woensdag 30 september 2015

The Woman in Red: Chapter 45















45. About Family


            Jean-Pierre had ordered breakfast even before Katarina was awake. Meanwhile, he knew her preferences. Three slices of roasted white bread, one with cheese and two with strawberry jam, coffee black and afterward two pieces of fruit, preferably kiwi. Himself, he couldn’t swallow a lot in the morning, nonetheless he forced himself to eat at least one slice of bread.
            The smell of hot coffee had awakened Katarina. She came out of the bedroom, just dressed in her slip. She stretched herself out and smiled at Jean-Pierre. The night’s rest had been good for her. The night before she had thought falling ill. A human being has his limit and after all their adventures around the kidnapping, she had suddenly reached it. Fortunately, a good night’s rest could build a bit  of a reserve;
            Katarina saw a shirt lying around of Jean-Pierre and pulled it smiling over her naked upper body. First she closed every button but when she saw him looking, she teasingly opened some of the upper ones again.
            Jean-Pierre found her so sexy, with her hair in disorder, wearing his shirt and the red slip underneath that he saw now and then. She sat at the table and started instantly eating her slices of bread.
            ‘How are you feeling, Kat?’ He was surprised of her resiliency. It wasn’t evident that a woman who has experienced what she had coped with so fast. Katarina had a strong character. She probably had inherited it from her mother. Despite Jean-Pierre didn’t know what sort of character her father ever had.
            ‘Oh, rather good in our circumstances. I slept very well and I have a lot more energy now.’ In no time, she had finished her slices of bread and she continued skinning her kiwi’s. ‘Thanks for ordering this delicious breakfast.’ The fruit has been just ripe enough and Katarina enjoyed the green fruits.
            ‘I was just thinking that what concern you character you have to resemble your mother’s, or not. Well, after all, I don’t know how your father was.’
            ‘I’ve never known him, but my mother has told me a lot about him. Jean-Luc was a sweet man, naturally soft and he was crazy in love with my mother. It’s a shame that it had to end like that. I think mother hasn’t processed completely, certainly also because Jean-Luc’s family never has helped her.’
            Jean-Pierre furrowed his brow. ‘What do you mean. Did they think it was her fault that they were mobbed,’
            ‘They haven’t said it with so many words, but indeed, I think they thought that. Mother was of a lower class and his family has never accepted that. They have tried everything to take the Chateau from her Jean-Luc had put on her name. She has been harassed for years at a time by her lawyers and other vermin that the family had hired to make her life impossible.
            ‘But they could do nothing about it, certainly if the castle was legally put on her name?’
            ‘No, but at that moment and she never had any proof, someone has repeatedly thrown in some windows and the walls were spotted with words as ‘whore’ and ‘nymphomaniac’.
            ‘How has she started with the services she provided at the castle if I may state it with this euphemism.’
            Katarina sighed a moment. ‘Yes, at a certain moment the treatment they family gave her has finally rubbed her up the wrong way. She said if the family thought she was a whore and a nymphomaniac, she would look for it that her castle would be used to train the best girls and boys for this task. After all, she knew it was just those members of the nobility and the high society that used these services. Revenge is a dish best-served cold and she has reached her goal. Even before the end of the second year she was an established name in her profession. After five years, she was out of the red and still five years later she made more profit that an average good working company. In the meanwhile, she has invested her money in different real property.’
            After this elaborate explanation, Jean-Pierre started to see how things had worked out. At the start, he had thought of the Baroness as an arrogant type of woman. But now that he could form a picture of how she had become like this, he even had some admiration for her and he certainly was sorry for now that she was kidnapped.
            A knock on the door startled him out of thoughts. He went to the door and heard a sort of stumbling in the corridor. Obviously someone had tried the wrong door. To be certain, he opened the door to look inside the corridor. With brute violence the door was fully pushed open and he was catapulted against the wall by the force of it.
            Two men forced their way in and overpowered Jean-Pierre, who from being knocked down was a bit dizzy. Behind him, he heard Katarina yell, but that didn’t last long because he felt the sting of an injection in his neck and everything became black.

© Rudi J.P. Lejaeghere
21/09/2015
             





donderdag 24 september 2015

Requiem: Hoofdstuk 30 (1e deel)








