zaterdag 23 januari 2016

Requiem: Hoofdstuk 39 (2e deel)














……..



            ‘Ji, ben jij het?’  Ji Lang herkende de stem van zijn vriend, Saburo Shimazu, de dokter die Jack Sterlington had opgevangen. Saburo had beloofd Li op de hoogte te houden over de gang van zaken rond hun vreemde patiënt Jack Sterlington die ze bij hem in een erbarmelijke staat hadden binnengebracht. Ji knikte naar Eagle Eye die bij hem was en die nam de tweede mobiel op die op dezelfde frequentie werkte zodanig dat hij kon meeluisteren.
            ‘Ji, ik heb een boodschap van Jack Sterlington. Voor deze sta je levenslang bij mij in het krijt, man. Ik heb via het ziekenhuis een verzoek gekregen dat die man om mij vroeg. Hij had blijkbaar daar ter plaatse info gekregen dat ik hem via de ambulancedienst had laten opnemen. Op dat ogenblik absoluut nog geen probleem. Maar toen ik in het ziekenhuis kwam, zat ik direct in de penarie. Ik werd ontvangen door een delegatie  van de Veiligheidsdienst die mij op de lippen zat en vroeg hoe onze vriend bij mij terecht was gekomen. Ik heb mij als de grootste idioot voorgedaan en gewoon verteld dat er aan mijn appartement een plakkaat hangt met mijn naam en beroep op en dat ik als dokter een mens in nood altijd help, al weet ik niet wie hij is. Als je genoeg hetzelfde verhaaltje vertelt, maar dan bedoel ik meer dan tien keer, beginnen ze je dan toch op een zeker niveau te geloven. Ik telefoneer van een buitenlijn, want ik  veronderstel dan de lijn op mijn kantoor wordt afgeluisterd.’
            Ji was verrast en Eagle Eye trok zijn schouders op om aan te duiden dat hij ook niet wist wat hij hier op moest antwoorden. ‘En…Saburo, wat is die boodschap, want geloof het of niet, ik had niet gedacht nog van die Jack te horen. Voor zover ik veronderstelde was die een vogel voor de kat. Dus die heeft zijn verwondingen overleefd, wauw?’
            ‘Blijkbaar waren we net op tijd,’ bevestigde Saburo hem. ‘Maar de heer Sterlington had persoonlijk gevraagd naar mij omdat hij mij wou bedanken voor het redden van zijn leven. Daarom had de Veiligheidsdienst mij ontboden. Ze wouden mij over de zaak uithoren. Een westerling met die verwondingen en een dubieus verhaal zou voor minder iemand wantrouwig maken. Maar ik ben bij mijn verhaal gebleven en uiteindelijk hebben ze mij bij hem binnen gelaten. De man had wat meer vrijheid gekregen, vertelde hij me en mocht in zijn kamer vrij rondlopen. Hij dankte me uitvoerig en heeft geen woord gesproken over jullie. Hij zei dat hij Josh Graham heette en op reis was in de Nieuwe Wereld als vertegenwoordiger van een transportbedrijf om wat research te doen naar mogelijke contacten die zijn firma kon aanspreken in functie van hun werkzaamheden.’ Saburo nam even wat adem na zijn eerste paniekerige uitleg.
            ‘En…,’reageerde Ji, ‘je zei dat hij een boodschap had, hoe heeft hij je die dan doorgegeven?’ Ji veronderstelde dat Jack een soort spion was van de Oude Wereld en was uiterst behoedzaam. Misschien probeerde die man hun voor zijn karretje te spannen, wie weet.
            ‘Ik kreeg heimelijk een papiertje in mijn hand gedrukt. Waar hij dat gehaald heeft, gezien de schaarste in dat materiaal weet ik niet. Maar er stond het volgende op geschreven:

Zeg aan Stephen March dat Michael hem op het spoor is en dat hij uiterst behoedzaam moet zijn. Er staat een contract op Stephens hoofd. Eentje van de hoogste prioriteit. Ik ben een gevangene, men heeft mij verraden en dat laat ik niet zomaar gebeuren. Vanaf nu sta ik aan jullie kant. Bijna was ik voer voor de wormen, maar bijna is niet helemaal. Ik hoop dat ik jullie ooit  persoonlijk mijn dank kan betuigen voor het redden van mijn leven.

