zaterdag 29 augustus 2015

Ricochets














Hankering after the reality
stoically, I feast upon the fantasy,
my slowly running dry well of memories

sometimes it’s only just an appraisal
of what I never will be able to taste,
stolen glances of intimacy,
words that I read and project,

echoes of what I hear
which fling back inside my head
as ricochets,
make more damage
than one well-aimed shot,

I see distorted pictures
in the fragments that remain,
shadows that once belonged to the light,
to a person who is flesh and blood
who lives and loves
caresses and kisses

the peace I know comes from resignation
knowing that the other side of the world,
even if it’s green or dark,
a land of sea and new
as in birth, as in discovering

will be forever unknown to me.

© Rudi J.P. Lejaeghere
29/08/2015




Ricochet














Hunkerend naar de werkelijkheid
laaf ik mij gelaten aan de fantasie,
mijn uitdrogende bron van herinneringen,

soms is het enkel maar een inschatting
van wat ik nooit zal proeven,
gestolen blikken van intimiteit
woorden die ik lees en projecteer,

echo’s van wat ik hoor
die afketsen in mijn hoofd
als ricocherende kogels,
meer schade aanrichten
dan één gericht schot,

ik zie vertekende beelden
in de scherven die overblijven,
schaduwen die ooit bij het licht hoorden
bij een mens van vlees en bloed
die leeft en liefheeft
streelt en kust,
                                                                                       
de rust die ik ken is van berusting
wetend dat de andere kant van de wereld
al is het daar groen of donker
een land van zee is en nieuw
als in geboorte, als in ontdekking

voor mij onbekend zal blijven.

© Rudi J.P. Lejaeghere
29/08/2015



vrijdag 28 augustus 2015

Requiem: Hoofdstuk 28 (2e deel)













.....

