woensdag 26 oktober 2016

Requiem: Hoofdstuk 49 (2e deel)














....


            De autobot waarin ze zaten was geen gewone doordeweekse autobot die men gebruikte om naar het werk te gaan of om te gaan shoppen in het weekend. Het was een kunstwerkje van Edmond Foster.  Van buitenaf zou je misschien als enige opmerking kunnen geven dat hij iets groter uitviel dan vele van de voertuigen die men heden ten dage tegenkwam. Hij had een perfecte verhouding lengte ten opzichte van zijn gewicht en stroomlijn, waardoor hij al heel wat sneller bewoog dan het gewone vervoermiddel. Onder de motorkap had onze fysicus ook wat kleine veranderingen aangebracht die het vermogen van zijn vervoermiddel verdubbelde. Het was zijn enige hobby. Het pimpen van auto’s en opdrijven van hun mogelijkheden. Hij had binnenin de cabine allerlei snufjes ingebouwd. Van stereo-installatie tot een bar met koeling voor de champagne. Zelfs een systeem die alle camera’s en radars kon opsporen en probeerde te ontwijken. Edmond Foster had nog nooit een snelheidsboete gekregen, niettegenstaande hij wel hield van de kick van het testen van de kracht en de snelheid van de voertuigen die hij persoonlijk onder handen had genomen.
            ‘Ik hoop dat Gekko het juist geeft met het virus en dat het zich doorzet naar de soldaten die de Nieuwe Wereld gaan aanvallen. Jammer, heel jammer voor de gevolgen voor die mensen, ik krijg er soms nachtmerries van,’ sprak een bezorgde vrouwelijke stem.
            ‘Dat heb ik gehoord, Lucy!’ klonk het streng in haar oortje. ‘Maar je hebt volkomen gelijk. Iedereen maakt ooit eens een fout…ik hoop enkel niet dat ik de mijne juist nu heb gemaakt.’ Dat was Gekko weer, verwaand en toch anders. Alles wat hij zij kon zo verkeerd begrepen worden, maar wie hem kende, wist dat hij een gouden hart had en het allemaal goed bedoelde.
            Gekko had via de satelliet en Edmond vanuit zijn bolide geen bedrijvigheid gezien rond de toren. Enkel de komst van die Philip Collins, maar blijkbaar had Iléna daar komaf mee gemaakt. Waarschijnlijk was er meer commotie in de ondergrondse parking ter hoogte van de lift naar De Kelder.      
            ‘Klaar,’ zei Iléna. ‘Nu kan ik enkel nog wachtten, Gekko?...Gekko, ik hoor je niet meer.’ Iléna probeerde nog een aantal maal Gekko op te roepen maar er kwam geen reactie meer.
            Edmond en Lucy hadden enkel nog haar eerste woord gehoord. ‘Klaar?’ en dan viel alles uit. Ze kregen ook geen verbinding meer met Gekko, nog met Joeri en Volkov als ze op een andere frequentie probeerden die Gekko voor hen had voorzien.
‘Problemen?’ vroeg een angstige Edmond.
Lucy beet het laatste restje nagel van haar pinkje af. Ze had er voor gekozen om thuis te blijven, maar achteraf gezien was dit misschien een verkeerde keuze geweest. Nu moest ze alles van zo ver meemaken, enkel verbonden via het oortje. Maar nu hoorde ze niets meer. Ze moest zich bedwingen om niet in haar eigen wagen springen en zich naar de ‘Old World Highest’ begeven.



……..