JS

            Een kleine pauze verondersteld dat dat het volledige bericht was. ‘Ji, volgens mij is die man in gevaar. Je weet hoe ik over de  Veiligheidsdienst denk en dat is niet echt positief. Ik vermoed dat hij meer weet dan hij zegt. Volgens mij is die Josh Graham niet wie hij is, maar aan de ander kant vertrouw ik hem dan wel weer. Ik weet het niet? Het heeft mij wel wat zweet gekost en de angst om opgepakt te worden was ieder moment in mijn hoofd aanwezig. Doe ermee wat je wilt. Ik heb mijn deel gedaan en als dokter ben ik blij dat die mens nog leeft. Maar voor de rest is die spionnenwereld en alles wat er mee te maken heeft niet voor mij. Geef mij maar mijn stethoscoop en mijn scanners en daarmee ben ik een tevreden mens. Tot ziens Ji en de volgende keer, hoop ik dat je misschien nog een andere dokter kent?’ Het gesprek werd afgesloten.
            Ji keek verbaasd naar Eagle Eye. ‘Ik geloof hem,’ zei Eagle Eye met een fronsende blik. ‘ Ik bedoel onze Jack Sterlington. Die man had een opdracht, misschien niet echt eentje die in ons voordeel werkte, maar hij is wel verraden geweest. Achtergelaten in een vreemd land. Kan je het je voorstellen Ji, bijvoorbeeld jij of ik in New York op een missie en dat je baas of je achterban je laat stikken. Wat zou jij doen? Ik zou op zijn minst woedend zijn, neen ik zou razend zijn dat ik mijn leven in de schaal legde en dat men mij zou laten creperen als het eropaan kwam. Zo werkt het niet! We moeten Yu en Gekko op de hoogte brengen en heel dringend een plan uitdenken om die Jack daar weg te krijgen…als men hem nog niet verplaatst heeft. Om dit uit te vogelen zou Gekko misschien wel raad weten!


 copyright Rudi J.P Lejaeghere



zondag 17 januari 2016

Requiem: Hoofdstuk 39 (1e deel)