            Toen ze beiden na de thee bij Gekko aankwamen was iedereen al present.
Stephen en ik die blijkbaar goed met elkaar konden opschieten, zaten naast elkaar wat te keuvelen over ditjes en datjes. Gekko was druk in de weer zoals altijd met zijn schermen en andere apparatuur die voor hem geen geheimen kenden.
            ‘En…geluk gehad bij het Chashitsu Tuyan?’ vroeg ik terstond aan Ji. Ik las direct de teleurstelling van hun gezicht. ‘Dus niets,’ antwoordde ik in hun plaats.
            Eagle Eye schokschouderde.‘Voorlopig niets. Volgende week komt de dienster terug uit verlof en kan die ons misschien wat meer vertellen over onze mysterieuze theedrinker. Als ze het haar nog maar kan herinneren. Er komt daar nogal veel volk over de vloer.’ Eagle Eye plofte zich in een van de zetels van Gekko dat ik even dacht dat die het zou begeven onder zijn gewicht maar blijkbaar waren Gekko’s zitmeubels sterker dan ze eruit zagen.
            ‘Vrienden…,’trok Gekko onze aandacht. ‘Ik heb een aantal query’s laten lopen op de gegevens die ik in de databanken van de Veiligheidsdienst heb gevonden. Het blijkt inderdaad dat alle moordzaken, buiten misschien enkele die buiten de MO van onze man vallen en we niet zeker aan hem kunnen toeschrijven, één eigenschap gemeen hebben…!’
            Zoals altijd liet Gekko een stilte vallen om zijn verhaal wat meer verve te geven en de spanning op te drijven. Hij laadde een programma en wees op een aantal kolommen en projecteerde de gegevens in de lucht voor ons waar hij ze in een virtueel beeld uitvergrootte en met zijn wijsvinger wees op één grote kolom. ‘Voor bijna alle gevallen geldt het dat zij in de laatste jaren op bezoek waren in de Oude Wereld. Dat is de gemene deler in alle gevallen en volgens mij het punt waarrond al die moorden draaien!’
            Stephen keek verbaasd. ‘Wat heeft de Oude Wereld te maken met de moorden die hier in de Nieuwe Wereld gepleegd worden? Is de man zo rancuneus tegen mijn thuiswereld dat hij al de mensen die op bezoek komen, vermoordt of zit er meer achter? Gekko, heb jij misschien een idee wat er achter deze zogenoemde gemene deler zit?’
            De ict-tovenaar trok zijn schouders op. ‘Je kan natuurlijk aan alles beginnen denken. Ik sluit het idee zeker niet uit dat de moordenaar een vete heeft tegen de Oude Wereld, misschien iets uit de Grote Oorlog, een kind van iemand die gestorven is als gevolg van de fall-out. Maar ik heb het voordeel gehad om al een tijdje over deze dingen te kunnen nadenken en er is ook een andere benadering van deze zaak.’
            Ik wist dat Gekko nu minder zeker was van zijn gelijk. Hij had dan meer dan tijd genoeg gehad om hierover na te denken en ik veronderstelde dat hij een aantal malen sneller en beter redeneerde dan wij allemaal te samen. Misschien had hij zijn ideeën nog niet kunnen toetsen aan de werkelijkheid of misschien miste hij nog een aantal inlichtingen? We kenden elkaar al een tijdje en ik had hem nogal zo bezig gezien.
            ‘Ik heb enkele contacten in de Oude Wereld…Heeft iemand van jullie al gehoord van een organisatie die zich de Weerstand noemt?’ vroeg Gekko.
            Eagle Eye en Ji, zelfs ik moesten ontkennen ooit van zo’n groep gehoord te hebben.