30



            Iedereen in de kamer staarde met open mond naar het beeld van onze planeet Aarde. ‘Is dat via de chip dat je dat beeld krijgt, Gekko?’ vroeg ik verbaasd kijkend naar onze blauwe planeet.
            ‘Een klein momentje nog Yu, even geduld. Het wordt gewoon nog gekker.’ Hij toetste enkele waarden in. We zagen de camera steeds maar inzoomen totdat wij in bovenaanzicht het appartementsgebouw zagen waar wij ons op dit moment in bevonden. ‘Inderdaad, zoals je suggereerde Yu, via de chip is Stephen in verbinding met een aantal satellieten. Allemaal objecten die in een baan om onze planeet vliegen. Naargelang de code die je ingeeft kan je zoals je zelf nu ziet, je eigen positie of coördinaten bepalen via de dichtstbijzijnde satelliet. Moest Stephen voor het venster staan zwaaien zou hij dit ook op dit scherm kunnen zien. Maar het werkt in omgekeerde richting ook!’
            ‘Nu ben ik je kwijt Gekko, uitzoomen bedoel je of wat?’ vroeg ik als leek in het vak en waarschijnlijk in naam van de anderen die even onbegrijpend zaten te staren.
            ‘Nee, nou ja dat kan je natuurlijk wel. Maar gezien ik de code van Stephens chip heb kan ik via Stephen of eigenlijk zijn chip de satelliet laten kijken naar andere doelen. Laat ons bijvoorbeeld eens inzoomen op…..’ Hij goochelde weer wat met zijn instrumenten en zoomde wat in, stelde het beeld scherper. ‘Zo, de ingang van de….’
            ‘Swift!’ klonk het uit de beide monden van Ji Lang en Eagle Eye. ‘Wouw, wat een gevaarlijk dingetje zeg. Daarmee kan je iedereen bespioneren zonder dat de drager langs wie de orders lopen het in de gaten heeft. Voel je er lichamelijk iets van, Stephen?’
            ‘Ik voel me niet anders dan anders.... Er klonk toch wat twijfel in zijn stem. ‘Misschien dat ik me iets moeilijker kan concentreren, een gevoel dat ik soms heb als ik moe ben of juist wakker geworden ben.’
            Gekko knikte.’ Misschien kan dit inderdaad een indicatie zijn dat we in je brein aan het “werken” zijn. Het is wel zo dat deze generatie chips beperkt is in zijn gebruik. Eigenlijk is de chip een tussenstation tussen satelliet en bestuurder om het zo uit te drukken. Maar er is nog één extra optie bij deze chip. Even wachten…’ en hij tikte nog iets in, ‘zo, wie zien we hier op het scherm?’
            Meer dan verbaasd keken we naar een beeld van de kamer van Gekko. Dat was andere koek! Een satelliet kon rechtstreeks of eigenlijk via een tussenpersoon met de chip waardoor hij een breder bereik kreeg alle gebieden op de aarde bespieden. Dat begrepen we nu uit de demonstratie van Gekko. Maar spionage ‘in’ de huiskamer dat was een stap te ver en zeker in de verkeerde richting. Deze mening was iedereen toegedaan.
Gekko vertelde ons in het kort dat hij dacht dat er een verbinding moest zijn tussen de chip en het oog. Op het netvlies van het oog zitten er zenuwcellen die lichtgevoelig zijn verklaarde hij ons. Deze zenuwcellen geven op hun beurt signalen door naar de hersenen en daar worden ze omgevormd tot een beeld. Hij dacht dat op dat moment een verbinding van de chip deze beelden kon capteren en doorzenden waarvan wij nu een staaltje te zien kregen. Af en toe knipperde het scherm als Stephen met zijn ogen knipperde. Op mijn vraag sloot hij ze even voor een paar tellen en werd het beeld inderdaad zwart.
Gekko keek met belangstelling naar onze gezichten. ‘Ik heb gisteren via mijn contact in de Oude Wereld nog een gecodeerd bericht doorgekregen dat men bezig is met de productie van een tweede generatie chips die men de Cyborg-chip heet en die men inplant bij elitesoldaten. Dat klinkt volgens mij niet echt hoopgevend, denken jullie ook niet?’
            Stephen sprong recht en rukte de elektroden los. Gekko slaakte een panikerend geluid maar slikte dit halverwege in toen Stephen vloekte en als een gekooid dier heen en weer aan het stappen was. ‘Dat is een goeie zeg! Wij diplomaten doen ons uiterste best om de verstandhouding tussen onze Werelden gladjes te strijken. We werken ons krom om dat redelijk stuk van vertrouwen die er nu is te stimuleren en nog verder uit te bouwen en men is achter onze rug plannen aan het smeden om een leger van Cyborgs klaar te stomen om….ik weet niet wat, maar het zal wel niet zijn om de kinderen aan de hand over de straat te leiden. Daar wordt ik nu werkelijk woest van.’
            ‘Ja, Furious,’ zei ik stilletjes. Stephen had scherpe oren en draaide zich naar mij om. Ik had dit zomaar gezegd, het was eruit zonder dat ik het wou. Hij keek me aan met zijn lichtbruine ogen waarin er een vuur schuilde waaraan ik mij niet wou verbranden. ‘Oeps, niet zo bedoeld, je hebt natuurlijk gelijk. Dat gaat volledig de verkeerde kant op!’
            Nu glimlachte Stephen toch even. ‘Ik weet het, ik loop soms wat te hard van stapel. Yukiko, je hebt gelijk, ik was even weer dat furieus mannetje van weleer. Maar met reden deze keer, wil ik er wel aan toevoegen. Ik moet dringend nadenken over deze kwalijke ontwikkeling. Ik kan een aantal mensen contacteren uit de Oude Wereld die voor mij het een en ander zullen verifiëren. Hoe kunnen we in godsnaam daar iets tegen doen? Als die oorlogsmachine op gang geraakt, zitten we hier in de kortste tijd met een nieuwe Grote Oorlog.
Gekko had ondertussen de elektroden en alle draden die Stephen had losgerukt ontward en aan de kant gelegd. ‘We hebben een plan. Ik bedoel, de Weerstand heeft een plan. De uitwerking ervan is natuurlijk nu weer wat anders. Die mensen zijn een vredelievende organisatie en van militaire operaties of operaties op vijandelijke bodem, infiltratiemissies en zo hebben ze absoluut geen kaas gegeten. Er is één computer die ze zouden in handen moeten krijgen, misschien zelfs twee of meer want ik veronderstel dat er back-ups zullen zijn.’
Het klonk in eerste instantie gevaarlijk als ik Gekko hoorde over het infiltreren bij de vijand om zijn computers te saboteren.
Gekko legde het plan verder uit. ‘Volgens Feliciano die bij de ICSA werkt, zoals jullie al weten en via hem waar ik de code van Stephens chip heb gekregen, worden alle chips ingelezen en gecodeerd met een bepaald stuk hardware. Laten we het voor het gemak de CCD noemen. Ik vond dit een ongelukkige afkorting omdat die ook staat voor Charged Coupled Device een ander soort chip die vroeger gebruikt werkt in televisieontvangers en camera’s. Schiet dus niet op de pianist, het is Feliciano die mij vertelde dat het stond voor Chip Coding Device. Trouwens hij is in zijn vrije tijd nog uitvinder en op die manier weet hij heel veel omtrent gans dit chipgedoe. Deze codes worden in een databank opgeslagen en worden via deze CCD ook buiten actie gesteld als er een of andere reden ontstaat om een bestaande unit uit te schakelen en een nieuwe te activeren. Gelukkig gebeurt dit niet zoveel, anders lopen jullie in het Westen straks rond met een hele elektronicawinkel in jullie nek. Jullie weten allemaal dat de chip chirurgisch onmogelijk te verwijderen is vanwege de versmelting met de hersenstam. Feliciano is er nog niet uit hoe ze die CCD en die databanken onklaar kunnen maken.’
Het klonk allemaal heel onheilspellend en we hingen aan de lippen van Gekko. Niet alleen omdat hij de man was die de verbindingsman was met de weerstand maar ook om dat hij qua kennis en mogelijkheden de enige was die hieromtrent een oplossing kon voor vinden.
 Gekko draaide nog even een rondje met zijn rolstoel en vervolgde zijn uitleg. ‘Maar misschien heb ik wel een aantal ideetjes hieromtrent die ik nog wat verder moet uitdokteren. Ik heb mijn tijd nuttig besteed, Stephen. Ik heb voor jou al een persoonlijke oplossing. Dit is hier een collar die de uitzending van de chip verstoort.’ Hij toonde ons een soort halsband van een tiental centimeter hoog. Het bestond uit een donkere stof en men voelde binnenin een soort gaas. ‘Het is geen honderd procent veilige oplossing maar het signaal wordt door die band zo gestoord dat het bijna niet meer bruikbaar is om je perfect te lokaliseren of om jouw ogen te gebruiken als camera om iedereen te spioneren. Een uitvinding van onze Westerse vrienden maar die de Weerstand heeft kunnen kopiëren. Feliciano heeft trouwens de chips voor zijn onderzoek op eenzelfde wijze ontvreemd uit het ICSA. Ik heb een van mijn vrienden gevraagd om jullie appartement onder handen te nemen, met jullie goedkeuring natuurlijk. Daar gaan we langs de muren gelijkaardige strips hangen om de signalen te verstoren. Dat zal op zijn minst het zoeken naar Stephen heel wat vermoeilijken. We weten dat hij op de zwarte lijst staat bij Michael dus moeten we ons voorbereiden. Ik heb trouwens bij de proef van zojuist een soortgelijke beveiliging hier in mijn nederig stulpje even uitgeschakeld, anders zouden jullie enkel wat vage beelden met veel ruis tussen hebben gezien.’
Eagle Eye schraapte plots nogal luidruchtig zijn keel. We keken allemaal naar hem om. ‘Euh, bij onze laatste ontmoeting, vergadering, wat je het maar wilt noemen, hadden we het nog over Iro Masowa. Kunnen we daar nog even op terugkomen. We mogen niet vergeten dat er nog altijd een seriemoordenaar rondloopt. Als ik Gekko dit allemaal hoor vertellen zou het mij niet verwonderen dat die het pad aan het effenen is voor die Cyborgs of hoe je ze ook mag noemen. Zoals jullie toen terecht opmerkten…of was het Yukiko die het beweerde, ken ik inderdaad Iro Masowa. Hij is diegene die mij mijn oog heeft gekost. Ik heb altijd beweerd dat ik mijn oog ben kwijtgeraakt bij een of andere schermutseling. In mijn “wilde” jaren was ik ongewild, maar desondanks toch de oorzaak van de dood van een kannibaal.’
Bij Eagle Eye, de altijd goedlachse man, kon er op dit moment geen lach, laat staan een grijns van af. ‘ Ik was op weg naar de Swift,’ vervolgde hij; ‘en wou een kortere weg nemen die als minder veilig bekend staat. Maar zelfverzekerd zoals ik in die tijd was… hmm, nog meer dan nu bedoel ik, zag ik daar geen graten in. Ik werd, om een lang verhaal kort te maken aangevallen door een groepje van zes kannibalen waaronder een jong meisje. Iedereen kan het je vertellen, als je gebeten wordt door een van die schepsels, groot of klein, zelf als je hen kan ontvluchten, dan gaat de beet verzweren. Het is nog erger dan een beet van de Komodovaraan. Uiteindelijk zijn er weinig die er niet iets ernstigs aan overhouden áls zij het kunnen navertellen. Ik weerde me met al mijn kracht dat ik in me had en moet met een of andere zwaai van mijn armen het meisje die bij het groepje hoorde, weg hebben geslingerd. Ze stootte haar hoofd tegen een rots en was op slag dood. Ik had het op het eerste moment zelf niet gezien want ik had mijn handen vol aan de rest. Uiteindelijk had ik de meeste neergeslagen. Ze waren niet dood, enkel bewusteloos en de laatste vluchtte weg.’
Je zag dat Eagle Eye het ganse tafereel weer voor zich geestesoog zag afspelen. Het deed hem geen plezier om hierover te vertellen. Het klonk als een soort biecht, een soort boetedoening zoals hij het verhaalde.
‘Ik hoorde een geluid achter mij en draaide me vliegensvlug om. En daar stond hij…Iro Masowa. Een boom van een vent. Even groot als ik, misschien zelfs nog iets groter. Hij was even kaal als ik, maar ik veronderstel dat het van de straling was. Misschien wel, misschien niet, het doet er niet toe. Hij wees met zijn vinger naar het meisje en toen zag ik pas dat ze bloedend aan die rots lag. Op dat moment drong het tot me door dat ik een meisje van pakweg tien jaar had gedood. Ik keek in de ogen van Masowa en toen sprak hij. Ja, niet in dat taaltje dat de kannibalen tussen elkaar gebruikten, maar in mijn eigen landstaal.
‘Dat is mijn dochter,’ zei hij. Ik wist niet of hij bedoelde dat het meisje een van de leden was van zijn bende of zijn biologische dochter. Dat heeft hij me trouwens nooit verteld. Ik verdedigde me met het feit dat ik aangevallen was en enkel en alleen maar had gereageerd op hun aanval. Ik wees hem op zijn eigen verleden. Hé, het was zelfs een toeval dat ik hem herkende van een pamflet die ik een paar dagen geleden nog had zien hangen. Je kent die dingen wel, er worden er dagelijks van verschillende mensen die niet op het lijntje lopen, gedrukt en rondgedeeld of ze zijn overal op een infobord langs de straten te zien. Ik  moet hem met die opmerking wel ergens geraakt hebben. Maar toen ja,…’
We waren allemaal stil, bleven wachten tot Eagle Eye zou verder gaan. Blijkbaar was hij aangekomen aan het moeilijkste stuk. Ik legde mijn hand op zijn grote knuist en knikte. Een vriendelijk gebaar dat betekende dat hij onder vrienden was en dat wij het begrepen.
‘Toen zei Masowa dat juist vanwege het verleden dat hij nooit zou vergeten en omwille van de omstandigheden hij de rest - hij wees achter mij - niet op mij zou loslaten. Ik keek om en zag op zijn minst vijftig kannibalen die mij waren genaderd. Zo een massa kon ik niet aan. Zonder de genade van Masowa wist ik dat ik daar ter plaatse zou sterven. Ik hoorde plots iets knetteren, iets elektrisch. Iro Masowa had een lange stok in zijn hand waar op het eind vonken uit schoten. Daarvan kwam het geluid. Ik keek naar hem op en hij zei gewoon : Je oog!...Je oog om het bloed van het meisje dat je vergoten hebt. Jullie kunnen de rest wel raden zeker…’
Er liep een traan uit het goede oog van Jérome Shumbwa. Ik wist zeker dat het geen traan was uit zelfmedelijden. Zo dacht Eagle Eye niet. Het was een traan van berouw en spijt voor het meisje dat hij toen had gedood. Eagle Eye wist dat hij dit nooit meer zou kunnen goed maken, hoe hard hij dit ook wenste.