39



            Hij ontwaakte in een donkere ruimte. Er bestaan vele soorten duisternis. De ene perceptie van donker is zo verschillend van de andere. Soms verduisteren we een ruimte, maar zien we nog net genoeg om alles in een waas te onderscheiden wat zich rond ons bevindt. Je kan het op een bepaalde manier donker maken in een ruimte dat je enkel de grote obstakels of voorwerpen nog kan onderscheiden. Om het echter ondoordringbaar zwart te maken, moet je er wel iets speciaals voor doen. Alle kleine gaatjes of gleufjes waar het licht kan doorsijpelen opzoeken en toestoppen. De stoffen die je gebruikt als gordijn voor een venster moeten meer dan dubbeldik zijn want ogen passen zich na een tijd aan en kunnen toch enkel contouren onderscheiden. Stephen ontwaakte in een kamer waar het kleinste spoor van licht ontbrak. Er zat weliswaar geen raam in die ruimte maar dat wist hij niet want het was zo donker dat hij niets, maar dan ook niets zag.
            Zijn hoofd tolde en alhoewel hij niet wist hoe de kamer eruitzag waarin hij zich bevond,  had hij het gevoel of alles ronddraaide. Een naar gevoel dat men soms heeft als men wat teveel heeft gedronken en zich in zijn bed te slapen legt. Nooit een goed voorteken! In dit geval had alcohol er niets mee te maken. Stephen ontwaakte uit een verdoving met de kenmerkende symptomen die daaraan toe te schrijven zijn. Duizeligheid, hoofdpijn en een gevoel van ontheemding. Zijn mond voelde kurkdroog en hij dacht een moment dat hij zou moeten overgeven, maar stilletjes aan begon ‘de kamer die hij niet zag’, te stabiliseren in zijn hoofd. Zijn hoofdpijn verminderde van een stevig bonzen naar een wat zeurderige aanwezigheid. Zolang hij met zijn hoofd maar geen al te vlugge bewegingen maakte, viel het mee. De herinneringen kwamen terug en Stephen wist dat hij stevig in de penarie zat. De man met het litteken in de nek, de moordenaar van Suzy en zoveel anderen, had hem ontvoerd. Iedereen zou denken dat Stephen het vliegtuig naar New York had genomen, niemand zou vermoeden dat er iets verkeerds was gelopen. Hij was een vogel voor de kat en die kat heette Michael. Nog een ander vaststaand feit was dat hij vastgebonden was en niet weg kon. Hij was de gevangene van een seriemoordenaar en zijn leven hing aan een zijden draadje.
            Stephen probeerde te luisteren of hij iets hoorde. Men zegt soms dat zintuigen elkaar compenseren. Als je je ogen sluit dat je geur en smaak scherper of fijner worden. Stephen had het vroeger eens geprobeerd toen hij nog studeerde en dat was een regelrechte flop geworden. Toch was hij zich bewust van een geluid op de achtergrond. Heel zacht, een soort gezoem als van een bij, maar dan bijna niet hoorbaar of misschien zo gedempt dat het nauwelijks tot de ruimte die hij niet kon zien, binnendrong.
