vrijdag 27 november 2015

Requiem: Hoofdstuk 35 (2e deel)















……..



            Joeri en Nikolaj waren twee geblokte, niet al te grote Russen. Ze waren uitermate gespierd niettegenstaande hun kleine gestalte. Over hun schouders, armen en rug liepen kleurrijke tatoeages. Iléna wist dat ze voor geen kleintje vervaard waren. Ze hadden in hun loopbaan voor menig moeilijk probleem gestaan en steeds hadden ze de juiste oplossing gevonden. Hoewel die ene keer, waar ze in een hoek gedreven waren door een boze eigenaar van een huis waar ze binnen op zoek waren naar vertrouwelijke documenten was een ander verhaal. Hadden ze toen iets over het hoofd gezien? Noch Joeri noch Nikolaj zweerden erbij dat ze alle veiligheidssystemen hadden uitgeschakeld of omgeleid. Misschien was de man een lichte slaper of had hij een supergoed gehoor. Gelukkig deze keer was het salvo uit een uzi voor hen bedoeld, niet raak geweest. Die keer was dat enkel door hun tegenwoordigheid van geest om op tijd dekking te zoeken toen ze een verdacht geluid hoorden. Dit had hen in eerste instantie het leven gered. Wat ze echter niet verwachtten, was dat die man hen zou volgen terwijl ze de vlucht namen.
            Door de schok van hun onverwachte ontdekking hadden ze eenmaal buiten de verkeerde zijstraat genomen. Toen ze achter hen stappen hoorden zagen ze te laat dat die dood liep. Joeri en Nikolaj waren al schietgebedjes aan het opzeggen en zagen hun leven voor hun ogen flitsen toen Iléna Federova op het toneel verscheen en met een paar vliegensvlugge bewegingen de man ontwapende en genadeloos vloerde. Game, set en match!
            Tot op de dag van vandaag had zij niet willen zeggen waarom zij daar juist op tijd als de reddende engel aankwam. Was zij hun onbekende back-up of moest zij hen controleren? Iléna gaf geen uitleg, maar gaf hen wel de raad om zo vlug mogelijk en zo ver als het kon te verdwijnen. Ze hadden zich gebrand aan een zaak die hen ver boven het hoofd ging, had ze er mysterieus aan bijgevoegd. Joeri en Nikolaj bedankten haar. Zij had erop geantwoord dat ze bij haar in het krijt stonden en dat ze ooit wel hun schuld zouden kunnen aflossen. Joeri en Nikolaj hadden toen beweerd dat ze ‘altijd’ op hun diensten zou mogen rekenen. Immers, ze had hen van een gewisse dood gered en dat was wel meer dan een wederdienst waard. Iléna had geglimlacht nadat de gebroeders Volkov vliegensvlug waren vertrokken uit de omgeving van het huis waar ze hadden ingebroken. Ze had de documenten waar de gebroeders op zoek naar waren uit haar diepe mantelzak genomen, opgeplooid en in haar handtas gestoken die ze voor het gevecht tegen de muur van de doodlopende steeg had gezet. Wat niet weet, niet deert!
            Sedertdien hadden ze reeds menigmaal samengewerkt met de twee broers en ze hadden elkaar beter leren waarderen. Iléna had hun kwaliteiten leren kennen en was verrast over hun lenigheid en hun bravoure om gevels van soms honderden meters hoog op te klimmen waar zijzelf niet eens een halve meter hoog zou geraken. Het brein van de broers werkte op dezelfde manier, hun gedachten liepen synchroon. Misschien om de reden dat het broers waren, misschien vanwege hun opleiding en ervaring. Het feit was dat ze elkaar zo instinctmatig aanvoelden, dat het Iléna soms deed huiveren. Ze vulden elkaar aan zoals ze dit nog nooit had meegemaakt.
            Joeri en Nikolaj hadden Iléna,  alleen al om het feit dat ze hun hachje ooit had gered, weten naar waarde in te schatten. Maar gedurende hun samenwerking hadden ze ook een andere Iléna leren kennen. Een vrouw met tientallen karakters. Ze kon de fragiele en naïeve deerne spelen die op zoek was naar de sterke arm van een argeloos slachtoffer. Soms met een grijs mantelpak en een zware bril en haar kapsel heel sober opgestoken was ze de kleurloze secretaresse, een andere keer een echte vamp die een nietsvermoedende zakenman even vlug van zijn klederen als van zijn geheimen ontdeed. Dat ze als Aikido-beoefenaarster heel wat meer gewicht in de schaal kon leggen dan dat een elektronische weegschaal beweerde, wisten ze al jaren. Als het nodig was, waren ze een team die goed te samen werkte en die resultaten boekte. Een goed geoliede machine die resultaten afleverde.
            Ze waren in een verlaten loods aan het oefenen. Een grote hangaar die Iléna voor een aantal weken had gehuurd voor hun opdracht. Gerekko Dai had via Feliciano het scenario uitgeschreven en op vraag van Gekko had zij deze plaats uitgekozen om zijn draaiboek uit te proberen. Er waren op een aantal plaatsen camera’s aangebracht, zodanig dat Gekko de vorderingen kon volgen, eventueel kon bijsturen of de nodige uitleg kon geven over het waarom van bepaalde te volgen stappen.
            Gekko was een perfectionist die niet gauw tevreden was. De gebroeders Volkov hadden dit al aan de lijve ondervonden. Het waren weliswaar details, maar om deze zaken zou het succes van hun onderneming zich concentreren. In de loods beklommen ze verticale hellingen met de kleinste uitsparingen, gewoon om hun finesse in het beklimmen van een gevel aan te scherpen, te verbeteren. Hun snelheid om zich te verplaatsen via een punt naar een ander werd getest zowel op efficiëntie als op tijd en steeds weer verbeterd of bijgewerkt. Een supergrote ventilator zorgde voor de wind die hen ook te wachten stond bij de uitvoering van hun opdracht. Hij werd via een loopbrug waaraan hij bevestigd was, verplaatst zodanig dat de tegenwind bij iedere nieuwe oefening van uit andere hoeken kwam. Alles werd getest. Hun inventiviteit op onverwachte gebeurtenissen werd beproefd en er werd bekeken hoe zij zo’n situaties benaderden. Gekko was tevreden over het duo. In eerste instantie werkten ze zonder het kleefpak dat ze zouden gebruiken bij de werkelijke opdracht. Misschien was het deels de inbreng van Iléna, maar de gebroeders Volkov leenden zich met hun capaciteiten honderd procent voor het project dat Gerekko Dai had uitgedacht om de CCD uit te schakelen of op zijn minst zo te saboteren dat de Oude Wereld er geen voordeel zou kunnen uit gebruiken.
            Er stond ook nog een wat oudere vrouw te kijken naar de halsbrekende stunts die de gebroeders Volkov aan elkaar breiden. Lucy Nicholson was regelmatig bij de uitvoering van de voorbereidingen aanwezig geweest. Het was Iléna opgevallen dat Lucy zich wat kleuriger kleedde en ze was tevens van bril en kapsel veranderd. Ze had op korte tijd haar uiterlijk totaal gewijzigd. Ze zag er minder streng uit en Iléna wist niet naar wie Lucy het meest keek, Joeri of Nikolaj, maar ze wist dat één van de twee zeker in de smaak viel van haar vrouwelijke opponent in de groep. Nou ja, dacht Iléna, waarom niet. Ze had al tientallen malen gedacht dat Lucy uit haar rol van oude vrijster zou moeten breken. Met haar karakter miste ze zoveel aangename dingen in het leven. Op de meeste vlakken waren ze elkaars tegenpolen en niettegenstaande Iléna opkeek naar de organisatietalenten van de leidster van haar cel had ze haar altijd als vrouw minderwaardig gevonden. Op dit moment begon ze daaraan te twijfelen. Misschien kwam het toch nog goed met Lucy Nicholson. Of een van de gebroeders Volkov daar zo tevreden zou over zijn, dat was een andere zaak. Sowieso zou Iléna erop letten dat dit de opdracht niet in gevaar bracht.
            Het was de bedoeling dat Joeri en Nikolaj van bovenaf de toren aanvielen en Iléna zou voor afleidingsmanoeuvres moeten zorgen. Daar was Iléna wel goed in, dacht Lucy op haar beurt. Ze wisten al een tijdje van de ingang via 44th Street en Iléna Federova zou via de geüploade  gegevens die Gekko had gekraakt en aangepast en de kaart die Feliciano had ontvreemd langs die kant voor wat gepast amusement zorgen. Maar met Iléna wist je nooit. Ze was befaamd om haar improvisatietalenten en dat was juist wat Lucy Nicholson het meest vreesde. Ze wist dat haar vrouwelijke collega in de Weerstand heel wat charmes in de strijd kon werpen naast haar werkelijke strijdkwaliteiten als zwarte band Aikido. Toch zou ze maar gerust zijn als iedereen zonder kleerscheuren de taak had volbracht waarvoor ze nu trainden.
            Maar die Joeri, daar stond ze toch wel even naar te kijken. Ze wist niet wat haar overkwam, maar zoals ze hem daar bezig zag. Spieren gespannen, uitermate geconcentreerd, van het ene punt naar het andere punt springend of slingerend. Ze voelde zich warm worden vanbinnen en vroeg zich af waarom ze telkens de kriebels had in haar buik als hij even naar haar lachte?




