donderdag 29 oktober 2015

The Woman in Red: Chapter 49
















49. In the lion’s den

            Finally, they left the parking of the Carlton without anybody causing trouble. Both of them abducted couldn’t lift a finger against the precautions the gangsters had taken. They were handcuffed and gagged again so that they couldn’t communicate.
            The trip with the car took about an hour. The car stopped in the surroundings of Paris. A long entranceway led to a house. Because of the trees that were on the side of the road, this building had been hidden in a sea of green. After the gangsters had entered the code at the gate, both parts of the gate swung open and they could continue their drive.
            The car drove in front of a Victorian style building, an exception on the houses you found in this region. It didn’t matter a lot to Jean-Pierre or Katarina. They were trapped and a some kind of house couldn’t change their feelings about what happened.
            The car stopped for an annex of the big building. The leader of the scoundrels led them inside the house while his accomplices parked the car in a garage.
            Without delay, he directed them to the second floor.
            ‘I am still convinced that you know more than you are saying, but be sure, before the sun sets, you’ll tell me the truth.’ The voice of the pedantic gangster brought them back to the painful reality.
            ‘Sorry, Katarina, but your voyage can end here. The third tape is extremely important, but as I said just now, you know more than you’re letting loose. Here you can cry or yell, nobody will come to help you.’
            Both Katarina and Jean-Pierre felt he wasn’t bluffing. If nothing happened now, this would be their swan song. Jean-Pierre looked at Katarina. What he felt transcended any fear or panic. The only thing he could think of was Katarina. Her well-being was a lot more important than his own health. He loved her and he would die for her, but he hoped from the deepest of his heart that his death wouldn’t be in vain.
            However, Katarina reacted very strangely. She looked the gangster straight in his eyes and made incomprehensible sounds due to the fact she was gagged.
            ‘Have you anything to say, before I explain the principle of waterboarding. I can assure you, nobody can resist this method of torture. Nonetheless, you’re not actually drowning, it only feels that way. The panic you experience in your body is beyond words. A lot of stronger persons had to admit defeat after this treatment.
            Both accomplices had been busy in the meantime. They had filled the bathtub in the bathroom. Without waiting and with muffled sounds they pulled Jean-Pierre to the bathroom. Katarina too was taken and put on a chair beside the bathtub.
            Jean-Pierre knew he really would die now. This was his last moments alive. He had gone along on an adventure that would end badly. They would let him undergo the worst torture existing. He had read about this method. Nobody could withstand this ordeal, everybody succumbed to this way of persuasion. A few minutes with a wet towel over your head and the water poured over your face became a real agony.
            With the first liquid coming through the towel, you tried to keep breathing. But the continuing flood of water made it impossible. The first thirty seconds every man could survive. But after a short break a repetition of this procedure was something you couldn’t compare with anything. The mind was broken after a few attempts with this procedure. The gangsters knew how to break someone.
            ‘I’m going to drown your friend bit by bit, Katarina. If you love him, you will tell us, how we make contact with that so called General or anybody who has the third tape in his possession. This is the ultimate chance.’
            Katarina mumbled some unintelligible sounds and seemed to be panicking. ‘Do you have to say something, maybe before we drown your dear friend?’ The gangster seemed to have fun. He made a sign at one of his accomplices.
            He came to stand behind Katarina and removed the gag out of her mouth.
            Katarina took a large breath of the fresh oxygen that now was available when they took the gag away.
            ‘I will tell you everything, the truth.’
            The leader frowned. ‘Now you will sing, my dear. I assure you, I don’t make empty threats. Your friend will go down if you don’t sing the song I want to hear. Do you really understand what that means?’
            Katarina nodded with all the conviction she had still in her as if her life depended on it.
            ‘Okay, let’s hear, we are all ears, darling.’
            ‘Please,’ Katarina had to take a breath before she could go on, ‘can I have a glass of water before I speak any further, I’m feeling unwell.’
            The bandit smiled. ‘Not a problem, Katarina. A glass of water can’t be in the way of the truth. But I warn you, if I’m not happy about your story, I’ll let you choke in that bit of water. Capisce!’
            Nonetheless Katarina’s intervention, panic overwhelmed Jean-Pierre’s body and you could read the death agony in his eyes. He didn’t understand it anymore when suddenly hell broke loose.

© Rudi J.P. Lejaeghere
09/10/2015 



zaterdag 24 oktober 2015

Requiem: Hoofdstuk 32








32



            Na de mail die Feliciano Díaz had ontvangen van Gerekko Dai had hij zich even in het haar gekrabd. Vreemde man die Japanner, maar een genie op zijn terrein. Software en programma’s hadden voor die kerel uit de Nieuwe Wereld geen geheimen. Gerekko zou zorgen voor het middel om de Chip Coding Device te saboteren. Hij vroeg Feliciano wel om de mankracht om het middel dat hij zou uitdokteren ter plaatse te installeren. Dat wou zeggen dat hij een ICT-deskundige nodig had en daarnaast een paar mannetjesputters die op het gepaste moment zich toegang konden verschaffen op een plaats waar men normaal gezien niet zomaar binnen kon wandelen. De CCD bevond zich in een hoog beveiligd kantoor in het centrum van de Kelder. Automatisch dacht hij aan Iléna Federova. Zij was een vrouw die haar mannetje kon staan, zeker op het gebied van Aikido waar zij in uitblonk. Hij had zowel naar haar als naar de andere leden van zijn cel via gecodeerde mail een klein berichtje gezonden om een samenkomst te beleggen in het Gewonnen Goed.
            De drankjes waren geserveerd en de vier waren voor de zoveelste keer te samen om te beraadslagen over de verdere stappen die Feliciano met Gerekko had besproken.
            ‘Iléna, ik heb een man of vrouw nodig die na diensttijd binnengeraakt in de Kelder waar de CCD staat. Dus iemand met speciale vaardigheden. Jouw aanwezigheid op dat moment zou de slagkracht, indien nodig, ook van nut kunnen zijn. Ken jij iemand die aan die voorwaarden zou kunnen voldoen?’ Iléna nipte aan haar drankje en keek met haar grijsgroene ogen even bedenkelijk rond naar haar vrienden van de Weerstand, die  op hun beurt aan het meedenken waren over de vraag van Feliciano.
            Edmond Foster zou zijn gewicht wel in de schaal willen werpen als het om een krachtproef ging, maar dit vereiste meer gekwalificeerde eigenschappen waarover hij niet beschikte. Hij voelde zich een beetje als het vijfde wiel aan een wagen in de cel van vier. Feliciano kwam altijd met zijn weetjes uit het ICSA op de voorgrond. Iléna was qua verleidster voor potentiële mannelijke doelwitten en Aikido-beoefenaarster een goede aanwinst voor de cel. Lucy Nicholson had de leiderskwaliteiten die nodig waren voor een cel, misschien zelfs om op grotere schaal iets te organiseren. Edmond wou zich nuttig maken, maar op tot op dit moment had hij zichzelf nog niet kunnen bewijzen, wat hem enigszins frustreerde.
            Iléna slikte het laatste restje door van haar drankje. ‘Ik ken een tweetal dat voldoet aan deze vereisten. Je neemt ze alle twee of de zaak gaat niet door. Zij werken altijd te samen, maar ze zijn de beste insluipers die ik ken.’ Iléna kende veel van die mensen die op de grens van de wet balanceerden. Noch Feliciano of de andere leden van de cel vroegen hoe het kwam dat zij zo’n connecties had. Het feit dat ze er op deze momenten beroep op konden doen was voor hen voldoende. Daarbij bleek het meestal om mensen te gaan die haar vertrouwen niet beschaamden. Ze zag er dan misschien heel lief uit, maar sommigen die haar hadden proberen te misleiden, waren van een koude kermis thuis gekomen. Als compensatie voor hun acties had ze hen elke hoek van de kamer laten zien, wanneer ze haar mening over vertrouwen en respect duidelijk had gemaakt. Het bleek voor hen een uiterst pijnlijke ervaring te zijn waaruit ze meestal hun les trokken en de volgende keer mooi ja, mevrouw zeiden als zij iets vroeg en het zonder fout ook waar maakten!.
            ‘Oké, laat hen weten dat we beroep op hen willen doen. Ik laat je nog de datum weten. Gerekko Dai is bezig met “zijn ding”. Van het moment dat ik het groen sein van hem krijg, geef ik een seintje en zetten we alles vast.’ Feliciano dacht nog even na. ‘Iléna, zijn ze duur, dat duo van jou?’