Stephen begon wat te wriemelen alsof hij iets kwijt wilde. ‘Ik heb een paar keer over die groepering gehoord, Gekko. Als diplomaat zou ik moeten zeggen dat dit een organisatie is die onze regering, dan bedoel ik deze van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap, het liefst van de aardbodem zou zien verdwijnen. Het is namelijk zo dat zij tegen het chippen zijn van de bewoners van de Oude Wereld en daar alles proberen aan te doen om dit tegen te gaan of zelf te saboteren. In hun voordeel moet ik zeggen dat zij dat proberen te doen zonder mensen te kwetsen of te doden. Alhoewel er bij een aantal gelegenheden toch een paar ongelukken zijn gebeurd die ze in hun reacties hierop betreurden. Wat hebben zij hiermee juist te maken?’
‘Ik ben zeker dat ik gelijk heb omtrent de gemene deler van de gevallen, maar het waarom…? Maar laat ik het anders stellen. Wat gebeurd er met onze mensen die de toelating krijgen om het Westen te bezoeken?’ Gekko liet weer een stilte vallen om ons de mogelijkheid te laten het eventueel zelf uit te vogelen of om zijn woorden te laten bezinken.
Ik kreeg het tegelijk warm en koud. ‘Je bedoelt, dat ze allemaal gechipt zijn, is het niet?’
Gekko knikte bevestigend. ‘Iedereen die voor een langere periode de Oude Wereld betreedt en zeker via de officiële kanalen zoals reisagentschappen en uitwisselingsprogramma’s worden eerst gescreend en worden vooraf vriendelijk doch nadrukkelijk gevraagd hun toelating te geven om bij hun aankomst zich onder begeleiding naar een medische faciliteit te laten begeleiden. Daar wordt bij hen via een korte ingreep de chip ingeplant.’
‘Ik heb toch ook zo’n chip,’ reageerde Stephen verbaasd, ‘waarom word ik dan niet vermoord en zo hebben alle bewoners van de Oude Wereld die hier naartoe komen de kans om vermoord te worden en dat gebeurt ook niet. Sorry dat ik het moet zeggen maar je redenering gaat volgens mij niet op.’
In zijn rolstoel rondjes makend en met zijn wijsvinger zijn vrije hand tegen zijn lippen en duim onder de kin, de lippen wat getuit, zag Gekko er zeer nadenkend uit. ‘Zoals ik al zei heb ik contacten bij de Weerstand. Ik hoop dat ik door mag spreken, Stephen. Je bent diplomaat en ik denk dat nu het moment is om te zeggen dat je mij voor wat ik ga uitleggen niet zal laten vervolgen….!’
‘Vervolgen…?’ Stephen schudde verbaasd zijn hoofd. ‘Waarom zou ik….o ja, vanwege de illegaliteit van de Weerstand. Nou ja, we zitten nu toch met zijn allen in hetzelfde schuitje en we moeten vooruit varen, dus Gekko, neen, wat hier gezegd wordt blijft tussen ons. Ik wil niet de man zijn die onze plannen tegenwerkt. We moeten die schurk of diegene die ervoor verantwoordelijk is te pakken nemen en zorgen dat deze seriemoordenaar gestopt wordt. Dus komaan, wat is er juist met je contact bij de Weerstand?’
Gekko duwde op een aantal knoppen en we zagen een foto van een man waaronder de naam Feliciano Louis Díaz y Garcia stond geschreven. Hij bleek werknemer te zijn met het ICSA. Ik zag Stephen knikken, die vermoedde blijkbaar waar de afkorting voor stond.
‘Wat betekent die ICSA juist, Gekko?’ vroeg ik nieuwsgierig.
‘Dat staat voor International Chip Scanning Agency. Misschien begint het al wat te dagen. Het is de instelling die zorgt voor de aanmaak, verdeling van de chips en ook de  controle van de gechipte mensen in de Oude Wereld.’
‘Ze zijn niet erg geliefd,’ voegde Stephen eraan toe, ‘maar dat is natuurlijk normaal. Het is nu eenmaal een inbreuk op de privacy als men iemand kan volgen door die chip. Maar het vermijdt toch veel ziektes door de signalen die de chip ons doorgeeft wanneer wij in een gevarenzone komen, een plaats waar  de straling nog te  hoog is bedoel ik.’