……..



            We deden niet alsof, maar beiden wisten we dat dit de laatste keer kon zijn dat we bij elkaar waren. Stephen zou morgenochtend vertrekken met een intercontinentale vlucht naar de Oude Wereld. Ik streelde zijn haar en kuste hem hartstochtelijk op de lippen. Na die kus boorden zijn ogen zich in de mijne en we communiceerden zonder woorden. Zijn handen omvatten mijn gezicht en hij legde zijn voorhoofd tegen het mijne. Ik loenste en moest niettegenstaande mijn tranen die heel wat dichter zaten, lachen. Och God, hoe draait de wereld op zijn eigenwijze manier rond! Mijn nieuwsgierigheid naar deze man, een onbekende naam op een slide die ik in handen had gekregen door Gekko was mijn vriend…mijn minnaar geworden. Mijn handen gleden over zijn borst en ik kuste hem opgewonden. Ik voelde zijn hartstocht tegen mijn onderlichaam drukken. We waren zo dicht en straks zo ver, misschien té ver. Als een drenkeling hield ik mij aan hem vast, ik wist dat ik hem niet kwijt wou en toch zou ik hem moeten laten gaan. Mijn hart zei, ga mee met hem, maar mijn verstand wist dat dit niet de juiste oplossing was. Ik zou een blok aan zijn been zijn, zeker in het kader van hetgeen hij wilde bereiken. Stephen had me verteld dat hij een paar contacten had, die nog dateerden uit de periode dat zijn vader leefde. Hij zou een paar oude schulden verzilveren. De vrouwelijke senator, als die bestond, zou een gezicht en een naam moeten krijgen. De mensen die hij zou bezoeken zouden beter dan hijzelf, een beeld kunnen vormen van de persoon die zich achter al deze narigheid verborg.
            Stephen was vandaag anders. Het was alsof hij zich concentreerde op al zijn bewegingen, op het strelen van mijn haar, mijn wang. Mijn lippen die hij kuste, zijn tong die mijn mond verkende. Zijn handen waren dan eens op mijn schouders, dan drukte hij me zo dicht en voelde ik zijn vingers mijn rug verkennen als een blinde. Hij voelde met tedere bewegingen aan ieder stukje van me. Hij wilde zich alles herinneren. Allemaal stukjes die hij met zich zou meenemen op reis!
            Ik kuste hem terug, hard, met mijn mond open en mijn tong die de zijne wegduwde. Stephen ging mee in mijn ritme en ik duwde hem met zijn schouders tegen het bed. Schrijlings kwam ik op hem en hij nam me zoals ik me gaf. Totaal de zijne, hij van mij en ik van hem. We zouden het hiermee een tijd moeten doen. We draaiden ons in het bed, de lakens rond onze lichamen verward. Met de liefde in ons hoofd en de passie in ons lichaam werden onze bewegingen sneller en onze ademhaling dieper. Onze lichamen gleden als voor elkaar gemaakt in en uit elkaar. Uiteindelijk explodeerde het in mijn hoofd, in mijn hele lichaam, in mijn bekken. Ik voelde, hoorde Stephen op hetzelfde moment mijn bevrediging beantwoorden. Zijn rug kromde zich en zijn mond naast mijn oor fluisterde de mooiste woorden die ik ooit had gehoord. ‘Ik hou van je, Yu. Oh, God, wat hou ik van je!’

            Er vielen tranen, tranen van geluk. Ze waren van mij en ook een paar van Stephen. Waar had ik dit verdiend? Dat dit geen droom mag zijn. ‘Ik hou ook van jou, Stephen,’ fluisterde ik terug en streelde de achterkant van zijn hoofd, nek en alles waar ik aan kon. En kom alsjeblieft terug, gezond en wel , dacht ik er stilletjes bij.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