            Vreemd waar zijn gedachten naar toe sprongen. Nu besefte hij dat blind zijn heel erg was, misschien nog meer als je in je voorbije leven ooit had kunnen zien. Als je een tijd de schoonheid van de kleuren had mogen aanschouwen en dan voor een of andere reden, ziekte of ongeluk voor de rest van je leven in de donkerte van het niets moest staren. Nu hij zich nog meer inspande om iets te onderscheiden hoorde hij duidelijk dat er in het gezoem zelf een ritme zat. Het was een cyclus waar het geluid wat aanzwol en dan weer weg deinde en dan weer aanzwol. Je zou op de duur gek worden van een amper waarneembaar geluid waarop je je concentreerde als je het maar lang genoeg hoorde. Gelukkig was het geen druppen van water, daar kreeg hij pas de zenuwen van. Het deed hem denken aan zijn dorst. Hij likte zijn lippen en toen ging onverwacht het licht aan. Zo plots dat Stephen schrikkend zijn tong halverwege de beweging stilhield. Het was alsof hij zijn tong uitstak naar zijn ontvoerder maar dan zonder dat het de bedoeling was.
            Eerst zag hij amper wat. Verblind door het plotse licht sloot hij als reactie eerst zijn ogen. Te fel voor een man die uren na elkaar enkel maar echte diepzwarte duisternis had gekend. Langzaam opende hij zijn ogen en probeerde door zijn wimpers iets te onderscheiden. Eerst ging hem dat moeilijk af maar na korte tijd lukte dit wat beter. Nu bemerkte hij dat de muren van de kamer waarin hij zich bevond, gecapitonneerd waren met een soort geluiddempend materiaal. Daarom drong er geen geluid door van buiten of ‘bijna’ geen, buiten het gezoem van een soort generator. Stephen vermoedde dat er voor deze kamer een reden was. Men dichtte zomaar geen deuren en muren af. Dit betekende dat hij zich in de omgeving van andere huizen of appartementen bevond waardoor men gedwongen was deze maatregelen te nemen. Het kon niet anders dat dit wou zeggen dat er mensen in de dichte nabijheid woonden. Een sprankje hoop.
            Zo klein dat het direct verdween toen hij zijn eigen toestand bekeek. Hij was vastgemaakt aan een ketting. Zijn handen zaten in handboeien en de ketting liep door die boeien via het plafond in een gesloten ronde haak naar een andere haak rechtover Stephen die vastgemaakt was in de muur. Hij stond met zijn rug tegen het geluiddempende materiaal waarmee de kamer bekleed was en zijn voeten waren met een koord aan elkaar vastgebonden. Hij voelde zich als een boeienkoning maar dan zonder de sleutel. Een halve meter of zo voor hem stond een kommetje met water. Hij kon er enkel maar naar kijken, zelfs naar reiken was niet mogelijk. De ketting aan zijn handen gaf niet veel mee, zeker niet genoeg omdat hij zich zou kunnen buigen om bij de verlokkende inhoud van het kommetje te komen. Hij moest een hele tijd bewusteloos geweest zijn, want zijn maag knorde van de honger.
            Na een tijd zag hij een fijne uitsparing in de bekleding. Hij vermoedde dat daar een deur was, bekleed met dezelfde stof zodanig dat hij deze niet direct had gezien. Wanneer zou de moordenaar die deur binnenkomen en hoelang zou hij hem nog laten leven. Zou hij Stephen met zijn Nihonto direct de genadeslag geven of zou hij…Stephen begon in paniek te geraken. Zijn hoofd begon weer te bonzen doordat hij ongecontroleerde bewegingen maakte. Kalm blijven, Stephen dacht hij, als die man je aan het bespioneren is, mag je hem niet de voldoening geven dat hij je angst ziet. Stephen hield zich weer stil en staarde stil voor zich uit en toen ging het licht weer uit. Het gezoem viel ook stil en niet allen was het nu pikdonker het was nu ook muisstil. Zodanig griezelig stil dat Stephen zijn hart van angst hoorde kloppen in zijn borst.