            Onze gastheer maakte nog een extra rondje. ‘Is dat alles dat die chip doet, Stephen? Weet je dat zeker? Op een chip van die grootte en ik heb er via Feliciano al inlichtingen over gekregen zitten er nog tientallen andere toepassingen waarvan de drager zich niet bewust is…tot het misschien te laat zal zijn!’
            Stephen werd wat bleekjes rond de neus. ‘Ja, als je het zo stelt. Maar blijkbaar moet je nog meer gegevens hebben anders zou je ons niet over de Weerstand hebben gesproken, waar of niet?’
            Het werd een dialoog tussen Stephen en Gekko en wij zaten als tennisfans van de een naar de andere aan het kijken.
            ‘Touché,’ reageerde een grijnzende Gekko. Feliciano is naast werknemer van het ICSA ook lid van de Weerstand. Ik ben al een aantal jaren met hem in contact en ben nogal op de hoogte van het reilen en zeilen van deze organisatie. We wisselen regelmatig info uit. Oké, ik weet het, het is allemaal illegaal, zowel in de Oude of Nieuwe Wereld, maar het is allemaal in functie van het lamleggen van de ongecontroleerde en overmatige inbreuk op de privacy van de wereldburger dat we dit doen. Klinkt misschien allemaal wat bombastisch maar wees maar zeker dat de wereld uiteindelijk beter af is zonder dan met de chip. Feliciano heeft dit stukje technologie persoonlijk getest en op al zijn mogelijkheden onderzocht en heeft vastgesteld dat er naast de functie die Stephen daar zojuist aanhaalde er nog zeker één toepassing is die enorm opvalt. Ik wil een experiment doen die dit zal illustreren als Stephen zich wil als proefkonijn opgeven, gezien hij de enige hier is die zo’n chip heeft…?’
            Stephen trok even verschrikt zijn ogen open maar zei dat hij er geen bezwaar tegen had. Hij wist duidelijk niet dat de chip nog andere doeleinden kon hebben. Gekko wreef in zijn handen en vroeg of Stephen even op zijn superintelligente ligzetel wou plaatsnemen dan zou hij wel zorgen voor de rest. Stephen moest op zijn zij gaan liggen en Gekko plaatste na het aanbrengen van wat gel in zijn nekstreek daar een drietal elektrodes rond de plaats waar de chip normaal gezien werd ingeplant.      
            ‘Dankzij de inspanningen van een ander lid van de cel van Feliciano… mag ik erop nadrukken dankzij de “verleidingstechnieken” van een vrouwelijk lid van zijn groep, hebben zij een bepaalde code kunnen bemachtigen die de chip van elke Westerling kan lezen én nog veel meer. Ik leg later uit wat ik daarmee bedoel. Wees gerust Stephen, het experiment zal je lichamelijk noch geestelijk schaden.’
Na nog eens extra de elektroden te hebben getest via zijn apparatuur stak hij zijn hand op. ‘Hier gaan we dan. Gisterenavond heb ik nog de code van Stephens chip opgevraagd aan onze vriend Feliciano bij de Weerstand en heb hem gelukkig reeds deze morgen doorgekregen.’ Hij tikte een lange alfanumerieke code in en toen zagen we eerst op het scherm een 3D-foto van Stephen met daaronder zijn naam, adres en een uitgebreid curriculum vitae verschijnen. Het volgende scherm was een reeks cijfers die volgens de uitleg van Gekko de coördinaten waren van de locatie waar Stephen zich op dit moment bevond.
Op het volgende scherm verscheen na een paar handelingen van Gekko een beeld dat ons allemaal de wenkbrauwen deden fronsen!