donderdag 26 november 2015

The Woman in Red: Chapter 53















53.The recovery

            The time during the funeral meal seemed an eternity to Katarina. She knew a lot of people had come from far to pay their last respects and to extend condolences to her for her loss. She couldn’t just sneak away. She wasn’t wired like that. Despite she had a splitting headache, she kept playing her role and thanked everybody personally for coming.
            Finally, the last couple had left and she was together with Cecile alone in the hall where the meal had taken place. ‘Thanks for your support, sis. I couldn’t have coped with it.’
            Cecile took her close in her arms for a moment. There was no need for words, they knew what they felt for each other and the loss they shared.
            Katarina carefully loosened her embrace. ‘I’m going to check on Jean-Pierre in the hospital. He’s already going home tomorrow. I’ve so much to be grateful. It’s a lifetime debt I have because without him I would be dead. I’m frightened he’ll hate me for what has happened.’
            ‘Hate you?’ Cecile looked surprised. ‘Jean-Pierre would never have caught a bullet for you if he didn’t love you. It’s just because of that love he has acted that way. Katarina, you can’t doubt such a thing. If I can read him a bit, he’ll just react like you now.’
            ‘How do you mean, like me? I’m sad and happy and the same time. I’m happy to be alive, but the wound of my mother’s death still bleeds. I don’t know how to handle that.’
            Cecile caressed her sister’s hair. ‘It’s like you say just now. He also will like that, glad because you’re alive and miserable because your mother, our mother is dead at the same time. Come on, Kat, go to your friend and give him a kiss from me too. That he gets better soon. I’ve heard he already can leave the hospital tomorrow?’          
            Katarina nodded. ‘Yes, after the first 24 hours he’s so quickly recovered that you almost can call it a miracle. The home nursing will they care of his further recovery. But you’re right, my place now is at the side of his bed. Take care, Cecile, you’re only thinking about me, but it was your mother too.’
            Cecile bit her lip for a moment, but she could suppress the tears. She was a strong woman, Katarina had experienced that these last days. Maybe the relation between her mother and Cecile hadn’t been quite good all the time, she couldn’t deny that, but maybe it was just because they had the same character.
            With a last kiss, Katarina left her sister and left for the hospital. She hadn’t slept very much these past days and she felt it started to weigh on her. She could fall asleep in a second. She was startled the moment she thought it because her eyes were closing. She put the radio very loud and started to drive a bit slower. She knew better than anyone how fast an accident could happen. After the raid on the castle and their escape from ‘Le Tapis Rouge’, they had experienced it firsthand. She couldn’t make the same mistake twice.
            It didn’t take long before she found a little place at the hospital to park her car. Jean-Pierre was on the seventh floor room 766. She carefully knocked on the door but didn’t hear anything. Silently she pushed the door open and looked around the corner. She saw he was peacefully sleeping. They had almost completely reduced the painkillers and he started to color again. The specialist had told her several times he must have had a special ‘guardian angel’.
            Carefully, she sat beside his bed on a chair. She saw that a lock of hair had fallen before his eye and pushed it back with a tender gesture. Obviously he hadn’t slept very deep because he slowly turned his head to her.
            ‘Katarina, it’s you. I’ve dreamed about you.’
            She smiled at him. ‘Hopefully it wasn’t a nightmare, honey.’
            For a moment, he closed his eyes. When he opened them again, she saw the saw the smile in his eyes. ‘I’ll tell sometime.’ Without her noticing, he had moved his hand a little closer. He put his warm hand upon her hand. ‘I would like to take you in my arms and comfort you, Katarina. I know these past days were very hard for you. If it was possible I’ve would have saved her too, but…’
            She laid her finger upon his lips as a sign that he hadn’t to say more. Katarina leaned over Jean-Pierre and gave him a soft kiss on the lips. She felt he didn’t mind it at all and she gave him a quick kiss on his cheek. ‘The last kiss is from my sister, but the first was mine.’
            Jean-Pierre smiled back. He was thinking as little as possible of what had happened. It wouldn’t change anything. He was glad to have saved Katarina and that he was alive.
            ‘If you’re feeling strong you can come with me tomorrow. The General has invited us to tell us a thing or two.’
            ‘What has happened? Do you know what’s it about?’ Jean-Pierre frowned. He was not fond of the General, but obvious Katarina trusted him.
            Katarina shrugged. ‘I wouldn’t know, but I suppose it’s important. He may have done things that I don’t like, but he’s not a windbag. So, we’ll see. If you want to be there I would advise catching up on some extra sleep. I’ll stay with you and sleep in the seat here.’
            While he nodded his eyes already closed. The rebellious lock of hair fell again in front of his forehead. She didn’t wake him this time when she affectionately brushed the lock again to his place.

© Rudi J.P. Lejaeghere
17/10/2015    




dinsdag 24 november 2015

My first e-book edition!!!!

A Glass of Poetry


You now can buy a collection of my poems in English in e-book format.






















I hope you like the cover and here's the link to follow, if you want to have 30 of my best English poems in your e-book library. For the democratic price of 9,99 $ it can be yours today.

Just copy/paste the link below in your browser to find my e-book

https://www.lulu.com/shop/search.ep?keyWords=Rudi+Lejaeghere&type=

or push on logo here below

Support independent publishing: Buy this e-book on Lulu.


Now that you have found the place to buy this book, in a few minutes this e-book can be yours. Thanks for your interest in my writings.


Enjoy the reading

Rudi J.P. Lejaeghere

maandag 23 november 2015

Our Golgotha




I’ve seen them all and even more,
the pale bleached bones,
even those of the children,
they didn't spare,  

silently the hollow skulls were staring,
desecrated, empty and orphaned,
their teeth bare in fear
for what the flesh had promised,

for what has been I grieve,
never has tomorrow been so dead,
as in my dreams I cry

for the innocence and the red
of the blood they shed I pray
before the cross in agony. 

© Rudi J.P. Lejaeghere

23/11/2015


Golgotha




Ik heb ze allemaal gezien,
de wit gebleekte beenderen,
zelfs deze van de kinderen,
niets werd mij nog ontzien,

stil staarden holle hoofden
ontheiligd leeg verweesd,
hun tanden bloot bevreesd
voor wat het vlees beloofde,

voor wat geweest is treur ik,
nooit was morgen ooit zo dood,
als in m'n dromen ween ik,

om de onschuld en het rood
van hun gestorte bloed bid ik
aan het kruis in stervensnood.

© Rudi Lejaeghere

23/11/2015


A macabre dance



Barbed wire and tangled words
are pinning down my reflections
between the dream and reality

they have edged the borders
in the black earth with the blunt end,
the spade has cut the worms in smithereens,

I see the pieces just like dementing fingers
crawling and groping around on an exploration
for the stableness of the abyss
along my rickety house of cards,

the blood from my opened veins
is shooting as a red flare through my pen,
slamming roses and thorns out of my head,

I still know the dawn behind the horizon,
shall I be able to see the sun rising
before I've bled to death?

© Rudi J.P. Lejaeghere
23/11/2015




Dance macabre



Schrikdraad en woordenkluwens
pinnen mijn spiegelingen vast
tussen de droom en werkelijkheid,

men heeft de grenzen afgekant,
in de zwarte aarde met de botte zijde
heeft de spade wormen door gekapt,

ik zie de stukken als dementerende vingers
rondkruipen en tasten op zoek
naar de vastheid van de afgrond
naast mijn wankele kaartenhuisjes,

het bloed uit mijn geopende aderen
schiet als een rode vuurpijl door mijn pen
en knalt rozen en doornen uit mijn hoofd,

ik weet de morgen nog achter de einder,
zal ik de zon nog zien rijzen
voor ik uitgebloed ben?