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


woensdag 23 september 2015

The Woman in Red: Chapter 44















44. A new plan

Katarina and Jean-Pierre had listened well to the General. It hadn’t escaped their attention that he pointed at their participation to get Beatrice back. They hadn’t grown wiser when he told them what their role would be at this moment.
            ‘You’ll just return to your room in the Carlton and try to sleep a little bit. Tomorrow you certainly will get new shadows. So never mind and don’t act suspicious. They have to believe that you’re not aware of them.’
            He had taken a little box out of his inner pocket with two little capsules in it. Jean-Pierre thought they looked like a sort of pill. When General de Tavernier explained what these little things could do, both Katarina and he furrowed their brow.
            ‘These are two little transmitters. You have to swallow them at the right time. These little things transmit a signal during the time they are inside you. It lasts till they leave your body in a natural way. Be assured, they are totally harmless for the human body, no radiation or danger op poisoning. I suspect this gangster gang will soon make contact, certainly after their defeat of this night. That’s the right time to swallow these objects. We’ll follow you, whatever happens.’
            Katarina looked at the capsule in her hand, she had received from the General. ‘What happens if they want to harm us. We have seen their faces. Will they voluntary let us go or for that matter release my mother? I don’t have a good feeling about this.’
            The General straightened his back. ‘Katarina, on my honor as a soldier, I promise you, you won’t be hurt a hair of your head or for that matter of your mother’s or Jean-Pierre’s. In the case you think you’re in danger you give a sign.’
            Jean-Pierre widened his eyes. ‘A signal? How do you mean?’ The General wasn’t used to elaborate on his plans with people he assumed to be subordinate because he just let bit by bit let them know how he would act.
            ‘I suppose you simply say you’re feeling nauseous. At the moment we’ll go in pursuit after you, we’ll receive your voices with a directional microphone. When you say the sentence, we’ll hit them, hard and unsuspected.’
            It sounded cool as a war general who knows he has the power and isn’t afraid to use it. They both felt they could trust the man, nonetheless they did now, it couldn’t take the fear away that something could go wrong.
            The General gave them both a powerful handshake and asked Jacques to accompany them to a taxi. Jacques was Jacques and with an ironic grin on his face the opened the door of the limousine and let them get out. It was obvious things wouldn’t get better anymore between Katarina and Jacques. Jean-Pierre couldn’t be sorry for that, he hadn’t liked the guy from the beginning.
            Back in the Carlton Katarina immediately laid herself on the bed. ‘I’m beat, Jean-Pierre. It’s getting all too much. I’m even too tired to cry.’
            Jean-Pierre nodded that he understood. ‘The contrary would surprise me, Kat. We aren’t professionals who on a daily base handle such cases. What has happened has left his traces, that’s very normal.’ He sat beside Katarina on the bed and started softly caressing her cheek.
            ‘Just take me in your arms, Jean-Pierre. I’ve got this desire to be held close. Just hold me and…’ Her voice broke being so tired.
            Jean-Pierre took her in his arms. He felt the feverish warmth radiating from her. It was something he had never felt before. Katarina was dead tired, that’s for sure. Her eyes slowly closed and her breath became deeper. It didn’t take two minutes before she fell asleep in his arms. He almost didn’t dare to move at first, afraid he would wake her from a healing sleep. After a while he gently put her beside him and, without putting his clothes out, he lay down beside her. Jean-Pierre got his arm around her waist and also tried to sleep a bit.
            The last thought that went through his head before he sank away in restless dreams was that he would go through fire to give Katarina back her mother, he would do everything he could to protect Katarina. His Katarina!