……..



            Ik had een goede nacht gehad. Door de arbeid in de serre was ik als een blok in slaap gevallen in de logeerkamer van het huis van mijn ouders. Toen ik wakker kwam, waren mijn eerste gedachten wat verward. Even dacht ik dat mijn ouders nog leefden. Een steek ging door mijn hart wanneer na een paar tellen alles weer terugkwam. Het zou nog wel een tijd duren vooraleer ik zou aanvaarden dat ze er niet meer waren. De dood van de moordenaar zou er misschien iets toe doen, maar dat kon ze niet terugbrengen. Meer en meer begon ik mij af te vragen of wraak weliswaar in het begin zoet zou smaken, maar of die mij niet met een bittere nasmaak zou achterlaten?
            Toen dacht ik aan Stephen. Ik had hem al meer dan een dag niet meer gezien of gehoord. Ik nam mijn mobieltje en toetste zijn nummer in. Maar Stephen nam niet op. Misschien had hij het zijne niet bij, alhoewel ik dat betwijfelde. Het kon eerder zijn dat hij moe van de jetlag nog lag te slapen of een douche aan het nemen was om zich wat frisser te voelen. God, ik miste hem! Ik zou het later nog eens proberen.
            Gekko was mijn volgende slachtoffer. Die was zoals altijd wakker. Wanneer die sliep was zelfs voor mij een raadsel? Ik had hem vroeger nog op de vreemdste uren gecontacteerd en hij klonk altijd alsof hij bezig was. Na een heen-en-weergebabbel met onze gewoonlijk onderhuids steekspel van woorden kwam ik tot de essentie van mijn telefoontje. ‘En…voor wanneer is de actie gepland?’
            ‘Even wachten Yu…., ik wachtte dus zoals een gehoorzaam meisje normaal gezien doet als die tenminste Gekko kent. Meestal was er daar wel altijd een goede reden voor. ‘Oké, nu kunnen we veilig spreken. Je moet toch wat voorzichtiger zijn! Er zijn zoveel luistervinken in de ether dat je ervan zou schrikken, moesten ze plots allemaal zichtbaar worden. Maar het is een goede vraag en het antwoord daarop weet ik nog niet. Het hangt vooral af van de info die de Weerstand krijgt over de plaats, de nachtwakers en dergelijke. Op dit moment staat nog niets vast, maar lang zal het niet meer duren. Heb je Stephen al gehoord?’ vroeg hij plots van onderwerp veranderend.
            ‘Hé, neen, raar dat je daar aan denkt, ik had hem juist nog proberen te contacteren voor ik jou aan de lijn had, maar hij nam niet op. Maar ja, hij is misschien nog slaap aan het inhalen of misschien had hij zijn mobieltje niet bij.’
            Het bleef even stil aan de andere kant en dat maakte me wantrouwig. ‘Gekko, ben je daar nog?’
            ‘Ja hoor. Maar ik ben van nature nogal paranoïde als iets niet loopt zoals het moet lopen. Na al onze strubbelingen van de laatste dagen is dat niet verbeterd. Maar je zal wel gelijk hebben. Die westerlingen hebben een ander ritme en een andere cultuur waar wij ons nooit thuis in zullen voelen. Laat me zeker iets weten als Stephen resultaten boekt. Het kan altijd belangrijk zijn voor onze actie met de Weerstand. Je weet maar nooit.’
            Ik beloofde hem op de hoogte te houden en vroeg van hem hetzelfde, hoewel ik wist dat hij dit toch zou vergeten. Gekko was met teveel zaken bezig om zich te herinneren dat hij mij op de hoogte moest te houden of gelijk wie dat hem vroeg. Hij had zijn eigen agenda en dat was de enige die hij volgde. Hij had me nog verteld dat het daarom juist was dat hij nu nog leefde. Ik had hem nooit gevraagd wat hij daarmee bedoelde want ik vreesde altijd dat hij mij op een paar uur op een onbegrijpelijke uitleg zou trakteren waarmee ik op het einde van de uiteenzetting er nog minder zou van snappen dan ervoor. Soms vermoedde ik dat hij het express deed.
            Dan maar terug naar het dagelijkse werk. De serre was klaar voor nieuw leven. Was ik dat ook? Soms vroeg ik mij dat af? Voor mij was het een goede en nieuwe start. Ik had nog veel inkopen te doen. Mijn lijstje was eerder een waslijst geworden. Even vroeg ik me af of ik niet teveel hooi op mijn vork nam. Maar ik had een eigen wil en waaraan ik begon maakte ik zonder fout af. Vlug de autobot in en de dichtstbijzijnde florasupermarkt in de gps inspreken en ik nam ondertussen nog even de lijst door of ik niets vergeten had. Eerbare vader Arturo, ik wist niet dat tuinieren zo inspannend en tijdrovend was, dacht ik terwijl mij autobot mijn bestemming naderde.



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere



donderdag 14 januari 2016

Turnabout













The leaves are written off the branches,
The sickly venom exorcised is out of me,
Clotted in resin, the festering wounds now closed,
The cloud in front of the sun has driven away.

Where I was lost then and there in length and width,
Has a shape or a form now, a substantial deepness,
I’m not anymore projected in the dark of the shadows,
Now I’m more or less free, floating by in the air.

I’ve covered the cobblestones behind me in red,
I’ve dragged myself here in sweat and a bucket of tears,
Now I’m standing up, on my legs I can see a lot further,
Suddenly my life has projected a new horizon to me.  

In the turnabout is the word, the resurrection of the sentence;
The nothingness is only an empty place that I can fill,
I hear the rustle again of the reed, the river, the roaring,
The water is flowing on a happy song inside of me.  

© Rudi J.P. Lejaeghere

14/01/2016


Ommekeer













De bladeren zijn van de takken geschreven,
het ziekelijke gif in mij is uitgevloeid,
in hars gestold, de etterende wonden gedicht
de wolken voor de zon zijn weggedreven.