© Rudi J.P. Lejaeghere
23/11/2015


vrijdag 20 november 2015

Requiem: Hoofdstuk 35 (1e deel)








35



            ‘Sorry, Ji,’ zei de dokter tegen zijn vriend, ‘Hij is in coma gegaan. Ik kan hem lichamelijk de zorgen geven die hij nodig heeft, maar ik vrees het ergste. Het bloedverlies en helaas heb ik inderdaad kunnen constateren zoals uw vriend suggereerde, dat hij beginnend gangreen heeft. Het heeft hem zozeer verzwakt dat ik vrees voor zijn leven, als we niet direct reageren. Ik moet dringend een ambulance-eenheid verwittigen.’
            Stephen en ik stonden erbij als uitgeschud. We hadden deze man maar een paar momenten bij bewustzijn gekend. Hij was blijkbaar een pion in het raadsel rond de moorden en de opdrachtgevers. Zover was Stephens en mijn gedachtegang al geraakt. Op dit moment zouden we niets meer te weten komen waarom die man aan hun deur stond en wat zijn rol in het geheel was. Zoveel was zeker, hij kende Stephen en hij had een boodschap doorgegeven die om de een of andere reden belangrijk voor hem was. Het was deels ook een waarschuwing. Hij had ons een code toevertrouwd en we moesten een bepaalde senator niet vertrouwen. Iemand in de Oude Wereld die achter het ganse plaatje stond. Dat zou veel verklaren. En die ‘ze’ in zijn ijlende woorden duidde op een vrouwelijke persoon. Zoveel vrouwelijke senators waren er nu ook weer niet. Alhoewel men niet op de eerste beste kon toestappen en haar beschuldigen van het organiseren van moorden in de Nieuwe Wereld. Veel vragen, weinig antwoorden! Jack Sterlington was de naam van de mysterieuze man. Dat hadden we wel meegekregen. Misschien dat Stephen via zijn contacten iets over deze man te weten kon komen. Er zou wel iemand weten voor welke senator Jack Sterlington had gewerkt.
            ‘Ik ga deze patiënt dan ook bij de politie moeten aangeven. Mijn verhaal zal hen wel overtuigen. Een gekwetste man die op mijn deur klopte en om hulp vroeg en daarna in coma gaat. Jullie namen zullen hier niet in gemengd worden. Maar nu moet ik voortmaken als we deze man nog een kans willen gunnen.’
            Ji drukte de hand van zijn vriend en we konden niets anders dan onverrichter zake het huis van de dokter verlaten. Ik had Gekko ingelicht over het onverwachte bezoek van Jack Sterlington en dat we iets later zouden zijn.
            Wat later zaten we allen wat geschokt bij elkaar in het appartement van Gekko. ‘Ik vraag me af,’ probeerde ik de stilte te verbreken, ‘of dit niet boven onze  pet gaat. Er spelen hier duidelijk internationale motieven mee in deze zaak. Hebben wij de macht om het tegen deze grote spelers op te nemen?’
            Eagle Eye was de ganse tijd al stil geweest. Het was ons niet echt opgevallen omdat de situatie met Jack Sterlington ons zo verrast had. Maar nu we wat tot onze positieven kwamen, viel het mij op dat Eagle Eye op iets zat te broeden. ‘Jérome, is er iets, je bent voor je doen nogal…stil! Problemen?’
            ‘Neen, geen problemen, maar weer een stukje van de puzzel die op zijn plaats valt,’ verklaarde hij. We keken allemaal verbaasd. ‘Ik had gisterenavond een afspraak met Masowa!’
            We waren geschokt. Hij had ons daarover niets verteld. Eagle Eye verontschuldigde zich daarom. Hij wou eerst alles verwerken wat Masowa had verteld. Hij vertelde hoe alles verlopen was en dat hij te weten was gekomen dat de moordenaar Michael werd genoemd en blijkbaar een Euraziaat was. Hij vertelde ons ook dat Iro Masowa nog niet de slechtste was en dat hij vermoedde dat Jack de westerling was die ik en Stephen naar Ji’s vriend, de dokter hadden gebracht. Eigenlijk was het plan van Eagle Eye om Masowa uit te vragen een prachtig idee geweest, maar juist enkele dagen te laat uitgevoerd. Ze hadden de moordenaar in zijn hol kunnen overvallen met zijn vieren. Tegen zo’n overmacht had hij het zeker afgelegd. Maar nu was het anders verlopen.
            Stephen zat bedenkelijk te kijken. ‘Ik vrees dat er niets anders opzit dat ik terug moet naar mijn thuisbasis in de Oude Wereld!’
            Waarom weet ik niet, maar mijn hart begon sneller te slaan, wat bedoelde Stephen? Wilde hij zich terugtrekken uit deze zoektocht die we samen gestart waren. Was ik voor hem maar een onenightstand geweest? Ik wist niet wat gezegd, zeker niet in de aanwezigheid van mijn andere vrienden. Misschien dat zij het aanvoelden, want hun blikken gingen heen en weer tussen Stephen en mij. Stephen merkte dit ook op. 
            ‘Neen Yu, het is niet dat ik hiermee stop,’ en hij glimlachte me met een knipoog toe. Een knipoog met een dubbele betekenis.
            Mijn hart was gerustgesteld. Ik was smoorverliefd geworden op die man met die bruine zachte ogen. Zo’n gevoelens had ik nog nooit gehad. Vlinders in mijn buik, pff ik had er vroeger altijd sarcastisch op gereageerd bij vrienden die erover spraken. Ik had hen voor watjes aanzien. Pas nu voelde ik de kracht van de liefde.
            Stephen legde zijn plan uit. ‘Ik bedoel, we hebben een code, een locatie in de Oude Wereld: De bank of America. Ik moet zelf ter plaatse die code gaan uitproberen om te zien wat die inhoudt. Misschien is het niets of anders kan het de oplossing zijn waar we al de hele tijd naar zoeken. Ik ben de enige persoon in dit gezelschap die dit tot een goed einde kan brengen. Het is een thuiswedstrijd. Ik moet die kunnen winnen!’
            ‘Ik ga met je mee, Stephen,’ vloog het uit mijn mond, zomaar zonder nadenken. Ik wilde bij hem zijn. Hem begeleiden, bij hem zijn en met mijn Kami Akai hem verdedigen als het nodig was.
            ‘Neen, sorry Yu. Geen enkel van jullie geraken een stap binnen zonder dat jullie gechipt en gevolgd worden. Ik wil jullie dat niet aandoen. Zeker niet nu we weten wat daar allemaal aan vast hangt. Ik denk dat jullie hier van veel meer nut zijn dan in mijn gezelschap.’
            Hij had natuurlijk gelijk. Ik wou zo’n vreemd dinges niet in mijn hoofd geplant hebben. Maar stilletjes slaakte in een zucht om andere redenen. Waarom had ik getwijfeld over onze gevoelens? Was het een romance die geen toekomst in zich had? Twee mensen uit twee zó verschillende werelden, twee culturen die misschien bij het eerste conflict onvermijdelijk zouden botsen en de genegenheid die er tussen hen bestond teniet zou doen. Ik stelde mij in een paar tellen zoveel vragen dat ik het pas na een poos doorhad wat mij werkelijk tegen het hart stootte. Ik zou een tijd zonder Stephen zijn als hij alleen terug naar huis zou gaan! En dat was de reden die mij zo deed reageren. Ik voelde het gemis reeds voor hij ons…mij zou verlaten.
            Stephen keek me met zijn bruine ogen aan. Zonder woorden las ik dezelfde gevoelens van zijn gezicht. ‘Het is iets dat ik moet doen, Yu. We zijn te ver gevorderd met onze plannen om nu te stoppen. Gekko moet zijn project verder uitwerken en ik moet in Detroit een bank bezoeken. We moeten onze prioriteiten kennen al vind ik het ook niet leuk om jullie hier achter te laten. Jullie zullen zich ondertussen onder de  radar moeten proberen te houden. Niet opvallen bedoel ik. Hoever sta je nu al met jouw plan, Gekko?’
            Gekko maakte even een rondje met zijn vierwieler en tikte zijn virtuele beeldscherm aan. ‘Dit zijn Joeri en Nikolaj Volkov.’ We zagen twee mensen een gebouw langs een gevel klimmen. Het was een 3D-filmpje dat hij in elkaar had gezet volgens het scenario dat volgens zijn berekeningen het meeste kans van slagen had. ‘Vooraleer de gebroeders Volkov deze halsbrekende toeren doen, moet ik ondertussen de straatcamera’s in de nabijheid van het gebouw in een lus plaatsen. De veiligheidsmensen die eventueel deze beelden bekijken zullen om het half uur dezelfde beelden zien die ik voordien heb opgenomen. Geen Joeri of Nikolaj te bekennen voor hen.’ Gekko glunderde om zijn spitsvondigheden. ‘Dankzij de chip die bij Iléna en de gebroeders Volkov zijn ingeplant heb ik verbinding met de satelliet en kan alles volgen. Ik kan ook via de satellieten de camera’s bedienen alsof ze hier in mijn kamer zouden staan. Ik moet erbij voegen in alle eerlijkheid dat het Feliciano’s verdienste is, gezien hij  mij de codes van de chips van Iléna, Joeri en Nikolaj heeft bezorgd. Op die manier heb ik drie personen die mij het zicht op het gebouw en alle veiligheidssystemen bezorgen.
            ‘Vooraleer zij het dak bereiken moet ik de laserbeveiliging die ze daarboven gebruiken, omleiden zodanig dat zij een luik kunnen bereiken die hen toegang verschaft tot het gebouw zelf. De veiligheidscodes binnen het gebouw worden helaas regelmatig veranderd. Ondertussen heb ik nogmaals dankzij de hulp van Feliciano en Iléna een elektronische sleutel doorgekregen die mij in staat stelt om tot op het laatste moment te zien of de codes die ik nu in mijn bezit heb, niet gewijzigd zijn. We mogen niet riskeren dat we onze aandacht even laten afleiden, zodat Joeri en Nikolaj bij het neerkomen op de vloer van de bovenste verdieping een alarm inschakelen. Het luik zou zich volgens de blauwprints binnen de tien meter van de lift bevinden die hen naar de Kelder moet leiden. Een speciale lift die nogmaals met een code bediend wordt die…ja, ik zie jullie al knikken, inderdaad de regelmatig gewijzigd word. Die lift leidt naar de plaats waar de CCD staat. Die moet dan met mijn hm…speciaal medicijn behandeld worden.’
            We keken naar het filmpje met de figuren die Joeri en Nikolaj voorstelden en die alles tot in de puntjes uitvoerden en na een mum van tijd bij de CCD stonden. Het leek allemaal zo gesneden koek dat het bijna niet te geloven was. Gekko zag de twijfel op onze gezichten en  gaf toe. ‘Het zal inderdaad niet zo gemakkelijk zijn zoals jullie hier zien. Maar…ik heb op dit moment heel goede kaarten in mijn hand. Die moet ik als een goeie bridger gebruiker en het beste contract bieden dat erin zit. En voor de kenners, het is misschien dan geen “sans atout spel”, al ik heb met al die mensen die mijn plan gaan uitvoeren meer dan één troefkleur in handen, maar ik blijf niettegenstaande voorzichtig en zal mijn slagen steeds op ieder moment hertellen en herrekenen.’ Het zag er gewaagd uit, iets voor circusartiesten, dacht ik nog. Ja, Joeri en Nikolaj waren een  goede keuze!