© Rudi J.P. Lejaeghere

19/09/2015 


zaterdag 19 september 2015

Refugee












We’re all refugees,
on our way to come home
at a certain moment,
some day
in this or another life,

our soul rooted out,
wrested from and in a fight
to keep alive,

to leave the home of your heart
and to be lonely without a land,
to know that maybe
you’ll never go back again,

dependent on charity
of the decadence of the abundance
and seeing that some
don’t want to break the bread
putting their wines in the deepest cellar

death has been scraped from the waves
as a toxic foam on the lips of the child
that never will return
on this world,

the barricades of the barbed wire
will never stop the hunger,
the blood of this crown of thorns
will again have to be carried
before they will believe again.

© Rudi J.P. Lejaeghere

19/09/2015

Vluchteling












We zijn allen vluchtelingen,
onderweg om thuis te komen
op een moment,
een zekere dag
in dit of een ander leven,

onze ziel ontworteld,
ontworsteld in een gevecht
om te blijven bestaan,

het huis van je hart te verlaten
en eenzaam zonder grond te staan,
te weten dat je misschien
nooit terug zal gaan,

afhankelijk van de barmhartigheid
van de decadentie van de overvloed
en zien dat sommigen
het brood niet willen breken,
de wijnen in hun diepste kelder steken

de dood werd van de golven geschreept
als giftig schuim op de lippen van het kind
dat nooit meer thuis zal komen
op deze wereld,

de barricades van de prikkeldraad
kunnen nooit de honger tegen houden,
het bloed van deze doornenkroon
zal het hoofd opnieuw moeten tooien
vooraleer men het weer gelooft.

© Rudi Lejaeghere
19/09/2015






donderdag 17 september 2015

Requiem: Hoofdstuk 29 (2e deel)














……..



            De senator vloekte als een bootwerker. Gelukkig was er niemand in haar kantoor die het kon horen. Alles ging verkeerd. De leden van het team dat Michael moest terughalen was de een na de ander uitgeschakeld. Nu Jack…dat deed haar het meest pijn en daarom was zij ook woedend. Het was een tweestrijd die in haar woedde. Haar hart tegen haar verstand. Jack wist zo veel, aan  de andere kant had zij wel een hechtere band met Jack dat met de andere leden van het project. Maar er stond zoveel op het spel. Mocht ze dit alles riskeren? Jack was ernstig gewond, kon ze de arts vertrouwen met de eventuele informatie die Jack zou lossen als hij gewond was, misschien in shock geraakte…wie weet?
            Jim McFinster en Edmond Foster hadden samen met het medische team Michael II klaargestoomd. Het was allemaal veel vlugger gegaan dan jaren terug. Nu hadden ze zelfs kunnen kiezen tussen verschillende vrijwilligers. Personen die misschien beter waren dan Michael I, maar zij hield niet van haastwerk en improvisatie. Uit eigen ervaring wist ze dat dit slechte raadsmannen waren. Toch zou ze Michael II, die ondertussen gebrainwasht was en waar bij hem de ingekorte lijst van het project Delete was geüpload, laten droppen. Het was een expert in stadguerrilla, wat hem wel enig voordeel verschafte in de uiteindelijke keuze tussen al de kandidaten. De man was gewoon om in de stad op te gaan, een soort kameleon om dan plots uit het niets toe te slaan en weer op te gaan in zijn omgeving. Het was een van de beste op zijn gebied, een soort moderne ninja…en hij was van Japanse origine, wat hem nog minder zou doen opvallen. Zijn eerste opdracht zou Michael I worden en dan…
            Ze belde via een beveiligde satellietlijn. ‘Dokter Yiu Sing…,’ ze hoorde een stem bevestigend antwoordden aan de andere kant. ‘De arend vliegt niet meer!’ Dit was het wachtwoord waarbij Dokter Sing wist dat hij voor een tweede maal in een half uur gecontacteerd werd door een lid van zijn genereuze betalende werkgever. Alleen wist hij niet dat hij nu met de baas zelf sprak. ‘Heb je Jack Sterlington al kunnen ophalen?’ vroeg ze hem, zonder verdere inleiding.
            ‘Ik ben nu op weg terug naar mijn kabinet. Hij is ernstig gewond en heeft veel bloed verloren. Op dit moment is hij trouwens bewusteloos. Ik hoop dat ik hem nog kan redden.’
            ‘Sorry, Dokter Yiu Sing, er zijn andere belangen die voorgaan. Code 99, ik herhaal code 99.’
            Yiu Sing fronste zijn voorhoofd en reageerde na een moment stilte. ‘Code 99 ontvangen, antwoord Code 37, ik herhaal code 37.’ Tot zijn spijt had hij in codecijfers van aan de andere kant van de wereld de opdracht ontvangen die hij altijd al had gevreesd.
            De senator sloot de verbinding en draaide zich een moment naar het raam waarachter zich een wereld bevond waar het recht van de sterkste gold. Niemand was onvervangbaar! Er blonk niet eens een traan in haar oog toen vooraleer ze verderging met haar werk toch nog even dacht dat zij Jack zou missen.



……..