copyright Rudi J.P. Lejaeghere



donderdag 27 augustus 2015

The Woman in Red: Chapter 40















40. The interrogation

            Frau Bertha had spared neither cost nor effort so that this undertaking should succeed. Katarina was very grateful for it. ‘You’re a real friend, Bertha, I’ll never forget you helped my mother and me.’ She took the German woman close and kissed her amicable on the cheek.
            ‘Oh, my child, it’s the least I can do, after all, what’s old friends for? But let us get ready to interrogate Thérèse. Our men can arrive here any moment. Do you have your device with you?’
            Bertha had provided for a headset microphone that was connected with a transformer. It would change the tone of her voice in a full-blooded bass sound and transmit it through a series of speaker boxes that were hung up in the interrogation room. Thérèse would never know it was Katarina in front of her.
            Katarina herself had looked for proper clothing. She had chosen for a man suit that was a bit on the big size, but because of that disguised her feminine characteristics. The false belly, a pillow she wore under her shirt took care of it that her camouflage was very successful. Frau Bertha gave her a holster and a pistol to make the disguise act complete. Her long hair was tied up in a bun and put away under a hat. Upon her face, she wore a mask so that only her eyes and mouth were uncovered and where the microphone was secured in.
            Frau Bertha had asked her if she wanted a real or a fake gun. Katarina resolutely had opted for a real one and she wanted it loaded with bullets too. Her German friend had furrowed her brow. Katarina had promised her that she wouldn’t hurt her. She had still a surprise left if she wouldn’t cooperate. Besides, at the advice of her mother, she had taken shooting lessons the moment she was sixteen. She could handle a gun.
            Both women heard noises in the background and it meant Helmut and company had arrived. A few minutes later, the still sleeping woman was driven inside in the wheelchair. Jean-Pierre kissed Katarina on her cheek and whispered that everything had developed without problems and that the woman wasn’t hurt a hair of her head.
            When the kidnapped woman had changed her wheelchair for a seat where she was tied up with ropes so that she couldn’t fall out of it, the men and Frau Hofmeister left the room. They would follow the whole thing in the room next door upon a video screen that was connected with a few camera’s in the room.
            It would take long anymore before the abducted woman came awake, Helmut had quickly said before he left the room. Katarina felt her heart beating in her chest. She had never treated people that way, but for her mother, she would do anything. She suddenly asked herself if anything also meant anything. Would she hurt people to save her mother? She had no time to answer this question because Madame Dupont moaned and started to move her head. It would still take a couple of minutes before she would be fully awake.
            Frau Bertha had advised her not to wait till she was fully conscious. The best thing was to disorientate her from the start. Katarina knew that Madame Dupont would risk a trauma by this action. After all, she now had her answer to her question. Yes, she could live with that if her mother would be saved by it.
            ‘You’re now in our hands,’ it sounded in a heavy bass voice out of the speakers. ‘If your life’s worth living, you will answer our questions with the truth. Understood?’
            Katarina tried to walk like a man. She had practiced before and she didn’t succeed very well in it. Bertha Hofmeister suddenly had laughed and said she had the solution. After a while, she had returned with a big dildo in her hands. Katarina had looked at her wide-eyed, not knowing if she had to laugh or cry.
            ‘No, it’s not the right time, if you were thinking about that. But it’s rather effective if you fix it in the right place. I don’t think you’ll walk like a model anymore. They had tested it and nonetheless they had a laugh, it worked.
            Thérèse Dupont looked dazzled and tried to understand what was happening. ‘Where am I… who are you? Why am I tied up?’ Her voice cracked from fear when she saw the masked person in front of her.
            ‘I’ll only repeat it once,’ Katarina drew her gun and put the barrel against the nose of the frightened woman. ‘You’ll answer our questions or you’ll pay with your life.’ They had rehearsed what they would say, but Katarina had forgotten almost all about it because of the tension of the moment.
            ‘If you should think we’re bluffing, think of your friend Monsieur Charles. He also thought we didn’t mean business. He has paid with a bullet through his head for this stupidity. Try to be smarter or…’ The threat was complete. Thérèse began to shake and shudder. The tears were flowing along her face and her breathing was very hasty.
            ‘What have I done wrong? What do you want? If it’s money that’s not a problem, but please let me live, please, I’ll give you anything you want.’
            Katarina had held her breath. It was now or never. The question had to be asked. ‘Where’s the tape of the Baroness? Where can we find it?’
            A moment the woman looked surprised. She had thought she was kidnapped for the money. After all, she wasn’t without means and it was common knowledge.
            ‘The tape… how,… what do you mean?’ Frightened, she stumbled over her words.
            A loud pistol-shot sounded through the room. That’s why the gun had to be loaded. Katarina had aimed at the wall after the tied up woman. The sound had to be deafening so close to the ears of the woman.
            ‘In my bedroom, in my bedroom, please I don’t want to die.’ Now the woman cried uncontrollably.
            ‘Where in your bedroom? Come on, tell us or the next bullet goes through your head instead of the wall.’ Katarina knew she had to go through with it, despite the fact she felt sorry for the woman.
            ‘In my night table, you can pick it up there, it’s open. I swear… on the head of my late husband… I’m speaking the truth.’ It came in bits and pieces out of her mouth.
            Katarina pushed woman’s head upwards with the barrel of her gun. ‘You mustn’t fool us and think we are stupid. There’s a security system in your house. There must be with such a rich woman as you are. How do we turn it down?’ She pushed hard with the barrel under the chin of Thérèse Dupont. Her eyes were wide open from plain anguish.
            ‘I’ve got the key to the front door with me… once you’re inside… 281260… the code… you push it on the panel on… on the left side. That’s all… I…’ The woman’s head fell limp sideways. Rapidly Katarina felt her pulse. Relieved, she sighed. Madame Dupont had only fainted.
            On her sign, everybody entered the room again. Helmut had a syringe with him that he emptied in the arm of the kidnapped woman. She would sleep for a while. Long enough to let them take the tape and to deposit the woman on her bed in her bedroom. They would leave a note that she had to keep silent about the abduction and about the tape. Otherwise, they would find her still and kill her after all.