Waar ik in lengte en breedte was verdwaald,
heeft nu vorm, inhoudelijke diepte gekregen,
ik ben niet meer in schaduwen geprojecteerd,
zweef min of meer vrij in menselijke sferen.

Ik heb de weg achter mij met rood bedekt,
met zweet en tranen mij tot hier gesleept,
nu sta ik recht, op mijn benen zie ik verder,
plots heeft mijn leven een einder gekregen.

In de ommekeer is het woord, de zin herboren,
het niets is enkel een plaats om op te vullen,
ik hoor het ruisen van het riet, de rivier, het brullen,
het water stroomt op een lied in mij vanbinnen.

© Rudi J.P. Lejaeghere
14/01/2016




zaterdag 9 januari 2016

Requiem: Hoofdstuk 38 (2e deel)














..........


            Het was een goed plan, maar het moeilijkste deel van gans de operatie zou zijn om veilig en wel bij de CCD te geraken en al trainden Joeri en Nikolaj hier al een tijdje op, onvoorziene omstandigheden waren nooit uitgesloten. Lucy zat vooral met de vraag: ‘En wat daarna!’ Het zou waarschijnlijk een hele tijd duren vooraleer de mensen die verantwoordelijk waren voor de verspreiding van de chips een nieuw systeem op poten hadden gezet. Maar uiteindelijk zou men het weer proberen. De mens was een gewoontedier en verviel altijd weer zowel in zijn goede als slechte gewoontes.
            Gekko had haar verzekerd dat daar ook aan gewerkt werd. Een diplomaat uit hun eigen land was op dit ogenblik al zijn bronnen aan het aanwenden om de naam van de hoofdschuldigen te vinden en voor het gerecht te brengen. Hij vertelde er wel niet bij dat de oplossing van dit probleem waarvoor Stephen March zou proberen te zorgen nog lang niet zeker was.



……..