            Lucy Nicholson was blij dat Feliciano en de andere mensen uit de Weerstand die zij had aangesproken hun proefnemingen op de chip had beëindigd. Er waren een aantal proefdieren gestorven tijdens de experimenten maar aan de andere kant had het hun een zicht geleverd op de mogelijkheden die de chip in zijn mars had. De overheid had hun regelrecht en zonder schroom bedrogen. De chip was een middel om de mens in kwestie te beheersen. Door de verbindingen die gelegd werden in de hersenen kon men het object, want daartoe werd de mens door deze ingreep herleidt, gebruiken als spion. De mens werd een natuurlijke machine, aangedreven door impulsen uit een of andere  machine die hen dingen deed doen die ze normaal gezien uit eigen wil nooit zouden willen doen.
Het was nog erger dan een mens hypnotiseren. Men zei van een mens onder hypnose dat men die nooit iets zou kunnen laten doen die zondigde tegen zijn levensbehoud of die zijn persoonlijke veiligheid in het gevaar zou stellen. Zelfs daarover had zij  haar vragen, maar dit was het toppunt van schending van de menselijke privacy. Het was niet alleen dit, het was een ontwaarding van de mens naar een gewone machine in de handen van diegene die de chip bestuurde.
De tijd was gekomen dat ieder lid van de Weerstand hiervan op de hoogte werd gesteld. Er moesten maatregelen genomen worden om dit tegen te gaan, niettegenstaande het grote risico dat een project op zo’n grote schaal de kans had om uit te lekken en daardoor te mislukken. Hun nageslacht mocht niet onder zo’n regime ontwaken, in zo’n Big Brothermaatschappij leven was een dodelijke erfenis. Het zou niet gemakkelijk worden, de Weerstand werkte clandestien en ze moesten opboksen tegen de megamiddelen die de overheid in het werk stelde om hun doel te bereiken.
            Feliciano had echter een plan bedacht dat misschien zou werken. Maar daarmee was het probleem maar half opgelost. Via hun spionnen die ook geïnfiltreerd waren in het overheidsapparaat wisten ze dat dit het werk was van een geheime overheidsafdeling die onbeperkte middelen tot zijn bezit had en die voor niemand uit de weg ging. De Weerstand anderzijds was een vredelievende organisatie die voor zover mogelijk ingreep op een manier waarbij men zoveel mogelijk probeerde slachtoffers te vermijden. Lucy Nicholson wist dat in deze fase waarin ze nu verkeerden de kaarten anders zouden liggen. Nog een stap verder en de overheid had iedereen in zijn macht. De mens als een machine, een regelrechte nachtmerrie!
Feliciano had via de onweerstaanbare charmes van Iléna Federova de code verkregen waarmee hij de chip kon besturen. Het was gewoon te verschrikkelijk om te kunnen verwoorden. Toen hij hun op een avond, op een onschuldige manier, het hun had duidelijk gemaakt, was iedereen niet alleen geschokt maar verkeerden ze allen in een soort toestand van paniek. Het niet beseffen wanneer men als een robot de handelingen deed wat een man achter een console aan het intypen was, het was hallucinant en onaanvaardbaar.
            Lucy had ervoor gezorgd dat er een communiqué werd verspreid onder de leden van de Weerstand via het Torcomputernetwerk en er werd gevraagd om voorstellen om deze toestand een halt te kunnen toeroepen. Er waren geleerden, ingenieurs en wetenschappers op allerlei vakgebieden in hun organisatie. Wat ze ook nodig hadden en tot op dit moment nooit hadden willen beseffen was een ‘militair’ antwoord op de beheerders van de chip. Feliciano had ontdekt dat er een tweede generatie chips was ontwikkeld die haar nog veel meer verontrusten dan diegene die ze elk van hen met zich meedroegen.
Het was de CB-chip, de Cyborg chip die de drager in een wandelende oorlogsmachine veranderde. Deze chip werd volgens hun bronnen sinds kort ingeplant bij een grote compagnie van gespecialiseerde soldaten, een soort elitekorps. Het zou hen veranderen in moordwapens die zich zonder drang naar zelfbehoud in iedere oorlogssituatie zouden ontpoppen als emotieloze vechtmachines, in zelfmoordcommando’s indien nodig. Ze konden hen programmeren met vaardigheden waardoor ze zonder angst voor kwetsuren of zelfs de dood, een opdracht uitvoerden. De soldaten zouden in de verkeerde handen gewoon robotten worden, mensenvlees dat uitgestuurd werd om dodelijke opdrachten uit te voeren zonder het risico dat ze op het laatste moment zouden aarzelen, zonder dat ze de risico’s die verbonden waren aan zo’n opdracht in rekening zouden brengen. Zij zouden reageren op een signaal en als een zwerm lemmingen zonder verdere vragen zich van een berg in een afgrond stortten als men hen dit opdroeg.
De Weerstand had ook spionnen en medewerkers in het militaire systeem maar deze groep was niet van die aard dat zij een groot deel van de militairen konden overtuigen om over te lopen en zo een verschil te maken in de strijd. Er zou een andere oplossing gezocht moeten worden. Dit was op dit moment de belangrijkste opdracht. Iedereen in de Weerstand was nu op de hoogte gebracht en elk van de leden zocht een uitweg op deze bedreiging. Zoals dit nu evolueerde hadden ze niet veel tijd meer. De CB-chip werd op grote basis geproduceerd wat betekende dat men een grootschalige actie op het oog had. Lucy mocht het zich niet voorstellen wat dit voor de toekomst van de nu al zo beschadigde Wereld mocht betekenen.


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


woensdag 16 september 2015

The Woman in Red: Chapter 43














43. A new ally or not?

            ‘What’s the meaning of this, Mister de Tavernier?’ Katarina deliberately didn’t use his military title. Looking at her eyes, Jean-Pierre noticed she was furious. He really could understand her reaction. Katarina had gone through different emotional climaxes. A roller coaster of feelings, a ride full of terror and fear. It was only the silent threat of the gun, Jacques casually held in his hand, that stopped her from throwing herself on the man with the glass of champagne.
            General de Tavernier kept undisturbed hearing the pressing question of the woman. ‘No drama, please. Jacques, will you put your pea-shooter away before accidents happen. After all, I had asked not to arrest attention. We don’t have to give the Parisian police cause to put their nose in our business.’
            Jacques put the gun in his holster and looked straightly in a hostile way at Jean-Pierre and Katarina. ‘I thought they wouldn’t have come with me otherwise, General. After all, it was the intention that I brought them to you and not that they would run away from us, wasn’t it?’
            The General pathetically sighed. ‘Okay, now that we are here cozily and relaxed together, I want to everybody to be comfortable. Katarina, Jean-Pierre, I don’t mean you any harm. Jacques has always been a bit more dynamic and you, Katarina, should know that.’
            Katarina’s old friend furrowed his brows for a moment but eventually left it for what it was. Obviously the remarks of his employer had gotten through and his glance softened a bit. He still hadn’t handled his defeat at ‘Le Tapis Rouge’. His big ego had been hurt and no one could change that, not even the General.
            ‘I only know and I want to emphasize it, that we had nothing to do with the raid on the castle. Neither Jean-Pierre nor I have informed the police. It has to be someone else. Actually, it does surprise me, you think that way about me, General. I vouch for Jean-Pierre with my life. If you should know what he has done for me lately, you also would be convinced of it.’
            With a smile on his face, the General filled three glasses. ‘Here, drink something to calm down and to renew the friendly relations. I say this Katarina because I know you have nothing to do with that.’
            ‘But…,’ Katarina looked surprised at him, ‘if you know we’re innocent, why all these secretiveness and our experiences with Helga and Irene in the SM-club? They didn’t seem so friendly after all.’
            The army officer made a theatrical gesture with his hand as if he wanted to wave her remarks away. ‘At the start, I have to admit, I had doubts about your friend, Jean-Pierre. Of course, it didn’t help Jacques fueled the fire and I regret that I maybe have acted a bit foolhardy.’
            Jacques grumbled under his breath and took a big gulp of the offered glass of champagne. The two lovers unconditionally had refused their glass.
            ‘In the meantime, we have found the culprit. It was the Madame Thérèse’s driver. He was on the payroll of the French Minister’s friends. Yes, indeed, the man of the tapes.’
            Katarina and Jean-Pierre began to relax. It seemed the blame on their good name had been cleared now. The jigsaw pieces started to fit together. Madame Thérèse and her contacts with the French Minister, the driver in the service of the gangsters and next the subsequent raid on the Chateau, everything fitted was clear now.
            ‘I see you understand now how things are and that I don’t have a special animosity towards you. But, tell me honestly, how is Beatrice?’
            Katarina looked at him in an examining way. She noticed his facial expression was rather worried. She had that much insight into character that she knew that it wasn’t played. Maybe they had found a strong ally. She decided to tell him everything. About their adventures after their escape from ‘Le Tapis Rouge’ and about their meeting with the gangsters who had kidnaped her mother. They made their story shorter by not dwelling on their adventures how they had got hold of the tapes, they only said that they had them in their possession.
            ‘Good, very good!’ The General obviously enjoyed the way they had handled the situation. ‘You have dealt with it in the right way. I was aware of the fact that something had happened with Beatrice. Her kidnapping at the Courthouse told me enough. Considering the murder of Monsieur Charles, there certainly were criminal elements after these events. From this, it clearly follows that they knew about your plans. Unfortunately, I have to assume that these same people have put a tail on you lately. Consequently, they should have followed you to the Moulin Rouge and they know that you’re in this limousine right now.’
            They were startled by the reasoning of General de Tavernier and both Jean-Pierre and Katarina looked anxiously at each other. ‘What do you mean, General, are we in danger?’ ‘What do you mean, General, are we in danger?’
            ‘Don’t panic, I’ve taken precautions and I expect every moment a phone call from one of my men who are in another car.’
            His words weren’t cold yet, or his mobile buzzed in his inside pocket. It seemed as if his accomplice had waited for his signal to call him. He took the sound-making device out of his pocket, flipped it open and listened to it for a moment. ‘Alright… good… put them away safely.’
            Two pairs of eyes looked at him.
            ‘Your shadows accidently have collided with two of my men, figuratively speaking of course. They have been detained in detention and we are lucky, they haven’t contacted anyone in the last hours. I had given the instruction to watch if you were followed from the Carlton to the Moulin Rouge. So yes, I knew in the meantime you were there. Maybe the next time I would take a less conspicuous hotel if you want to keep a low profile. In short, I asked my men to check the last messages on their mobiles and their last one was when you left for the Moulin Rouge.’
            Katarina sighed. She was happy having told everything and she was also reassured that Jean-Pierre’s name was cleared. ‘And now, General, what do we now? Will they not kill my mother now that they haven’t any contact with our shadows.’
            ‘No worries, tomorrow morning the two villains will come awake with a wooden head and will establish that their money, their credit card, and their car will be stolen. An ‘accidental’ witness will tell them what she has seen after they were knocked down and sedated. Why should they doubt the words of a teenager? Certainly, if this one is very convincing, considering the reward I have given. It will be handled as a simple robbery for the money and the car.’         She saw in the General’s eyes, he was running the show and she didn’t have to fear for her mother’s life. ‘That’s good, thanks, but what’s the next step? Will these kidnappers let my mother go in exchange for the tapes? Both my mother and we have seen their faces. I know this kind of people, they are not afraid to retaliate.
            A cool glance glided upon the eyes of General de Tavernier. ‘That’s why we’re going to plan how we can Beatrice back out of the hands of these gangsters and put them behind bars. I fear you still have to play a role in this, but be reassured, I faced a lot worse in my days. These people don’t know with whom they are dealing with… but it won’t take long before they’ll experience it.’

