t she, Jean-Pierre?’
            Jean-Pierre nodded. He too was happy to welcome her on his side. Considering the men who worked for her and the security around the villa, they could throw their full weight into the scales concerning this matter.
            ‘It goes without saying you’re my guests. I’ll give you the best guestroom. If there something you want just call the 9 with the internal telephone and the chambermaid will look for it. We eat about eight o’clock. I suppose you are already a bit hungry. We, the Germans, have a good stomach and we like to eat and… mm, and a preferable a lot of it.’ She smiled meaningful, knowing her figure underlined her words.
            As if planned, a young woman appeared, probably the chambermaid she was talking about, and led them to their room. The room was soberly decorated, but everything they need was there, even a huge flat screen television.
            Katarina sat on the bed for a moment and seemed to be shaken. Of course, it took less to be that way, considering their experiences of the last time. Not to forget the emotional tension also because of the abduction of her mother, Beatrice.
            Kat, you’ll see, everything is going to be okay. One step at a time. Let us not worry about things we cannot change. I think Frau Bertha will think about a solution. If necessary, we can brainstorm and work something out together. But, first of all, I propose to freshen up a bit before we are going to eat tonight.’ He pointed at the bathroom tiled in impeccable white that it almost was hurting his eyes.
            ‘You’re right, Jean-Pierre. If you promise to be nice to me, you can soap my back.’ She smiled already a bit. Without spilling many words, she undressed. She didn’t know the sense of shame. Anyway, Jean-Pierre knew her body already very well, all the visible and the less visible parts.
            Jean-Pierre left a trace of clothing behind, when he followed her example and went to the bathroom. How beautiful she was, he thought. A body as a model, a little bit more flesh on the bones than some of those skinny fashion dolls. For him, she was just perfect. A woman has to have the right curbs on the right places.
            Meanwhile, Katarina was already in the shower and stood with her back to the shower door. With a lazy movement, she stretched her arms above her head and leaned that way against the wall of the shower cabin. The water poured along her arms, over her shoulders and along the rest of her body. A sensual pose that made Jean-Pierre gasp for breath. He joined her in the shower and slowly kissed her neck and shoulders while his hands wandered over her back and moved still lower. He stood close against her while he continued his search and caressed with both hands the front side of Katarina’s body. He softly massaged her breasts and afterward stroke her belly with the tips of his fingers. When he stayed there for a moment, Katarina took his hand and led him lower to the place she particularly loved to be caressed.
            Jean-Pierre was happy they were under the shower because he got really warm from pure excitement. He heard a cooing little smile when she moved still closer and felt he was ready for more. He turned her around carefully in such a way they looked each other deep in the eyes. Trickles of water flowed along her face, around her lips, upon her chin and between and over her breasts. He kissed her gently and then again and again.
            She took his lips between her teeth without causing him any pain and afterward she licked the water from his lips. Meanwhile, her hands reacted and she caressed him in a way he groaned with pleasure bending over her and rubbed himself hard against her body.
            Their bodies moved in slow dance under the water. He caught her with both hands by her thighs and lifted her up a bit in his strong arms. Her legs wrapped around his body, they searched the right position to make their pleasure even greater. They fitted together as two matching jigsaw pieces. Their movements became faster and both enjoy their physical arousal. It didn’t last long before they reached their climax together. Afterward, they toweled themselves up with one of the thick, soft bath towels that were there at their disposal.
            ‘Thank you, Jean-Pierre. I needed this. It really can make a person relax. You’re the sweetest.’ She gave him a quick kiss on the nose before she escaped the bathroom.
            When it was almost eight o’clock they went together searching for the dining room. The same chambermaid was waiting for them and accompanied them to the salon. They would probably drink an appetizer there, Jean-Pierre thought. When he saw the look on the face of their hostess, he knew something had happened.
            Frau Hofmeister looked pale and was desperately biting her lip. Her voice sounded as if she had to restrain her anger. ‘I’m sorry, but I’ve got bad news. When I called Charles, I’ve got a stranger on the other end of the line. He introduced himself as an Inspector of the homicide department. Monsieur Charles is dead. Murdered by a bullet through the head.’
            Neither Katarina nor Jean-Pierre had expected this. They suddenly lost their appetite.