© Rudi J.P. Lejaeghere
26/08/2015     
             






donderdag 20 augustus 2015

Requiem: Hoofdstuk 28 (1e deel)








28



            Ik had Stephen een rondleiding in mijn appartement gegeven. Gelukkig had de logeerkamer een aparte, wel wat kleinere badkamer, zodanig dat we zonder elkaar te storen de nacht konden doorbrengen. We namen nog een slaapmutsje vooraleer we onder de wol gingen.
            ‘Bedankt Yu, ik waardeer het echt dat ik hier bij jou mag overnachten.’ Het klonk vermoeid maar gemeend uit de mond van Stephen. ‘Het is de laatste dagen qua emoties wat veel geweest en…nou ja, ik zou me niet op mijn gemak gevoeld hebben in het Oji. Alleen al met die waarschuwingen aan mijn adres.’ Hij zuchtte even, ‘ik ben niet bang aangelegd en kan mijn mannetje wel staan, maar we hebben hier niet te maken met een of andere herrieschopper die ik met een paar rake meppen tot andere gedachten kan brengen. Een moordenaar met een spoor van bloed op zijn hielen lijkt voor mij iets te hoog gegrepen. Ik heb trouwens gehoord van Eagle Eye dat jij en Ji allebei Rode Cirkels zijn in de Kami Akai. Dus ik denk dat de keuze dan rap gemaakt is.’
            Ik dacht aan de nacht dat ik overvallen was. Mijn kennis van de Kami Akai had mij niet geholpen. Ondertussen had Gekko ervoor gezorgd dat mijn veiligheidssysteem vervangen was door wat meer gesofisticeerde technologie. Dus daar moest ik mij dan ook geen zorgen meer over maken. Terwijl we van ons drankje nipten, vertelde ik hem over mijn ouders Arturo en Sachiko. Hoe ik mij had gevoeld op het moment dat ze mij waren ontvallen. Over de leuke dingen die we samen hadden beleefd. Over hun passies. Het verwonderde mij ten zeerste dat ik mij zo gemakkelijk tegenover Stephen openstelde. Dat was niet mijn gewoonte. Hoe lang kende ik hem pas? Toch viel het mij niet moeilijk om over vertrouwelijke onderwerpen met Stephen te spreken.
            Stephen ontspande zich blijkbaar. Het waren voor hen allemaal, ook voor Ji en Eagle Eye, stresserende dagen geweest. ‘Nog eentje om het af te leren,’ vroeg ik aan Stephen. Hij lachte. Het was een vriendelijke glimlach die niet alleen op zijn mond te lezen was maar ook in zijn bruine ogen. Ik raakte per toeval zijn hand aan toen hij zijn lege glas aanreikte en een seconde langer dan bedoeld bleven we zo staan. ‘Dank je,’ redde hij me, ‘nog eentje en dan hoop ik dat ik je niet wakker hou met mijn gesnurk.’
Ik lachte op mijn beurt, ‘wie weet kunnen we er een symfonie van maken.’ Dat kwam er nu weer niet uit zoals ik bedoeld had en ik werd rood tot over mijn oren. Als Japanner heb je natuurlijk het nadeel dat je gauw gaat blozen en dat je niet zo goed tegen alcohol kan. Dat besefte ik nu plots weer. Ik had omdat ik mij daarover als tiener schaamde, ergens gelezen dat dit te maken had met een variatie in het ADH2- en het ALDH2-gen bij Aziaten wat maakte dat een glaasje alcohol sneller werkte en trager werd afgebroken. Pech voor ons en helaas had ik dit reeds een aantal maal aan de lijve ondervonden. Maar Stephen March was een heer en deed of zijn neus bloedde en keek benieuwd rond.
            ‘Je bent niet voor de Japanse stijl van inrichting of is het specifiek een keuze die je gemaakt hebt,’ vroeg hij me.
            ‘De Japanse stijl is me de paplepel ingegeven of hoe drukken jullie dat uit? Mijn ouders waren heel traditioneel en zoals elke tiener heb ik op een bepaald moment een fase doorlopen van opstandigheid en een zoeken naar een eigen stijl, een eigen gezicht. Dit appartement, eerder modern ingericht is er het resultaat van. Maar ik moet zeggen dat ik met ouder worden me weer meer thuis begin te voelen in een Japans interieur. Ik zal je een dezer dagen eens meenemen naar mijn ouderlijk huis. Het is er leeg zonder hen en toch voel ik ze dichter bij mij als ik er ben. Ik zie ze in zoveel voorwerpen, in verschillende zaken die we te samen hebben aangeschaft. Soms doet het nog echt pijn, maar ik heb zoveel goede herinneringen dat er binnen in mij een zekere balans is bereikt, alhoewel er in een klein hoekje een stuk Yukiko zit die nog steeds héél boos is om wat er gebeurd is.’
            Stephen knikte. ‘Ik begrijp je volledig. Je mag je niet laten verteren door woede of vergelding. Dat kan nooit goed zijn. Maar als je het zijn plaats kan geven en als het moment er aan komt dan zal je zeker die woede moeten ventileren zonder mentaal gekwetst te raken’.
            ‘Hei, meneer de filosoof, waar heb jij al die diepzinnigheden opgedaan?’
            ‘Je mag niet vergeten dat Suzy en mijn stiefmoeder mij ook een aantal zaken hebben geleerd, waarvoor ik hen nog altijd dankbaar ben. Ik zoek ook zo’n plaats waar ik mijn woede kan wegstoppen tot het gepaste moment daar is om die op de juiste manier aan te spreken. Vergeving is een mooi woord, maar voor moordenaars…? Ik heb het daar moeilijk mee, misschien is dat te wijten aan mijn Westerse opvoeding of herkomst, ik weet het niet? Maar wat ik wel honderd procent zeker weet,’ en hij verborg een geeuw achter zijn hand,’ is dat als wij nu niet gaan slapen, we morgen niet fit zullen zijn.’ Ons glas was ondertussen leeg en ik toonde Stephen zijn slaapkamer en we wensten elkaar wat onwennig wel te rusten.
            Ik was benieuwd of hij een pyjama droeg in bed en de gedachte alleen al deed mijn gezicht weer rood gloeien. Het werd dringend tijd voor een koude douche! ‘Foei, Yukiko,’ zei ik tegen mijn spiegelbeeld in de badkamer.




……..