            Philip Collins en Jim McFinster hadden er een drukke tijd opzitten. De productie van de CB-chip had hun werkschema praktisch verdubbeld. Er was bijna geen tijd meer over om te slapen. De liters koffie en de medicatie die ze ten langen leste slikten om langer wakker  te kunnen blijven, hadden het afbraakwerk in hun lichaam gedaan. Ze waren hyper gestrest en liepen constant op de toppen van hun tenen. Beiden probeerden zo min mogelijk op elkaars werkterrein tussen te komen, juist om die reden. Ze hadden ondervonden dat als ze dat niet deden, kleine meningsverschillen uitgroeiden tot vlammende ruzies en een paar keer zelfs tot een handgemeen. De senator had hen verschillende keren tot de orde moeten roepen maar daarmee was de oorzaak van deze strubbelingen niet weggenomen. Ze had hen gepusht tot het onmogelijke. “De deadline halen” had iedere nacht in grote neonletters in hun dromen geschenen en had er steeds weer kortere nachtmerries van gemaakt. De uren slaap die ze misten eisten hun tol.
            De senator was steeds weer met nieuwe eisen gekomen. Er was altijd wel iets dat ze net niet goed genoeg vond of iets dat volgens haar wat minder of meer prioriteit had in de mogelijkheden van de Cyborg-chip. Het feit dat zij geen wetenschapper was en dat haar begrip van de biogenetica, nanotechnologie en fysica maar die van een leek was, botste met de doorwinterde en ervaren kennis van Philip en Jim. Dit had zowel haar als hun tweeën tegen de muren doen oplopen van frustratie. ‘Het Kreng’ had Jim haar gedoopt, een naam die ze met verve droeg en steeds weer onderschreef wanneer ze hun een bezoekje bracht in De Kelder.
            Nu was de chip eindelijk, min of meer, naar haar ideeën aangepast en was ze ‘gematigd’ tevreden. Jim had een foto van de senator op de binnenkant van de deur van zijn kastje geplakt waar hij regelmatig darts op speelde, enkel en alleen al het idee dat hij een pijl in haar oog of neusgat kon werpen was voor hem een bull’s eye!
            Maar vandaag waren ze al heel wat stappen verder. Zowel de productie, als de injectieronde bij de elitetroepen was een voldongen feit. Jim en Philip wisten niet hoe de senator het hoofd van de strijdkrachten zover had  gekregen om dit te bewerkstelligen. Ze wisten beiden dat dit buiten de geijkte kanalen gebeurde. Het kreng had van iedereen een dossier en ze wist van elk de kleinste en onbelangrijkste dingen, maar die haar op het juiste moment weer een voordeel zou verschaffen als ze iets nodig had van die persoon. Zowel Jim als Philip spraken uit ervaring.
            Vandaag klonken ze elkaar toe met een erlenmeyer waar zich een goudachtige vloeistof in glinsterde die veel weg had van whisky. De opdracht voor hen was eindelijk voorbij. De senator had voor de opvolging van de CB-chip een speciaal team ingehuurd die overdag de CCD bemande. Haar eigen mensen die ze meer vertrouwde dan haar wetenschappers van dienst, zouden de verdere afwikkeling van het project controleren.
            ‘Ik klink op de overwinning van de wetenschappers op de politiekers,’ zei Philip. Jim keek hem nogal verbaasd aan.
            ‘Overwinning? Hoe kan je dat als een overwinning zien,’ reageerde Jim McFinster. We hebben ons uit de voegen gewerkt. Ik denk dat ik soms met mijn ogen open slaap. Die politieker in kwestie heeft ons alle hoeken van ons labo laten zien en nog veel meer. Blij dat dit project voor ons voorbij is! Ja, dat zou ik vooral willen zeggen. Hoe kan je dat nu als een zege zien, man, je verstand is aangetast door de lange uren labo de laatste weken.’
            Philip Collins schudde zijn hoofd. Natuurlijk dat zijn collega dit met zijn beperkte visie niet had gezien. Maar Philip die altijd de intelligentste van de twee geweest was en ook diegene die het meest contact onderhield met de senator, had op eigen houtje iets verwezenlijkt waar hij toch wel trots op was.
            Hij zette zijn viewer op en gaf er ook een aan Jim. Philip toetste op het virtuele beeld van het klavier een aantal combinaties in en er kwam een blauwprint boven die Jim herkende. Het was het stukje waar ze de laatste tijd hun ziel hadden in gelegd. De uitvergrote blauwprint van de CB-chip verscheen voor hun ogen.