……..



            In het huis van de senator was het heel druk. Haar campagneleider Rick Stanton had een receptie georganiseerd waarbij de meest invloedrijke industriëlen uit de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap waren uitgenodigd. Hij liep van hot naar her, instructies gevend aan het bedienend personeel. Hij moest zorgen dat alles op rolletjes liep en daar kwam heel wat planning bij te kijken.
Het aperitief waarvoor men gekozen had, was gemaakt op basis van roze champagne met een paar frambozen met een frisse tint van mint. Men mocht deze niet te vroeg uitschenken, anders zou de champagne te vlug opwarmen en zouden de vruchtjes te slap worden. De vele hapjes waren juist klaar, het cateringbedrijf kende zijn vak. In de ruime keuken was men nog bezig om de laatste stuks op plateaus te leggen. Dat had hij ook nog even gecheckt. Ook de inkomsthal had hij reeds gecontroleerd. Daar stonden een aantal mensen klaar om de mantels en bijhorigheden in de vestiaire te bergen. Iedereen was op zijn paasbest gekleed. Het moest vlekkeloos zijn anders was dit een smet op zijn blazoen. Hij draaide zich zo vlug om, er juist nog aan denkend dat hij nog de toiletten moest checken, dat hij bijna de senator zelf omver liep.
            ‘Kalmte alleen kan je redden, Rick. Alles ziet er piekfijn uit. Zorg zeker dat de glazen van onze gasten gevuld blijven. Die mensen hebben toch allemaal hun chauffeur mee, dus we moeten ons geen zorgen maken dat ze ongelukken veroorzaken die ons in een slecht daglicht zouden stellen. Let er wel op dat de chauffeurs iets te eten krijgen, maar geen alcohol. Er is frisdrank genoeg voorzien voor hen. Oké, dat was het, ik denk dat het ongeveer het moment zal zijn dat de eerste gasten zullen arriveren. Ik zal mij maar naar de ingang begeven om iedereen welkom te heten zoals het een goede gastvrouw betaamt,’ glimlachte ze. Met een waardigheid van een koningin schreed ze in haar adembenemende rode japon met diepe decolleté naar de dubbele deur die ondertussen wijd openstond en waarlangs iedereen moest binnenkomen.
            Op een teken van Rick werden de eerste glazen gevuld en begon in de hoek van de zaal die voor de  gelegenheid was ingericht een strijkersensemble te spelen. Iets lichts van Mozart om te beginnen, dat kon iedereen wel smaken bij een glaasje champagne. De senator zou een drankje krijgen dat niet-alcoholisch was, maar dat in uitzicht niets verschilde met de alcoholische versie. Een kwestie van het overwicht te bewaren op zij die beneveld zouden geraken op deze receptie.
            Vanavond was een van de belangrijkste momenten in het leven van de senator. Ze moest zoveel mogelijk van haar gasten warm maken voor haar zaak. Via hen zou er ook invloed uitgeoefend worden op andere groepen die dan weer invloed hadden op… enzovoort. Het was net een sneeuwbal op een helling. Als de sneeuw maar goed plakte kon hij niettegenstaande als een klein bolletje begonnen, beneden als een imposante en krachtige reuzenbol sneeuw de nodige impact geven. Haar gasten had ze met zorg gekozen. Niet alleen waren ze één voor één allemaal invloedrijk in hun eigen branche, maar het waren ook allemaal mensen die er hun hand niet voor omdraaiden om langs minder gangbare manieren fortuin te maken. Zakenmensen kenden maar één God en dat was geld en de macht die ermee gepaard ging. Voor hen smaakte dit nog beter dan het beste glaasje champagne, zelf met een framboos erin gepresenteerd.
            De Amerikanen maakten als eersten hun entree. Je kon ze van ver horen komen, luidruchtig en heel opvallend. Hun gezichten en lichaam waren getekend door een leven van alcohol en ongezonde eetgewoontes gepaard aan lange nachtelijke uren. De ringen op hun vingers en hun met edel metaal opgetuigde dames die ze meezeulden flikkerden heel rijk als levensgrote neonletters. Ze voelden zich direct thuis en de senator verwees hen na een korte welkomstgroet naar de hapjes en de drankjes. Het was wel een voordeel dat haar landgenoten als eersten waren gearriveerd. De sfeer zat er direct in en het strijkorkest probeerde met een ietsje levendiger zigeunermelodie wat boven het rumoer van de luidruchtige Amerikanen te geraken.
            De tweede linie was een mengelmoes van Europese en Afrikaanse zakenlieden. De stijve Europeanen, die straks na een drankje wel wat losser zouden komen en dan de kleurrijke Afrikanen waarvoor ze eigenlijk het meest schrik had. Was het een vorm van xenofobie, een vrees voor alles wat vreemds is, een racistisch tintje wat ze zichzelf nooit zou toegeven, maar die er onderhuids toch aanwezig was? Iedereen had wel een presentje mee voor haar, waarvoor ze iedereen met evenveel enthousiasme bedankte en het pakje dan aan de mensen van Rick Stanton doorgaf. Misschien als ze er morgen zin en tijd voor had, zou ze wel eens kijken of er iets moois tussen zat die in het interieur van haar huis paste. De rest zou met het juiste label geklasseerd worden en pas bovengehaald worden en zijn plaatsje krijgen gedurende de periode dat die persoon haar weer eens met een bezoekje zou vereren. Een kwestie van op het gepaste moment de ijdelheid van die persoon te strelen.
            Binnen het uur was bijna iedereen aanwezig buiten de paar eeuwige telaatkomers. Ze bemerkte - zoals ze reeds wist - dat velen onder hen elkaar kenden en direct contact zochten bij een drankje en een hapje. Deze sfeer van samenhorigheid en informaliteit zou haar doel goed dienen. De wereld was klein en de mensen die de werkelijke macht in handen had waren hier vanavond allemaal te samen in dezelfde zaal. Ze spraken allemaal dezelfde taal. De taal van geld en macht. Wat kon het leven toch mooi zijn, dacht de senator.
            De champagne vloeide als nooit droogstaande rivieren en de hapjes werden naar binnen gewerkt alsof de zakenmensen de laatste twee dagen gevast hadden in het vooruitzicht op deze receptie. Misschien was dit wel voor sommige onder hen het geval. Ze moest vooraleer iedereen boven zijn theewater geraakte de nodige gesprekken voeren.
            Zo plantte ze haar zaadjes in alle staten en in alle landen. Via hun industriëlen die direct hun voordeel zagen in het plan die ze voor ogen had, kon ze rekenen op fondsen die ze nodig had voor haar plan. De CB-chip was een dure aangelegenheid zeker om het op grote schaal te vervaardigen. De brainwashing, de nieuwe programmering en de fijnere afstelling bij de uitverkorenen soldaten, daar ging wat tijd in als je het goed wilde doen.  De Afrikaanse delegatie kon haar zeker helpen in de opleiding van haar leger. Er waren hier zelf vanavond een aantal landen vertegenwoordigd van continenten die befaamd waren om hun guerrillakampen.
            Een voor een werden de vertegenwoordigers na de hors-d’oeuvres in haar werkkamer uitgenodigd waar ze haar voorstel uiteenzette. Het was een voorstel waar de gast in kwestie veel geld aan kon verdienen, maar daarvoor was een zekere inzet nodig. Een bedrag met een aantal nullen die haar fondsen zouden spijzen om alles mogelijk te maken wat ze voor ogen had. 
De avond was nog jong en ze had al zeker een tiental beloftes losgeweekt en de chequeboekjes werden met regelmaat en gretigheid bovengehaald. Ze beloonde hen met het gepaste respect. Iedereen moest echter bij akkoord een contract ondertekenen waarbij de voorwaarden werden uitgestippeld dat bij een terugtrekking van hun beloofde steun ze de senator voor vijftig procent van het beloofde bedrag zouden moeten vergoeden. Om dit te vermijden had ze zich goed voorbereid. Een Amerikaan was geen Europeaan en een industrieel uit Zuid-Afrika was nog geen zakenman uit Nebraska. Ze kende haar pappenheimers en was goed ingelicht door haar mensen. Ze kende de zwakheden van ieder van hen en soms moest ze even een toespeling maken op haar geheime kennis over hun zwakheden en hun geheimen - die dan weer voor haar niet zo geheim waren - om hen weer op het goeie spoor te helpen. Kennis was ook een soort macht, eentje waar zij de kracht niet van onderschatte.
Nadat ze iedereen, zonder uitzondering persoonlijk had gesproken was het tijd om te vieren. Het cijfer dat ze in haar hoofd had, was in ruime mate overschreden. Morgen zou ze op haar rekening zien wie zich niet aan de afspraken hield. Deze mensen zouden nadat ze haar hadden vergoed volgens de gestipuleerde punten in de overeenkomst een schielijk ongeval overkomen.  Haar plan zou een financieel succes worden en niet te vergeten, het zou haar de macht over de beide Werelden in handen spelen. Ze had haar contacten op de juiste plaatsen en die zou ze gebruiken zonder rekening te houden met hun persoonlijke instemming of tegenwerpingen.
Ze had de stemmen niet nodig van de bevolking en de steun van gelijkgestemde zielen in de senaat was met sympathie onthaald. Diegenen die het anders zagen zouden onder de kracht van haar macht moeten wijken of anders…Ze dacht plots aan Jack. Jammer, hij zou trots op haar geweest zijn. Jammer dat hij haar had teleurgesteld. Ooit had ze gedacht dat hij aan haar zij zou staan. Nu besefte ze dat er maar plaats was voor één persoon aan de top. Zeker als ze de macht die ze zou hebben, willen behouden. Daar was voor niemand anders plaats. Zelfs niet voor liefde. Sorry Jack!