            Ji Lang en Eagle Eye waren beiden het ‘Chashitsu Tuyan’ binnengetrokken zoals ze de dag voordien bij Gekko hadden afgesproken. Chashitsu Tuyan was het theehuis waar Gekko hun stalker had kunnen lokaliseren. Om niet uit de toon te vallen bestelde ze voor beiden een kyûsu sencha-thee. De eigenaar had Eagle Eye met een wantrouwig oog bekeken toen ze de zaak binnengingen. Hun fake papieren die Gekko had geprepareerd en die ze aan de eigenaar hadden laten zien, deden zijn belangstelling gauw verminderen. Eagle Eye die toonde niettemin dat hij vertrouwd was met de Japanse traditie en veroverde met zijn natuurlijke charme en brede lach direct de jongedame die het theepotje voor hen opdiende.
            ‘Ohayou gozaimasu, gokigen ikaga desu ka, goede morgen, hoe gaat het?’ groette hij de dame.
‘Genki desu, arigatou gozaimasu, goed dank u’ antwoordde ze met een kleine hoofdknik. Ze was gekleed in de traditionele kimono en het schoeisel dat ze droeg waren zori of de Japanse slippers in kunststof nu dat de geta, het traditioneel Japans schoeisel, enkel nog maar door geisha’s gedragen werd. Heden ten dage kwam dit zelf niet zoveel meer voor. De kimono zou wel uit polyester zijn, een goedkopere soort, want zijden kimono’s kostten heden ten dage duizenden euro’s. Bij heel plechtige gelegenheden en feesten zag men de oudere generatie die wel nog eens bovenhalen. In het begin van de 21e eeuw was deze gewoonte wat verdwenen maar na de Grote Oorlog was er bij een deel van de bevolking, misschien als reactie op de Westerse invloed, een tegenbeweging gekomen die dit gebruik weer promootte. Een terugkeer naar oudere tradities als bezwering tegen de gevolgen die de gemoderniseerde wereld over zich had geroepen.
Deze vrouwelijke bediende moest waarschijnlijk hier voor haar beroep wel de traditionele kledingsstukken dragen. De kimono die met de Nagoya obi voor gewonere gelegenheden en met de Fukuro obi voor meer officiële gelegenheden, een soort brede ceintuur zo vastgemaakt werd dat eerst de rechterzijde van de kimono over het lichaam werd gedrapeerd en dan de linkerzijde van de kimono erover plooide, was een typisch Japans ceremonieel kledingstuk. De obi werd achteraan geknoopt in verschillende vormen naargelang de gelegenheid. Sommige knopen waren werkelijke kunststukken. Een paar kleinere centuren zoals de obi-age en de obi-jime hielden de bredere obi op zijn plaats en werden vooraan ook op een kunstzinnige manier geknoopt. De bediende was een mooi plaatje om te zien en zorgde dat eventuele bezoekers direct in de sfeer van het theehuis gedompeld werden .
            Ji toonde nogmaals zijn nepidentificatie van de Veiligheidsdienst en informeerde bij de vrouw of hij haar iets mocht vragen. ‘Ik passeerde deze week hier langs het Chashitsu Tuyan en ik meende een oude tomadachi, een oude vriend te herkennen aan een tafeltje.’ Hij wees op het tafeltje in kwestie.  ‘Ik kan me zijn naam niet herinneren, want het is al een hele tijd geleden dat we elkaar gezien hebben, maar ik ben zeker dat hij het was. Ik was nogal gehaast wegens een afspraak, anders was ik zeker binnengekomen. Bij mijn terugkomst was hij echter verdwenen. Hij houdt vooral van gyokuro-thee en eet graag nootjes, hartnoot in bijzonder. Zegt het u iets?’
De jongedame legde uit dat haar collega de vorige dagen had opgediend en nu een aantal dagen in verlof was, maar dat zij het zeker aan haar zou vragen bij haar terugkomst. Als de heren de volgende week het Chashitsu Tuyan met nog een bezoekje vereerden zou ze zeker het antwoord  voor hen klaar hebben. ‘Mata itsuka oaishitai desu, ik hoop dat we elkaar nog eens weerzien,’ zei ze met een lichte glimlach.

            Zonder hun teleurstelling te tonen bedankten ze haar. Met een traditionele groet verwijderde de dame zich en Ji en Eagle Eye dronken verder van hun thee. Je kon natuurlijk niet altijd direct scoren maar ze hadden toch dringend eens wat geluk nodig. Een meevaller zou leuk meegenomen zijn. Toch zouden ze moeten wachten, misschien had Gekko meer geluk met zijn onderzoek naar de gemeenschappelijke kenmerken in al die moordzaken die nu al gepleegd waren. Zou hij meer kunnen zien dan de Veiligheidsdienst of waren zij al iemand op het spoor maar hadden ze nog niets laten weten aan de bevolking om het onderzoek niet in gevaar te brengen? Het waren allemaal mogelijkheden die meespeelden en die het hun niet gemakkelijker maakte.

....