© Rudi J.P. Lejaeghere
18/07/2015
             








zondag 12 juli 2015

Requiem: Hoofdstuk 26 (2e deel)














...

Ik stak mijn vinger op zoals een ijverige leerling op een schoolbank. ‘Zes faculteit dat is 720 mogelijkheden, daar blijf je wel een tijdje zoet mee al je dat in een game moet proberen.’
            Gekko knikte ontkennend. ‘Je vergeet Yu dat de letter A twee keer voorkomt. Dat maakt dat er een stuk minder mogelijkheden zijn, namelijk 360.’
            Stephen grinnikte even. ‘Dat wist ik zelf niet, maar blijkbaar had Suzy voorzien dat ik nu eenmaal geen wiskundig brein was. Om het kort uit te leggen, heb ik gewoon het spel verder gespeeld. Ik ben vanaf het gesavede spel de eerste deur niet binnengegaan en nog wat verder gespeeld. Ik kan je verzekeren dat in de huidige omstandigheden zo’n spel spelen niet aan te raden is.’ Stephen veegde werktuigelijk over zijn voorhoofd.
Hij was duidelijk nog gestrest. ‘Mijn zenuwen stonden, staan nog altijd op het knappen en dan moet je je proberen te concentreren op enerzijds de nodige monsters neer te leggen vooraleer je weer van vooraf aan moet beginnen en anderzijds was ik in mijn hoofd de mogelijkheden van de letters door elkaar aan het husselen. Dan kom je na veel nagelbijten en spelen bij een console waar je, raar maar waar, zes letters kan ingeven. Hoe toevallig hé? Dus heb ik gewoon in willekeurige volgorde die bewuste zes letters ingegeven en het spel heeft mij dan weer een persoonlijke vraag gesteld over Suzy en mezelf en toen kreeg ik het volgende als resultaat op de console te zien:

Deeplands
Iro Masowa
37° 55′ 0″ N, 139° 3′ 0″ E

            Gekko was al druk aan het zoeken en het duurde maar een aantal tellen vooraleer hij een antwoord voor ons had. ‘Niigati, dat zijn de coördinaten van wat vroeger Niigati was. Het ligt aan de grens van de Deeplands juist voor de Catacomben en is min of meer bij de fall-outzone gerekend. Ik probeer mijn databanken even op de naam Iro Masowa te laten zoeken…’. Hij toverde weer met zijn handen en zelfs Stephen was gebiologeerd door de meesterlijke bewegingen van Gerekko Dai. De gevechtstechniek van ons technologisch wonderkind. Ik zag Gekko zijn wenkbrauwen fronsen en even van neen knikken.
            ‘Gekko, geen goed nieuws of toch?’ vroeg ik, terwijl Ji op het puntje van zijn zetel zat. Eagle Eye keek met gefronste wenkbrauwen naar de naam Iro Masowa op het touchpad en luisterde maar met een half oor naar de uitleg van Gekko.
            ‘Iro Masowa is geen naam die ik terug vind in de bevolkingsregisters….maar ik heb hier wel een verwijzing naar een persartikel, vreemd...Men maakt hier melding van raids van de Kannibalen en van een plaats waar men in een rots een aantal tekeningen had aangetroffen. Men kon met wat verbeelding uit de letters die eronder stonden MASOWA vormen. Is dit nu toeval of niet?’
            Ji Lang was blijkbaar aan de beurt om een inbreng te geven. ‘Ik heb van die rots gehoord. Er doen de gekste verhalen de ronde, ook in de Swift.’
Eagle Eye knikte als bevestiging op Ji’s woorden.
Ji wist nog meer. ‘Men zegt dat de tekening een wezen voorstelt die veel weg heeft van een beer, anderen zeggen dat het meer lijkt op een harige reuzenaap, daar zijn de meningen nogal verdeeld over. Maar wat nogal overeenkomt is dat iedereen zegt dat de tekening Masowa voorstelt, leider van de Kannibalen. Niemand heeft hem ooit gezien en diegenen die hem gaan zoeken zijn, kunnen het niet meer navertellen.’
            Ik zat met mijn handen in mijn haar. Wat had Iro Masowa te maken met onze moordenaar? Was het mogelijk om op een of andere manier met hem in contact te komen? Ik stelde die vragen ook hardop aan iedereen.
            Eagle Eye lachte even zijn bekende aanstekelijke lach, maar er klonk iets droevigs in zijn stem die ik niet kon verenigen met die lach. ‘Ik denk dat zoals in alle verhalen die mondeling doorverteld worden, ook in mijn thuisland in Afrika, men soms nogal de neiging heeft om iets aan te dikken en op de dramatische toer te gaan. Volgens mij gaat het hier om een grote kerel die nogal behaard zal blijken te zijn, maar ja, ik ben nu ook niet van de kleinste, heb misschien wat minder haar, dus ik zou er mij niet al te veel zorgen over maken.’ Hij pauzeerde even terwijl hij aarzelend over zijn kale knikker wreef. ‘Ik heb wel een ander verhaal gehoord en ik mag zeggen uit goede bron.’
            We waren een en al oor naar datgene wat Eagle Eye ons te vertellen had. Eagle Eye had ook dat mysterieuze over hem, iets wat je niet kon beschrijven maar wel voelde, een soort magnetisme die onbewust je aandacht trok. Het zorgde ervoor als hij iets vertelde dat men van het eerste moment aan zijn lippen gekluisterd was.
‘Ooit was Iro Masowa een inwoner van Sanctuary, weliswaar onder een andere naam,’ vervolgde hij. ‘De vrouw van… laten we hem voor het gemak maar Masowa noemen, was op zekere avond toen ze van haar werk naar huis ging, het slachtoffer geworden van een van de raids van de Kannibalen. Masowa zwoer wraak, nam op zekere dag een rugzak, stopte hem voor een deel vol met medicijnen tegen de straling en voor het andere deel, het overgrote deel…met C-4. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten is dat een kneedbare springstof. Een heel stabiele springstof echter omdat er geen onstabiele bestanddelen zoals bijvoorbeeld nitroglycerine in zit. Volgens het verhaal zou hij de Catacomben binnen zijn gegaan en daar een slagveld hebben aangelegd die het aantal van de Kannibalen heel wat uitdunde. Uiteindelijk werd hij door de Kannibalen als een soort God of Tovenaar aanzien. Blijkbaar zou hij nu zelf een van de leiders zijn, misschien wel ‘DE’ leider van de Kannibalen. Vraag me niet waarom, dat vertelt mijn verhaal niet. Maar ja, zoals ik al zei, kleine verhalen kunnen zichzelf in over de tijd ontpoppen als heldenepossen.’
            Ik keek naar Eagle Eye. Blijkbaar wist hij nog wel meer van die Masowa. Ik zag het aan zijn goede oog want nu lachte hij niet meer. ‘Je kent hem, is het niet, Jérome,’ vroeg ik hem op de man af.
            Eagle Eye wreef met zijn hand over zijn kale kop en zuchtte. ‘Ja, ik heb hem wel eens tegen het lijf gelopen…en het overleefd. Maar dat betekent niet dat ik daar een tweede keer in slaag.’ Meer wou hij er op dit moment blijkbaar niet over kwijt.