……..



            Zijn wonde deed weer pijn. Hij had ze in een openbaar toilet even gecontroleerd en zag dat deze begon te ontsteken. De huid rond de snede was rood en voelde heel warm aan. Jack wist dat de dokter de zaken verkeerd had ingeschat.
Hij veronderstelde dat er vuil in de wonde was geraakt, toen hij in het hol van Michael om zijn leven aan het vechten was of misschien had de dokter toch de waarheid niet verteld. Jack voelde zich snel verzwakken.
Zijn lieve senator had hem in de steek gelaten. Zover ging haar genegenheid en niet verder. Hij wist al een tijdje dat ze niet in staat was om echte liefde te voelen voor iemand of iets. Jack grijnsde pijnlijk. Ze zou wel een toontje lager zingen…als hij nog even de kans kreeg. Het enige waarin hij nu nog in moest slagen, was Stephen March te bereiken om hem de nodige info te geven. Hij zou zijn huid duur verkopen. Jack Sterlington zou de wereld niet verlaten zonder zijn stempel te hebben gezet op de toekomst van de Wereld en zeker op de plannen van de senator.
            Jack wist dat Stephen March in het Oji verbleef. Toen hij het hotel informeerde hoorde hij dat Stephen zijn kamer nog niet had opgezegd maar dat hij de laatste dagen niet meer in het hotel was gesignaleerd. Op zijn vragen werd met een zekere terughoudendheid gereageerd door de bedienden van het hotel en hij wilde niet verder aandringen. Hij zag in de spiegels in de ontvangsthal dat hij er verschrikkelijk bleek uitzag. Iemand zou de Veiligheidsdienst kunnen alarmeren en dat was op dit moment het laatste dat hij nodig had. Waar was Stephen March nu? Volgens zijn laatste info was hij gesignaleerd met Yukiko Mitsukai, Ji Lang, Jérome Shumbwa en Gerekko Dai . Hij kende het adres van elk van zijn kompanen. Jacks tijd geraakte op, hij moest even zitten in de zetels in de inkomsthal van het Oji en deed alsof hij een gesprek voerde met zijn mobieltje om niet op te vallen. Even op adem komen!
            Yukiko Mitsukai had ook familie verloren door Michael. Ze was een zielsverwante. Jack zou het bij haar thuis proberen. De kans dat Stephen bij haar verbleef, was de beste gok gezien hij hem niet kon spotten via zijn chip. Hij rechtte zich met moeite en onderdrukte een kreet van pijn. Hij kon niet meer terecht bij de senator en hij kon moeilijk hier een dokter aanklampen of op spoed in een kliniek binnenstappen. Dan zou hij wellicht wel de nodige zorg krijgen, maar nadien zou hij waarschijnlijk de Veiligheidsdienst op zijn nek krijgen en voor onbepaalde tijd in een of ander obscure gevangenis belanden. Misschien kende Yukiko Mitsukai iemand die hem kon helpen. Als hij haar maar kon overtuigen. Met een verbeten trek rond de mond verliet hij het Oji en stapte in de taxibot die hem naar het appartement van Yukiko Mitsukai zou brengen.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere





donderdag 22 oktober 2015

The Woman in Red: Chapter 48















48. Who has the third tape?

            Katarina tried to get out of her seat, but the accomplice who stood behind her prevented this. Then she saw Jean-Pierre moving. He was alive! The next moment she looked it the surprised eyes of her fallen friend. Obviously he had no pain. What was going on? With not comprehending eyes, she looked at the gangster and the gun.
            ‘A little lesson, Katarina. When I shoot, I don’t miss. So if I’ve saved your boyfriend for now, it was also my intention.’ With a wide gesture, he showed the impact of the bullet in the chair back. He had missed Jean-Pierre only a few centimeters and had shattered the wood.
            Jean-Pierre trembled in fear, but also a bit out of anger. He didn’t know where this feeling came from. His thoughts had been dominated by a feeling of fear at the moment the gunman took a shot at him and his natural reaction to throw himself aside. Still, from the deepest of his soul something black came to the surface. Something he didn’t know he had. Hatred! He hated the man with the gloves. He hated his little manners and he hated his voice. Everything about the man made him retching of repulsion.
            ‘I’ll ask it just one more time, my dear. Where-is-the-third-tape?’
            His assistant freed Katarina again of her gag. ‘Bastard!’ It was the first word, leaving Katarina’s lips. ‘You can torture us, you can kill us, but that won’t change the fact I don’t know where the tape is. For the umpteenth time, I tell you we have hidden the three tapes together. Someone else has to be inside…’ The words froze on her lips. In the look in her eyes, there came a glance of understanding and the arrogant guy also saw it.
            ‘I have to admit I’m tending to believe you, Katarina. But I also so you got an idea who have to thank for it. You better tell me what you’re suspecting. I still got enough of bullets to repeat our show from a moment ago. Only this time I’ll aim at your friend’s knee. Not deadly, but very painful, so they tell me. Come on, speak up!’
            Katarina thought the General was behind this matter. She cursed behind her breath. He might be in influential man, he didn’t take into account this psychological terror they had to experience. She wouldn’t forget this so easily. Katarina looked with questioning eyes at Jean-Pierre, who was still gagged. He nodded.
            ‘Okay, the General, I mean Jules de Tavernier, I suspect him to have the third tape. He has always been a money-grubber.’ The idea had just popped up in her head. Mixing some truth with a lie, it could work. ‘I’ve heard my mother talk about it and she said I mustn’t give them to him. He must have found the third one and took it with him. Please, I’m telling the truth. The General wants to make big money on this.’
            Obviously the gangster believed Katarina because he put his gun away in his shoulder holster. ‘First, you take mister Loverboy to the car and call me when you have arrived there safely. Then I’ll come with this noble lady downstairs. I will untie you, but no games or one of you will pay the price.’
            Both of the accomplices relieved Jean-Pierre of the ropes and his gag. He had to rub his wrists and his ankles to stimulate the blood circulation in his extremities. They had been pinched off a long time and were almost numb. It was a painful sensation when he got a feeling again in them. Katarina saw they pulled up Jean-Pierre and flanked by both gangsters Jean-Pierre was taken outside. She was alone now with the man with the gloves.
            ‘I admire your courage, Katarina,’ he suddenly spoke, ‘a lot would have become crazy or acted as little heaps of grief after my interrogation. However, I’ve seen the anger in your eyes. I take my hat off to you, ma chère.’
            After five minutes, he heard his mobile beeping. Without answering, he listened to what the man on the other side of the line had to say and closed the thing afterwards. ‘Good, my friends have delivered their package without problems in the car. I now will untie you and no games. If we don’t arrive safely downstairs, my men have the order to play a bit with your friend.’
            The menace was clear and Katarina nodded. ‘Can I just go to the bathroom, I’ve been so frightened I have to go urgently, well, you know.’
            A cruel grin came upon the face of the man. ‘No problem, darling, but make it quick, my men watch the clock. Tick tock, tick tock!’
            Katarina stood upright, but after a few paces she almost stumbled obviously because she also had almost no feeling in her legs and had to hold on at the closest furniture.
            She heard the man behind her laughing very hard. He obviously regarded this as very funny.