© Rudi Lejaeghere
12/09/2015  
              


vrijdag 11 september 2015

The Woman in Red: Chapter 42















42. Paris by day and night

            The following morning Katarina was listless. She had dreamed terribly. They had lost the tree tapes and wherever they looked they didn’t find them back. In her nightmare, her mother was killed by her abductors and every time she had awakened startled by it. Unintentionally she relived the same situation when she dozed off. It turned out a feverish night from where she came out still tired.
            Jean-Pierre tried to cheer her up by telling her that dreams are deceptive. He showed her the tapes and assured her that he would protect them with his life. Katarina raised with a faint smile that she hoped it would come to that.
            The visit of the Sacré Coeur basilica was, nonetheless Katarina’s mood, a success. Because of Katarina’s fatigue they took the ‘Funiculaire de Montmartre’, the famous funicular, instead of the 222 steps up to the bright white basilica. They heard from their guide that the construction of the basilica had cost 6 million euro’s, at that time 40 million French Francs. They looked with great eyes to the architectural masterpieces of the basilica in Roman and Byzantine building style. They also heard that for the foundation they had dug 83 pits about 45 meters deep. The tolling bell of the Sacré Coeur, the guide was telling, was one of the heaviest tolling bells of the whole world. They needed 28 horses to pull the 19-ton heavy bell up to the Montmartre hill. They got dizzy from these fantastic numbers in their head. A wonderful realization of the architects Abadie and Magne.
            After their visit of the Sacré Coeur, they went also to the Place du Tertre, with the famous stand with paintings especially made for the tourists. The quarter of Montmartre had been known  for a long time for his artists, it drew to this place, especially painters. There they heard of one of the painters that the name of Montmartre actually derived from ‘Mons Martis’ or the ‘Mountain Mars’, obviously because in Roman time there was a temple in that place devoted to the god Mars. Another man told them that the origins of Montmartre derived from ‘Mont du Martyr’, the ‘Martyr Mountain’, because Dionysus, the first bishop of Paris, was decapitated here. They bought a beautiful aquarelle of the Sacré Coeur and after that went off to their room at the Carlton.
            Katarina said she loved to catch up some sleep because she hadn’t had much sleep last night. Jean-Pierre thought it was a good idea and lying close together, he took her protectively in his arms. It didn’t last five minutes before Katarina’s eyes were closed. Jean-Pierre felt the tension of her body changing and now she became more relaxed. He hoped everything went fine. It had just been too much for her nerves the last days. It was natural that a normal person should break under that tension. He had a lot of respect for Katarina that with all the problems concerning her mother’s kidnapping she still reacted so bright. He dozed off for a moment, but he didn’t sleep heavily.
            After a few hours’ sleep, Katarina woke up again and it seemed as if the time she had spent in bed had done her good. She looked a lot more lucid out of her eyes and her smile was back. They dressed up for their visit at the Moulin Rouge. Katarina had never visited this well-known place. She had heard a lot of it and it was one of her dreams to visit it sometime. She was sorry it came true in such circumstances.
            When they were escorted to their places, they saw indeed that it was fully booked. They had to be thankful to Frau Hofmeister, but that was for later. When the curtain went open the show started right away. They saw a whirling spectacle filled with colorfully dressed ladies with fanned out feathers on their costumes and glittering strass. Beautiful scene decorations and a professional dancing group, the famous Doriss Girls, and the Doriss Dancers. Jean-Pierre’s mouth fell open when saw a whole circus on stage with real clowns, acrobats, jugglers, Siamese sisters and 6 little horses. A genuine color palette accompanied by real orchestra music.
            When the Doriss Girls danced the French Cancan it opened the floodgates. The spectators became wild seeing this spectacle. Jean-Pierre looked at Katarina and saw at that moment that a man whispered something in her ear after which her smile disappeared from her lips and she stiffened. The man looked for a moment in the eyes of Jean-Pierre and nonetheless she wore a tuxedo, Jean-Pierre recognized him. Ignace, Katarina’s former friend, nodded politely but cool at him. Ignace just moved his right hand a bit that was hidden under a big white napkin. He saw the top of a gun barrel pointed at Katarina’s lower back. Again he whispered something in Katarina’s ear and she stood up instantly while Ignace made a sign with his head, meaning Jean-Pierre had to follow her example.
            Jean-Pierre couldn’t try a thing. They were among a lot of people here, but he didn’t know if Katarina’s former friend was bluffing that he would execute his threat with his pistol. A nervous finger on the trigger was enough to cause a real tragedy.
            ‘Get in here.’ Ignace was brief and pointed at a black limousine. Jean-Pierre started to hate the color black and especially limousine. All they could do was obey the order and they stepped into the semidarkness of the car.
            ‘Hello Katarina, greetings Jean-Pierre.’ A masculine voice they recognized greeted them inside the car. General Jules de Tavernier was sipping on a glass of champagne and looked at them inquiringly above his glass.