            ‘Nou ja,’ zei Jim, ‘beste vriend, ik heb dit al genoeg gezien of toch de delen waarvoor ik verantwoordelijk voor was. Ik ben het zelfs beu gezien. Wat wil je me duidelijk maken, heb ik iets over het hoofd gezien, want dat geloof ik niet. Alles heb ik uitgetest en nog eens uitgetest. Mijn deel werkt naar behoren.’
            ‘Ach nee,’ lachte Philip nu om de reactie van Jim, ‘wees gerust, daarover ben ik het honderd procent met je eens, je hebt geleverd wat men gevraagd heeft. Maar ik heb iets meer geleverd dan nodig was, begrijp je?’
            Jim was nu helemaal het noorden kwijt. Wat bedoelde die Philip nu weer. Hij had het altijd al een vreemde kwast gevonden die teveel rond de rokken van de senator draaide. Welke streek had die hem nu geleverd? ‘Verklaar je nader, want voor mij is dit koeterwaals?’ Jim was bang dat Philip hem een streek had geleverd die hem in een slecht daglicht kon stellen en de erlenmeyers met de whisky stond reeds aan de kant.
            ‘Mijn beste Jim. Ik vertrouw de senator voor geen haar, net zoals jij. Neen, kijk maar niet zo verbaasd. Het is niet omdat ik steeds opgetrommeld werd en de boodschapper was van zo vele opdrachten dat ik het mens geloof met al haar mooie woorden en beloftes. Kijk hier, zie je deze verbinding. Het is de verbinding naar het deel van de zenuwen die men de nociceptoren noemt. Je weet evengoed als ik dat er twee primaire nociceptieve zenuwbanen zijn, namelijk adelta en C-zenuwen. Ze reageren enerzijds op mechanothermale receptoren en anderzijds op thermale, mechanische en chemische stimuli. De waarden zijn hier zo hoog ingesteld dat het lichaam tegen heel wat meer pijn kan. Wat voor onze elitesoldaten nodig zal zijn als ze op het slagveld gezonden worden. Ik heb er echter wel een grapje mee uitgehaald!’ Philip kon zich bijna niet beheersen, hij kreeg de slappe lach. ‘Sorry, Jim, je gezicht,…misschien heeft het werk aan de CB-chip mij wel wat gek gemaakt maar ik vond dat een kleine wraakneming op ‘Het Kreng’ niet ongepast was. Weet je tegen welke marteling onze helden met de CB-chip absoluut niet kunnen.’
            Jim fronste bedenkelijk de wenkbrauwen. ‘Vertel me niet dat je hebt zitten klooien in een miljardenproject. Wat heb je uitgespookt? Kom vertel op.’
            ‘Kietelen, collega, ze zijn totaal maar dan ook totaal allergisch tegen kietelen. Geef toe, wie kietelt er nu iemand dood. Ik denk niet dat het kan. Maar als iemand hen op de juiste plaatsen kietelt zullen ze peentjes zweten van het lachen. Meer dan iemand die overgevoelig is voor zo’n praktijken. Geef toe, Jim, dit is toch een goeie. Om te lachen, man!’
            Jim kon er echter absoluut niet om lachen. ‘Besef je wel, wat je gedaan hebt. Als de senator dat te weten komt, dan…verdwijnen we in de vergeetput.’
            Jim McFinster was bang uitgevallen en dat wist Philip. Zijn grap was totaal geslaagd!
            ‘Jim, jij  gelooft toch alles wat ik vertel. Man, dacht je nu echt dat ik dat zou doen. Geef toe, ik heb je toch goed liggen.’ Philip begon weer te lachen en nam de erlenmeyer weer in zijn hand en stak hem naar Jim toe. ‘Sorry, Jim, het was maar een grap. Maar stel je het gewoon voor, dat het waar was geweest. Je vijand dood kietelen op het slagveld. Je hebt geen wapens meer nodig, enkel een paar gevoelige handen en een welwillend slachtoffer.’
            Jim zag voor zijn ogen een tot tanden toe bewapende soldaat met blote voeten en de vijand met een veer die…nu begon hij ook te giechelen. Het brak de spanning en algauw lagen ze alle twee bijna dubbel van het lachen. De erlenmeyers werden bijgevuld en de spanning tussen hen beiden was volledig weg bij hun derde toast.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere






zondag 3 januari 2016

Mijn e-book: nu goedkoper dan vorig jaar!




A Glass of Poetry, een verzameling van mijn gedichten vertaald in het Engels, te koop op:

https://www.lulu.com/shop/search.ep?keyWords=Rudi+Lejaeghere&type=

nu 8,99 $ in plaats van 9,99 $

of druk op logo hieronder:


Support independent publishing: Buy this e-book on Lulu.

Koop nu aan deze voordelige prijs.


A Glass of Poetry, a collection of my English poems, now available at:

https://www.lulu.com/shop/search.ep?keyWords=Rudi+Lejaeghere&type=


or push on logo here below

Support independent publishing: Buy this e-book on Lulu.

now 8,99 $ instead of 9,99 $

Buy now at this really cheap price.