© Rudi .P. Lejaeghere
02/10/2015


    



vrijdag 16 oktober 2015

Requiem: Hoofdstuk 31 (2e deel)















..........


Ik herhaalde alles voor een kopje voor mezelf en in een sfeer van rust en stilte proefden we beiden van onze thee. Ik keek in zijn ogen en hij keek in de mijne. Misschien was dit niet beleefd voor een Japanse vrouw maar zijn ogen bleven me fascineren. Er verscheen een goudgele schittering in zijn ogen als hij glimlachte en ik had dit vandaag tot mijn vreugde al verschillende malen gezien. We verbraken de stilte en spraken over onze jeugd en over onze traditionele gebruiken. Stephen vertelde me over Thanksgiving Day in Amerika die de vierde donderdag van november werd gevierd en waar men dank zei aan God voor de oogst en alle goede dingen die men had ontvangen. Er waren mensen die op deze dag heel grote afstanden aflegden om maar deze dag te samen te kunnen vieren.
Het was voor ons beiden weer een moment dat we elkaar beter leerden kennen. Hoe we tegenover familie stonden was voor mij heel belangrijk en Stephen was een familieman. Het was het lot die ons allebei tot wezen had gemaakt. De schuldige liep nog altijd rond. Ik rondde de ceremonie af door alle kopjes en potjes die we gebruikt hadden weer mooi uit te wassen met water uit de mizusashi.


Toen Stephen op zijn horloge keek zag hij dat er drie uur voorbij waren. De tijd had gevlogen, hij wist wel het een en ander van de theeceremonie, maar toch had Yukiko hem het een en ander bijgeleerd. Het was voor haar een tweede natuur, iets die zo gewoon overkwam dat je zag dat ze dit al vele malen in haar leven had gedaan. Stephen wist dat er scholen bestonden waar je dit kon leren. Yukiko vertelde hem dat veel gastheren dit inderdaad in een speciale school aanleerden volgens de leer van Rikyũ. Sen no Rikyũ had de theeceremonie gemaakt tot wat die nu was.
            Stephen voelde zich een beetje herboren. Hij had in de gekte van de laatste dagen op een bijzondere manier een rustpunt gevonden en hij had dit te danken aan Yukiko die hem op een speciale manier aanvoelde.
           

Ik was blij dat ik Stephen een paar uren had kunnen wegtrekken uit zijn wereld van zorgen en problemen en ik moet zeggen dat het ook voor mij heel positief werkte. ‘Zullen we terug naar mijn appartement gaan, blijf je nog een nachtje slapen of …?’ Ik maakt mijn zin niet af. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Waarmee was ik bezig? Wat een vraag was dit?
            ‘Bedankt voor een paar heerlijke uren, Yukiko,’ antwoordde Stephen,’Ik zal vanavond nog eens blijven overnachten maar ik wil zeker geen misbruik van je gastvrijheid maken.’
            ‘Stephen, het is zeker geen overlast en met tweeën is het ook veiliger zolang die gast rondloopt.’
Stephen knikte. ‘Morgen moeten we weer bij Gekko zijn en dan weten we of we iets aan dat chipgedoe kunnen doen. Ik hoop uit gans mijn hart dat we daar een oplossing voor vinden maar we zullen morgen toch eens de koppen bij elkaar moeten steken omtrent ons ander probleem, of moet ik zeggen mijn probleem. Het was mij persoonlijk dat de moordenaar heeft bedreigd. Ik ben er nog altijd niet gerust in. We weten niet hoe hij eruit ziet. Dus hij kan op elk moment naast mij staan. Ik zou het niet eens beseffen.’
            Ik sloot af en we reden samen na die leuke tijd in mijn ouderlijk huis, wat meer ontspannen en misschien zelfs eventjes bevrijd van onze zorgen, dezelfde weg terug naar Sanctuary.



……..



            Je hebt nu nog één doel dat uitgeschakeld moet worden. Het is van het uiterste belang dat je dit als een prioriteit stelt! Stephen March moet verdwijnen. Alles wat overblijft is van ondergeschikt belang. Volg hem, dood hem! Dood hem!
            Michael herinnerde zich de hoogdringendheid in de stem en wist dat hij die stem moest gehoorzamen. Het was in hem geprint als een onuitwisbare weg die hij moest volgen. Van het begin wist hij dat de familie March een cruciale rol had gespeeld in zijn opdracht. Hij wist ook dat het moeilijk zou zijn om Stephen alleen te treffen. De laatste dagen was het clubje van vier, Stephen en zijn vrouwelijke compagnon Yukiko Mitsukai en hun twee vrienden Ji Lang en Eagle Eye bijna onafscheidelijk geweest, buiten die gekke Gerekko Dai. Maar die had geen voorrang. Toch niet voor de stem. Iedere keer had de stem die zijn opdracht gaf om Stephen March uit te schakelen scherper en kwader geklonken. Stephens vader lag aan de grondslag van deze missie. Dat had hij begrepen tussen de opdrachten door die hij iedere keer tot in de puntjes had volbracht. Michael kon de eindjes niet aan elkaar knopen, maar daar was het allemaal verkeerd beginnen lopen. Men had misschien op een andere manier moeten ingrijpen. In zijn thuiswereld kon hij toch ook een ongeluk krijgen. Toen ook was het uitermate urgent dat deze man het zwijgen werd opgelegd.
            Michael had zich kunnen ontdoen van de Engel in het Zwart in zijn schuilplaats. Helaas had hij wel het onderspit moeten delven. Het had hem veel gekost. Hij was verplicht geweest zijn schuilplaats te vernietigen. Zijn sporen uitgewist, was hij ondertussen uitgeweken naar zijn verblijfplaats in de stad. Een plaats die voor hem veel meer risico’s inhield. Deze plaats was ook beveiligd maar midden de stad liep hij meer de kans om ontdekt te worden. Het was nu eenmaal zo. Geen geklaag, niet omkijken. Zijn missie was heilig en het doel wettigde de middelen, zo stond het geschreven in zijn hoofd en zo zou het ook gebeuren. Hij zou Stephen March krijgen. Die was minder mans dan de Zwarte Engel, die hij na zijn confrontatie in de catacomben nog wat kon waarderen. Vrezen niet, hij was van niemand bang. Niet meer sinds hij…Soms was het allemaal mistig en andere keren waren de beelden dan weer duidelijk. Hij was stukken uit zijn geheugen kwijt en toch kwamen er soms een deeltje boven water dat de puzzel weer wat aanvulde.



……..