            Ik wist dat het voor iedereen van ons een dodelijk avontuur kon zijn om de Deeplands, laat staan de Catacomben te betreden. Dit was geen game zoals Stephen speelde en waar men indien men gedood werd een gesavede game kon laden om vanaf dat punt weer verder naar de oplossing te zoeken. Daar bloedde je echt en een beet van een Kannibaal kon het einde van je leven betekenen. Daar was dood gewoon dood. En toch vertelde mijn voorgevoel, mijn zesde zintuig als het ware dat er bij Iro Masowa antwoorden lagen over onze moordenaar. De eerste moorden werden allemaal gepleegd in de nabijheid van de Catacomben. Misschien dat Iro Masowa daarom meer wist, dat hij meer gezien had dan de Veiligheidsdienst of wij met ons groepje tot nu toe.
Maar wie zou zo’n avontuur durven aangaan met de inzet van zijn leven, zoeken naar de reden van al dat geweld van de laatste tijd, zoeken naar de man die al zoveel slachtoffers had gemaakt onder de Akai. Toen ik de vraag op tafel gooide was Gekko de eerste die reageerde.
            ‘Niet allemaal Akai, Yu! Neen hoor. De adjunct van hoofdinspecteur Norino Vastai heeft een aantal interessante zoekopdrachten op hun databanken losgelaten. Ik had de laatste keer dat ik hun databanken nazocht in hun systeem een verklikkertje geplaatst, je weet wel, als een bepaald woord in een tekst veel voorkomt dat mijn verklikkertje daarop reageert en de tekst kopieert naar mijn bestanden. Natuurlijk zonder dat zij daar weet van hebben. Die adjunct-inspecteur Goro Fukamizu is een slimme vogel, misschien heeft hij hier het begin van een totaal andere piste blootgelegd. Het blijkt namelijk dat niet alle moorden gepleegd zijn op Akai. Dus dit is geen vendetta tegen de Akai alleen. Ik denk dat we dit heel wat ruimer moeten zien.’
            Dat was inderdaad iets nieuws. We waren allemaal verrast en niet het minst ikzelf. Ik had met de moord op mijn ouders en die op Suzy Chang en de vrienden van Ji en Eagle Eye het voor vanzelfsprekend genomen dat ze allemaal onder dezelfde noemer konden geplaatst worden.
            ‘Ik vind het ook vreemd,’ voegde Stephen eraan toe, ‘ dat men het autobot-ongeluk van mijn vader en stiefmoeder ook als moord catalogeert en de hoofdinspecteur het briefje probeerde in verband te brengen met die andere moorden. Was het daarom dat Suzy vermoord is? Wellicht heeft Gekko gelijk en zit er achter de persoon van de moordenaar een of andere organisatie. Wat hebben de slachtoffers gemeen? Gekko, dat is een kolfje naar je hand. Als je nu van ieder slachtoffer zijn laatste jaren screent en vergelijkt, wat denk je, kan er daar iets uitgefilterd worden, een gemeenschappelijke noemer of kenmerk?’
            Terwijl Stephen nog aan het spreken was, tikte Gekko als een bezetene een paar opdrachten in op zijn hightech computersysteem. ‘We zullen nu wel een beetje geduld moeten hebben. Ik mag de zaken ook niet overhaasten anders zouden mijn computerbezoekjes bij de Veiligheidsdienst kunnen opgemerkt worden. Ik werk telkens maar een kwartier en log weer uit maar ik veronderstel dat ik jullie morgen wel iets meer kan vertellen en of het idee van Stephen een stap in de goede richting is geweest. Ondertussen kunnen Eagle Eye en Ji proberen iets te weten te komen van de eigenaar of bedienden van het theehuisje.’
            We namen afscheid, terug met wat nieuwe moed en spraken af om ’s anderendaags tegen de middag bij Gekko terug te vergaderen. Stephen zag er vermoeid uit. Ik wist wat hij doormaakte. Ik had het zelf allemaal beleefd. Nu hij nog eens begon te twijfelen over de omstandigheden van het ongeluk van zijn ouders moest hem dat extra zwaar vallen.
            Toen we buitenkwamen en afscheid hadden genomen van Ji en Eagle Eye legde ik even mijn hand op Stephens arm.’ Alles goed, Stephen, je kan altijd bij mij in de logeerkamer slapen als je niet alleen wilt zijn….en ik bedoel daar niets verkeerds mee. Ik heb op een bepaald moment in mijn leven ook iemand nodig gehad, alleen zijn op zo’n moment is niet goed voor de geest. Toen mijn ouders vermoord had ik niemand die me kon steunen, waartegen ik kon praten. Nu is de situatie anders, we moeten elkaar steunen. Het is niet omdat je van de andere kant van de wereld komt dat je geen recht hebt op medeleven.’
            Stephen knikte en wreef met een vermoeid gebaar langs zijn kin. Die kon wel een deftige scheerbeurt gebruiken. ‘Misschien heb je wel gelijk, laat ons dan even langs het Oji gaan en dan neem ik het hoognodige mee en Yu…bedankt voor alles.’
            ‘Hé, waar zijn vrienden voor,’ reageerde ik. Ergens was ik blij dat hij vannacht in mijn appartement zou zijn. Ik wist dat een mens tot op een bepaalde grens verdriet en leed kon verwerken. Stephen had zijn deel gehad! Hij had nood aan iemand die hij kon vertrouwen en aan wie hij zijn zorgen kwijt kon. Ik was verrast over mezelf, maar ik dacht dat ik die persoon wel wilde zijn.