© Rudi J.P. Lejaeghere
05/09/2015          



zondag 6 september 2015

Requiem: Hoofdstuk 29 (1e deel)








29



            Jack haastte zich terug naar de kamer met het altaar en nam werktuiglijk een van de houders mee die op het altaar stond. Hij vervolgde daarna in looppas zijn weg naar buiten naar de kamer met het bureau. Hij had de opdracht op Michael levend mee te brengen. Hij had wapens genoeg bij hem die dodelijk waren, maar die zou hij pas in uiterste nood gebruiken. Toen hij zijn gps nog even controleerde zag hij duidelijk Michaels signaal naderen. Wist de man van de aanwezigheid van Jack of niet? De beste plaats om hem te overmeesteren was in één van de tunnels, daar zou de Nihonto, als Michael hem bij had, niet veel kunnen uitrichten omdat de ruimte ontbrak om deze met doeltreffendheid te gebruiken. Althans dat hoopte hij toch. Jack zette een sprintje in, misschien zou hij het juist halen.
            Toen hij de bureauruimte betrad zag hij Michael nog niet, dus was hij goed opgeschoten. Jack was nog maar een paar passen in de kamer of er schoof achter hem een luik dicht die de toegang tot de gang naar de ruimte met het altaar en de martelkamer afsloot. Michael stapte binnen met een grijns op zijn lippen. In zijn hand hield hij een mobieltje waar hij een code intikte en waardoor de dikke betonnen deur achter hem ook langzaam dichtschoof. Jack besefte direct dat het hier en nu zou uitgevochten worden. Hij had vele mogelijkheden wilde hij Michael doden, maar dat zou hij ten alle koste vermijden. Dat was zijn opdracht, wilden ze Michael levend repatriëren om hem te onderzoeken, herstellen en  terug in het veld te brengen. Hij had zijn Glock 22 en een aantal reservemagazijnen. Zijn Sebenza, een plooimes was altijd nuttig voor een man-tot-man-gevecht maar hij vermoedde dat Michael hem niet zo dicht zou laten komen dat hij het mes zou kunnen gebruiken. Een mes tegen een zwaard was nu ook weer niet het ideale wapen. In zo’n gevallen was het een aftasten van de tegenstander en pas toesteken als je een zekere slaagkans had om je vijand te raken. Zo’n gevechten waar hij in getraind was, waren een aaneenschakeling van schijnbewegingen om de verdediging van je tegenstander te testen, te doorbreken en toe te slaan. Michael had het mobieltje weggestoken en nam een verdedigende houding aan. Zijn linkerhand hield hij om de schede, zijn rechterhand hield het gevest van het zwaard vast. Een afwachtende houding. Jack zou toch nog eerst proberen met woorden om Michael tot andere gedachten te overhalen. Misschien kon hij tot hem doordringen en nodeloos bloedvergieten vermijden.
            ‘Het hoeft niet op deze manier, Michael. Waarom moeten we hierom vechten. Laten we erover praten.’ Michael bewoog zich iets naar links waar hij wat meer ruimte kreeg om eventueel bij een aanval van Jack zijn zwaard vlugger te kunnen trekken.
            ‘Jij bent een Zwarte Engel,’ reageerde Michael. ‘Ik herinner je me. Ergens op straat, ik werd verdoofd en jullie hebben iets met mij gedaan. Er zijn ondertussen vele jaren verstreken en er zijn ook veel stemmen bijgekomen. Ik kan niet naar allemaal luisteren. Sommigen zijn slechte raadgevers. Wat doe je trouwens hier? Mij proberen terug te brengen? Naar waar? Hier is mijn plaats en hier moet ik mijn opdracht volbrengen. Jullie… jij wilt dit tegenwerken, dat kan ik niet toelaten.’
            Het viel Jack op dat hij sprak over al die stemmen in zijn hoofd. Bedoelde hij de stemmen van Markus en hun groepje of was hij volledig doorgeslagen. ‘Welke stemmen Michael? Wat zeggen ze, wat moet je doen van hen?’
            Michael bewoog zich onrustig, nu weer naar rechts, dan weer naar links, maar hij had nog altijd niet het zwaard getrokken. Zijn oogleden waren wat toe genepen in uiterste concentratie. Jack zag dat zijn knokkels van zijn rechterhand, waarmede hij het zwaard vasthield wit waren. Voor zover hij wist was dit niet de juiste manier om een zwaard te trekken. Michael had met zijn zwaard weliswaar vele slachtoffers gemaakt maar hij had nooit zijn gevechtstraining kunnen uitproberen tegen een waardig tegenstander. De greep om het gevest moest ferm maar toch los zijn. Het was een fout van een beginneling. Maar een Nihonto was nog altijd een gevaarlijk en scherp wapen. Een goede slag kon de dood betekenen.
            ‘Ik heb een opdracht te vervullen. Stephen March! De stem zegt me dat hij moet verdwijnen. Ze klinkt als een Engel, de stem, een Witte Engel. De enige die ik mag volgen. Nu moet jij ook verdwijnen. Je hebt mijn schuilplaats ontdekt, ik kan je niet laten gaan.’
            Ze? Jack fronste zijn wenkbrauwen. Voor zover hij wist was er geen enkel vrouwelijk lid die instructies voor Michael had ingesproken. Michael moest volledig kierewiet geworden zijn en alles door elkaar draaien in zijn hoofd. Een Witte Engel, pff…straks vertelde hij dat Jack de Duivel was. Nou ja, dat had hij al gedaan of niet soms. Een Zwarte Engel, hmm, jammer dat hij zijn vleugels had vergeten, al was hij wel al vliegend hier gekomen.
            Jack hield de houder die uit een zware houtsoort met metalen bekleding was gemaakt in zijn beide handen vast. Zonder gevecht en alleen met woorden zou hij zich hier niet uitpraten. Had hij een kans, was Michael werkelijk zó goed? Jack maakte een eerste schijnbeweging door een kleine stap naar voor te bewegen. Hij had nauwelijks zijn voet neergezet of Michael had de Nihonto in één vloeiende beweging getrokken. Jack schrok van de vlugge reactie. Ze stonden nog te ver van elkaar dat hij hem kon raken. Michael deed plots vliegensvlug een paar stappen vooruit en met een zwaaiende beweging zoefde de Nihonto boven het juist ingetrokken hoofd van Jack. Die had hij zien aankomen. Had hij zich niet op tijd gebukt, was hij nu al een kopje kleiner gemaakt. Jack wist dat de tien bovenste centimeters van het zwaard het scherpste en gevaarlijkste was aan de Nihonto. Dit deel sneed als een scheermes. Hij maakte zich altijd vertrouwd met de eigenschappen van de wapens van zijn vijand, als hij die info bezat. In het geval  van Michael wisten ze heel veel, maar blijkbaar toch niet alles. Hij stapte vliegensvlug een aantal schreden achteruit om beter de top van de Nihonto te vermijden, maar voelde de boord van het bureau in zijn rug. Hij kon niet verder uitwijken.
            Zijn aanvaller zag dit ook en grijnsde. Met een paar grote stappen had Michael de afstand tussen hem en Jack overbrugd terwijl hij een aanvallende slag deed. Jack pareerde met het houten stuk. Hij hoorde aan het geluid van de slag dat het zwaard het metaal dat de houten houder bekleedde, had geraakt. Zijn beide armen zinderden van de slag en het kippenvel liep langs zijn rug van het griezelig geluid van metaal op metaal.
Michael viel direct terug aan, hij was te driest, dacht dat hij de overhand had. Maar hij had nog nooit tegenover een tegenstander als Jack gestaan. Deze had in zijn jaren van huurling menig man-tot-man-gevecht gewonnen. Sommige zonder een schrammetje maar andere met ernstige verwondingen, maar hij was toch steeds de sterkste en slimste vechter geweest en…hij leefde nog wat van vele van zijn tegenstanders niet kon gezegd worden.