            In het hoofdkwartier van de Veiligheidsdienst was het spoedvergadering. Ondertussen had Norino’s eerste adjunct Shi Udesama hem terug vervoegd en samen met Goro Fukamizu en nog een vijftal inspecteurs die extra op de taak gezet waren, kwamen ze te samen op verzoek van hoofdinspecteur Norino Vastai.
            Norino leek in de laatste weken toen Goro opgemerkt had dat de MO van de seriemoordenaar ook opging voor niet Akai-leden, jaren ouder geworden. Hij liep gebukt onder de constante druk van bovenaf. Het hoofdbestuur eiste dringend om een oplossing in deze zaak. De stress had zijn tol geëist. Hij had een barstende hoofdpijn die maar niet overging, zelf niet met de nodige medicatie. De pers zat dan aan de andere kant ook te blokletteren dat de politie en de Veiligheidsdienst er niets van bakte. Zelfs de Daily Sanctuary schreef op hun voorpagina dat het nu lang genoeg had geduurd, dat de veiligheid die de stad Sanctuary hoog in haar vaandel droeg, met de voeten werd getreden. Een blamage op het schild van de Veiligheidsdienst en een aanslag op de reputatie van Norino Vastai in het bijzonder.
            ‘Collega’s, het is nu duidelijk dat we ons onderzoekgebied moeten uitbreiden. Goro zal jullie direct een lijst doorgeven met de slachtoffers met daarnaast ook vermeld of ze Akai waren of niet. Vanzelfsprekend staat het adres van hun dichtste nabestaanden erbij gevoegd. Ik wil de lijst nogmaals gescreend zien. Iedereen moet men terug ondervragen. Misschien zijn er ondertussen mensen die zich toch het een of ander herinneren, dat ze in eerste instantie over het hoofd hebben gezien. We doen het op de ouderwetse manier, van deur tot deur gaan en vragen stellen, steeds weer opnieuw. Vergeet jullie computer en alle gadgets. Misschien dat er op de oude manier van werken iets boven water komt, iets dat al de soft- en hardware die we gebruiken, niet kan zien of opsporen.’ De lijsten werden rondgedeeld en hij liep in het kort nog even de gevallen met hen samen door, waarna ze elk vertrokken om hun opdracht uit te voeren. Goro had Shi en Norino nog even gevraagd te blijven.
Toen ze met hun drieën alleen achterbleven, keek Norino naar Goro. ‘Je had mij en Shi gevraagd nog even te blijven na de vergadering, wat kon je niet zeggen voor iedereen dat het zo geheim was. Als je iets nieuws ontdekt hebt, moet iedereen de nieuwe informatie meekrijgen!’
Goro Fukamizu schokschouderde twijfelend. ‘Het is misschien wat delicaat en daarom had ik het eerst graag aan jullie voorgelegd. Ik kreeg net nog een uitprint in de handen gestopt voor de vergadering. Het blijkt dat ieder slachtoffer ooit op reis is geweest in de Oude Wereld en een chip droeg. Je kent de verplichting in de Oude Wereld. Gezien het diplomatieke geurtje die hier aan kan hangen wou ik het jullie eerst voorleggen vooraleer ik het aan de grote klok hing.’
‘Juist, ja…dat neem ik wel voor mijn rekening. Maar dat betekent of kan betekenen,’ voegde Norino daaraan toe,’ met een grote misschien dat de chip de reden is dat die mensen allemaal vermoord zijn? Is het dat wat je bedoelt? Of hebben ze iets gezien wat niet voor hun ogen was bestemd, kan ook een reden zijn?’
‘Sorry baas,’ verontschuldigde Goro zich, ‘ik heb juist de gegevens gekregen, misschien zal de deur aan deur ondervraging ook meer licht werpen op dit feit.’
‘Oké, goed! Shi, heb jij daar nog iets aan toe te voegen? Trouwens, hoe was het werk op verplaatsing? Beter dan hier of niet?
‘Geef mij maar Sanctuary, baas. Ik voel me hier echt thuis. Ik voelde me daar meer als een vreemde eend in de bijt, maar heb natuurlijk niet met mij laten sollen. De belangrijkste aanwijzing in de zaak heb ikzelf aan de hoofdinspecteur daar kunnen aanbrengen. Hij keek maar groen dat al zijn mannetjes die al een tijdje op die zaak werkten, daar over hadden gekeken. Je krijgt trouwens nog een verslag door van mijn activiteiten.’
‘Oké, leuk om dat te horen en blij dat je terug bent, maar nu is er werk aan de winkel, dat verslag kan nog wel wachten. Onze seriemoordenaar is prioriteit één. Ik  reken op jullie twee om de zaak hier te coördineren. Daarvoor zijn jullie mijn adjuncten. Breng zonder fout regelmatig verslag uit.’ De twee knikten bevestigend, groetten Norino en vertrokken naar hun bureau.
Dat diplomatiek geurtje! Zoals Goro het zo wel ruikend uitdrukte. Norino Vastai zou bij iemand van het hoofdbestuur langs moeten en zijn kaarten op tafel leggen en eens polsen of er via die weg geen lichtjes aan zouden gaan. Hij achtte die pennenlikkers er toe in staat om belangrijke info achter te houden omdat ze gewoon zo dom waren als het achterste van een koe om één en één samen te tellen en te zien dat sommige zaken met elkaar in verband konden staan. Het zou een moeilijk gesprek worden, verwachtte hij. Maar hij was niet aan zijn proefstuk toe, hij wist wel hoe hij de juiste snaren kon bespelen. Maar het begon toch moeilijker te worden naarmate hij ouder werd.
 Norino Vastai verlangde naar zijn pensioen. Zijn huwelijk had zijn carrière niet overleefd. Twee minnaressen kon je nooit goed dienen en hij was het eerst met zijn werk getrouwd. Het was een algemene trend in hun beroep. Shi was nog vrijgezel, maar had gewoon geen tijd om een vriendin te zoeken. En zo waren er vele van zijn collega’s die in hetzelfde schuitje zaten.
Goro daarentegen was het stereotiep beeld van de uitzondering die de regel bevestigde. Hij had een lief en begripvol vrouwtje, volgens zijn zeggen. Norino twijfelde soms aan zaken die te mooi waren om waar te zijn. Volgens Goro mocht zijn vrouw dan wel eens mopperen om de lange diensturen, maar Goro maakte het altijd weer goed. Dat had hij Norino al verschillende malen in geuren en kleuren verteld. Hoe hij haar dan eens verwende met een etentje in een chique restaurant of een wellness behandeling, een reisje waar Goro meestal dan wel niet meeging en zich liet vervangen door een vriendin van zijn vrouw. Norino vond dat Goro zijn vrouw bijna verafgoodde en dat al die zogenaamde tekenen van affectie meer een soort afkoopsom waren omdat Goro ook veel te veel uren klopte en er zich schuldig over voelde. Enfin, dat was wat hij ervan dacht. De toekomst zou uitwijzen of hun liefde sterk genoeg was.
Maar wie was hij om te oordelen, kijk maar hoe hij aan het kortste eind had getrokken in zijn relatie. Zijn vrouw was er met de kinderen en twee derde van zijn spaarcenten vandoor. De rechter had haar gelijk gegeven, ja, waarom niet, hij was dan ook maar ‘vader’ en ‘echtgenoot’ op papier. Als je nooit thuis bent, zelf niet om in het echtelijk bed de nacht door  te brengen, vond het gerechtelijk apparaat algauw redenen genoeg om de man in kwestie in het ongelijk te stellen. Hij had zich erover gezet. Zijn kinderen waren volwassen, hij zag ze misschien een paar keer per jaar, soms zelfs minder. Ze waren gewoon in de jaren die waren voorbijgegaan uit elkaar gegroeid. Hij troostte zich met het feit dat hij de criminaliteit in de stad tot bijna een minimum had herleid, wat geen onbelangrijke prestatie was. Was het niet van die verdomde kerel die iedereen door de vingers glipte en slachtoffer na slachtoffer maakte zonder dat men een spoor van hem vond! Hij wou zijn carrière met glans afsluiten en niet met een sisser zoals nu de zaken aan het ontwikkelen waren.