            Het was een vervelende taak. En tot nu toe had het geen oplossing op hun problemen gegeven. Goro Fukamizu was aan de zoveelste persoon bezig op zijn lijst. Iedereen die hij tot nu gecheckt had, was met een luizenkam geanalyseerd. Er was niets belangrijks uitgekomen. Een paar jeugdzondes die een aantal mensen hadden achtergehouden bij hun sollicitatie bij de Veiligheidsdienst. Goro was zijn tijd aan het verliezen en hij wist het. Aan de andere kant was het zo afgesproken. Hij zou de uitgedunde lijst één voor één afgaan en zijn commentaar bij iedere naam schrijven. Misschien diende het later nog voor iets, hij zou het niet weten. De tijd zou het uitwijzen.
            De tijd! Zijn gedachten werden plots in een bepaalde richting gestuurd. Hoe hersenen werkten wist hij niet, hij was geen wetenschapper. Een inspecteur of adjunct-inspecteur moest naast de harde kille feiten soms ook vertrouwen op de ideeën die door zijn hoofd flitsten,. Hij moest de grillen van zijn voorgevoelens, zijn zesde zintuig als het ware, op een zeker moment volgen en de feiten naast zich neerleggen. De stille stemmen die hem leidden in een onderzoek waren even belangrijk. Goro had een volledige lijst  van slachtoffers met een korte beschrijving waar en hoe ze om het leven waren gekomen. Maar wat vooral van belang was in dat wat hem nu door het hoofd spookte was de dimensie ‘tijd’. Tijd kon hem hier iets leren.
            Aan de ene kant had hij een lijst met eventuele mogelijke tipgevers of een mol binnen de Veiligheidsdienst en aan de andere kant had hij de gegevens over de slachtoffers van de seriemoordenaar. Hij verwerkte in zijn analyse een aantal parameters die zouden checken waar de personen van de lijst zich bevonden ten tijde van de moorden. Waren ze thuis, waren ze op hun werk of hadden ze op dat moment geen alibi. Zijn vinger hing boven de knop om de query te starten. Plots schoot hem iets door het hoofd. Hij had vertrouwen in de snelheid en de kunde van de hedendaagse software. Hij maakte daarom nog een aantal aanpassingen en liet zijn query los op de databanken die ter zijner beschikking stonden.
            Nu was het wachten op het resultaat van zijn vraag. Gans het werkje begon hem op de duur tegen te staan. Shi, nu leider van het onderzoek, had de bevoegdheden overgedragen gekregen van de overleden hoofdinspecteur. De laatste dagen had dit aan de kwaliteit van hun samenwerking geknaagd. Ze meden elkaar als het enigszins mogelijk was. Elk op zich, verantwoordelijk voor een aantal mensen, hadden ze hun orders doorgegeven. Het apparaat werkte…soms traag…maar uiteindelijk met de middelen die zij ter beschikking kregen, werden er resultaten geboekt.
            Hij nam nog een thee in afwachting dat zijn query klaar zou zijn en uitgeprint werd. Na deze zaak zou hij andere katten te geselen hebben. Zijn toekomst zou een andere weg inslaan. Zijn verantwoordelijkheid, als vader, zou even belangrijk worden als zijn functie op het werk. Het zou moeilijk te combineren zijn, dat hadden hij en zijn vrouw al besproken. Nu hij de hoofdpost had mislopen met de daarbij horend financiële beloning was dit niet evident.
            Hij hoorde het geklik van de printer die zijn resultaten aan het uitspuwen was. Goro haastte zich en nam scheurde de eerste bladeren af. Met zijn vinger liep hij de commentaar en de crossreferenties na die hij in de query ingebouwd had. Een naam kwam steeds naar voor. Een persoon die bewonderenswaardig altijd dicht bij de plaats van de misdaad aanwezig was. Zijn tijdsgebruik was de rode lijn die evenwijdig liep met de tijdlijn van de moorden. Hoe kon dit? Hij begon de antecedenten van deze persoon dieper te onderzoeken. In dit geval moest hij zeker zijn van zijn zaak!



……..