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


donderdag 19 november 2015

The Woman in Red: Chapter 52















52. The funeral


A week later…

            It was a sad day. The funeral was even more overshadowed by the drizzly rain which gave his own accent at the sorrow of all the persons present. Katarina had no tears left. She had cried and mourned the whole week. It shouldn’t have ended this way. Her glance wandered over the oak coffin, spattered with raindrops. Upon the light-brown coffin, there was a bouquet of red roses. Katarina didn’t know why she liked the color red so much. It was the color of blood, the blood that was shed. Nonetheless, she hadn’t chosen for the white lilies like the salesgirl from the flower shop had suggested.
            She looked with tired eyes around her. A lot of acquaintances and friends had come to pay their last respects. She knew everybody and would personally thank them for their support. It was the least she could do.
            She had organized everything despite the fact that she felt herself balancing on the edge of an emotional breakdown. She had helped to choose the dressing of the deceased person. She had done the necessary to send the death announcements and contacted the priest who would lead the ceremony. Katarina had even chosen the flowers and the coffin. However, she had to admit that she couldn’t have done it all without the help of her sister Cecile. Her twin sister shared her sorrow and supported Katarina wherever she could.
            The General was also there. He was in full dress for the opportunity. It was his way to say that he regretted what had happened.
            In spite of what the man had prepared, everything had gone wrong. He had foreseen that someone during the operation could get hurt, but he wasn’t able to prevent the worst. Even the emergency services which were practically at the entrance of the place where the shooting took place had arrived too late.
            After Jean-Pierre had been shot and after the reanimation attempts from Katarina and the emergency services the gangster had tried to shoot him away outside. He had been forced back in one of the rooms on the first floor. The gangster, whose name seemed to be Vincent Beau, had been hit by a bullet. Afterward, it turned out to be lethal. The coward, however, had still taken another victim in his last minutes of life. Was it intended or a coincidence, but the room he had escaped into appeared to be the one where the Baroness had been held prisoner. With a last physical effort, he had shot the woman through the heart without hesitating before he expended his last breath.
            At that moment, Katarina had only eyes for the attempt of the emergency unit to call her friend back from the dead. Eventually, it seemed they felt a heartbeat with Jean-Pierre after the umpteenth attempt to resuscitate him. In critical condition, he had been transported to the nearby hospital where they would be operating him straight away. Katarina had only heard of her mother in the hospital while she waited for the verdict of the specialist who did the operation on Jean-Pierre.
            Her world had collapsed. Fortunately, Cecile arrived very quickly and they could support each other a bit. Cecile hadn’t such a good relation with her mother like Katarina, but after all it was her mother too and at that moment the only thing they could do was to support each other.
            When Katarina eventually saw the worried face of the specialist, she knew it didn’t predict something very good and she clasped herself at her twin sister while she waited for the explanation from the doctor.
            ‘Your friend’s condition is still critical. However, we have him stabilized. No vital organs are damaged and that’s the essential. The first 24 hours are very important. We keep him on Intensive care so that we can follow him very close. The first days he will stay in an artificial coma. We do this because in the case of a cardiac arrest the blood circulation has stopped. All the body cells, meaning also the brains, have been a while without blood and therefore without oxygen. As a result, there can be a swelling in the brains. We’ll stop the artificial cooling after 24 hours and then we’ll see what the final verdict will be. You can see him for a few instants, but what he needs most is rest.’
            Katarina and Cecile had thanked him. Both she and her sister had given him a hand and afterward they had hurried to the Intensive Care where Jean-Pierre was lying. They had seen him with a crisscross of tubes and wires, devices that beeped now and then and with a pale and sleeping Jean-Pierre. Katarina had kissed him gently on the forehead. Two of  tears had fallen off her face upon his lips.
            She thought about all this when she saw the coffin sinking into the earth. If Jean-Pierre hadn’t been there she would have joined her mother in death. He had saved her in danger for his own life. So many feelings raged through her body and a lot of them were connected to the grief caused by the death of her mother. However, one of these feelings she was aware of  talked about her love for a man and that’s why she had hope, hope for life.