copyright Rudi J.P. Lejaeghere


The Woman in Red: Chapter 47















47. A deadly game

            The search had been in vain. Wherever they looked, the third tape stayed without a trace. They even had unscrewed power points and one of the accomplices had cut their mattress in pieces. The grin upon the face of the leader of the invading men had disappeared. He looked with eyes blazed with anger at Jean-Pierre and Katarina. It seemed for a moment he would lose his self-control, but then he squeezed his eyes a bit and the cool smile turned up again around his mouth.
            ‘You think you’re smart, but I warn you, don’t play games with me. You only can lose. Where’s the third tape?’
            Both victims shrugged their shoulders and waited in despair for the gangster’s reaction. It didn’t take long. He hit Jean-Pierre’s face very hard with his gloved hand.
            Jean-Pierre had indeed expected something like that from these violent men, but he was surprised by the power of the punch. He shook his head to get the little stars away he saw. Katarina’s eyes were wide open in panic. Behind the rag that gagged her mouth, Jean-Pierre heard muffled sounds. He supposed she yelled or screamed that they had to stop, but he wasn’t certain.
            ‘I’m going to take the gag away,’ the man said, ‘you’ve seen my gun with the silencer, so there will be not a lot of sound if you try to call for help. A bullet is extremely fast, you know. Between 800 and 1000 meters per second, I’ve read once. How long do you think you can scream before it reaches your head? So if you want to be able to tell about your adventures afterward I advise you to be very carefully and above all, don’t talk too loud. Capisce!’
            The last word had been pronounced very sharply. The Italian accent used by the gangster was a clear hint towards the mafia of which he was certainly a member. Meanwhile, one of his men had freed Jean-Pierre’s and Katarina’s mouth.
            Katarina saw the trickle of blood that flowed out of the corner of Jean-Pierre’s mouth. She immediately reacted.
            ‘Is this violence really necessary? We have stashed away the three tapes, all three of them on a different place. When we have hidden them, they were all still there, all three of them. I swear on my mother’s head. I never would take such a risk. Certainly not when the life of my mother is at stake. There was one under the mattress, one in the false ceiling in the bathroom and one in the room locker.’
            The man with the gloves hesitated. It was clearly visible in the look on his face. They had searched on these three places. He didn’t know what to think about the situation. Maybe she told the truth, but on the other hand, he knew people sometimes made strange decisions when they were in dire need. He had enough experience in torturing people to know that everyone had his limits. Some guys, hard blokes, started to tell everything the moment they saw a knife. Other persons, at first sight, frightened mice, tried to wring out some lies, going in against better judgment, even when they were hurt. There were no rules in this game.
            He whispered something in the ear of his accomplices and they gagged Jean-Pierre’s mouth again and the second man positioned himself behind Katarina. ‘Last chance, my dear Katarina. Where’s the third tape?’
            With dismay, Katarina had seen that they had gagged Jean-Pierre again. ‘I don’t know,’ she begged with tears in her eyes, ‘please, believe me. Maybe someone of the hotel personnel has taken it away, I really don’t know.’
            It all happened in a few seconds. The man snatched for his gun on the little table and shot at Jean-Pierre. At the same time, the man behind Katarina pulled the gag again before Katarina’s mouth before she could scream.
            In a reflex, Jean-Pierre had fallen aside from the chair and now he lay on the ground, in a fetal position and totally silent. The only thing in the room you could hear were the subdued sounds of Katarina, totally panicking and crying because of her friend.

©  Rudi J.P. Lejaeghere
02/10/2015





vrijdag 9 oktober 2015

Requiem: Hoofdstuk 31 (1e deel)








31



            Eagle Eye en Ji Lang hadden een afspraak met de leden van de Skeelers in de Swift na het experiment met Stephen in het appartement van Gekko. We spraken af dat we ’s anderendaags bij Gekko terug zouden informeren omtrent mogelijke denkpistes om de Weerstand te helpen om de CCD te saboteren.
Stephen besloot nog even te wachten om zijn contacten aan te spreken. Hij zou eerst eens goed nadenken wie hiervoor in aanmerking kwam en of hij die mensen wel kon vertrouwen. Op dit moment was iedereen voor hem een groot vraagteken. Vooral gezien het feit dat de ze een spoor hadden die naar de Oude Wereld leidde.
Men was bezig om onze appartementen te beveiligen voor spionerende satellieten, dank zij onze pientere Gekko. Dus daar liepen we maar in de weg. Daarbij belofte maakt schuld, dacht ik. Ik had Stephen beloofd hem eens mijn ouderlijk huis te tonen en we hadden op dit moment dus niet echt iets omhanden. Ik stelde Stephen voor om dit nu te doen. Blijkbaar zag hij dit wel zitten. Ik wou eigenlijk ook zien hoe hij zou reageren op de smaak van mijn ouders omtrent hún woonstijl die toch wel wat afweek van het interieur van mijn appartementje en de westerse architectuur waar Stephen volgens mij meer voeling mee had.
Ik kwam tot een vreemde constatering. Het verwonderde me ten zeerste dat het mij interesseerde wat Stephen over mij en mijn levenswijze voelde. Hoe dacht hij over de Akai? Vond hij mij een zielenpoot? Vond hij onze ideeën voorbijgestreefd of had hij daar wat voeling mee? Hij was een bonk van een vent die soms heftig uit de hoek kon komen maar ik vermoedde dat hij ook een zachte kant had. Zoals hij vertelde over zijn halfzus en zijn ouders, het had mij diep getroffen, vooral omdat ik zelf zo’n die situatie had meegemaakt. Ik begon langzaam aan te beseffen dat ik misschien wel een boontje had voor die Westerse reus. Met zijn bruine ogen die soms vuur schoten, op een ander moment je zo weemoedig als een jong hert konden aankijken en me dan op de vreemdste momenten deden blozen. Het stomme eraan was dat ik niet eens wist waarom. Moest deze gewaarwording wel met redenen omschreven worden? Het was altijd een dubbel gevoel dat ik bij hem had. Aan de ene kant vertrouwde ik hem wel, we hadden samen de laatste tijd teveel beleefd om daaraan nog te twijfelen. Aan de andere kant was hij van de Oude Wereld en ik besefte nu pas dat ik, die dacht geen vooroordelen te hebben, mezelf toch af en toe betrapte op een stereotiep beeld dat ik me voorstelde van de inwoners van die andere wereld. Tot mijn voldoening was ik blij dat Stephen dat beeld tot nu toe logenstrafte.
We reden via de ring rond Sanctuary en dan langs de verbindingsweg tussen beide zustersteden Tokio binnen. Ik toetste werktuiglijk een code in en mijn autobot schoof ons in de juiste file waardoor we via de snelste manier op onze bestemming zouden komen. Voor we het wisten was het al zover: chome Chiyoda-ku nummer 10, het huis waar Arturo Mitsukai en Sachiko Matai zo lang hadden gewoond.
            We stapten uit en de autobot parkeerde zichzelf in de ondergrondse garage die onder de oprit verscholen was. Daar waren ook nog de beide voertuigen van mijn ouders weggeborgen. Het was een ruime ondergrondse garage waar plaats was voor een viertal voertuigen. Die twee andere autobots zou ik, als het wat rustiger was toch eens moeten proberen te verkopen. Misschien kende Ji Lang die nogal wat invloed had bij de Skeelers iemand die ze voor een zacht prijsje wou overnemen. Ik mocht niet vergeten om het hem een dezer dagen eens te vragen.
            Stephen keek met belangstelling rond zich heen. Aan beide kanten van de oprit waren er lage struiken, een soort bodembedekker. Een groene zone die ons leidde naar de ingang van het huis. Het was geen heel groot huis, maar gezien het alleen stond, betekende dit in Japan dat de eigenaars welstellend waren. De huizen waren verschrikkelijk duur in Japan en bouwgrond was er  nog maar in geringe mate. De meeste mensen zoals ikzelf en Gekko, Ji en zelfs Eagle Eye leefden in flats en appartementen. Het was de meer gegoede klasse die de bestaande huizen voor zijn rekening nam.
Mijn ouders waren welgesteld en daar had ik het als opgroeiend meisje vroeger soms moeilijk mee. Zeker tegenover mijn vrienden die met een veel groter gezin op een veel kleinere ruimte moesten leven. Ik had mij daarmee verzoend, maar pas na heel wat strubbelingen over dit onderwerp in mijn puberteit. Als volwassene en op de hoogte wat mijn ouders daarvoor hadden doen, begreep ik dat zij elke cent die zij verdienden goed hadden belegd. Zij waren tegen verspilling aan onnodige uitgaven of exorbitante luxe. Dat zij, waar ze konden en in alle stilte en nederigheid, zelfs financieel bepaalde personen hadden geholpen, kwam ik na hun dood ook te weten.  Jammer dat ze niet nog wat langer van hun leven konden genieten. Ze waren echter niet heengegaan in vrede. Hun moordenaar had hen die mogelijkheid ontnomen en met geweld dat voorrecht ontzegd.
            Het huis was gebouwd van beton, hout en aluminium. Vroeger had men op het platteland huizen uit klei en hout en bedekt met dakpannen of zelfs stro, vertelde ik Stephen. Nu vond je dit nog enkel in opluchtmusea waar men een aantal van die woningen had nagebouwd. Ik was juist van plan om te vragen aan Stephen om zijn schoenen uit te trekken als we binnen kwamen maar ik zag dat hij ze al in zijn handen had. Als diplomaat in de Nieuwe Wereld moest hij dus dit gebruik wel kennen. Ik overhandigde hem een paar slippers en schoof ook in mijn eigen paar die daar altijd voor mij klaar stonden.
            ‘Ik laat eenmaal per week het huis schoonmaken. Voor de tuin probeer ik zo goed mogelijk zelf te zorgen, maar de laatste tijd heb ik daar weinig tijd voor gehad.’ Aan Stephens gelaatsuitdrukking zag ik dat hij daar alle begrip voor had.
            ‘Waarom kom je hier niet wonen,…sorry, het zijn eigenlijk niet mijn zaken, misschien is het huis niet eens aan jou nagelaten?’ vroeg mijn Westerse gast met enige schroom. Stephens warme ogen hadden weer die blik waarin ik verdronk. Een warmte die op mij zodanig opslorpte, waardoor ik direct een andere kant uitkeek en hoopte dat hij…ja wat hoopte ik eigenlijk. Was ik een beetje verliefd aan het worden op die vreemdeling uit het Westen? Yukiko, waar ben je mee bezig, vroeg ik mij af. Is dit nu wel het moment voor zulke gedachten, zo’n gevoelens?
Wat aarzelend gaf ik hem antwoord. Het lag een beetje moeilijk. ‘Zolang de moordenaar van mijn ouders niet gevat is, kan ik hier niet wonen. Ik ben niet bijgelovig maar hun ziel zal pas rust vinden als hij gevat is. Dan pas is het huis werkelijk van mij, zo voel ik het aan. Mijn ouders hadden jaren geleden al een testament opgemaakt en daarin hebben zij mij alles nagelaten, dus ook het huis. Ze hadden helaas geen andere familieleden. Vele van onze Japanse families zijn gedecimeerd door de  gevolgen van de Grote Oorlog, zo ook de familie van mijn pa en ma.’
Stephen bewonderde bijna alles dat hij tegenkwam. In de ingang en ook de toegang tot de andere kamers waren een paar kasten aan weerszijden die hij bijna als een kenner bestudeerde. Het waren beide meubels in geolied kersenhout en die volgens hem prachtig bruinrood kleurden en totaal pasten met wat het lichtere interieur van de woning. Ik ging hem voor en leidde hem door de kamers terwijl ik hem wat uitleg verschafte over hun doel.
Buiten de keuken die strikt privaat terrein was volgens onze traditie, toonde ik hem de leefruimte met de tatami, waar Stephen zijn slippers uitdeed. Het was bij ons de gewoonte om blootsvoets of op sokken op tatami te lopen. Stephen wist dit blijkbaar. Hij bewonderde de shoji-deuren die bestonden uit een houten rasterwerk en met transparant papier beplakt. Hier in dit huis werden ze gebruikt als kamerschermen maar konden ook voor ramen of glaspuien gebruikt worden.
Op een aantal plaatsen herkende hij ook de fusama-deuren die met niet-transparant dik papier beplakt waren en die kunstzinnig beschilderd waren met een natuurtafereel dat uit bergen, bomen en rivieren bestond. Hij benoemde de teburu en de lagere tatami-tafels met de zaisu-stoeltjes die bestonden uit een kussentje op een zitting en leuning uit een stuk.
Ik kreeg gaandeweg een idee. ‘Stephen, wil je me even plezieren? Wacht hier even een half uurtje en ik ga je iets heel traditioneels voorbereiden. Iets wat bij mij en de gewoontes van het huis hoort, iets dat ik van kindsbeen af van mijn ouders heb meegekregen.’ Wat verbaasd stemde hij in. Hij nam plaats aan de teburu in de huiskamer en nam een tijdschrift die daar rondslingerde. ‘Oké, Yukiko, verras me maar!’. Het was vreemd hem hier te zien zitten. Een nieuwe man in het huis!
Stephen voelde zich hier eigenlijk een beetje thuis. In het ouderlijk huis van Yukiko voelde hij dezelfde sfeer die hij in het huis van zijn stiefmoeder had ervaren. Hij kende ieder meubel en ook zijn bedoeling. Hij wist meer dan een gewone westerling van de Japanse tradities, al zou hij nooit beweren dat hij alles wist. De Japanse cultuur was zo rijk aan tradities en gewoontes dat je altijd weer iets bijleerde. Trouwens had hij ook tijdens zijn regelmatige bezoeken en wat langere periodes dat hij in de Nieuwe Wereld verbleef, ontdekt dat een Japanner als hij dat wou, ondoorgrondelijk was. Zijn neen was soms niet altijd neen en zijn ja zou je toch nog best even overwegen met de woorden die hij er soms nog bij voegde. Die waren soms belangrijker en hadden meestal een dubbele bodem. Niet altijd even gemakkelijk om zaken mee te doen.
Na een tijdje gebladerd te hebben in het tijdschrift - het had hem toch wat meer geleken dan een halfuur - hoorde hij de fusama-deur openschuiven. Yukiko…maar dan weer niet. Zijn ogen slorpten elk detail op.