 copyright Rudi J.P. Lejaeghere

The Woman in Red: Chapter 36















36. Friend or enemy?


            After a quarter of an hour, Katarina and Jean-Pierre heard footsteps approaching. The door was unlocked and Frau Hofmeister entered the room. She looked very stern and whispered something to the young man who was accompanying her. It was the man who had welcomed them at the villa with his two friends. Those two weren’t with him now.
            ‘Frau Hofmeister, let me…,’ Katarina immediately tried to tell her story but was stopped by an angry voice.
            ‘Schweigen Sie bitte! Be silent, please! I don’t want to repeat this. You just answer when you’re asked. Understood?’ Frau Hofmeister didn’t sound as the friendly, fond of laughing woman anymore Jean-Pierre had met at Chateau Dauphin. Her eyes were full of fire and her lips pressed together in anger.
            ‘I’ve received a very troubling phone call from Monsieur Charles. I probably don’t have to explain what he has told me.’
            Both Katarina and Jean-Pierre looked very contrite. Neither of them dared to elaborate without permission. The young man had ostentatiously opened his coat to show that he was armed.
            ‘I want to know the truth, and I warn you, don’t lie or play games with me or you won’t see daylight for a long time anymore. This isn’t a bluff, I am an influential person here in Germany. If you make fun of me, as with Charles, you will be able to experience this first-hand. Why do you need those tapes?’
            The most important question has been asked. Katarina just looked a second at Jean-Pierre as a sign she would speak for them. ‘Frau Hofmeister, Bertha, you have to trust us, you have to believe us. My mother’s life depends on it.’
            Frau Bertha frowned and lost a little bit of her self-confidence. ‘Beatrice’s life? What has happened? Come on, don’t let me wait, tell me.’
            Katarina cleared her throat and started telling from the beginning. The raid on the castle and their escape through the subterranean corridor. When she talked about Ignace, who had driven them to the ‘Tapis Rouge’ and their escape from the evil plans of the General, her facial expression softened. Their experiences with some help from Cecile, Katarina’s twin sister, wasn’t kept from her too. It was only when she came at the part where Beatrice had been abducted out of the Courthouse by the arrogant gangster that her eyes opened.
            ‘The man threatened to kill my mother if we won’t steal the three tapes my mother had given to you, Monsieur Charles and Madam Dupont. They would contain secret information a minister has told at the castle at one of his mistresses. I don’t know more. Now you know everything we have done and I swear to you, it’s the full truth.’
            Frau Bertha began to pace up and down the room. Obviously she seemed very anxious. ‘I believe you. I know the minister who’s involved and doesn’t blow my mind, he’s involved with that kind of people. My God, I couldn’t have suspected that. Poor Beatrice, she probably almost dies of fear. Of course, you can use my tape.’ She gave a sign to her bodyguard and he freed them of the uncomfortable handcuffs.
            ‘Forgive me my lack of hospitality but I had to know the truth. I thought you wanted to set up a blackmail thing against that particular minister. We only use the tapes as insurance to keep the business we’re into. We’ll never make money off it. My apologies because I suspected you wanted to do this. But now I think you still have a greater problem than you think.’
            ‘How is that?’ Jean-Pierre asked, obviously relieved and rubbing his wrists where the handcuffs had been. ‘What can be worse, after all the things we know and have experienced?’
            ‘The last tape, as you told me, is in the hands of Thérèse Dupont. That’s the problem.’
            Katarina shook her head because she didn’t understand why that would be an extra problem with the things that were waiting for them. ‘If we just be honest and tell her the same story we have told you, how things have evolved, wouldn’t she understand that we have to deliver the tapes to save my mother’s life?’
            Frau Hofmeister shook her head. ‘No, I think that would be the worst solution you have thought about. I’ve recently found out that she made friends very well with the minister who told some sensitive information. She’s a woman who plays her cards like a professional. She has more important issues in the game than Chateau Dauphin. Interests that are connected with the influence the minister has. Recently she asked me if I had hidden the tape well enough. Suspicious, isn’t it?’
            ‘Yes, if that’s so,’ Katarina answered, discouraged. ‘We indeed just can forget it to ask it simply. If there’s a second party that wants to get hold of those tapes, it makes things even more difficult.’
            ‘She probably been warned by Monsieur Charles too,’ Jean-Pierre added while he questioningly looked at Frau Hofmeister.
            ‘No, I’m sure that’s not the case,’ she said, ‘I’ve informed Charles about her connections with the minister in question and he would not warn her. You can count on that.’
            Neither Katarina nor Jean-Pierre knew how they had to proceed from there. They had two tapes out of three, but without the third Beatrice would die anyway!