            Michael stapte langzaam buiten de serre met zijn Nihonto in de aanslag. Ik was ongewapend. Nou ja, niet helemaal. Een Kami Akai’s wapen was zijn lichaam. Ik wist dat het heel link zou worden. Iedere kans die ik kreeg zou ik moeten benutten. Het zwaard weerkaatste het licht van de zon. Ik moest hem buiten de serre houden, weg van Stephen. Ik schoof een paar passen achteruit en Michael volgde gedwee, zeker van zijn overwinning. Tussen de serre en het theehuisje was er ruimte genoeg om tot actie te komen. Ik regelde mijn ademhaling, zodanig dat ik vanbinnen alle gedachten uitsloot. Ik moest onbevooroordeeld beginnen aan het gevecht, wat de man ook had gedaan. Ik nam een verdedigende houding aan, probeerde de wind te voelen, de geuren rond mij te scheiden en te definiëren. Ik liet de kracht van de aarde door mijn voeten vloeien en nam in mijn vuist de kracht van het licht…en sloot even mijn ogen!
            Ik voelde de luchtverplaatsing van zijn lichaam nog voor Michael mij bereikte en de zwaai van zijn armen had ik voorzien. Terwijl ik reeds een uitwijkende beweging naar rechts maakte en mijn lichaam naar de grond bewoog, zoefde het zwaard boven mijn hoofd en sneed de lucht in stukken waar ik juist had gestaan. Mijn benen maakten een zwiepende beweging, met de bedoeling Michael te vloeren. Maar die had hij ook zien aankomen. Hij sprong in een zwierige salto over mij heen en ik stond nu dichter bij de serre dan hem. Wat juist mijn bedoeling was geweest. Ik liet geen tel verloren en in een paar tellen was ik bij de  deur van de serre en keerde me juist op tijd om. Ik deed een pas vooruit en kon met gekruiste armen, de hoge slag voordat hij toekwam opvangen bij het handvat van de Nihonto. Met al mijn kracht die ik in me had, gaf ik Michael een knietje. Het is en blijft een dooddoener, maar de knie van een vrouw is een gevaarlijk wapen voor de edele delen van de man. Michael blies in een keer al zijn adem uit en trok zich met een pijnlijk gezicht achteruit, maar niet vooraleer ik toesprong en hem nog een schop toediende tegen zijn schouder. Ik had op zijn hoofd gemikt, maar hij struikelde half over een lage struik zodanig dat mijn stomp zijn doel voor een deel miste.
            De Nihonto was de sterkte van Michael had ik ontdekt. Hij miste het doorzicht van de dans van het gevecht. In de bewegingen van het zwaard was hij waarschijnlijk honderd procent een meester, maar zonder zijn zwaard zou hij gecastreerd zijn. Dat was mijn doel, hem ontmannen, zijn zwaard ontnemen als ik de kans kreeg en dan hem de kracht van de Kami Akai laten voelen. Een wezen zoals hij verdiende niet minder. Met alle voorbehoud voor de opdrachtgevers, maar ‘hij’ was de man die mijn ouders had vermoord. Voor de rest zou Jack zorgen, schoot me even door het hoofd. Ik liet Michael de tijd om zich te hernemen, weer adem te krijgen en zijn woede aan te wakkeren door een glimlach op mijn gezicht te toveren. Een lach die mijn oog nooit zou bereiken. Niet omdat hij direct weer in de aanval ging, maar ik kon niet vrolijk zijn om de beul die mijn ouders doodde.
            Hij was letterlijk en figuurlijk geraakt in zijn mannelijkheid. In zijn ogen gloeide een waanzinnige blik toen hij toesloeg, een uitdrukking van woede en weerzin, een vat vol kwaad dat hij op mij wou neer laten komen. Ik had hem de weg naar Stephen ontzegd. De deur van de serre was door mij versperd en voorlopig was Stephen veilig.
            Michael had het deze keer op mijn benen voorzien, misschien om mij eerst immobiel te maken en dan het werk met een genadeslag af te maken, maar wat ‘hij’ kon, was voor mij een peulenschil. Ik ontweek keer op keer zijn zwaard, voelde zijn aanvallen al voor hij ze inzette. Zijn ogen verraden hem telkens bij elke aanval. Het zweet liep over zijn voorhoofd  en in zijn ogen. Hij veegde af en toe met zijn mouw over zijn voorhoofd.
            Ik nam een risico en liet de deur van de serre onbeschermd en cirkelde rond hem. Ik nam positie met de zon in mijn rug. Michael dacht niet meer aan Stephen wist ik. Hij wou mij eerst verslaan en kleineren. Genoeg, ging het door mijn hoofd! Ik spande al mijn spieren en bleef in een afwachtende houding staan. De sprong van de tijger was een van de moeilijkste bewegingen in de Kami Akai. Je moest snelheid, kracht en accuratesse combineren. Bij een mislukking zou ik gewond  geraken, want ik moest rapper dan zijn zwaard zijn.
            Hij begon zijn beweging met een achterwaartse zwaai om zijn zwaard kracht te geven, maar dan was ik al vertrokken en op het moment dat hij halverwege zijn bedoelde slag was, had de tijger hem geveld. Mijn lichaam kwam als een kogel tegen hem terecht. Mijn duimmuis die niet zo zacht was als de naam zou vermoeden, kwam tegen zijn kin terecht, een klein foutje want die was bedoeld voor zijn neus. Mijn andere hand maakte een fractie van een seconde later contact met zijn borstbeen. Het resultaat was dat hij als een blok neerging en zijn Nihonto losliet!
            Ik snelde naar zijn wapen, nam het vast en slingerde het ver weg in de tuin. Michael lag als een vis op het droge te happen naar lucht en zijn ogen draaiden in zijn hoofd van de slag tegen zijn kin. Ik liet geen seconde verloren gaan en sprong op hem, pinde hem met mijn knie tegen de grond en gaf hem een paar rake klappen. Ik trok mijn linkerarm achteruit en spande mijn spieren voor de genadeslag. Nu zou ik zijn neus niet missen en het neusbeen in zijn hersenen slaan. Ik zag het gezicht van mijn ouders voor mijn ogen flitsen en alle kracht werd in die ene slag voorbereid!