Ik was gekleed in een zijden kimono die nogal wat geld had gekost, maar die ik van mijn moeder had gekregen. Mijn haar had ik anders gekamd en ik veronderstelde dat heel mijn verschijning Japans uitstraalde. Stephens mond viel ongegeneerd open.
‘Let op Stephen, of er vliegt straks een kraanvogel in je mond,’ antwoordde ik lachend om zijn reactie. ‘Het is niet mijn gewoonte om op deze manier gekleed te gaan, maar ik vind dat in dit huis van mijn ouders het nu eenmaal wel past en zeker voor wat ik voor ogen heb. Mag ik je uitnodigen, Stephen March, naar de tuin voor een kopje thee?’


Stephen was echt verbaasd. Toch voelde hij zich voor het eerst wat ontspannen. Tevens besefte hij dat hij sinds lang zo’n gevoel niet meer had ervaren. Yukiko had een gevoelige snaar bij hem geraakt. Ze deed hem in zoveel dingen denken aan Suzy en toch was ze dan weer totaal anders. Hij voelde zich thuis bij haar, een gevoel waarvan hij  genoot en tegelijk vreemd vond, gezien de korte tijd dat ze elkaar kenden. Die kleine Japanse die trouwens als Rode Cirkel in de Kami Akai niet te onderschatten was, bleef hem maar verbazen. Stephen stond recht en volgde zijn gastvrouw naar buiten waar hij in een aanpalend kleedkamertje die men de yoritsuki noemde een sobere kimono werd aangereikt en witte tabi, een soort Japanse teenkousen en andere slippers. Gelukkig had haar vader, die altijd voorzien was op gasten, ook een paar kimono’s in een grotere maat, wat voor Stephen geen luxe was, gezien zijn gestalte. Terwijl hij zich verkleedde zou Yukiko buiten even wachten.