© Rudi J.P. Lejaeghere
12/10/2015
           



zondag 15 november 2015

A little request

Dear readers, members of Facebook and Twitter,

Can I ask a little favor of you, readers of my poems, and stories, in particular, my story 'The Woman in Red'. I've posted this story, at least some chapters, on a new website 'Inkitt' and this for a contest. If you liked reading this story here, can you give me your vote on this website. I still have no votes at this moment (just posted). You just have to look for me (now I'm on the 160 st place) and push the button on the bottom to show more and find my story. You can give me your vote pushing the little heart on the left side of the summary. Thank you very, very much.

http://www.inkitt.com/nanowrimo

or

http://www.inkitt.com/nanowrimo?sort=latest

Rudi J.P. Lejaeghere

zaterdag 14 november 2015

OMG Oh my God!

O M G









O M G


Oh my God,
The first words that come to my mind
When I see those horror images
That have plunged France into mourning

I pray every day for my family to be safe,
Today I feel guilty because
I didn’t pray for them who have died in Paris.

Where were you, my God?
I’ve learned as a young boy you’re everywhere.
Where were you on Friday the thirteenth?
How can you allow this to happen?

Have we deserved this?
Are we not worthy anymore?
Are we to busy with ourselves,
Pushed by financial gain and power?
How do I place this?

How do the brother, the sister and the family,
The friends of the dead can give it a place?
Where were you my God, why have you left us?

© Rudi J.P. Lejaeghere

24/11/2015 

O M G










O M G


Oh mijn God,
De eerste woorden die bij me opkomen
Als ik de horror beelden zie
Die Frankrijk in rouw hebben gedompeld.

Ik bid iedere dag omdat mijn gezin zou veilig zijn,
Vandaag voel ik me schuldig omdat ik
Niet voor hen die gestorven zijn in Parijs heb gebeden.

Waar was je, mijn God?
Ik heb als jongen geleerd dat je overal bent.
Waar was je op vrijdag de dertiende?
Hoe kan je toelaten dat dit gebeurt?

Hebben wij dit verdiend?
Zijn wij je niet meer waardig?
Zijn we veel te veel met onszelf bezig,
Gedreven door winstbejag en macht?
Hoe moet ik dit plaatsen?

Hoe moet de broer, de zus, ouders en familie,
De vrienden van de doden dit een plaatsje geven?
Waar was je mijn God, waarom heb je ons verlaten?