copyright Rudi J.P. Lejaeghere




donderdag 20 oktober 2016

Nominatie van Kurt Lejaeghere de meest beloftevolle jonge wetenschapper, EOS-pipet 2016

Ria en ik zijn blij om te laten weten dat onze oudste zoon, Kurt, genomineerd is voor de EOS-pipet 2016, de bekroning voor de meest beloftevolle jonge wetenschapper.

Met de link hieronder kan je het artikel van EOS (partner van Scientific American) lezen en kan je voor hem stemmen. Alvast bedankt ook in naam van Kurt

Nominatie van Kurt Lejaeghere de meest beloftevolle jonge wetenschapper, EOS-pipet 2016

Ria en ik zijn blij om te laten weten dat onze oudste zoon, Kurt, genomineerd is voor de EOS-pipet 2016, de bekroning voor de meest beloftevolle jonge wetenschapper.

Met de link hieronder kan je het artikel van EOS (partner van Scientific American) lezen en kan je voor hem stemmen. Alvast bedankt ook in naam van Kurt

vrijdag 14 oktober 2016

Requiem: Hoofdstuk 49 (1e deel)














49



            ‘Jack! Wat een verrassing. Mijn God, ik dacht dat je dood was. Men vertelde me dat je aan je verwondingen bezweken was. Schat, wat ben ik blij…’ haar stem stokte toen hij zijn Glock 22 op haar richtte. ‘Wat doe je nu, Jack?’ Ze was verwonderd dat hij bij haar was geraakt. Ze had ondertussen al drie maal op de alarmknop onder haar bureau geduwd om haar veiligheidsmensen op te  roepen. Normaal gezien konden ze ieder moment de deur platlopen en Jack overmeesteren. Maar ze wachtte tevergeefs! Niemand kwam en het bleef stil.
            Jack zag haar verbleken en glimlachte. ‘Senator Angela White… “De Witte Engel”, geef toe, niet echt origineel. Mag ik je uitnodigen, Senator White voor een glaasje,’ en hij wees met zijn pistool naar de bar in haar bureau. ‘Voor mij een Chivas…een Original, als je dat hebt, ik denk dat ik iets te vieren heb. Moest ik een drankje kiezen voor jou zou ik het bij iets heel sterks houden, je zou het straks nog nodig kunnen hebben.’
            ‘Ik begrijp het niet, Jack,’ haar ogen schoten vuur en zochten naar een weg om uit deze impasse te komen, ‘waarom die vijandelijkheid? Wat heb ik je misdaan, ik dacht gewoon dat je gestorven was aan je verwondingen en dokter Yiu Sing gaf geen teken van leven meer. Ik ben er tot op de dag van vandaag nog niet goed van. Dan verschijn je voor mijn neus, gezond en wel en ik ben formidabel blij je te zien, blij dat je leeft en ik weet niet wat of hoe dit allemaal kan? Maar je bedreigt me hier, in mijn eigen huis met een wapen? Wat in hemelsnaam denk je dat ik je misdaan heb, is alles goed met je? Moet ik medische hulp inroepen?’
            Jack lachte. ‘Roep zoveel heiligen en helpers als je wilt. Niemand zal je horen. Je bent door God en je vrienden verlaten. Maar blijf van je mobieltje af of ik schiet je recht in je hand. En…het knopje onder je bureau, als je nog eens wilt duwen voor mij moet je het niet laten, maar ik denk dat je ondertussen mag veronderstellen dat we niet direct zullen gestoord worden! Dan geeft ons wat tijd om te keuvelen over de goeie ouwe tijd en nog een paar zaken die ons aanbelangen.’
            Senator Angela White’s gezicht werd nog bleker dan het al was. Jack had haar Veiligheidsdienst uitgeschakeld. Ze besefte dat ze hem had onderschat. Zes getrainde mannen die de orders kregen eerst te schieten en dan pas vragen te stellen. Jack had wel schrammen, maar als ze goed keek waren deze al aan het genezen. ‘Jack, je moet iets verkeerd begrepen hebben, nogmaals wat heb ik verkeerd gedaan? Je vroeg om hulp en ik heb je een dokter gezonden. Ik weet dat dokter Sing je gevonden heeft in de grot waar Michael zich verschool. Om de liefde Gods, wat is er gebeurd, vertel het me?’ Ze moest haar toneeltje spelen, ze kon zich niet veroorloven om tegen een professioneel huurmoordenaar als Jack Sterlington iets toe te geven. Maar hij was haar minnaar geweest, kon dat niet meetellen? Ze bewoog haar rechterhand langzaam naar beneden. In een lade zat een geladen semiautomatische Baretta 9mm. Het was een oudere versie van een pistool die ooit nog door het Amerikaanse leger gebruikt werd. Ze kon ermee overweg en het wapen was goed onderhouden. Ze hield van het wapen omdat het een cadeau van haar vader was en het een prachtig exemplaar was, uitgevoerd in goudkleur en met een houten gepolierde kolf. Als ze maar één klein kansje kreeg…
            ‘Nee, Angie…probeer dat niet of ik schiet je vingers eraf. Je bent geen partij voor mij. En trouwens, ik wil je heel kort vertellen wat er gebeurd is.’
            Senator White keek hem met gespeelde verbazing aan. Haar hand trok ze terug alsof ze zich gebrand had. Op dit moment waren de troepen van Douglas Porter onderweg. De opdracht voor de aanslag op de president en de vice-president waren doorgegeven. Het was een sneeuwbal die aan het rollen was en Jack zou hem niet stoppen. Maar zou hij haar doden? Dan was alles voor niets geweest.
            ‘Een heel korte samenvatting in enkele woorden, Angie.’ Hij wist dat ze die vervorming van haar naam niet graag hoorde. Een reden te meer om hem te gebruiken. ’Code 99 ontvangen, antwoord Code 37, ik herhaal code 37,’ en hij keek haar onbewogen aan.
            ‘Ik begrijp die spionnentaal niet, Jack. Wat betekenen die codes, God, wat doe je me aan, ik word er niet goed van.’ Ze wuifde zich met haar hand wat lucht toe. Geen toneel zag Jack, want er begonnen zich kleine zweetdruppeltjes op haar voorhoofd en bovenlip te vormen. Ze deed het in haar broek van angst. Angela White wist wel degelijk wat er gaande was!
            ‘Als je denkt dat je te maken hebt met een onnozelaar, Angie, dan doe je me onrecht. Ik weet dat je die codes in je tweede linkerschuif liggen hebt, met nog vele andere, die allemaal iets betekenen. Code 99 is de opdracht om iemand te vermoorden en code 37 is die voor de aanvaarding van de job. Ik heb die zin met die codes horen uitspreken door dokter Sing. “Jij” hebt hem opdracht gegeven op me te vermoorden…Neen, ontken het niet, beledig mij niet nog meer dan je al hebt gedaan. Hij heeft het me trouwens onder wat lichte druk verteld.’
            Angela White zakte wat door, haar ogen vertoonden angst. Angst voor zichzelf. Angst om het proces wat ze in gang had gestoken niet zou overleven. Ze had geen medelijden met de families van de soldaten die hun man of vrouw voorgoed verloren waren omdat hun herinneringen aan hun geliefden waren gewist. Ze had geen medelijden met al die slachtoffers die Michael had gemaakt. Ook niet met de slachtoffers die het leger zou maken in de Nieuwe Wereld. Ze dacht enkel aan zichzelf, aan de tijd en de moeite die ze in de zaak had gestoken. De overtuigingskracht, die ze tegenover de mensen die ze aangetrokken had om de financiering van het project rond te krijgen, had moeten gebruiken. De overreding van een grote groep senatoren die ze aan haar kant had gekregen, mits hier en daar wat emotionele chantage. Al dat werk voor niets?
            Ook Jack besefte dit allemaal. Hij kon deze gedachten in de smekende uitdrukking in haar ogen lezen. Zelf voelde hij zich even schuldig dat hij een eind weg mee was gegaan op die weg, samen met dat egoïstisch kreng dat enkel maar aan zichzelf dacht.
‘Schenk ons dus iets in, Angie, we wachten even op het ochtendjournaal. Ik denk dat je trouwens sowieso nieuws verwacht, niet?