Toen Stephen klaar was, legde ik hem uit dat het chashitsu of theehuisje zich verder in de tuin bevond. Rechts van hem zag hij de serre waar ik echter geen woord over uitwijdde. Hij wist dat mijn ouders in die omgeving dood teruggevonden waren en ik hoopte dat hij begreep dat ik daar nu niet wou over praten. Het waren wonden die nog te vers waren. Door een ingangetje die de genkan heette, zo vertelde ik hem, konden we de tuin met het chashitsu betreden.
Stephen volgde mij op een pad van stenen die door de asymmetrische tuin leidde  naar een klein gebouwtje. In tegenstelling waar men in het Westen bij de aanleg van tuinen soms probeerde de perfecte symmetrie te vinden vond een Japanse tuin zijn perfectie in de imperfectie. De stenen schenen her en der neergelegd te zijn in een schijnbaar willekeurige volgorde en plaats, maar niets was minder waar. Het was een tuin die kaderde in de gedachtegang van de Zen-esthetiek. Die benadrukte de soberheid, nederigheid en rust. Alle drie ook eigenschappen die hoog in het vaandel van de Akai stonden. Zen en Akai gingen hand in hand zonder verwant te zijn met elkaar.
Het theepaviljoen was nauwelijks drie meter op drie en had een lage opening waarlangs men dit kleine gebouw binnenging. Stephen dacht dat hij zich binnen zou moeten wringen. Al bij al viel dit nog mee. Blijkbaar wist hij dat hij moest knielen om door de lage opening van het theehuisje binnen te komen. Ik had ondertussen alles voorbereid voor de traditionele theeceremonie. Stephen bevestigde mij dat hij gehoord had dat het knielend binnengaan van het chashitsu het gevoel van nederigheid benadrukte maar dat het eigenlijk ook een historische achtergrond had. Ik herinnerde hem eraan dat praktisch gezien zo’n smalle opening de perfecte aanleiding was voor een samoerai om zijn wapens achter te laten om binnen te kunnen. Ik zag in zijn ogen dat hij het zich nu weer herinnerde. Hij vertelde aan mij dat hij dit inderdaad ooit eens had gehoord van zijn stiefmoeder en ik was echt geïmponeerd over zijn kennis.
Ik vertelde hem dat deze ceremonie allemaal te maken had met het wabi te bereiken, de ingesteldheid van een bepaalde geestelijke gemoedstoestand die zich bevrijdde van de dagelijkse sleur en zorgen. Normaal gezien wordt de theeceremonie voorafgegaan door een eenvoudig maal, meestal bestaande uit zoete kleinigheden omdat de thee die bereid werd eerder bitter was. Deze had ik achtergelaten om de simpele reden dat de provisiekast van mijn ouders leeg was. Ik goot hem wel een glaasje sake uit, een drankje dat hij wel had leren waarderen in zijn jaren als diplomaat in de Nieuwe Wereld. Eigenlijk heette het seishu omdat de drank van rijst was gemaakt. Het was een drankje dat gemaakt werd door fermentatie van rijst en water. Iets koppiger dan een Franse wijn gezien hij tussen de 12,5 en 19 graden alcoholpercentage kon bedragen.
Stephen proefde met nipjes en verzekerde me dat deze eerder de 19 graden benaderde. Hij had plaats genomen op de tatami op mijn aanwijzen met zijn rug naar de tokonoma, de smalle alkoof in het paviljoen nadat hij die met veel belangstelling bewonderd had en mij daarover ook een complementje had gegeven. Daarin hing een kakemono, een scriptuur in kalligrafie, met daaronder een prachtig bloemstuk. Ik had dit enige dagen geleden nog ververst.
Voor iemand van de lengte van Stephen was het geen sinecure om geknield te zitten. Ondertussen was ik ook in knielende positie alle benodigdheden aan het proper maken met water uit de mizusashi, een waterreservoir uit mijn ouders porseleinen servies dat mooi versierd was met gestileerde bladeren en bloemen. Daarna deed ik wat groene poederthee, de matcha of kocha genaamd in de theekom of chawan. Dit poeder haalde ik met het theeschepje of chashaku uit een gelakt theekistje die wij natsume of cha-ire heetten. Vervolgens moest er water op de matcha gegoten worden. Daarvoor nam ik een soort pollepeltje.
Stephen vroeg steeds naar de Japanse naam van de dingen die ik gebruikte en ik was blij om aan zijn verzoek te kunnen voldoen. Ik had gevreesd dat hij zo’n ceremonie misschien niet kon smaken,  dat hij het enigszins vervelend en tijdrovend zou vinden, maar integendeel. Zijn belangstelling was niet geveinsd, dan kon ik lezen in zijn ogen.
Met de pollepel of hishaku vertelde ik, deed men er dan genoeg heet water bij, waarbij ik de daad bij het woord voegde. Dat water had ik in de kama, een theeketeltje op een klein oventje, de furo tot koken gebracht. Met een chasen, Stephen vond dat die veel weg had van een ouderwetse scheerborstel werd dan de thee met het water gemengd zodanig dat er een schuimige groene thee ontstond. Ik zette de chawan voor Stephen neer en maakte een buiging. Stephen boog terug en nam de chawan op en zette hem op de palm van zijn linkerhand.
            Toen pas had ik het door dat hij totaal niet onwetend was omtrent de Japanse theeceremonie. Met de rechterhand draaide hij zoals het hoorde de chawan met zijn rechterhand drie kleine draaitjes in wijzerzin en nipte met de gepaste eerbied van de thee die ik voor hem had bereid.

..........

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


donderdag 8 oktober 2015

The Woman in Red: Chapter 46















46. A dangerous turn

            His head was thumping. He didn’t know if it was because of the sedation or if it was the consequence of the fact he had hurt his head on the wall when the gangsters forced their way in. He couldn’t focus his sight and the sounds he heard sounded distorted in his ears. Confused, he closed his eyes again and when he opened them the second time it was a lot better now, nonetheless someone kept on hammering in his head.
            He wanted to move, but that was impossible. His feet were tied together and his hands behind his back had received the same treatment. The gag they had pushed in his mouth tasted strange. He tried to avoid retching. He knew if he would throw up now, he could suffocate in his own vomit. He lay on his side on the ground beside the bed. With a lot of effort and by shoving a bit he could sit up against the wall. Then he saw Katarina.
            She lay on the bed. Automatically his eyes controlled if she was still breathing. Inside his head he sighed, relieved when he saw her breast rising slowly up and down. At first sight, he noticed no injuries on her. Obviously he was just touched on the head, probably not serious because he didn’t feel nauseous. At first he had thought about a concussion when he felt his aching head. Fortunately, he has been spared of that.
            The thoughts and with them the questions were shooting through his head in a rapid succession. Had the General taken such thing into account? Jean-Pierre knew he had found no opportunity to swallow the capsule with the transmitter. If General de Tavernier hadn’t heard that these men had penetrated their room, it was necessary that this happened as soon as possible. Then he saw his capsule lying on his night table. With a bit of luck, he could push it a bit so that the capsule would fall on the ground. He just would try to shove a little closer when the two men came in.
            ‘Hey, there’s somebody awake again. Just keep down, mate. You’re going nowhere.’ The guy, a man of forty, dressed in jeans and a leather jacket pulled him by the hands straight up and dragged him to a chair. ‘Here, keep quiet or I put you in the closet till I get further instructions.’
            Meanwhile, there came some movement from the side of Katarina. Obviously she also suffered from the sedation because Jean-Pierre heard her moaning behind her gag when she opened her eyes.
            ‘Aha, the little couple is almost conscious again.’ He pulled Katarina from the bed and pushed her into one of the seats that were in the room. ‘Be nice, young lady, otherwise I put you under the bed with the fluff’s and the bogeyman.’ He smiled with his own joke. Apart from his friend, a young man looking almost thirty, nobody could enjoy this humor.
            It didn’t take long before the older one of the two gangsters received a telephone call. He listened for a few moments and with a short ‘Okay’ he finished the conversation. ‘Just still a moment and then you can sing your song. I love a good duet, so do your best later on.’ He laughed again because of his owns words.
            Five minutes later, Katarina heard, looking frightened at Jean-Pierre, a short knock on the door. When the younger hoodlum opened the door, both Jean-Pierre and Katarina instantly recognize the pedantic gangster from the nightclub ‘Pretty Men and Women.’
            ‘Good day to you, my distinguished company. I see you’re really getting along with my two men. I hope they didn’t bend your ears. Oh yes, it’s true, you can’t answer with that gag in your mouth. My mistake, I hadn’t noticed it immediately.’
            On the contrary, with the jokes of his subordinate, this man didn’t smile or the dangerous grin that was on his face should be his version of a smile. ‘Have you looked for the tapes in the room? Have you found them?’ He pointed first with his gloved hands at his employees and afterward at his surroundings.
            ‘We have found two of them, boss,’ the older gangster answered while he presented them. ‘No trace to the third one. We have searched every corner and cranny, even twice, without result.’
            The man with the gloves really couldn’t appreciate this announcement.
            ‘You’ll go with a fine comb again through every room and if you still don’t find the tape, we’ll have a nice talk. You two, me… and my gun.’ He pulled a weapon from a shoulder holster and put a silencer upon. Afterward, he ostentatiously lay him on the little table in the room while the two men began with their assignment.

© Rudi J.P. Lejaeghere

21/09/2015