Hij maakte terug een schijnbeweging waar Michael direct als een schicht op reageerde. Jack kon de slag weer met zijn verdedigingsstuk afwenden, maar op het moment dat Michael zijn zwaard terugtrok, sprong hij vooruit en schopte Michael zijn voeten van onder zijn lichaam uit. Deze maakte een harde smak op de grond en bleef een kort moment, verdoofd van de val, liggen. Dat was juist genoeg voor Jack om met een elleboogstoot het licht uit te doen voor Michael. Het was niet omdat je tegenover een zwaardvechter stond, dat je volgens ‘zijn’ regels moest vechten. Er waren al veel tegenstanders van Jack die dit aan de lijve hadden ondervonden. Jack vocht nooit volgens de regels. Dat maakte je enkel voorspelbaar en dat was in zijn beroep een slechte eigenschap.
            Hij maakte het zwaard los uit de hand van de gevloerde Michael en wierp het achter bureau dat hij met een krachtinspanning tegen de muur schoof. Michael, als hij bijkwam zou niet direct bij zijn zwaard kunnen. Het zou Jack genoeg overwicht geven om hem nog eens te vloeren als dat nodig was. Hij doorzocht zijn zakken en vond het mobieltje waarmee Michael de deuren had gesloten. Hij browsete door het menu en vond een aantal codes. Nog een geluk dat de meest gebruikte codes bovenaan stonden want bij zijn tweede poging gingen de beide deuren terug open.
            Jack voelde meer dan hij het hoorde of zag dat er achter hem iets gebeurde. Voor hij iets had kunnen doen, werd hij in een houdgreep genomen. Zijn aandacht was een paar seconden afgeweken door  het gebruik van het toestelletje die hem weer naar buiten zou leiden en blijkbaar was Michael uit harder hout gesneden dan hij dacht. Hij was vlugger tot zijn positieven gekomen dan Jack had verwacht. Jack voelde de druk toenemen op zijn luchtpijp en er verschenen sterretjes voor zijn ogen. Michael wou hem hier ter plaatse wurgen en een einde maken aan het gevecht. Als Jack hier in de eerste tellen geen einde aan maakte was het voorgoed voorbij. De druk nam nog steeds toe en Jack zakte half door de knieën.
Jack liet zich nu volledig slap hangen. Hier had Michael niet op gerekend en Jack voelde de greep iets lossen. Michael probeerde hem daarop weer terug in zijn wurggreep te krijgen, maar Jack zat ondertussen in een geknielde positie, waarbij Michael enigszins uit balans getrokken werd. Jack probeerde met al de kracht die hij nog bezat zijn lichaam om te draaien en daarbij met een van zijn benen naar achteren te schoppen. Door deze beweging kreeg hij plots een arm vrij en die haalde hard uit naar achteren in het middenrif van zijn tegenstrever. Direct kreeg Jack meer lucht en kon zich met een achterwaartse kopstoot en nog een paar korte elleboogstoten zich vrijmaken. Daarop draaide hij zich in de richting van zijn tegenstrever en probeerde geknield recht te komen. Een pijnscheut schoot door zijn linkerzij. Hij greep zijn Glock 22 en richtte hem op Michael die midden in een beweging plots stilstond. Had hij nog één pas gedaan, Jack had geschoten én hij richtte op het hoofd van zijn tegenstander.
            Michael stond voor hem met een mes in zijn handen dat hij direct herkende. In de schermutseling had die zijn Sebenza kunnen ontfutselen. Nu pas begreep Jack wat er gebeurd was. Zijn blik gleed naar zijn zij. Hij zag dat hij ernstig geraakt was. Het bloed begon zijn vest donker te kleuren. Toen hij een paar tellen later opkeek was Michael verdwenen. De vogel was gevlogen. Jack wist dat hij te laat was. Michael was hem voor de tweede maal ontsnapt. Hij inspecteerde voorzichtig zijn wonde en zag dat deze van die aard was dat hij zijn opdracht niet zou kunnen voortzetten. Hij strompelde zo goed en zo kwaad mogelijk als het ging naar buiten. Daar probeerde hij met zijn satelliettelefoon dat het bericht automatisch scramblede contact op te nemen met het hoofdkwartier.          
‘Kelder, hier Jack, hulp verzocht, ernstig verwond. Heb niet meer de mogelijkheid om opdracht voort te zetten. Kelder, hoort u mij…?
Gelukkig hoorde hij na een poos de stem van Markus die hem vertelde dat Clint ondertussen teruggehaald was en dat hij nu in de goede handen van een medisch team was. De vooruitzichten zagen er goed uit omdat de Invisible IV nog aan het bijtanken was op de  Millitärflughaven Erding in Beieren toen Jack hulp inriep voor Clint. Ze hadden ondertussen de toestand van zijn vriend Clint Ellory kunnen stabiliseren.
De andere kant van de medaille was dat de Invisible IV op dit moment al terug op zijn thuisbasis Naval Air Station Point Mogu in de staat Californië teruggekeerd was. Markus stelde voor om direct de senator zelf door te schakelen. Die zou misschien voor een snellere oplossing kunnen zorgen. Markus wist van de verhouding tussen Jack en de senator en zij had de macht om bergen te verzetten, voor hem was dit de beste manier om vlugge resultaten te bekomen.
‘Jack…hoor je mij?’ De senator klonk heel anders door deze satelliettelefoon dacht Jack ofwel was hij vlugger aan het verzwakken dan hij dacht.
‘Hier Jack. Michael is mij ontsnapt. Hij heeft mij verwond en ben niet meer in staat om de opdracht verder te zetten. Heb dringend medische verzorging nodig. Kan je even met je toverstaf zwaaien, schat, ik denk dat dit nú wel het juiste moment is,’ klonk het wat geforceerd ironisch uit zijn mond.
De stilte aan de andere kant van de lijn was niet abnormaal. Waarschijnlijk was de senator de situatie aan het inschatten en keek hoe hij het rapst kon gerepatrieerd worden.
‘Jack, sorry schat, maar ik vrees dat ik mijn hand wat overspeeld heb. De Invisible IV is op dit moment niet meer te mijner beschikking. Die is met de andere stealths die we hebben op een geheime missie. Ik kan natuurlijk een ander vliegtuig zenden maar dat maakt het risico op onderschepping heel wat groter en politiek gezien kan ik mij dat niet veroorloven. Ik vrees dat je aangewezen bent op eventuele hulp ginder ter plaatse. Markus zal je een adres doorgeven van iemand van de plaatselijke bevolking die op onze payroll staat en die je de nodige zorgen zal kunnen verlenen. Ik schakel Markus terug door.’
Zo koel had hij haar nog niet meegemaakt, toch niet als zijn minnares, hij hoopte dat ze meer moeite zou gedaan hebben. Aan de andere kant als hij wat verder op de zaak doordacht, begreep hij dat haar handen als politieker soms gebonden waren en zij heel voorzichtig moest zijn met het project Delete waarvan zei de leider was.
Hij kreeg van Markus het telefoonnummer van een arts in Sanctuary en een code om zich bij deze man te introduceren. Markus zou de bewuste arts ondertussen briefen, zodanig dat hij op de hoogte was.  Jack verzekerde op zijn beurt Markus dat hij zich geen zorgen moest maken vooraleer hij afscheid nam. Daarna probeerde hij uit zijn eerste-hulpkit iets te vinden die het bloeden zou kunnen stelpen. maar die was niet voorzien op zo’n ernstige wonde. Jack wist dat hij vlug hulp nodig had. Hij maakte een prop van een stuk gaas en duwde dit zo hard en zo diep mogelijk hij kon in de wonde. Jack kon een kreet van pijn niet vermijden toen hij dit deed. Daarna hield hij de prop ter plaatse met de rest van het gaas dat hij rond zijn middel goed vastsjorde. Hij wist dat het enige dat hij nu kon doen, was zoveel mogelijk druk op de wonde geven. Hoe erg of hoe diep de wonde was, zou pas bij onderzoek blijken. Gelukkig kreeg hij direct contact met de dokter die na de code gehoord te hebben en de juiste coördinaten ontving waar Jack zich bevond, beloofde binnen het half uur bij hem te zijn. Jack hoopte dat hij nog zoveel tijd had.



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere
06/09/2015