……..



            Joeri en Nikolaj hadden de CCD ontmanteld en hadden via de hardware die bloot kwam te liggen een verbinding kunnen leggen met de harde schijf - waarop er  wel een USB-aansluiting te vinden was – en hun stick met het Requiemvirus. Ze hadden de opdracht op het loshangend toetsenbord ingetikt en de software van de stick werd gedownload in de CCD. Hoelang dit zou duren, wisten ze niet. Gekko had geen kennis van de CCD. Hij had verondersteld dat hij zou werken als een gewone computer en daar had hij gelijk in. Maar de overdrachtsnelheid hangt af van het apparaat met de laagste snelheid. Het kon de stick zijn, maar ook de CCD. Ook Gekko wist niet hoelang de download zou duren.
            Ze hoorden al een tijdje lawaai aan de andere kant en ieder moment konden ze bezoek verwachten. Ze gaven een sein naar Gekko die op zijn beurt Iléna verwittigde. Zij wist wat ze moest doen. Iléna spoedde zich naar de afgesproken plaats op het gelijkvloers en begon aan een werkje wat ze niet gewoon was.

            Buiten de Old World Highest wachtte een donkerblauwe autobot met een lijvig persoon aan de console en ergens thuis zat een zenuwachtige vrouw die wenste dat ze met Edmond was meegegaan. Ze hadden beiden de operatie mee gevolgd en hoorden juist dat Gekko nog maar eens Iléna aanspoorde om haast te maken. Edmond Foster zweette, maar dat deed hij meestal. Nu was het echter van de spanning. Hij wou zijn deel doen in de operatie en zijn compagnon Lucy Nicholson zat op haar vingernagels te bijten van angst dat Joeri iets zou overkomen. Ze had ook zo’n ding in haar oor gestopt en kon op die manier ook de gesprekken volgen. Ze had wel sympathie voor Nikolaj, maar ondertussen was Joeri haar vriend en minnaar geworden. Op haar ouderdom had ze dit nooit meer verwacht  en dan nog met een Rus. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf. Hij was anti-Russisch geweest, oude ideeën en gevoelens die hij van zijn ouders had overgeërfd. Het was iets dat men niet uit zijn hoofd kon praten zolang hij leefde. En nu was ze smoor op Joeri Volkov. Liefde verlegt grenzen, zegt men. Er zou dan toch wat waarheid zitten in al die gezegden die ze vroeger als bijgeloof beschouwde!

.... (wordt vervolgd)

copyright Rudi J.P. Lejaeghere