© Rudi J.P. Lejaeghere

14/11/2015

vrijdag 13 november 2015

Requiem: Hoofdstuk 34








34



            Stephen schrok net zoals ik van de bons op de deur. Wie kon dat zijn, ik verwachtte niemand? Vandaag zou ons groepje nog bij Gekko te samen komen, maar Ji en Eagle Eye hadden afgesproken om ons samen daar te ontmoeten. Ik keek naar het beeldscherm van mijn nieuwe beveiligingssysteem. Stephen kwam naast me staan en we zagen beiden dat een onbekende man voor mijn deur stond. Een westerling. Op de vraag of Stephen hem kende, schudde die ontkennend zijn hoofd. Toen zag ik pas dat de man zijn hand tegen zijn zijde hield. Hij was gewond! Voor zijn ogen lag een soort waas en hij stond te wankelen op zijn voeten, moest zelf steun zoeken aan de muur. Dat was echter nog geen reden om hem binnen te laten. Integendeel, het kon een junkie zijn of iemand die dronken was.
            ‘Wie ben je, maak je bekend?’ Ik zou toch eerst moeten weten wat hij aan mijn deur kwam doen vooraleer ik erover zou denken hem binnen te laten. Was het de moordenaar, hij leek er in de verte niet op. Een blonde man met groenachtige ogen. Ogen die pijn uitdrukten. Dat kon je toch niet acteren, of toch?
            ‘Je kent me niet. Jack…Jack Sterlington, ik weet….moordenaar…hij heeft mij verwond.’ Zijn stem klonk zwak en hees. ‘Stephen March….is Stephen daar?’
            We keken elkaar allebei verbaasd aan. Hij was wel aan het juiste adres, anders zou hij Stephens naam niet hebben vernoemd. Wist hij iets over de moordenaar van onze familieleden? Blijkbaar was hij verwond door diezelfde man. Ik nam een besluit en vroeg Stephen achteruit te gaan en gaf de code in het toetsenbordje om de deur te ontsluiten. De man viel gewoon binnen. Ik stond reeds in een afwachtende gevechtshouding en Stephen keek van op een afstandje naar het vreemde tafereel. Blijkbaar was de man die zich Jack Sterlington noemde in de ingang van mijn appartement bewusteloos gevallen.
            ‘Neem jij zijn schouders, dan neem ik zijn voeten.’ We leggen hem op de divan. ‘Voorzichtig voor die vaas,’ riep ik nog juist op tijd. Het was een geschenk van mijn moeder en een aandenken die ik niet graag had zien sneuvelen. Uiteindelijk slaagden we erin hem op de divan te krijgen. Ik opende zijn vest en zag direct dat zijn toestand geen acteerstukje was. Deze man was wel degelijk verwond. Ik was geen verpleegster, kende wel iets van EHBO, maar dit ging wel boven mijn petje. Toen ik het verband losmaakte zag ik een blauwachtige huid en bij een lichte druk op de wonde welde er pus op. Ik dacht aan gangreen en zei dit ook tegen Stephen maar zou er niets durven op verwedden. We wisten allebei dat die man directe professionele medische zorgen nodig had, wie hij ook was.
            Stephen had ondertussen Ji Lang aan de lijn. ‘Ji kent iemand, een dokter die hem kan helpen, maar die zal binnen de 24 uur aangifte moeten doen,’ telefoneerde hij me door. Het zou een zware dobber worden om die grote westerling naar de lift te slepen, hoewel Stephen wel wat macht had. Een bewusteloze man was een dood gewicht en was dus wel wat zwaarder om mee rond te zeulen.
            Had hij ons gehoord, ik weet het niet, maar de man kwam plots weer bij en wilde zich recht trekken maar met een kreet zonk hij terug in de divan. ‘Ik moet…wie is…Stephen?’
            Stephen ging op zijn knieën naast de man zitten. ‘Hier ben ik. Ik ben Stephen March. Mijn beste man, ik weet niet wie of wat je bent, maar als je binnen de kortste tijd niet de juiste zorgen krijgt toegediend zal het een korte kennismaking zijn. Je bent heel ernstig gewond. We vermoeden dat je gangreen hebt.’
            De man die zich Jack Sterlington noemde, knikte dat hij het begreep. ‘Oké, maar….ik moet….Bank of America…Detroit.’ Was hij aan het ijlen of was het een boodschap, we begrepen er niets van. De man haalde uit zijn broekzak een verharde plastieken kaart. Eerst dachten we dat het een bankkaart was omdat hij die vermeld had. Er stonden cijfers en letters op en er was een chip in verwerkt. Het kon een RFID zijn zoals de staaf die Stephen had gebruikt om het kluisje met de bewuste videostick te openen. De ogen van de man draaiden weer weg en we besloten hem op te tillen toen hij Stephen bij zijn mouw nam.
            ‘Onthouden…210635AD…AD140734LL…code, senator…ze is…niet vertrouwen,’ en toen verloor hij weer het bewustzijn. Ik had mijn memoblok direct vast en tikte de sequentie van getallen en letters in en hoopte dat ik het niet verkeerd had ingegeven. Blijkbaar was het iets heel belangrijks, anders zou een gewonde man aan andere zaken denken. Bijvoorbeeld aan zo vlug mogelijk hulp zoeken om zijn eigen vel te redden.
            We hadden hem nu toch al in de lift gesleurd en terwijl we daalden ging het mobieltje van Stephen af. ‘Het is Ji, die staat beneden klaar met de autobot. Ik denk dat het een dubbeltje op zijn kant wordt. Ik heb juist zijn pols genomen en al ben ik geen dokter, die is veel te snel.’.
            Eindelijk waren we beneden en Ji stond al klaar aan de lift om het van mij over te nemen. Ik liep voor en schoof de deur van de autobot open en hielp Ji en Stephen om de gewonde binnen te krijgen. ‘Rijden maar,’ riep ik naar Ji die aan de console zat. Hij drukte zijn bestemming in en we voegden ons in de file.



……..




            Het was altijd schipperen tussen de weg van de wetenschap volgen en de weg van het inschatten van de mogelijkheden die daartoe leidden. Gekko had een aantal scenario’s uitgedacht om de CCD te saboteren. De ene optie al gevaarlijker dan de ander. De frustratie die hij daarbij ondervond door zijn handicap, was misschien juist zijn sterkte. Hij pushte zijn geestelijke vermogens zo ver dat hij steeds een oplossing probeerde te vinden, die uitvoerbaar was voor een lichamelijk goed functionerende mens maar tevens de finesse had van de techneut die hijzelf was. Hij had daarom ook aan zijn contact bij de Weerstand gevraagd om een gedetailleerd curriculum vitae van de groep die de opdracht zou uitvoeren. Dat zou bepalen welk plan de beste slaagkans had.
            Feliciano had er zijn werk van gemaakt en dat deed hem plezier. Hij had er zelf niet aan getwijfeld. Ze waren zielsverwanten, misschien zou de term geestverwanten hier beter passen dacht Gekko. Feliciano was uitvinder en Gekko wist als niemand beter dat iets nieuws uitdenken een van de moeilijkste opdrachten van een mens was. Inventiviteit was iets dat aangeboren was. Een talent dat men niet kon aanleren. Je had het of je had het niet. Feliciano had het en Gekko ook.
            Anderzijds was het Iléna Federova op het lijf geschreven om als derde lid het groepje te vervoegen die in de Kelder zou moeten binnenbreken. Ze was een vrouw die zich kon verdedigen als het moest. Haar zwarte band in Aikido zou er voor zorgen dat eventuele lastige obstakels, waarmee Gekko aan nachtwakers of mensen van de beveiligingsdienst dacht, zo vlug mogelijk uitgeschakeld werden. Wat haar rol zou zijn, wist hij nog niet juist, maar dat zou hij nog wel uitdokteren.
            Feliciano zou proberen uit te vissen, door wat overuren te kloppen op zijn afdeling, hoe de dienstregeling in elkaar zat. Ze hadden niet veel tijd meer, maar men mocht niet overhaast beslissen. Een half plan is een mislukt plan. Als ze de boel op een goede en definitieve manier wilden saboteren en er achteraf nog konden over navertellen zouden ze alles tot in de puntjes moeten te weten komen. Hoeveel mensen liepen er wacht? Wat was het interval van hun rondes, werden ze afgelost door nieuwe ploegen, om de hoeveel uur? Uit wat bestond de elektronische beveiliging? Allemaal vragen die bij dit project opdoken.  Misschien dat Gekko als hij het computersysteem van de Kelder kon kraken een aantal problemen voor hen kon oplossen.
            Gekko wist dat hij nu niet speelde met wiskundige variabelen of met codes en software. Hij had een aantal levens in zijn handen en het hing van hem af om deze mensen een zo groot mogelijke slaagkans te geven. Op zich was het voor hem ook een wiskundig vraagstuk, maar eentje waar hij al zijn verstand en ervaring die hij had zou moeten gebruiken. Levens waren belangrijker dan cijfers, hoe moeilijk hij het soms vond om dat toe te geven, hij was er zich wel ten volle van bewust.
            Het duo dat Iléna had gekozen waren broers. Joeri en Nikolaj Pavlovitsj Volkov waren in hun vroegere leven circusartiesten geweest. Ze waren befaamd om hun ontsnappingstechnieken waar Harry Houdini  een puntje aan kon zuigen. Geen slot of boei hield hen tegen. Daarbij waren ze als spionnen voor het goede oude Europese Rusland - een bijverdienste die goed had verdiend terwijl ze met het circus door de wereld trokken - getraind in het kraken van elektronische beveiligingen. Ze hadden beiden nog een speciale hobby die misschien te pas kon komen. Wie ooit door een geveltoerist werd beroofd, weet dat die halsbrekende stunts moeten uithalen om verdiepingen hoog te klimmen met enkel maar grip op kleine natuurlijk inkepingen in een muur. Zij waren de beste onder de specialisten in dit vak. De gebroeders Volkov waren de gepaste mensen voor de juiste job!
            Maar Gekko zou de sleutel in dit alles zijn. Op het gepaste moment zou hij op de juiste knoppen moeten drukken, de juiste codes invoeren, camera’s omleiden en zorgen voor afleidingsmanoeuvres. Gemakkelijk was anders, maar dat hield Gerekko Dai niet tegen. Integendeel. Het was voor hem een soort provocatie, om voor het onmogelijke toch nog een oplossing te vinden.  De uitdaging om dit te kunnen organiseren met goed gevolg was wellicht een compensatie voor zijn handicap, zo dacht hij soms. Hij moest enkel de mensen die de zaak uitvoerden tot in de puntjes kunnen inschatten en minutieus op hun opdracht voorbereiden. Een moeilijke taak. De werking van een machine kon men voorspellen maar de reacties van mensen op een situatie voorzien, was een andere zaak.  Ook bij hen moest hij weten waar de knopjes zaten die hen de juiste dingen op de juiste momenten zouden laten doen. Daarom ook had hij aan Feliciano een uitvoerige curriculum vitae gevraagd van Joeri en Nikolaj en natuurlijk ook van Iléna. Niet alleen qua vaardigheden, maar ook een psychologisch profiel zou hem helpen om een aantal zaken in te schatten bij zijn moeilijke taak.
            Terwijl hij deze persoonsbeschrijvingen las op zijn projectiescherm en de foto’s bekeek van het drietal bleef hij wel iets langer bij de foto van Iléna hangen. ‘Wat een mooie vrouw,’ zei Gekko luidop en was verrast van zijn uitspraak dat hij rondkeek of niemand hem had gehoord. Zo’n symptomen kreeg je natuurlijk als je 24 op 24 op je eigen stek bleef zitten. Hij had zijn eigen autobot die aangepast was aan zijn lichamelijke belemmeringen. Als hij het wou kon hij via de lift die hij had laten installeren vanuit zijn appartement naar de kelderverdieping waar hij via een mobieltje zijn autobot kon starten en tot voor de lift kon laten verschijnen. Een ingebouwd hefsysteem kon hem met rolstoel in het vehikel hijsen en normaal gezien tot daar was er geen vuiltje aan de lucht. Hij kon zich met zijn autobot verplaatsen naar elk punt dat hij in de ingebouwde gps programmeerde. Maar dan pas begonnen de problemen voor Gerekko Dai. Het uitstappen en een vreemde wereld betreden die niet smetvrij was, die niet aangepast was aan zijn noden! Het schrikte hem af,  zodanig dat het denken eraan hem al het koud zweet bezorgde. Hij wist dat elke fobie een naam had, door wetenschappers uitvoerig beschreven was en dat er een behandeling voor was. Maar Gekko was gelukkig tussen zijn vier vertrouwde muren. Wanneer hij naar de foto van Iléna keek zou hij toch graag van die angsten verlost zijn. Misschien…neen, hij moest zich concentreren op zijn job. Hij sloot het scherm af en opende de scenario’s die hij tot nu toe had ontworpen.