© Rudi J.P. Lejaeghere
12/07/2015





maandag 6 juli 2015

The Woman in Red: Chapter 35















35. German reliability

            They were picked up with a black Mercedes. German reliability before everything, Jean-Pierre thought. The chauffeur stood with a little signboard at the airport so that they could see he had gotten orders to drive them to Frau Bertha. It was a tight-lipped man. Either he couldn’t speak English, French or any language Katarina and her companion tried on him or he had received the command not to talk to them.
            Katarina stayed impassive under it. She had other things to think about than making small talk with a German driver. When they left the neighborhood of Berlin-Tegel Airport, Jean-Pierre noticed the driver had locked the doors automatically from the car’s steering wheel. Probably for security measures he reacted spontaneously. Those Germans saw conspiracies and danger everywhere. They enjoyed the view along their route.
            ‘Let me do the talking, Jean-Pierre. Frau Hofmeister knows me for a long time. She has always been a sort of aunt or godmother for me and she is one of my mother’s best friends. I think she still trusts me. Even after the latest events.’
            Jean-Pierre nodded affirmatively. For him, it wasn’t a problem. It was all new for him and he just would follow Katarina in her inspiration of the moment. It wasn’t so that they had a pre-designed plan, but she would know the best how to handle things.’
            After a three-quarters drive, their chauffeur stopped before a beautiful wrought iron fence. He fetched a little device out of his pocket. Obviously it was a kind of remote control for the gate because now it went open very slowly. Through a long lane which meandered along the domain, they arrived at a large house. It was a designed in a modern style and it must have cost a lot of money.
            Jean-Pierre established there were a number of men guarding the house with a weapon in their hands. He didn’t like that at all. The security here was very strict. Neither he nor Katarina was trained to match such a professional team of security people. He couldn’t even handle a gun, although it couldn’t be difficult, he thought. The safety-catch off, aim and shoot. How many police movies had he already seen? Up close he wouldn’t miss. Just because he got these ideas, he suddenly realized he would never pull the trigger on a human being. He wouldn’t be able to live with the consequences.
            Katarina was unusually silent. Most of the time she could fill the awkward silences with some small talk, but this time she obviously was so nervous she didn’t find the right words. Katarina didn’t like it, by the fact the driver had closed the doors, they were trapped as a kind of prey.
            A young man, he could be barely twenty-five, came to meet him from the villa. He was accompanied by two men with black sunglasses. They did look so alike it could have been twins. The man gave his companions a nod and they posted themselves on both sides of the door of the Mercedes through which Katarina and Jean-Pierre had to step out. A second nod at the chauffeur made the doors unlock.
            Katarina got out first, followed by Jean-Pierre. Out of the car and on their feet both men with the sunglasses took them by the hands and handcuffed them without them having a possibility to resist.
            This is going wrong from the start, Katarina thought. She tried to bluff her out of the situation. ‘Hey, guys, I am a good friend of Frau Bertha Hofmeister, what’s going on. She will not be happy at all with this.’
            The young one pointed at the entrance of the house. ‘Miss Katarina, Mister Jean-Pierre, I’m sorry, but I follow just orders given by Misses Hofmeister. Please follow me, she will talk to you and explain. I just follow orders.’
            In the meantime, the car had driven away and with a soft urging by the spectacled twins they were pushed inside the house. It was useless to put up resistance. The house was far from the road and the domain was fenced off with a high wall and the wrought iron fence probably was closed again. If they would call for help nobody would hear them. Unfortunately, they were out of luck now.
            They both followed the spokesman of the three men. The only thing they could do was wait and see. At this moment, they were helpless and they had to count on the value of the many years of friendship between Frau Bertha and the Baroness. Katarina suspected Monsieur Charles had informed the women about them. It was one of the scenarios she had thought of. If their adventure would end here the Baroness would be lost forever.
            After walking through some corridors, they arrived in a waiting room. ‘Please wait here. Frau Hofmeister will join you shortly from the moment she’s free.’ He locked the door of the room after them. Handcuffed in a locked room Katarina and Jean-Pierre waited, resigned in their faith. Would the woman condemn them without question or would she be open to reason? Jean-Pierre didn’t know because, nonetheless they had a rather intimate contact at the castle, he wasn’t acquainted with her.
            Katarina realized she had to play out the truth. When or if the minister’s wife would believe her, she didn’t know. She expected the worst case scenario, but secretly hoped for something better.