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

woensdag 19 augustus 2015

The Woman in Red: Chapter 39















39. Père Lachaise Cemetery

           
Katarina had specified one condition. She wanted to be there when Madame Thérèse would be interrogated. She had every confidence in Frau Bertha but not in the man the German woman had chosen to execute the abduction.
            Helmut had blond hair and sky blue eyes and a body that was fully trained. It was his laugh, she didn’t like. She saw it didn’t reach his eyes and her knowledge of the human nature told her that this German Adonis in reality was as cold as ice and would not withdraw from anything. Even if you couldn’t call their plan for this abduction legal, Katarina didn’t want Madame Dupont hurt. Maybe even worse if she looked into those cool blue eyes of Helmut.
            Of course, Jean-Pierre had made some remarks about that and he objected, she would have a part in this dangerous adventure. His resistance was of no use, Katarina had made her decision and nobody would change her mind. In that case, Jean-Pierre had added she had to take him with her.
            Frau Bertha secretly had laughed a bit, when she saw the couple arguing. Maybe their first row, but with real love that has to be possible. Frau Hofmeister had interpreted their looks earlier that day very well. Nonetheless, she fancied him too, she thought they were a good match.
            First, they had eaten something together and afterward they had left. Helmut with two of his men, Frau Bertha, Katarina, and Jean-Pierre. Both Katarina and Jean-Pierre opened their eyes wide when they arrived at the airport. They would make a short air trip with the Learjet 85 that was at the disposition of the Frau to the airport Charles de Gaulle in Paris. From there they would travel with a little van, extremely fit for the kidnapping, to the address where they hoped to abduct Thérèse Dupont.
            Frau Bertha and Katarina were chatting to each other during the flight. From the comfortable plane, Jean-Pierre looked outside. Meanwhile, they had agreed he would be present with Helmut and his man during the real kidnapping. Frau Bertha and Katarina would lead the interrogation.
            Fortunately, the wife of the German minister knew to tell them that their victim had a date in the Père Lachaise Cemetery, the most famous cemetery in France situated upon and around the hill Champs-l’Evêque. Her late husband was buried there and every month she visited his grave on the same day.
            On the advice of Katarina earlier that day, Jean-Pierre had left the van together with Helmut and his men. He was surprised when he saw one of Helmut’s men take a folded wheelchair out of the baggage compartment. When he had asked Frau Bertha the day before how they practically would execute the abduction, she had reassured and convinced him to trust Helmut and his men and to follow their lead.
            After Kurt had made the wheelchair ready they left for the cemetery. Now they stood a bit undercover after the large tombstone of Honoré de Balzac, waiting for their prey. They hadn’t to wait very long. Frau Bertha’s information was good. Thérèse Dupont, her head covered with a shawl and with dark sunglasses, came walking by. The advantage of this situation was that she always wanted some privacy at the grave of her late husband. It made their plan a lot easier.
            When the woman was praying, Helmut walked through the many visitors in her direction. His friend Kurt followed him directly with the wheelchair with Jean-Pierre in his wake. Jean-Pierre didn’t want to lose Helmut out of sight and fasten his pace so that he passed Kurt and came walking at Helmut’s side. He saw Helmut turning his seal ring so that the thickest side was on the inside of his hand. This told him enough. He had seen enough espionage movies to know there was a little needle hidden inside the ring. Probably with a sedative. What he suddenly thought happened.
            Helmut tried to walk in front of Madame Dupont and while he apologized to her he took her upper arm with the hand with the ring. Jean-Pierre heard a little shriek of surprise from Thérèse. Not more, because a few seconds later the woman staggered to her feet and before she could fall, Helmut had supported her efficiently while his assistant came closer with the wheelchair. The woman was set in the chair while Helmut friendly in his best French put the lady at ease. Nobody had noticed anything. Everything had happened in a minute. Madame Dupont got a belt around her legs and waist while Jean-Pierre and Kurt shielded the sight a bit. A blanket masked these attributes from the bystanders. If someone would ask some explanation they could always tell that their mother became unwell from emotion during her visit at the grave of her husband. But nobody thought the situation was suspicious. Then it was a piece of cake to drive her outside to their van that was parked a little further.
            ‘Everything went as planned,’ Helmut announced to his employer. ‘We will arrive shortly, are you ready in the shelter?’ Obviously the answer was what the blond kidnapper expected because a little laugh floated around his lips. Jean-Pierre noticed that Helmut’s eyes didn’t laugh at all and he got the goose bumps all over his arms, even as it was very warm in the little van.

© Rudi J.P. Lejaeghere
17/08/2015