……..



            De man had zojuist zijn ziel verkocht. Eigenlijk was dit niet juist geformuleerd. Het was al veel vroeger gebeurd. De drang naar macht en overheersing had al altijd in hem gewoond. In de dagelijkse sleur moest hij zich dikwijls voegen naar de besluiten van de meerderheid. Het stemrecht of het veto van een van zijn collega’s was hem al te dikwijls de baas geweest. Nu zou er iets veranderen. Niemand buiten enkele vertrouwelingen wist wat er op handen was. Het zou de aanleiding zijn tot grote veranderingen in zijn Wereld. Hij was de hemel beloofd, maar bleef met zijn voeten op de grond. Men moest hem geen blaasjes wijs maken, als hij een tiende kreeg van wat men hem had toegezegd zou hij al meer dan tevreden zijn. Het zou van hem de machtigste man maken in zijn entourage. Als alles verliep volgens plan zou hij straks zeggen hoe het moest en niemand zou hem overstemmen, niemand zou zich beroepen op een veto.
            Met een peinzende blik staarde hij naar het scherm, waar zojuist een vrouw hem de nodige info had gegeven over de geplande invasie. Ze zouden niet met de aantallen overwinnen maar met de technologie. De CB-chip had een stuk nanotechnologie die zijn wereld had ontwikkeld in praktijk omgezet. Hij had de wetenschappelijke dossiers doorgestuurd via een satelliet die speciaal voor dit doeleinde was gelanceerd. Spionage? Landverraad? Volgens hem waren deze begrippen niet meer van deze tijd. Gezond verstand en inschatting van de toekomst was voor hem de aanleiding waarom hij deze stappen had ondernomen.
            Hij had de vrouw ontmoet bij een internationale conferentie omtrent het onderwerp ‘Wereldvrede’. Hoe ironisch achteraf bezien dat dit de start was van een militaire coup die volgen Jiro Taketani nodig was. Men had het gepeupel te veel vrijheid gegeven, de teugels teveel gevierd. Vrije meningsuiting en stemrecht voor iedereen, een maatschappij waar iedereen op gelijke wijze werd behandeld, het was voor hem allemaal een brug te ver. Zijn tegenwerpingen had hij voor zichzelf gehouden, zijn reactie zou verkeerd begrepen worden. Hij zag wat er rond hem gebeurde. Iedereen ging mee in de beweging en hij zou niet tegen de stroom in zwemmen. Hij was geen zalm! Hoe ze het wist, had hij nooit kunnen achterhalen, maar ze had hem benaderd en een paar ideetjes in zijn hoofd geplant. Ze had hem een de code en het middel gegeven om haar te contacteren. Nu was het zover. Zijn officiële medewerking was een feit.
            Jiro Taketani opende zijn bar en goot zich een ruime Chivas Original in. Niemand die het wist maar hij had een zwak voor deze whisky. Vijfentwintig jaar oude blended whisky. Een streling voor het gehemelte. Het water had hij weliswaar niet afgezworen, maar als hij op belangrijke momenten een toast wilde doen, was deze gouden nectar zijn favoriet. Hij nipte even aan het goed gevulde kristallen glas en voelde de warmte van de geestrijke drank zijn lichaam inpalmen. Voorzichtig genieten, niet te vlug. Hij moest zijn hoofd erbij houden. De senator was een prachtige vrouw maar hij onderschatte haar niet. Iemand die op zo’n grote schaal iets kon organiseren zonder dat de Oude of de Nieuwe Wereld er weet van had, was iemand waarmee men rekening moest houden. Toch zag hij voor zichzelf de toekomst mooi ingekleurd. Een promotie die niet te vergelijken was met wat hij ooit al in zijn loopbaan had meegemaakt. En de macht die ermee gepaard zou gaan! Niemand zou daaraan weerstaan. Jiro Taketani zeker niet.


 copyright Rudi J.P. Lejaeghere