© Rudi J.P. Lejaeghere
30/06/2015


Can I still stay for a moment?












Shy, I come closer,
Feeling guilty
I invade your world
Or what is left of it.

A bed,
A chair,
A wardrobe.

The sheets pale as your face,
Your hands wrinkled,
Diaphanous as a parchment,
Your veins draw a map

The roads you have travelled,
Full of potholes and falling,
Hoping against hope,

Rising
            Up
                        Again
                       
                                   Now,
                        Not
Anymore

There is a haze laying upon your eyes,
An image of the other side,
A sea full of waving corn,
Light as yellow
And ripe as the sun that is sowed,
As milk, fresh from the cow’s udder.

A day to harvest.

I know, without you saying it,
I can read it
In the tears on your cheek,
I can hear it
In the breath on your trembling lips.

It’s high time to go,
But I don’t want to leave,
Not yet.

Can I still stay for a moment?
You want to ask me.
All I can do, is swallow my sorrow.

© Rudi J.P. Lejaeghere

05/07/2015

If you want to hear the poem recited on a beautiful piece of music, click the window of SoundCloud.
(music by www.bensound.com)


Mag ik nog even blijven?













Beschroomd kom ik nader
dring met een schuldgevoel
je wereld binnen
of wat er nog van over is.

Een bed,
een stoel,
een kast met je kleren.

De lakens bleek als je gezicht,
je handen gerimpeld,
doorzichtig als perkament,
je aders als een landkaart.

De weg die je bent gegaan,
vol kuilen en vallen,
tegen beter weten in,

steeds
            weer
opstaan.

                                   Nu
                  niet
meer.

Er ligt een waas in je ogen;
een beeld van de overkant,
een zee van waaiende halmen
licht als geel
en rijp als een gezaaide zon,
als melk vers van de uier.

Een dag om te oogsten.

Ik weet het zonder dat je het zegt.
Ik kan het lezen
in de tranen op je wang,
ik kan het horen
in de adem op je trillende lippen.

Het is hoog tijd om te gaan,
maar ik wil nog niet vertrekken,
nu nog niet.

Mag ik nog even blijven,
wil je me vragen?
Al wat ik kan, is mijn verdriet inslikken.
                                                                                                                           

© Rudi J.P. Lejaeghere

05/07/2015